Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2019:35

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
22-01-2019
Datum publicatie
25-01-2019
Zaaknummer
17/1164
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Appellante voert in beroep aan dat verweerster slechts gedeeltelijk op haar bezwaar heeft beslist. Appellante stelt dat verweerster haar zowel van het besluit tot inschrijving van de ambtshalve uitschrijving van D&C uit het Handelsregister van de (KvK) als van het besluit tot inschrijving van een ambtshalve gewijzigd bezoekadres niet in kennis heeft gesteld. Naar het oordeel van het College heeft verweerster niet op grondslag van het bezwaar van appellante beslist. Verweerster had het bezwaar van appellante dat zij niet van het besluit tot uitschrijving van D&C uit het Handelsregister van de KvK in kennis was gesteld ruim naar zijn strekking moeten opvatten, in die zin dat dit bezwaar tevens was gericht tegen het besluit tot inschrijving van een gewijzigd bezoekadres. Beroep is gegrond. Verweerster dient alsnog inhoudelijk op het bezwaar van appellante, voor zover dat is gericht tegen de inschrijving van een gewijzigd bezoekadres, te beslissen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JONDR 2019/133
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 17/1164

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 januari 2019 in de zaak tussen

Debetsaldo & Creditsaldo, te Zuidwolde, appellante

(gemachtigde: [naam 1] ),

en

de Kamer van Koophandel, verweerster

(gemachtigde: J.P.M. van der Ende).

Procesverloop

Bij besluit van 27 januari 2017 (het primaire besluit) heeft verweerster besloten tot registratie van de uitschrijving van de commanditaire vennootschap Debetsaldo & Creditsaldo (D&C) in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK).

Bij besluit van 12 juni 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerster het bezwaar van appellante van 3 mei 2017 kennelijk gegrond verklaard.

Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 december 2018. Appellante is niet verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Overwegingen

1.1

Het College gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

In een brief van 19 juli 2016 heeft de Belastingdienst, bureau Economische Handhaving, voor zover hier van belang, aan verweerster het navolgende bericht:

“ Op grond van de Handelsregisterwet 2007 is door mij (…) over de periode 16 juni tot en met 19 juli 2016 een onderzoek ingesteld bij de [naam 2] en de daaronder ressorterende vennootschappen (…) en volgens uw kamer allen gevestigd op het bezoekadres [adres 1] , [plaats 1] (…)

Bevindingen
Met referte aan de in het brievenhoofd (…) genoemde rechtspersonen is door mij, rapporteur, aan de hand van de bevindingen geconstateerd, dat de ingeschrevene(n) NIET zijn gevestigd op het registreerde adres zoals ingeschreven in het Handelsregister (…)

Conclusie/voorstel

Op basis van vorenstaande bevindingen stellen ik voor ten aanzien van alle rechtspersonen, het in het Handelsregister vermelde bezoekadres te wijziging in ‘adres (indirect) bestuurder’, te weten [adres 2] , [plaats 2] (…)”

1.2

Op 22 juli 2016 heeft verweerster ambtshalve opgave gedaan dat de vestiging van D&C is verhuisd van de [adres 1] , [plaats 1] naar de [adres 2] , [plaats 2] .

1.3

In een brief van 20 januari 2017 heeft verweerster aan appellante, voor zover hier van belang, het volgende bericht:

“(…) Naar wij hebben vernomen zou u bezoekadres niet meer kloppen. Indien u het bezoekadres zou willen laten aanpassen verzoeken wij u om een formulier 14 in te vullen te ondertekenen en met een kopie geldig legitimatiebewijs en een recent ondertekend bewijs waaruit blijkt dat u het nieuwe bezoekadres mag gebruiken retour te zenden. (…)”

1.4

Op 27 januari 2017 heeft verweerster ambtshalve opgave gedaan dat de onderneming van D&C op 3 oktober 2016 is opgeheven. Voorts heeft verweerster op diezelfde datum ambtshalve opgave gedaan dat D&C op 3 oktober 2016 is uitgeschreven.

2. Bij het primaire besluit heeft verweerster besloten tot inschrijving van de ambtshalve uitschrijving van D&C uit het Handelsregister van de (KvK) op de grond dat bij appellante geen of onvoldoende activiteiten plaatsvinden die een inschrijving in het handelsregister rechtvaardigen. Verweerster heeft het besluit verzonden naar het adres [adres 2] te [plaats 2] .

3. Bij het bestreden besluit heeft verweerster het bezwaar van appellante tegen het primaire besluit kennelijk gegrond verklaard, het ambtshalve besluit tot uitschrijving van de onderneming uit het handelsregister herroepen en de inschrijving in het handelsregister hersteld. Daartoe heeft verweerster overwogen dat appellante in bezwaar heeft aangevoerd dat zij een actief bedrijf met personeel is. Nu verweerster achteraf is gebleken dat de door verweerster retour ontvangen post door appellante was geweigerd en derhalve door appellante was geretourneerd, bestond voor verweerster geen aanleiding meer om aan te nemen dat bij appellante onvoldoende activiteiten plaatsvonden die een inschrijving in het handelsregister rechtvaardigen.

4. Appellante voert in beroep aan dat verweerster slechts gedeeltelijk op haar bezwaar heeft beslist. Volgens appellante is verweerster ten onrechte niet ingegaan op haar bezwaar gericht tegen een inschrijving in het Handelsregister van de KvK van een gewijzigd bezoekadres van appellante, te weten van [adres 1] te [plaats 1] naar [adres 2] te [plaats 2] . Appellante stelt dat verweerster haar zowel van het besluit tot inschrijving van de ambtshalve uitschrijving van D&C uit het Handelsregister van de (KvK) als van het besluit tot inschrijving van een ambtshalve gewijzigd bezoekadres niet in kennis heeft gesteld. Appellante is hiermee bij toeval omstreeks medio april 2017 bekend geworden nadat een derde (de belastingdienst) haar op de uitschrijving van haar onderneming had gewezen, aldus appellante. Appellante bestrijdt dat zij post aan verweerster heeft ontvangen en retour heeft gezonden. In dat verband wijst zij erop dat zij meermaals telefonisch contact met verweerster heeft gehad over een inschrijving in het Handelsregister door verweerster van een gewijzigd bezoekadres van de onderneming van appellante, met het verzoek deze onjuiste inschrijving te herstellen. Voorts heeft appellante aangevoerd dat zij sinds jaar en dag beschikt over een correspondentieadres dat kenbaar is uit het Handelsregister van de KvK.

5. Verweerster bestrijdt de juistheid van hetgeen appellante in beroep aanvoert niet maar stelt zich op het standpunt dat appellante geen procesbelang heeft bij de door haar aangevoerde beroepsgronden. Verweerster heeft bij het bestreden besluit het bezwaar van appellante immers kennelijk gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen en de inschrijving van de onderneming van appellante in het Handelsregister van de KvK hersteld.

6. Het College overweegt als volgt.

6.1

Artikel 7:11 van de Awb luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“1 Indien het bezwaar ontvankelijk is, vindt op grondslag daarvan een heroverweging van het bestreden besluit plaats.

(…)”

6.2

Artikel 3:40 van de Awb luidt:

“Een besluit treedt niet in werking voordat het is bekendgemaakt”

6.3

Artikel 3:41 van de Awb luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“1 De bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.
(…)"

7. Naar het oordeel van het College heeft verweerster niet op grondslag van het bezwaar van appellante beslist. Verweerster had het bezwaar van appellante dat zij niet van het besluit tot uitschrijving van D&C uit het Handelsregister van de KvK in kennis was gesteld ruim naar zijn strekking moeten opvatten, in die zin dat dit bezwaar tevens was gericht tegen het besluit tot inschrijving van een gewijzigd bezoekadres. Daarbij had verweerster moeten betrekken dat appellante bij herhaling aan verweerster kenbaar heeft gemaakt dat zij het niet eens was met de inschrijving van een gewijzigd bezoekadres in het Handelsregister van de KvK en dat appellante verweerster heeft verzocht deze inschrijving te herstellen. De beroepsgrond slaagt.

8. Uit de door verweerster overgelegde stukken volgt dat verweerster op 22 juni 2016 een besluit tot inschrijving van een gewijzigd bezoekadres van appellante, te weten van [adres 1] te [plaats 1] naar [adres 2] te [plaats 2] , heeft genomen en per diezelfde datum de registratie van het bezoekadres van appellante in het Handelsregister van de KvK heeft gewijzigd. Ter zitting heeft verweerster erkend dat dit besluit niet op de voorgeschreven wijze aan appellante is bekend gemaakt. Dit besluit is derhalve niet in werking getreden. Verweerster kon daarom op 22 juli 2016 niet rechtsgeldig de registratie van het bezoekadres van D&C in het Handelsregister van de KvK wijzigen. Verweerster zal de niet rechtsgeldige inschrijving van het gewijzigde bezoekadres in het Handelsregister van de KvK moeten herstellen. Voor een herroeping van het besluit van 22 juni 2016 is geen plaats omdat het door een adequate bekendmaking alsnog in werking kan treden.

9. Het beroep is gegrond. Verweerster dient alsnog inhoudelijk op het bezwaar van appellante, voor zover dat is gericht tegen de inschrijving van een gewijzigd bezoekadres, te beslissen.

10. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Beslissing

Het College:

- verklaart het beroep gegrond;

- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak te beslissen

- draagt verweerster op het betaalde griffierecht van € 333,- aan appellante te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.M. van den Berk, in aanwezigheid van mr. T. Kuiper, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2019.

w.g. J.A.M. van den Berk w.g. T. Kuiper