Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2019:451

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
24-09-2019
Datum publicatie
24-09-2019
Zaaknummer
17/325, 17/326, 17/327, 17/328, 17/329 en 17/330
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rectificatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 17/325, 17/326, 17/327, 17/328, 17/329 en 17/330

uitspraak van de meervoudige kamer van 23 september 2019 tot rectificatie van de uitspraak van 10 juli 2018 in de zaak tussen

FlixBus DACH GmbH (FlixBus), te Berlijn (Duitsland), appellante

(gemachtigde: mr. A.J.W. Kamminga),

en

het College van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, verweerder

(gemachtigde: mrs. G. Verberne en P.W. Juttman).

Procesverloop

Het College heeft vastgesteld dat in zijn uitspraak van 10 juli 2018 met zaaknummers 17/325, 17/326, 17/327, 17/328, 17/329 en 17/330 (ECLI:NL:CBB:2018:384) onder “Beslissing” een kennelijke onjuistheid staat vermeld.

Overwegingen

In de rubriek “Beslissing” staat vermeld dat het College verweerder opdraagt het betaalde griffierecht van € 333,00 aan appellante te vergoeden. Het College overweegt dat hier sprake is van een onjuistheid omdat appellante voor de zes afzonderlijk ingestelde beroepen tegen de zes afzonderlijke bestreden besluiten van 7 februari 2017 in totaal een bedrag van (6 x € 333,- =) € 1.998,- aan griffierecht heeft betaald.

Nu de uitspraak een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare onjuistheid bevat, bestaat aanleiding de uitspraak op dit punt te rectificeren.

Beslissing

Het College herstelt zijn uitspraak van 10 juli 2018 met zaaknummers 17/325, 17/326, 17/327, 17/328, 17/329 en 17/330 aldus dat onder “Beslissing” moet worden opgenomen:

“Het College:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de bestreden besluiten;

- draagt verweerder op binnen 12 weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen op de bezwaren met inachtneming van deze uitspraak;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 1.998,- aan appellante te vergoeden.”

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.R. Eggeraat, mr. R.R. Winter en mr. R.C. Stam in aanwezigheid van mr. L. van Gulick, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 september 2019.

w.g. E.R. Eggeraat L. van Gulick


De griffier is verhinderd te ondertekenen