Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2020:550

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
18-08-2020
Datum publicatie
18-08-2020
Zaaknummer
19/1046 t/m 19/1054
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzetten ongegrond. Griffierecht niet tijdig betaald. Groot aantal beroepen, geen verschoonbare reden voor niet tijdig betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 19/1046, 19/1047, 19/1048, 19/1049, 19/1050, 19/1051, 19/1052, 19/1053 en 19/1054

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 augustus 2020 op de verzetten van

Maatschap [appellante 1] , te [plaats 1] , appellante inzake 19/1046,

Maatschap [appellante 2] , te [plaats 2] , appellante inzake 19/1047,

[appellante 3] , te [plaats 3] , appellante inzake 19/1048,

[appellante 4] V.O.F., te [plaats 4] , appellante inzake 19/1049,

Maatschap [appellante 5] , te [plaats 5] , appellante inzake 19/1050,

Biologisch pluimveebedrijf Maatschap [appellante 6] , te [plaats 6] , appellante inzake 19/1051,

Maatschap [appellante 7] , te [plaats 7] , appellante inzake 19/1052,

V.O.F. [appellante 8] , te [plaats 8] , appellante inzake 19/1053,

V.O.F. [appellante 9] , te [plaats 1] , appellante inzake 19/1054

(gemachtigde: J.A. Brok)

Procesverloop

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen de besluiten van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (minister) van respectievelijk 9 mei 2019, 10 mei 2019, 13 mei 2019, 14 mei 2019 en 24 mei 2019. Bij die besluiten heeft de minister de bezwaren van appellanten tegen besluiten over een diergezondheidsheffing ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 12 november 2019 heeft het College de beroepen met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard.

Appellanten hebben tegen deze uitspraak verzet gedaan. De verzetten zijn behandeld ter zitting van 8 juli 2020. Appellanten hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. De minister heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

Overwegingen

1. De gemachtigde van appellanten heeft namens 92 pluimveehouders beroep ingesteld tegen in totaal 93 beslissingen op bezwaar over een diergezondheidsheffing. In een deel van de ingediende beroepen is het griffierecht betaald binnen de daarvoor gestelde termijn. In een ander deel van de beroepen is het griffierecht niet of niet tijdig betaald. Die laatste beroepen zijn op die grond niet-ontvankelijk verklaard. Dat geldt ook voor de beroepen die ten grondslag liggen aan de uitspraak van het College van 12 november 2019 waartegen de voorliggende verzetten zijn gericht.

2. De gemachtigde heeft in verzet aangevoerd dat er veel is gecommuniceerd met de griffie van het College om op effici├źnte wijze deze zaken af te handelen, precies in de vakantieperiode. Op het laatste moment is gebleken dat dit niet geregeld kon worden. Als gevolg daarvan moesten alle 92 pluimveehouders worden ge├»nformeerd en moest aan hen worden gevraagd om tijdig het griffierecht te betalen. Deels is dat gelukt en deels niet.

3. De verzetten zijn ongegrond. Appellanten zijn er bij griffiersbrief van 15 augustus 2019 aan herinnerd dat het griffierecht uiterlijk binnen vier weken na die brief moest worden betaald. In een telefoongesprek met de griffie op 22 augustus 2019 is de gemachtigde van appellanten erop gewezen dat er geen uitstel kon worden verleend van deze termijn. Er is geen verschoonbare reden voor het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht. Ondanks dat het om een groot aantal beroepen gaat, is het de verantwoordelijkheid van appellanten om het griffierecht tijdig te betalen. De beroepen zijn daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.

4. Voor een veroordeling in de proceskosten van de verzetten is geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart de verzetten ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van mr. L.N. Foppen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2020.

w.g. T.G.M. Simons w.g. L.N. Foppen