Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2013:20

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
27-06-2013
Datum publicatie
04-07-2013
Zaaknummer
AWB 11/327
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Handelsregisterwet

Wetsverwijzingen
Handelsregisterwet 2007
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

Zaaknummer: 11/327

24300

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juni 2013 in de zaak tussen

[A] h.o.d.n. [B], te [woonplaats], appellant,

en

de Kamer van Koophandel Amsterdam, verweerster

(gemachtigde: mr. D.E. Galavazi).

Procesverloop

Bij besluit van 17 februari 2011 (het primaire besluit) heeft verweerster appellant een factuur gestuurd welke strekt tot betaling van de jaarlijkse bijdrage over het jaar 2011.

Bij besluit van 18 maart 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerster het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.

Appellant heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juni 2013.

Appellant is niet verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Overwegingen

1.

Sinds 29 november 2000 staat appellant ingeschreven in het handelsregister.

Op 17 februari 2011 heeft verweerster appellant een factuur gestuurd, met nummer 134145530, welke

strekt tot betaling van de jaarlijkse bijdrage voor het jaar 2011. Op 25 februari 2011 heeft appellant

deze bijdrage voldaan. Bij brief van 15 maart 2011 heeft appellant te kennen gegeven administratief

beroep in te stellen tegen deze factuur. Appellant heeft verweerder in deze brief verzocht de

beschikking in te trekken of te vernietigen, alsmede nadere informatie aan hem te verstrekken.

2.

Bij het bestreden besluit handhaaft verweerster haar standpunt ingenomen bij het primaire

besluit. De jaarlijkse bijdrage aan verweerster is verschuldigd op grond van artikel 41, eerste lid, Wet

op de kamers van koophandel 1997, artikel 49 Handelsregisterwet 2007, artikelen 54 en 55 van de Wet

op de bedrijfsorganisatie, de Regeling bijdragen en vergoedingen Kamers van Koophandel en het

Financieel besluit handelsregister.

3.

Appellant voert aan dat hij met zijn brief van 15 maart 2011 geen bezwaar heeft ingediend en dat verweerster dus ten onrechte een besluit op bezwaar heeft genomen. Appellant verzoekt het College om het bestreden besluit te vernietigen omdat er geen bezwaarschrift is ingediend.

4.

Naar het oordeel van het College heeft verweerster de brief van appellant van 15 maart 2011 terecht als een bezwaarschrift gericht tegen de factuur van 17 februari 2011 aangemerkt. Appellant geeft immers in die brief te kennen dat hij "administratief beroep [wil] instellen tegen beschikking met (…) nummer [134145530]. Voorts geeft appellant te kennen dat "de grond van [z]ijn beroep is dat [verweerster] geen beschikking hoort te nemen over een bijdrage. De onderbouwing van [z]ijn grond is dat als [B] een bijdrage verschuldigd zou zijn, dat zou kunnen voortkomen door de inschrijving. En door de inschrijving zouden er bepaalde verplichtingen kunnen zijn wegens consent aan bepaalde regels. Het zou niet zo moeten zijn dat [verweerster] daar een beschikking in neemt".

Naar aanleiding van deze brief heeft verweerster tevergeefs, zoals ter zitting is verklaard, meerdere malen op 16 en 17 maart 2011, geprobeerd telefonisch met appellant in contact te komen, om de precieze bedoelingen van appellant met betrekking tot het doel van zijn brief te kunnen achterhalen,

Bij gebreke aan nadere toelichting heeft verweerster het bestreden besluit genomen.

Het College is van oordeel dat gelet op de inhoud van de brief van appellant waarin hij aan het slot verweerster verzoekt "de beschikking in te trekken of te vernietigen" verweerster, terecht deze brief als bezwaarschrift heeft behandeld en vervolgens het bestreden besluit heeft genomen.

5.

Aangezien appellant voor het overige geen gronden heeft ingediend tegen het bestreden besluit, ziet het College geen aanleiding het bestreden besluit te vernietigen.

6.

Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.A.B. van Dorst-Tatomir, raadsheer, in aanwezigheid van
mr. P.M. Beishuizen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2013.

w.g. H.A.B. van Dorst-Tatomir w.g. P.M. Beishuizen