Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2013:BZ7358

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
18-04-2013
Datum publicatie
18-04-2013
Zaaknummer
AWB 13/250
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Wet dieren; bestuursdwang

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 8:81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JB 2013/121
NJB 2013/1219

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 13/250

11351 Wet dieren

bestuursdwang

uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 april 2013 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

Vleesgroothandel Willy Selten B.V. en Wiljo B.V., te Oss, verzoeksters

(gemachtigde: F.Th.M. Peters),

en

Staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder

(gemachtigde: mr. J.C.Q. Bult).

Procesverloop

Bij besluit van 9 april 2010 heeft verweerder verzoeksters een last onder bestuursdwang opgelegd.

Verzoeksters hebben tegen deze last bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 april 2013.

Voor verzoeksters is verschenen W. Selten, bijgestaan door genoemde gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan mr. S.P. Koopman en dr. H.R.L Kieckens.

Overwegingen

1. Ingevolge het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij het College beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. In de last onder bestuursdwang heeft verweerder verzoeksters gelast vóór 10 april 2013, 08.00 uur procedures in te leiden om alle partijen vlees die zij vanaf 1 januari 2011 tot en met 15 februari 2013 hebben geproduceerd en be/verwerkt uit de handel te nemen. Voorts heeft verweerder te kennen gegeven dat indien verzoeksters de last niet binnen de gestelde termijn uitvoeren, de last zal worden overgenomen. Alle mogelijke afnemers van verzoeksters zullen dan door verweerder per brief worden geïnformeerd. Aangezien onbekend is of de lijst van mogelijke afnemers compleet is zal hierover door verweerder ook een persbericht worden uitgebracht.

3. De voorzieningenrechter stelt vast dat de termijn die aan verzoeksters is gegeven om aan de last te voldoen op het moment van indiening van onderhavig verzoek op 11 april 2013, reeds was verstreken.

Voorts stelt de voorzieningenrechter vast dat verweerder de last daadwerkelijk heeft overgenomen en daaraan feitelijk uitvoering heeft gegeven. Op 10 april 2013 is aan alle Nederlandse afnemers van verzoeksters een brief verstuurd. In deze brief wordt de afnemer gewezen op zijn verantwoordelijkheden betreffende het traceren van alle door verzoeksters geleverde partijen vlees, dat producten die met dit vlees zijn bereid uit voorzorg van de markt moeten worden gehaald, dat de afnemers van deze producten op de hoogte moeten worden gebracht en diens afnemers ook, alsmede dat de genomen acties worden gemeld aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: NVWA). Uiterlijk 24 april 2013 verwacht de NVWA bericht te hebben ontvangen van de afnemers.

Voorts stelt de voorzieningenrechter vast dat NVWA op 10 april 2013 een persbericht betreffende de tracering en het van de markt halen van partijen vlees van verzoeksters, heeft uitgebracht.

Aangezien de last is uitgewerkt en verweerder de last heeft overgenomen en daaraan feitelijk uitvoering heeft gegeven door het inleiden van procedures om alle partijen vlees van 1 januari 2011 tot en met 15 februari 2013 uit de handel te nemen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat (spoedeisend) belang ontbreekt. Schorsing van de last, zoals door verzoeksters verzocht, is derhalve niet meer aan de orde.

4. Ter zitting is aan de orde geweest of er gelet op de aard en de inhoud van de last en gegeven het feit dat de in de last genoemde termijn is verstreken er niettemin sprake is van feiten en omstandigheden die tot een ander oordeel behoren te leiden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat daar geen sprake van is.

Het voorkomen of tot aanvaardbare proporties terugbrengen van administratieve procedures voor de door verweerder aangeschreven afnemers van verzoeksters, is geen belang van verzoeksters. Evenmin hebben verzoeksters spoedeisend belang bij het verminderen van de maatschappelijke onrust die de last heeft veroorzaakt. Tot slot kan geen spoedeisend belang worden ontleend aan het verkopen van partijen vlees die verzoeksters thans nog in hun bezit hebben. De last ziet immers niet op deze partijen vlees.

5. Nu het vereiste (spoedeisend) belang ontbreekt, bestaat thans voor de voorzieningenrechter geen ruimte een voorlopig rechtmatigheidsoordeel te geven over de last. De argumenten die verzoeksters tegen de last hebben aangevoerd, waaronder het beroep op het proportionaliteitsbeginsel, kunnen in deze procedure dan ook niet worden beoordeeld.

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.F.B. van Zutphen, in aanwezigheid van

mr. P.M. Beishuizen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

18 april 2013.

w.g. R.F.B. van Zutphen w.g. P.M. Beishuizen

Afschrift verzonden aan partijen op: