Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2016:246

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
05-08-2016
Datum publicatie
25-08-2016
Zaaknummer
15/571
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Alleen het verwijderen van asbest is subsidiabel en niet het vervangen van het dak. Onder herbouw in de zin van artikel 38u, onder b, Regeling GLB-inkomenssteun 2006 valt ook het gedeeltelijk vervangen van een gebouw.

Artikel 38u, sub b, Regeling GLB-inkomenssteun 2006

Wetsverwijzingen
Regeling GLB-inkomenssteun 2006
Regeling GLB-inkomenssteun 2006 38u
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBO 2016/235 met annotatie van mr. drs. D. van der Meijden

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 15/571

5101

uitspraak van de meervoudige kamer van 5 augustus 2016 in de zaak tussen

[naam] , te [plaats] , appellant

(gemachtigde: ing. G.M.W.A. Lemmens),

en

de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder

(gemachtigde: mr. M.A.G. van Leeuwen).

Procesverloop

Bij besluit van 9 juli 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder de subsidieaanvraag van appellant op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 (Regeling) afgewezen.

Bij besluit van 18 juni 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.

Appellant heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juli 2016. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Appellant heeft op 12 maart 2014 een aanvraag om subsidie in het kader van de Regeling, hoofdstuk 2a, paragraaf 11 Landbouwapparatuur met GPS of verduurzaming van bewaarplaatsen, ingediend. De aanvraag heeft betrekking op het verduurzamen van een bewaarplaats door het verwijderen van asbest. De totale investering voor de renovatie van het dak en de wanden is begroot op € 43.818,84, waarvan € 9.158,40 voor de asbestsanering.

2. Verweerder heeft de gevraagde subsidie afgewezen, omdat alleen de kosten voor het verwijderen van de asbesthoudende golfplaten subsidiabel zijn en het door appellant voor dat onderdeel begrote bedrag lager is dan het drempelbedrag van € 15.000.

3. Appellant voert aan dat de aanvraag voor subsidie ten onrechte is afgewezen. De subsidiabele kosten zijn hoger dan € 15.000,-, omdat naar de kosten van het totale project moet worden gekeken. Appellant betoogt dat uit de regelgeving te herleiden is dat ook het herplaatsen van een dak subsidiabel is. Appellant verwijst naar de naamgeving van de subsidieregeling “verduurzaming bewaarplaatsen” en naar de definitie van bewaarplaats in artikel 38t, onder b, van de Regeling. De activiteit “het verduurzamen van een bewaarplaats door het verwijderen van asbest” bevat volgens appellant automatisch het herplaatsen van andere dakbedekking, want als het asbestdak van een bewaarplaats is verwijderd en er geen dakbedekking teruggeplaatst wordt, is er geen sprake meer van een bewaarplaats voor akkerbouwgewassen, laat staan dat er sprake is van een “verduurzaamde” bewaarplaats. Uit het opnemen bij de voorwaarden van een instandhoudingsplicht van vijf jaar blijkt ook dat het herplaatsen van het dak behoort tot de subsidiabele kosten. Anders zou op de bewaarplaats de komende vijf jaar geen dak mogen worden geplaatst. Appellant verwijst verder naar artikel 38u, aanhef en onder b, van de Regeling op grond waarvan enkel herbouw is uitgesloten van subsidie. Appellant stelt dat er geen sprake is van herbouw, omdat de buitenmuren en spanten blijven staan. Ook uit de hoogte van het drempelbedrag vloeit volgens appellant voort dat gekeken moet worden naar de totale kosten voor het verduurzamen van de bewaarplaats en dus naar het volledige bedrag van € 43.818,84, omdat anders het verwijderen van asbesthoudende golfplaten, toegepast als dakbedekking, alleen subsidiabel zou zijn voor extreem grote bedrijven. Deze stelling heeft appellant toegelicht met een berekening.

4 Verweerder betoogt dat het plaatsen van een nieuw dak niet is aan te merken als herbouw, zodat de kosten daarvoor niet subsidiabel zijn op grond van artikel 38u, aanhef en onder b, van de Regeling. Uit de toelichting bij artikel 38u van de Regeling volgt volgens verweerder ook dat de tegemoetkoming expliciet is bedoeld voor de verwijdering van asbest en niet voor investeringskosten van de vervangende, nieuwe onderdelen van de bewaarplaats. Verweerder stelt voorts dat voor het drempelbedrag in artikel 38v, derde lid, van de Regeling alleen de in artikel 38u expliciet benoemde activiteiten in aanmerking komen. In dit geval is dat alleen de asbestsanering. Verweerder betoogt voorts dat appellant bij zijn berekening van het drempelbedrag onjuiste uitgangspunten heeft gehanteerd en dat de uitvoeringspraktijk appellants stelling, dat het drempelbedrag bijna nooit wordt gehaald, niet bevestigt. Verder voert verweerder aan dat het logisch is dat het dak vervangen moet worden, maar dat dat niet wegneemt dat de regelgever ervoor gekozen heeft enkel het weghalen van asbest uit het milieu te subsidiëren.

5.1

Op grond van artikel 38u, aanhef en onder b, van de Regeling verstrekt de minister op aanvraag steun aan landbouwers in de vorm van een tegemoetkoming in de kosten van het verwijderen van asbest in een bewaarplaats, niet zijnde de herbouw van een bewaarplaats.

In artikel 38v, derde lid, van de Regeling is bepaald dat de landbouwer alleen voor steunverlening in aanmerking komt indien de totale kosten voor de uitvoering van de volledige activiteit hoger zijn dan € 15.000.

5.2

In de toelichting bij de invoering van artikel 38u in de Regeling (Stcrt. 2011, nr. 22801, p. 18) is over de verduurzaming van bewaarplaatsen opgenomen:

“De drie andere steunwaardige investeringen op grond van deze regeling dragen bij aan de vernieuwing van bewaarplaatsen voor plantaardige landbouwproducten, zoals producten van de akkerbouw, bollenteelt, groente en fruit. Dit is op de eerste plaats wenselijk ten behoeve van de verwijdering van asbest in deze bewaarplaatsen. Hierdoor wordt voorkomen dat asbest als emissie in het milieu terecht komt bij brand, bedrijfsongevallen of extreme wind. Ook verkleint hiermee de kans dat asbest de voedselketen besmet en een gevaar oplevert voor de volksgezondheid.”

6. Het College is van oordeel dat uit artikel 38u, aanhef en onder b, van de Regeling volgt dat de tegemoetkoming alleen is bedoeld voor de kosten die gemaakt zijn voor het verwijderen van asbest en niet voor kosten van vervangende, nieuwe onderdelen van de bewaarplaats. Ook uit de toelichting blijkt dat de regelgever met de verlening van subsidie voor het verwijderen van asbest heeft beoogd te voorkomen dat asbest in het milieu terecht komt. Per 1 januari 2014 is aan artikel 38u, aanhef en onder b, van de Regeling de zinsnede “niet zijnde de herbouw van een bewaarplaats” toegevoegd. Uit de toelichting bij deze wijziging (Stcrt. 2013, nr. 34926, p. 11) blijkt dat daarmee bedoeld is de beschrijving van de onderdelen voor de steun aan duurzame bewaarplaatsen aan te scherpen. De oorspronkelijke doelstelling - het verlenen van een tegemoetkoming in de kosten van het verwijderen van asbest - is niet veranderd. Het College volgt dan ook de uitleg van verweerder dat het leggen van een dak valt onder herbouw als bedoeld in artikel 38u, onder b, van de Regeling, zodat de kosten hiervoor niet subsidiabel zijn. Het betoog van appellant ter zitting dat in het Bouwbesluit 2012 onder het begrip herbouw wordt verstaan het slopen en daarna op dezelfde fundering bouwen van een gebouw, doet hieraan niet af. Het gaat hier immers om wat in artikel 38u, aanhef en onder b, van de Regeling onder herbouw wordt verstaan. Het opnemen van een instandhoudingsplicht ziet op dat wat is gebouwd en niet op wat is afgebroken. Het College volgt dan ook niet de redenering van appellant dat als alleen de asbestsanering subsidiabel is, vijf jaar lang geen nieuw dak mag worden aangebracht, zodat ook daarom het leggen van het dak subsidiabel is. In het betoog van appellant over de haalbaarheid van de drempelwaarde van artikel 38v, derde lid, van de Regeling ziet het College, anders dan appellant, geen aanwijzing dat ook andere kosten dan die voor de verwijdering van asbest subsidiabel zouden zijn. De term “de activiteit” in artikel 38v, derde lid, van de Regeling verwijst immers naar de in artikel 38u van de Regeling genoemde activiteiten, zodat het drempelbedrag beperkt is tot die subsidiabele activiteiten. Het betoog van appellant dat het drempelbedrag bijna nooit kan worden gehaald, is door verweerder afdoende weerlegd, zodat het al om die reden niet slaagt.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, mr. H. Bolt en mr. H.B. van Gijn in aanwezigheid van mr. M.B. van Zantvoort, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2016.

w.g. A. Venekamp w.g. M.B. van Zantvoort