Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2013:BZ3241

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
24-01-2013
Datum publicatie
05-03-2013
Zaaknummer
AWB 12/546
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Weigering Nederlandse Zorgautoriteit om terug te komen van een tariefbeschikking die in rechte onaantastbaar is geworden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Vijfde enkelvoudige kamer

AWB 12/546 24 januari 2013

13950 Wet marktordening gezondheidszorg

Uitspraak in de zaak van:

Stichting De Jutters, te Den Haag, appellante,

gemachtigde: A. Mijnsbergen RA, directeur centrale bedrijfsvoering van appellante,

tegen

de Nederlandse Zorgautoriteit, verweerster,

gemachtigde: mr. I.A. van Houten, werkzaam bij verweerster.

1. Het procesverloop

Bij besluit van 22 mei 2012 heeft verweerster het bezwaar van appellante tegen de beslissing van 5 september 2011 waarbij het verzoek van appellante van 29 juni 2011 is afgewezen, ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft appellante bij brief, bij het College binnengekomen op 1 juni 2012, beroep ingesteld.

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend en de stukken overgelegd die op de zaak betrekking hebben.

Op 13 december 2012 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad, waarbij partijen bij monde van hun gemachtigden hun standpunten nader hebben toegelicht. Verder zijn A en B, werkzaam bij verweerster, ter zitting verschenen.

2. De beoordeling van het geschil

2.1 Bij brief van 29 juni 2011 heeft appellante verweerster verzocht om terug te komen van het eerder genomen besluit voor de nacalculatie van de aanvaardbare kosten 2008 vervat in de tariefbeschikking van verweerster van 20 januari 2010. Bij besluit van 5 september 2011 heeft verweerster dit verzoek afgewezen. Tegen dit besluit heeft appellante bezwaar gemaakt. Vervolgens heeft verweerster het bestreden besluit genomen.

2.2 Verweerster merkt in het bestreden besluit op, kort samengevat en voor zover hier van belang, dat sprake is van een verzoek om herziening van de nacalculatie 2008, terwijl de tariefbeschikking van 20 januari 2010 reeds formele rechtskracht heeft. Deze tariefbeschikking heeft verweerster genomen conform de gezamenlijke aanvraag van appellante en het zorgkantoor, met betrekking tot de nacalculatie van de aanvaardbare kosten (budget) van 2008. Daarmee zijn de aanvaardbare kosten van appellante voor 2008 definitief vastgesteld. Dit heeft plaatsgevonden conform de geldende beleidsregels. Het is volgens verweerster bovendien vaste gedragslijn dat een nieuw verzoek tot nacalculatie wordt afgewezen onder verwijzing naar de inmiddels reeds verstreken indieningstermijnen en de reeds definitief vastgestelde aanvaardbare kosten van het jaar waarop het verzoek betrekking heeft. Deze gedragslijn is volgens verweerster van belang voor haar en de gehele sector om te kunnen komen tot financiële afwikkeling van een boekjaar. Voormelde lijn is volgens verweerster door het College in zijn uitspraak van 28 mei 2009 (LJN: BI7948) geaccordeerd. Het indienen van een onjuist of onvolledig nacalculatieformulier ligt binnen de risicosfeer van de zorgaanbieder.

In haar verweerschrift heeft verweerster erop gewezen dat de omstandigheid dat het niet indienen van een tijdige en volledige aanvraag niet meer leidt tot de aanpassing van de nacalculatie 2008, verdisconteerd is in het beleid en in beginsel geen aanleiding vormt tot wijziging van het conform dat beleid genomen besluit. Verweerster handhaaft dan ook haar oordeel dat in de door appellante naar voren gebrachte argumenten geen bijzondere omstandigheid is gelegen die noopt tot afwijking van de toepasselijke beleidsregels.

2.3 Appellante voert in beroep aan dat door het foutief invullen van het nacalculatieformulier de aanvaardbare kosten in 2008 € 193.000,- te laag zijn vastgesteld. Appellante erkent dat zij zelf verantwoordelijk is voor de fout in de aanvraag nacalculatie 2008 waarop de tariefbeschikking van 20 januari 2010 van verweerster is gebaseerd. Het is naar de mening van appellante echter onrechtvaardig dat verweerster niet aan haar verzoek tot herziening van deze tariefbeschikking is tegemoetgekomen. Volgens haar heeft verweerster tijdens de hoorzitting in de bezwaarschriftprocedure aangegeven dat zij wel tot correctie zou zijn overgegaan, indien dit tot een verlaging van de aanvaardbare kosten zou hebben geleid. Verder voert appellante aan dat de consequenties van het te laat ontdekken van de fout in de aanvraag en daardoor ook het overschrijden van de termijn waarbinnen een gewijzigde aanvraag nacalculatie 2008 nog mogelijk was, voor haar zeer groot zijn, terwijl verweerster er met excuses van afkomt op het moment dat zij zich niet aan termijnen houdt.

2.4 Het College stelt vast dat appellante tegen de tariefbeschikking van 20 januari 2010 geen rechtsmiddelen heeft aangewend. Dit betekent dat deze tariefbeschikking waarin de definitieve nacalculatie 2008 is verwerkt in rechte onaantastbaar is geworden. Bij besluit van 5 september 2011 heeft verweerster geweigerd van deze tariefbeschikking terug te komen naar aanleiding van het daartoe strekkende verzoek van appellante van 29 juni 2011.

Zoals het College eerder – zie onder andere de uitspraken van 14 maart 2012, AWB 10/1360, LJN: BV9534 en 8 januari 2009, AWB 08/742, LJN: BH0992 – heeft overwogen, staat naar Nederlands bestuursrecht geen rechtsregel eraan in de weg dat een bestuursorgaan terugkomt van een door hem genomen besluit, dat naar nationaal recht definitief is geworden, zelfs niet indien geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden (nova). Indien het bestuursorgaan weigert van een definitief geworden besluit terug te komen, dient naar nationaal recht de bestuursrechter het oorspronkelijke besluit tot uitgangspunt te nemen en zich in beginsel te beperken tot de vraag of sprake is van nova en zo ja, of het bestuursorgaan daarin aanleiding had behoren te vinden van het oorspronkelijke besluit terug te komen. Daarbij ligt het op de weg van de indiener van het verzoek om nova naar voren te brengen.

Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting heeft appellante medio 2010 ontdekt dat zij bij de berekening van de kapitaallasten voor de aanvraag nacalculatie 2008 is uitgegaan van een onjuiste rentecalculatie. Bepaalde bestanddelen zijn namelijk bij het normatief werkkapitaal opgeteld in plaats van afgetrokken. Niet in geschil is dat appellante verantwoordelijk is voor deze onjuiste aanvraag en dat zij door het te laat ontdekken van de door haar gemaakte fout niet tijdig een rechtsmiddel tegen de tariefbeschikking van 20 januari 2010 heeft kunnen indienen. De kern van het betoog van appellante is dat verweerster deze fout – die naar appellante zelf heeft erkend, verweerster niet had kunnen onderkennen – alsnog zou moeten herstellen door gebruik te maken van haar bevoegdheid om terug te komen van een reeds genomen en in rechte onaantastbaar besluit. Het College is van oordeel dat de omstandigheid dat appellante er zelf later is achtergekomen dat zij een fout heeft gemaakt in haar aanvraag nacalculatie 2008 niet als een novum dan wel een bijzondere omstandigheid is aan te merken die een uitzondering rechtvaardigt op voormeld kader bij de rechtelijke toetsing. In hetgeen appellante verder heeft aangevoerd over het overschrijden van de termijn waarbinnen een gewijzigde aanvraag nacalculatie 2008 kon worden ingediend, ziet het College, mede gelet op de uitspraak van 28 mei 2009 (LJN: BI7948), geen aanleiding om te oordelen dat verweerster niet in redelijkheid tot het bestreden besluit had kunnen komen.

2.5 Gezien het voorgaande dient het College verweersters weigering om terug te komen van de tariefbeschikking van 20 januari 2010 te respecteren. Het beroep van appellante dient ongegrond te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. De beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gewezen door mr. H.A.B. van Dorst-Tatomir, in tegenwoordigheid van mr. B.S. Jansen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2013.

w.g. H.A.B. van Dorst-Tatomir w.g. B.S. Jansen