Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2018:644

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
04-12-2018
Datum publicatie
07-12-2018
Zaaknummer
17/1320
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende bij besluit tot wijziging tariefstructuren en voorwaarden?

GDS, commerciële allocatie-dienstverlener

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

Zaaknummer: 17/1320

18050

uitspraak van de meervoudige kamer van 4 december 2018 in de zaak tussen

Anexo B.V. (Anexo), appellante,

(gemachtigde: mr. S. Simonetti)

en

Autoriteit Consument en Markt (ACM), verweerster,

(gemachtigden: mr. G.A.A.M. Zwagemakers en mr. T.C. Topp).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:

Vereniging Energie, Milieu en Water (VEMW),

(gemachtigde: mr. M.R. het Lam).

Procesverloop

Bij besluit van 13 juli 2017 heeft ACM de tariefstructuren en voorwaarden als bedoeld in de artikelen 27, 31 en 54, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 betreffende het faciliteren van meerdere leveranciers op een aansluiting (codebesluit meerdere leveranciers op een aansluiting; het codebesluit) gewijzigd.

Anexo heeft tegen het codebesluit beroep ingesteld.

ACM heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 oktober 2018. Partijen zijn verschenen bij genoemde gemachtigden.

Overwegingen

1. Het codebesluit brengt wijzigingen aan in de volgende codes: de Begrippencode elektriciteit, de Tarievencode elektriciteit, de Netcode elektriciteit, de Meetcode elektriciteit, de Systeemcode elektriciteit en de Informatiecode elektriciteit en gas met als doel te voorzien in de mogelijkheid dat meerdere leveranciers op één aansluiting kunnen contracteren. Een afnemer kan hierdoor zijn elektriciteitsverbruik bij de ene leverancier contracteren en zijn elektriciteitsproductie bij de andere leverancier. Deze keuzevrijheid voor de afnemer moet er toe leiden dat er meer concurrentie ontstaat op de energiemarkt. De eigenaar van een gesloten distributiesysteem (GDS) kwalificeert (ook) als afnemer.

2. Anexo beschrijft zichzelf als een commerciële allocatie-dienstverlener op GDS-en. Onder allocatie wordt verstaan: de administratieve toewijzing van energievolumes aan combinaties van programmaverantwoordelijke en leverancier, gebaseerd op de op afstand uitleesbare comptabele metingen of met profielen geschat verbruik van afnemers. Anexo heeft aangevoerd dat het codebesluit het mogelijk maakt dat netbeheerders de allocatie kunnen gaan uitvoeren op de allocatiepunten van GDS-en en op die manier haar concurrentiepositie aantast.

3.1

Ingevolge 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient Anexo een voldoende objectief en actueel, eigen persoonlijk belang te hebben dat haar in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het codebesluit.

3.2

Naar het oordeel van het College kan Anexo niet als belanghebbende bij dit besluit worden aangemerkt, aangezien zij zich voor wat betreft haar belang bij het codebesluit zich niet in voldoende mate onderscheidt van andere dienstverleners. Tussen partijen is niet in geschil en ook voor het College staat vast, dat een aanzienlijk aantal bedrijven vergelijkbare diensten verleent. Anexo heeft zich er op beroepen dat zij unieke varianten aanbiedt voor gevallen waarin er meerdere leveranciers zijn op één aansluiting, innovatieve ICT-oplossingen heeft en als enige voor high-tech energienetten 'smart grid'-oplossingen aanbiedt en complexe allocatiediensten faciliteert. Het College acht deze factoren echter onvoldoende onderscheidend. Derhalve kan niet worden aangenomen dat Anexo in een individueel belang is geraakt.

4. Aangezien Anexo geen belanghebbende is bij het codebesluit besluit, kan zij, ingevolge artikel 8:1 van de Awb, tegen dit besluit geen beroep instellen. Dit leidt tot de slotsom dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, mr. H.O. Kerkmeester en mr. C.M. Wolters, in aanwezigheid van mr. P.M. Beishuizen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 december 2018.

w.g. R.C. Stam w.g. P.M. Beishuizen