Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2013:BZ3430

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
11-01-2013
Datum publicatie
14-03-2013
Zaaknummer
AWB 12/580
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

verschoonbare termijnoverschrijding

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: AWB 12/580

5101 Regeling GLB-inkomenssteun 2006

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 januari 2013 in de zaak tussen

A, te B, appellant,

en

de Staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder,

gemachtigde: drs. M. Star, werkzaam bij verweerders Dienst Regelingen.

Procesverloop

Bij besluit van 14 december 2010 (het primaire besluit) heeft verweerder appellants bedrijfstoeslag voor 2009 vastgesteld op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 (hierna: de Regeling).

Bij besluit van 24 mei 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellant van

28 september 2011 tegen het besluit van 14 december 2010 niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Appellant heeft hierop gereageerd in zijn brief van

14 november 2012. Bij brief van 20 november 2012 heeft appellant een nader stuk overgelegd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 december 2012, waarbij partijen hun standpunten hebben toegelicht.

Overwegingen

1. De definitieve vaststelling van appellants bedrijfstoeslag voor 2009 heeft plaatsgevonden in het besluit van 14 december 2010. Vast staat dat appellant te laat bezwaar heeft ingediend tegen dit besluit.

2. Appellant voert aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Met het besluit van

18 maart 2010 had verweerder een voorschot op de bedrijfstoeslag voor 2009 vastgesteld en daartegen had appellant tijdig een rechtsmiddel aangewend. Deze procedure liep nog toen verweerder het besluit van 14 december 2010 nam. Appellant heeft telefonisch contact gehad met een medewerkster van verweerder en gevraagd om het besluit van 14 december 2010 toe te voegen aan het dossier van de procedure tegen het voorschotbesluit. De medewerkster heeft hem toegezegd dat zij zou terugbellen als hij actie diende te ondernemen tegen dit tweede besluit. Omdat de medewerkster hem niet meer heeft teruggebeld, vertrouwde appellant erop dat hij geen afzonderlijk bezwaar hoefde te maken tegen het besluit van 14 december 2010. Tijdens de zitting op 28 september 2011 is appellants beroep tegen het voorschotbesluit behandeld. De voorzitter van het College heeft appellant toen geadviseerd om alsnog bezwaar te maken tegen dat besluit, zodat appellant dit alsnog heeft gedaan.

3 Verweerder stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Appellant is in het telefoongesprek waaraan hij refereert uitdrukkelijk geadviseerd om bezwaar te maken tegen het besluit van 14 december 2010. Dat op dat moment in het gesprek wellicht niet duidelijk is gemaakt hoe het voorschotbesluit en het besluit tot definitieve vaststelling van bedrijfstoeslag zich tot elkaar verhouden vormt geen reden voor een verschoonbare termijnoverschrijding.

4. Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de bezwaartermijn zes weken. Tussen partijen is niet in geschil dat appellant te laat bezwaar heeft gemaakt en ook het College gaat daarvan uit. Ingevolge artikel 6:11 Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift op grond daarvan achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Uit de door verweerder gemaakte telefoonnotitie blijkt dat appellant op 20 december 2010 het advies kreeg om bezwaar te maken tegen het besluit van 14 december 2010. Dat hem zou zijn gezegd dat hij een telefoontje kon afwachten voordat hij actie hoefde te ondernemen blijkt niet uit deze notitie. Het is aan klager om tegenover de gedocumenteerde ontkenning van verweerder aannemelijk te maken dat hij verkeerd is voorgelicht over het tijdstip waarop hij bezwaar moest maken. Hij is daarin niet geslaagd. Dit leidt tot de conclusie dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar geacht kan worden en verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenvergoeding ziet het College tot slot geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, raadsheer, in aanwezigheid van mr. C.M. Leliveld, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2013.

w.g. griffier w.g. voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op: