Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2019:25

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
15-01-2019
Datum publicatie
18-01-2019
Zaaknummer
18/1386
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk

Te laat beroep ingediend, termijnoverschrijding niet verschoonbaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 18/1386

uitspraak van de meervoudige kamer van 15 januari 2019 in de zaak tussen

Essent Retail Energie B.V., (Essent), appellante

(gemachtigden: mr. A.A.J. Pliego Selie en mr. M.H.J.M. Immerzeel),

en

de Autoriteit Consument en Markt, (ACM) verweerster

(gemachtigde: mr. A.J. de Heer en mr. T.C. Topp).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: N.V. Nuon Sales Nederland (Nuon)

(gemachtigden: mr. P.P.J. van Ginneken en mr. H.L.A. Kooijman).

Procesverloop

Bij besluit van 21 november 2017, zoals gewijzigd op 21 december 2017 (het primaire besluit), heeft ACM aan Nuon op grond van artikel 95b, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998 voor het eerste half jaar van 2017 voor twee producten maximumtarieven opgelegd.

Nuon heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Bij besluit van 17 mei 2018 (het bestreden besluit) heeft ACM het bezwaar van Nuon deels gegrond verklaard en voor het overige ongegrond verklaard.

Essent heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 december 2018. Partijen zijn verschenen bij hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Het primaire besluit legt Nuon maximumtarieven op voor Nuon Stroom Standaardprijs en Nuon Modelcontract Stroom, omdat volgens ACM een klant met een gemiddeld verbruik voor die producten te veel betaalde. ACM heeft het bezwaar van Nuon deels gegrond verklaard en voor het overige ongegrond verklaard.

2. Het primaire besluit betreft een besluit dat is genomen op grond van artikel 95b, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998. Ingevolge artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geschiedt bekendmaking van een zodanig besluit door toezending of uitreiking aan de belanghebbenden, onder wie begrepen de aanvrager, tot wie het besluit is gericht.

3. ACM heeft het bestreden besluit op 17 mei 2018 op de juiste wijze bekend gemaakt door toezending aan degene tot wie het besluit is gericht, te weten Nuon. Dit betekent dat de beroepstermijn is gaan lopen op 18 mei 2018 en zes weken later, op 29 juni 2018 eindigde.

4. Het College stelt vast dat het beroep van Essent, dat op 20 juli 2018 is ingediend, buiten de wettelijke beroepstermijn is ingediend. Niet-ontvankelijkverklaring van een te laat ingediend beroep blijft ingevolge artikel 6:11 van de Awb achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

5. Het College is niet gebleken van omstandigheden op grond waarvan moet worden geoordeeld dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar is. Essent erkent dat zij kennis heeft kunnen nemen van het bestreden besluit op het moment dat ACM dit besluit publiceerde op haar website op 27 juni 2018. Het College is van oordeel dat Essent niet zo snel als mogelijk, dat wil zeggen binnen, volgens vaste jurisprudentie (ECLI:NL:CBB:2018:473), twee weken, (pro forma) beroep heeft ingesteld. De interne bedrijfsprocessen bij Essent, het complexe onderwerp en dat het geen besluit op aanvraag betreft is, zijn geen redenen om van deze termijn (van twee weken) af te wijken.

6. Dit betekent dat het College het beroep van Essent niet-ontvankelijk zal verklaren. Voor een proceskostenveroordeling ziet hij geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.R. Eggeraat, mr. R.C. Stam en mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. P.M. Beishuizen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2019.

w.g. E.R. Eggeraat w.g. P.M. Beishuizen