Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2013:310

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
31-12-2013
Datum publicatie
09-01-2014
Zaaknummer
AWB 11/183 ea
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

superheffing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 11/183, 11/184, 11/233, 12/107, 12/108 en 12/109

10500

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 december 2013 in de zaken tussen

[bedrijfsnaam 1] B.V., te [vestigingsplaats] (11/183 en 12/109),

[bedrijfsnaam 2] B.V., te [vestigingsplaats] (11/184 en 12/108),

[naam 1], te [woonplaats] (11/233),

[naam 2], te [woonplaats] (12/107), appellanten,

(gemachtigde: mr. A. Coppens),

en

het Productschap Zuivel, verweerder

(gemachtigden: mr. A.C.R. Geelen en L.J. Koers).

Procesverloop

Bij besluiten van respectievelijk 19 juli 2010, 8 september 2010 en 29 augustus 2011 heeft verweerder ingevolge de Regeling superheffing 2008 aan appellanten heffingen opgelegd wegens overschrijding van hun melkquota over de heffingsperioden 2009/2010 en/of 2010/2011 (de primaire besluiten).

Bij besluiten van 13 januari 2011, 24 januari 2011, 31 januari 2011 en 13 december 2011 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de bezwaren van appellanten ongegrond verklaard.

Appellanten hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

Verweerder heeft verweerschriften ingediend.

Appellanten hebben bij brief van 13 december 2013 een nadere toelichting gegeven op de beroepen.

Op 17 december 2013 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgevonden. Appellanten zijn, met kennisgeving, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1.

Appellanten hebben in deze procedures gelijkluidende beroepsgronden ingediend. Deze beroepsgronden zijn identiek aan de gronden die naar voren zijn gebracht in de procedures waarin het College op 21 december 2012 (ECLI:NL:CBB:2012:BZ1182) en op 6 november 2013 (ECLI:NL:CBB:2013:225) uitspraak heeft gedaan. Het College verwijst voor de beoordeling daarvan daarom naar die uitspraken en ziet geen reden om hierover thans anders te oordelen.

2.

Het College komt dan ook tot de conclusie dat de beroepen ongegrond moeten worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C. Stuldreher, in aanwezigheid van mr. C.M. Leliveld, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 december 2013.

w.g. S.C. Stuldreher w.g. C.M. Leliveld