Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2013:286

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
12-12-2013
Datum publicatie
23-12-2013
Zaaknummer
AWB 13/502
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Handelsregisterwet 2007

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 13/502

24300

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 december 2013 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[A], te [woonplaats], verzoeker,

en

de Kamer van Koophandel Oost Nederland, verweerster

(gemachtigde: mr. P.R.P. Huijgens).

Procesverloop

Bij besluit van 26 juni 2013 (het primaire besluit) heeft verweerster de door verzoeker gevraagde wijziging in het handelsregister afgewezen.

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2013.

Verzoeker is verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Ter zitting heeft de voorzieningenrechter het onderzoek geschorst en verzoeker in de gelegenheid gesteld zijn standpunt te onderbouwen.

Op 8 november 2013 heeft de voorzieningenrechter een brief van verzoeker ontvangen. Bij brief van 25 november 2013 heeft verweerster hierop gereageerd.

Met toestemming van partijen is een nadere zitting achterwege gebleven. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.

Ingevolge het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht kan, indien tegen een besluit bij het College beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Voor zover in deze uitspraak een oordeel wordt gegeven over de rechtmatigheid van het primaire besluit, is sprake van een voorlopig oordeel dat het College niet bindt in een eventuele bodemprocedure.

2.

Verzoeker heeft verweerster tot twee keer toe verzocht om wijziging van registratie in het handelsregister van de gemachtigde van de onderneming Lokogro B.V.

Verzoeker verzoekt om uitschrijving van F. Meerlo als gemachtigde van de onderneming, en om inschrijving van hemzelf als gemachtigde van de onderneming.

3.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerster zich terecht op het standpunt gesteld dat verzoeker niet afdoende aannemelijk gemaakt dat hij bevoegd is tot het doen van opgaven aan het handelsregister namens de onderneming. Verzoeker heeft immers geen stukken kunnen overleggen waaruit blijkt dat hij enig aandeelhouder dan wel bevoegd bestuurder is van Lokogro B.V. De door verzoeker overgelegde notulen bieden onvoldoende grondslag voor de conclusie dat verzoeker bevoegd is tot het doen van opgaven namens de onderneming.

4.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan ook af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.M. van den Berk, in aanwezigheid van

mr. P.M. Beishuizen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
12 december 2013.

w.g. J.A.M. van den Berk w.g. P.M. Beishuizen