Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2016:456

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
04-10-2016
Datum publicatie
06-06-2017
Zaaknummer
16/218
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Terugvordering subsidie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 16/218

27000

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 oktober 2016 in de zaak tussen

[naam 1] B.V. te [plaats] , appellante

(gemachtigde: mr. J.A. Visscher),

en

de minister van Economische Zaken, verweerder

(gemachtigden: mr. J. van Essen en mr. M. Reuvekamp).

Procesverloop

Bij besluit van 8 december 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder afwijzend beslist op een verzoek tot wijziging van de tenaamstelling van de aan [naam 2] B.V. verstrekte S&O-verklaring als bedoeld in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Wva).

[naam 3] B.V. heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 23 februari 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van [naam 3] B.V. ongegrond verklaard.

Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 september 2016, alwaar partijen bij hun gemachtigden zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ambtshalve overweegt het College als volgt.

2. Ingevolge artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, voor zover hier van belang, geen beroep worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen bezwaar heeft gemaakt.

3. Het College stelt het volgende vast. [naam 2] B.V. is opgegaan in appellante. De toenmalige gemachtigde van [naam 2] B.V. en [naam 3] B.V. (voorheen [naam 4] B.V.) heeft namens beide bedrijven verweerder bij e-mail van 20 november 2015 verzocht om de aan [naam 2] B.V. verstrekte S&O-verklaring te wijzigen. Bij het primaire besluit heeft verweerder dit verzoek afgewezen. Dit besluit is geadresseerd aan beide ondernemingen ter attentie van hun toenmalige gemachtigde. Deze gemachtigde heeft namens [naam 3] B.V. bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Uit het bezwaarschrift blijkt niet dat dit bezwaar mede namens appellante (of [naam 2] B.V) is gemaakt.

4. Er zijn geen omstandigheden op grond waarvan moet worden geoordeeld dat appellante in redelijkheid niet kan worden verweten zelf geen bezwaar te hebben gemaakt tegen het primaire besluit.

5. De conclusie is dat appellante, gelet op artikel 6:13 van de Awb, geen beroep kan instellen.

6. Het beroep is dus niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het College niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep van appellante.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp , in aanwezigheid van mr. J.W.E. Pinckaers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2016.

w.g. A. Venekamp w.g. J.W.E. Pinckaers