Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2015:293

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
19-08-2015
Datum publicatie
09-09-2015
Zaaknummer
13/909
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

kapitaallasten, invoering NHC/integrale tarieven, beleidsregel compensatie, verzorgingshuis huurt van woningbouwcorporatie

Wetsverwijzingen
Wet marktordening gezondheidszorg
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2015-0424
RZA 2015/30
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 13/909

13950

uitspraak van de meervoudige kamer van 19 augustus 2015 in de zaak tussen

Stichting AV Zorggroep, te Ameide, appellante

(gemachtigde: mr. F.J.P. Delissen),

en

de Nederlandse Zorgautoriteit, verweerster

(gemachtigden: mr. E.C. Pietermaat en mr. M.A.M. Verduijn).

Procesverloop

Bij besluit van 15 februari 2013 (het primaire besluit) heeft verweerster de aanvraag voor compensatie voor de boekwaarde van het gesloopte gebouw Open Vensters ten bedrage van € 1.530.256 afgewezen.

Bij besluit van 17 oktober 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerster het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 maart 2015, waarbij partijen zich hebben laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Appellante verleent onder andere intramurale zorg, tot 1 januari 2015 in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), vanaf 1 januari 2015 in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz). Appellante heeft op 11 februari 1976 met een rechtsvoorgangster van Woonzorg Nederland een overeenkomst van beheer en exploitatie gesloten voor het verzorgingshuis Open Vensters. Krachtens deze overeenkomst stelde Woonzorg Nederland het verzorgingshuis aan appellante ter beschikking en droeg appellante alle lasten van het verzorgingshuis inclusief inventaris en voorzieningen gedurende de volledige exploitatieduur van 50 jaar, die zou lopen tot 8 juli 2025. In mei 2010 is het verzorgingshuis Open Vensters gesloopt. Woonzorg Nederland heeft een vervangend nieuw woon- en zorgcentrum gerealiseerd. Appellante heeft een nieuwe twintigjarige huurovereenkomst met Woonzorg Nederland gesloten. De per 1 mei 2010 resterende boekwaarde, gecorrigeerd voor de grondwaarde, is door Woonzorg Nederland verdisconteerd in de door appellante verschuldigde huur voor de vervangende nieuwbouw.

2. De tarieven van instellingen voor intramurale zorg worden berekend op basis van een telkens voor een jaar geldend bedrag aan aanvaardbare kosten (het budget). De wijze waarop aanvaardbare kosten worden berekend, is opgenomen in de Beleidsregel aanvaardbare kosten AWBZ (Beleidsregel CA-300-520 in 2012). Deze beleidsregel bepaalt uit welke posten de aanvaardbare kosten zijn opgebouwd en verwijst naar andere beleidsregels waarin de hoogte van de verschillende posten is bepaald, onder meer de productieafspraken en de kapitaallasten. Vanaf 1 januari 2009 worden productieafspraken gemaakt tussen zorgaanbieder en zorgkantoor op basis van zorgzwaartepakketten (ZZP's). Verder wordt de bestaande kapitaallastenvergoeding vervangen door een kapitaallastenvergoeding die gekoppeld is aan het aantal ZZP's dat een zorgaanbieder levert. In de tarieven voor de ZZP’s wordt een normatieve huisvestingscomponent (NHC) opgenomen.

Op 1 juni 2011 heeft de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aan de Tweede Kamer een brief gestuurd over de invoering van integrale tarieven voor de langdurige zorg en de gehele GGZ (voorhangbrief). In deze voorhangbrief heeft zij, conform artikel 8 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) de Kamer geïnformeerd over de zakelijke inhoud van een aanwijzing die zij van plan was op grond van artikel 7 Wmg aan verweerster te geven. In deze brief heeft de staatssecretaris de uitgangspunten van de NHC en de vast te stellen overgangsregelingen weergegeven.

Op 12 juli 2011 heeft de minister van VWS (minister) vervolgens aan verweerster een aanwijzing gegeven over de NHC, welke op 8 augustus 2011 op enkele punten is gewijzigd. (Stcrt. 2011, nr. 13319 en nr. 16189).

Artikel 9 van de aanwijzing bepaalt:

"Artikel 9 immateriële vaste activa

De zorgautoriteit voorziet voor bestaande AWBZ-instellingen in een compensatieregeling immateriële vaste activa waarvan zij het volle eigendom bezitten dan wel bezaten. Daarbij gelden in ieder geval de volgende uitgangspunten:

(…)"

Dit artikel is bij de gewijzigde aanwijzing veranderd en luidt:

"Artikel 9 compensatieregeling vaste activa

De zorgautoriteit voorziet voor bestaande AWBZ-instellingen in een compensatieregeling met betrekking tot vaste activa waarvan zij economisch eigenaar zijn en welke in de balans van de betreffende instelling zijn opgenomen. Daarbij gelden in ieder geval de volgende uitgangspunten:

a. wat betreft boekwaardes gaat het om:

1. reeds gesloopte panden of te slopen panden, of

2. leegstaande panden onder verrekening van de opbrengst van verkoop of verhuur met de boekwaarde;

c. aan de onder a en b bedoelde situaties dient een vergunning ten grondslag te liggen op grond van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, de Wet toelating zorginstellingen, de Tijdelijke verstrekkingenwet maatschappelijke dienstverlening, de Wet op de bejaardenoorden, of de Regeling subsidiëring verzorgingshuizen van het College voor zorgverzekeringen;

d. voor de vaststelling van de hoogte van de vergoeding hanteert de zorgautoriteit de stand van zaken per ultimo 2011, zoals deze blijkt uit de jaarrekeningen 2011 van de instellingen;

e. de door de zorgautoriteit ter zake vastgestelde vergoeding wordt toegevoegd aan de aanvaardbare kosten in zes gelijke tranches verdeeld over de jaren 2012 tot en met 2017.

De toelichting bij artikel 9 vermeldt:

" In artikel 9 worden de uitgangspunten verwoord waarmee de zorgautoriteit rekening dient te houden bij het opstellen van een regeling met betrekking tot de immateriële vaste activa.

Op basis van de vergunning bedoeld onder c moet voor de zorgautoriteit voldoende duidelijk zijn dat de onder a bedoelde panden buiten gebruik worden gesteld.

De peildatum die door de zorgautoriteit zal worden gehanteerd is 31 december 2011. De vergoedingen voor immateriële vaste activa zoals die door de zorgautoriteit worden vastgesteld worden gedurende de invoeringsperiode in gelijke delen toegevoegd aan de aanvaardbare kosten van de betreffende instellingen.

Immateriële activa die ontstaan na de peildatum lopen nog gedeeltelijk mee in de bekostiging tot 2018, namelijk naar rato van het nacalculatiedeel. Tegelijkertijd is het de bedoeling dat de beleidsregels voor afschrijving en rente meelopen in het traject van afbouw van de nacalculatie en de opbouw van de nhc’s.

Het begrip volle eigendom ziet op de juridische én economische eigendom."

De toelichting op de gewijzigde aanwijzing vermeldt:

"In de aanwijzing van 12 juli 2011, MC-U-3072372, aan de Nederlandse Zorgautoriteit dient de in artikel 9 voorziene compensatieregeling betrekking te hebben op immateriële vaste activa waarover bestaande AWBZ-instellingen het volle eigendom bezitten of bezaten. In de toelichting op dat artikel wordt opgemerkt dat het begrip volle eigendom ziet op juridische én economische eigendom. Deze formulering is dubbelzinnig en daardoor verwarrend. Daarnaast blijkt dat een deel van de activa waarop de compensatieregeling van toepassing dient te zijn, niet als immateriële, maar als materiële vaste activa op de balans van instellingen te staan. De onderhavige aanwijzing corrigeert een en ander. In de eerste plaats door in het opschrift van artikel 9 en in de eerste volzin het woord ‘immateriële’ niet langer te gebruiken. In de tweede plaats door in de eerste volzin met zoveel woorden te spreken over economisch eigendom van de betrokken activa die op de balans van de desbetreffende instellingen staan. Aldus is duidelijk dat de voor- en nadelen verbonden aan het (economisch) eigendom door de bestaande instelling worden gedragen. Dit is ook het geval in situaties van 'financial lease' waarin de instelling het economisch eigendom heeft."

De Beleidsregel Compensatie vaste activa AWBZ en GGZ in verband met invoering normatieve huisvestingscomponent (CA-300-493) (Beleidsregel) van 19 juli 2011 voorziet in de mogelijkheid om onder voorwaarden versneld af te schrijven op de resterende boekwaarde van vaste activa in het kader van de invoering van de normatieve huisvestingscomponent voor bestaande zorgaanbieders (Stcrt. 2011, nr. 14267).

Deze beleidsregel vermeldt onder meer:

" 2. Doel van de beleidsregel

Deze beleidsregel voorziet in de mogelijkheid om onder voorwaarden genoemd in deze beleidsregel, versneld af te schrijven op resterende boekwaarde van vaste activa in het kader van de invoering van de normatieve huisvestingscomponent (NHC) voor bestaande zorgaanbieders.

3. Begripsbepalingen

(…)

3.4

Spookgebouwen

Gebouwen die op of voor 31 december 2011 op basis van goedkeuringsdocumenten ex WZV, WTZi, TVWMD, WBO of Regeling Zfr/CVZ subsidiering verzorgingshuizen van of namens de Minister van VWS, zijn gebouwd èn gesloopt in verband met vervangende nieuwbouw op basis van een goedkeuring en waarvan op de balans per 31 december 2011 nog een restant boekwaarde is geactiveerd.

3.5

Boekwaarde

Bedrag waarvoor activa op de balans is opgenomen. Dit bedrag bestaat uit de goedgekeurde investeringskosten met daarop in mindering gebracht de gerealiseerde afschrijvingen.

(…)

3.10

Financial lease

Een lease-overeenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen en het lease-object en de daarmee samenhangende schuld bij aanvang van de leaseperiode in de balans van de lessee worden opgenomen.

4. Compensatie

4.1

Vaste activa die voor compensatie in aanmerking komen

Voor compensatie komt in aanmerking:

a. de restant boekwaarde per 31 december 2011 van spookgebouwen waarvoor vervangende nieuwbouw op basis van een goedkeuring is of wordt gerealiseerd;

b. de restant boekwaarde per 31 december 2011 van leegstaande gebouwen waarvoor vervangende nieuwbouw op basis van een goedkeuring is, of wordt gerealiseerd. Opbrengsten uit verhuur of verkoop van het leegstaande gebouw worden in de periode 2012 tot 2018 gesaldeerd met de restant ook boekwinsten op verkoop van de grond of terreinen dienen tot 2018 te worden gesaldeerd:

De toelichting bij artikel 2 vermeldt:

Artikel 2 Doel van de beleidsregel

In de situatie dat zorgaanbieders alleen voor verleende zorg en bezette plaatsen vergoedingen ontvangen dreigen zorgaanbieders met niet langer bestaande gebouwen (spookgebouwen) of leegstaande gebouwen in de problemen te komen.

Deze beleidsregel voorziet in de mogelijkheid om, onder voorwaarden zoals in deze beleidsregel genoemd, af te schrijven op buiten gebruik gestelde gebouwen met resterende boekwaarde, kosten voor het verwijderen van asbest en oude plankosten.

Deze beleidsregel is uitsluitend van toepassing op eigendomssituaties en niet op huursituaties: het dient te gaan om vaste activa die bij de zorgaanbieder zelf op de balans van de jaarrekening heeft staan. Zoals vastgelegd in de Aanwijzing van de Minister van VWS heeft deze regeling immers betrekking op vaste activa waarvan bestaande AWBZ-instellingen de eigendom bezitten. In een huursituatie staan de vaste activa niet bij de huurder op de balans, maar bij de verhuurder en derhalve loopt de huurder niet het risico dat een mogelijk boekwaardeprobleem voor zijn rekening komt. Reden waarom huursituaties niet onder deze beleidsregel vallen.

Vorenstaande geldt niet voor huurcontracten die gekwalificeerd kunnen worden als 'financial lease'. Voor de vraag of sprake is van financial lease wordt aansluiting gezocht bij de definitie die is opgenomen in de 'Richtlijnen voor de jaarverslaggeving', (jaareditie 2010 van de Raad voor de Jaarverslaggeving). In deze Richtlijnen wordt financial lease gekwalificeerd als een lease-overeenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom geheel of nagenoeg geheel door de lessee (huurder) worden gedragen: de juridische eigendom kan, maar hoeft niet uiteindelijk te worden overgedragen door de lessor (verhuurder) aan de lessee.

Van belang voor onderhavige beleidsregel is dat de vergelijking met eigendom kan worden getrokken omdat bij financial lease het leaseobject en de daarmee samenhangende schuld bij aanvang van de leaseperiode in de balans van de lessee dient te worden verwerkt, hetgeen derhalve met zich brengt dat de voor- en nadelen verbonden aan de economische eigendom door de lessee worden gedragen: een mogelijk boekwaardeprobleem komt voor rekening van de huurder. Van belang in dit kader is ook dat met ingang van de jaarrekening 2010 de Handleiding Zorginstellingen 2010, ((specifiek hoofdstuk 8) ww.cibg.nl/zorgaanbieders/jaarverslagenzorg/) ook voorschrijft dat bij financiële leases het lease-object in de balans van de zorgaanbieder moet worden opgenomen: de NZa gaat er derhalve vanuit dat alle financial-lease contracten die voldoen aan genoemde definitie met ingang van 2010 zijn verwerkt in de balans van de jaarrekening 2010 van de bestaande zorgaanbieder.

Uitgezonderd van deze beleidsregel zijn situaties waarbij ná 1 januari 2010 een aanpassing in een bestaand contract is opgenomen waardoor het contract kan worden gekwalificeerd als financial lease. Aanpassingen in een bestaand huurcontract ná 1 januari 2010, of de verwerking daarvan in de jaarrekening 2011 als financial lease, komen niet in aanmerking voor deze regeling. Dit om te voorkomen dat via een systeemwijziging een huurcontract alleen met oog op deze regeling in de jaarrekening 2011 alsnog als ‘financial lease’ wordt verwerkt. Het moet aldus gaan om financial lease contracten waarbij de lease-object reeds in de balans van de jaarrekening 2010 is verwerkt (zoals de Handleiding Zorginstellingen 2010 ook voorschrijft).

Uitdrukkelijk zij tevens vermeld dat zogenaamde operational leases niet onder het bereik van deze regeling vallen. Operational leases stemmen grotendeels overeen met wat een huurovereenkomst naar Nederlands recht beoogt, namelijk dat de lessee het gebruiksnut van een object heeft, zonder de voor –en nadelen van de eigendom geheel of nagenoeg geheel te dragen. Om die reden zijn 'gewone' huursituaties – zoals reeds aangegeven – en dus ook operational leases uitgezonderd van deze beleidsregel."

3. Appellante heeft met het nacalculatieformulier 2011 een verzoek ingediend voor compensatie voor de boekwaarde van het in 2010 gesloopte gebouw Open Vensters ten bedrage van € 1.530.256. Verweerster heeft de aanvraag voor compensatie afgewezen omdat het gebouw niet bij appellante in eigendom was en de aanvraag daarom niet voldeed aan de voorwaarden van de Beleidsregel. In het bestreden besluit heeft verweerster uiteengezet dat er evenmin sprake is van financial lease in de zin van de Beleidsregel, nu de overeenkomst niet in de jaarrekening 2010 als financial lease is verwerkt. Verweerster heeft voor het jaar 2010 gekozen omdat de Raad voor de Jaarverslaggeving heeft bepaald dat in verband met de invoering van marktwerking in de zorg zorgaanbieders vanaf 1 januari 2010 hun jaarverslagen conform de geldende waarderingsregels dienen in te richten. In geschil is of verweerster de afwijzing van de aanvraag in het bestreden besluit terecht heeft gehandhaafd.

4.1

Appellante voert aan dat verweerster met de Beleidsregel buiten de grenzen van de aanwijzing is getreden en ten onrechte huursituaties heeft uitgesloten. Appellante stelt dat in de aanwijzing het begrip volle eigendom ziet op de juridische én economische eigendom. Ook een huurder die het risico loopt dat een mogelijk boekwaardeprobleem voor zijn rekening komt, moet worden gecompenseerd. In de aanwijzing is niet vereist dat het boekwaardeprobleem in de jaarrekening is verwerkt. Daarom heeft verweerster in de Beleidsregel niet de eis mogen stellen dat de restwaarde van een spookgebouw op de balans is geactiveerd per 31 december 2011. Verder sluit verweerster ten onrechte aan bij de richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, nu deze met ingang van 1 januari 2010 gewijzigd zijn. Vóór 2010 waren zorgaanbieders niet verplicht om het geleasete gebouw in de balans op te nemen.

4.2

Verweerster stelt dat de minister huursituaties heeft uitgesloten van de compensatieregeling. In geval van huur staat een gebouw niet op de balans van een zorgaanbieder en komt een mogelijk boekwaardeprobleem niet direct voor rekening van de zorgaanbieder. Volgens verweerster miskent appellante dat de minister de aanwijzing van 12 juli 2011 op 8 augustus 2011 heeft gewijzigd en dat in de gewijzigde aanwijzing wel is bepaald dat de boekwaarde van het oude gebouw op de balans van de zorgaanbieder moet zijn opgenomen. Verder stelt verweerster dat het feit dat zorgaanbieders pas vanaf 2010 verplicht zijn om in geval van financial lease het geleasete gebouw in de balans te verwerken, niet maakt dat zij 2010 niet als peiljaar kan kiezen. Iedere zorgaanbieder dient zijn jaarrekening immers in te richten volgens de richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving. Ter zitting heeft verweerster verklaard dat, anders dan artikel 3.10 van de Beleidsregel vermeldt, het niet vereist is dat een geleaset gebouw al bij aanvang van de leaseperiode in de balans van de lessee worden opgenomen.

4.3

Het doel van de (gewijzigde) aanwijzing was om verweerster een beleidsregel tot stand te laten brengen teneinde compensatie te bieden voor vaste activa (gebouwen), waarop enerzijds na de invoering van de NHC nog wel moest worden afgeschreven, maar waarmee anderzijds wegens sloop of leegstand in verband met vervangende nieuwbouw geen inkomsten meer gegenereerd konden worden. Daarom is het naar het oordeel van het College goed te begrijpen dat als uitgangspunt is genomen dat alleen activa die juridisch en economisch eigendom van de zorgaanbieder zijn binnen de reikwijdte van de beleidsregel vallen. De uitbreiding van de reikwijdte van de aanwijzing bij de wijziging van 8 augustus 2011 tot financiallease-situaties waarbij wel sprake is van economische eigendom maar niet van juridisch eigendom, moet als een voor de zorgaanbieders begunstigende uitzondering op dit uitgangspunt worden aangemerkt en daarom restrictief worden geïnterpreteerd. Uit de toelichting bij deze wijziging blijkt dat deze uitbreiding beoogt recht te doen aan het gegeven dat zich situaties voordoen waarin louter de juridische eigendom van een gebouw niet bij de zorgaanbieder berust maar deze voor het overige wel de economisch eigenaar is. In de gewijzigde aanwijzing is daarom bepaald dat de compensatieregeling betrekking heeft op vaste activa waarvan bestaande zorgaanbieders economisch eigenaar zijn en die in de balans van de betreffende instelling zijn opgenomen. Verweerster heeft met het oog hierop in artikel 3.10 van de Beleidsregel bepaald dat ingeval van financial lease het lease-object en de daarmee samenhangende schuld in de balans van de lessee (de zorgaanbieder) worden opgenomen. Het in deze bepaling gestelde vereiste dat die schuld reeds vanaf de aanvang van de leaseperiode op de balans moest staan wordt door verweerster niet toegepast. Het College volgt appellante dan ook niet in haar betoog dat verweerster niet zou hebben mogen aansluiten bij de richtlijnen van de Raad voor de jaarverslaggeving. Bij het opstellen van een jaarrekening zijn zorgaanbieders gehouden aan deze richtlijnen. Vanaf 2010 was iedere zorgaanbieder dus verplicht om ingeval van financial lease het betrokken gebouw op te nemen op de balans, zodat verweerster er bij het opstellen van de Beleidsregel vanuit mocht gaan dat financiallease-situaties waarin de economische eigendom geheel of nagenoeg geheel bij de zorgaanbieder lag, met ingang van 2010 zijn verwerkt in de balans van de jaarrekening. Deze grond van appellante slaagt niet.

5.1

Appellante stelt dat zij een bestaande zorgaanbieder is met een gebouw dat voor 31 december 2011 op basis van goedkeuringsdocumenten ex WZV en WTZi is gebouwd en gesloopt is in verband met vervangende nieuwbouw waarbij het boekwaardeprobleem voor haar risico is gekomen. Daarom komt de restantboekwaarde overeenkomstig artikel 4.1, onder a van de Beleidsregel voor compensatie in aanmerking. De overeenkomst van beheer en exploitatie met Woonzorg Nederland voldoet aan de criteria van financial lease. Zo heeft Woonzorg Nederland aan de voortijdige beëindiging van de overeenkomst willen meewerken onder de voorwaarde dat de restantboekwaarde wordt verdisconteerd in de huur van de vervangende nieuwbouw.

5.2

Verweerster stelt zich op het standpunt dat bij het gebouw van appellante geen sprake is van financial lease, nu het oude gebouw niet is opgenomen op de balans van appellante.

Evenmin kwalificeert de situatie van appellante materieel als financial lease, nu niet de gehele restant boekwaarde van het oude gebouw is verdisconteerd in de huurprijs. Van de € 2.276.179 is slechts € 1.794.442 opgenomen in de huurprijs van de nieuwbouw. Het boekwaardeprobleem komt derhalve niet automatisch voor rekening van appellante.

5.3

Tussen partijen is niet in geschil dat het gesloopte gebouw Open Vensters niet op de balans van appellante is opgenomen. Nu in artikel 3.10 van de Beleidsregel is vermeld dat een geleaset gebouw alleen voor de compensatieregeling in aanmerking komt indien het gebouw op de balans van de zorgaanbieder is opgenomen, voldoet appellante niet aan de voorwaarden van de Beleidsregel. Daarom kan in het midden blijven of de situatie van appellante materieel kwalificeert als financial lease. Deze grond van appellante slaagt evenmin.

6.1

Daarnaast beroept appellante zich op bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De overeenkomst van beheer en exploitatie met een rechtsvoorgangster van Woonzorg Nederland is tot stand gekomen op basis van de in 1975 vigerende regelgeving. Het in 1975 geldende bekostigingssysteem leidde tot een exploitatieduur van 50 jaar en is vastgelegd in de daarmee in overeenstemming zijnde overeenkomst van beheer en exploitatie, welke overeenkomst door de minister is goedgekeurd. Daarom kan niet volgehouden worden dat appellante ervoor had moeten zorgen dat het huurcontract beëindigd kan worden indien de huurprijs niet meer door nieuwe tarieven gedekt kan worden of indien de kwaliteit van het gehuurde gebouw dusdanig is dat de huurder te maken krijgt met leegstand of indien de prijs van het gehuurde niet in overeenstemming is met de kwaliteit ervan. Het afwijzen van de aanvraag heeft onevenredige gevolgen.

6.2

Verweerster betwist dat er sprake is van bijzondere omstandigheden. Voor diverse zorgaanbieders geldt dat hun oude huurovereenkomsten tot stand zijn gekomen onder oude regelgeving waarin werd uitgegaan van een exploitatieduur van 50 jaar. Het feit dat een overeenkomst tot stand is gekomen onder oude regelgeving betekent niet dat een overeenkomst niet kan worden beëindigd. Bovendien heeft appellante de overeenkomst met Woonzorg Nederland beëindigd. Evenmin is er sprake van onevenredig nadeel. Van de € 1.530.256 die zoals appellante stelt, in de huurprijs is verdisconteerd, krijgt appellante gedurende de overgangsperiode nog een gedeelte vergoed. Het nadeel dat resteert zal voor appellante geen onevenredige gevolgen hebben. Uit de jaarrekening van appellante blijkt dat zij beschikte over een eigen vermogen van 4,5 miljoen euro; 0,8 miljoen euro meer dan eind 2011.

6.3

Het College is van oordeel dat verweerster in de door appellante genoemde omstandigheden en gevolgen geen aanleiding heeft hoeven zien om af te wijken van haar beleidsregel. De door appellante aangevoerde kwestie ziet op de (on-)toereikendheid van de NHC in haar situatie. Daar is de Beleidsregel niet voor bedoeld en de aanwijzing is daarvoor ook niet gegeven. Verder neemt het College in ogenschouw dat appellante in 2010 de oude huurovereenkomst met Woonzorg Nederland heeft beëindigd en een nieuwe twintigjarige huurovereenkomst heeft gesloten voor het nieuwe gebouw dat het gesloopte gebouw vervangt. Voorts heeft appellante niet onderbouwd dat de kwaliteit van de door haar geleverde zorg in gevaar komt of dat zij in haar voortbestaan bedreigd wordt. Ook deze grond van appellante slaagt niet.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.E. Doolaard, mr. E.R. Eggeraat en mr. J.L. Verbeek, in aanwezigheid van mr. F.E. Mulder, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2015.

w.g. W.E. Doolaard w.g. F.E. Mulder