Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2012:BX4120

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
23-07-2012
Datum publicatie
09-08-2012
Zaaknummer
AWB 10/899
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Elektriciteitswet 1998 systeemdienstentarief

Begrippen net en installatie; meerdere rechtspersonen aangesloten op een stelsel van verbindingen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

AWB 10/899 23 juli 2012

18050 Elektriciteitswet 1998

Uitspraak in de zaak van:

Salinco V.o.f. (hierna: Salinco), te Hengelo, appellante,

gemachtigde: mr. M.R. het Lam, advocaat te Den Haag,

tegen

de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: NMa),

te Den Haag, verweerder,

gemachtigde: mr. F. Elskamp, werkzaam bij NMa,

aan welk geding tevens als derde-partij deelneemt:

TenneT TSO B.V. (hierna: TenneT), te Arnhem,

gemachtigde: mr. H.F.M. Rietveld, werkzaam bij TenneT.

1. Het procesverloop

Salinco heeft bij brief van 24 augustus 2010, bij het College binnengekomen op dezelfde datum, beroep ingesteld tegen een besluit van NMa van 15 juli 2010.

Bij dit besluit heeft NMa het bezwaar van Salinco tegen een besluit van 2 november 2009, waarbij NMa het verzoek van Salinco tot het opleggen van een bindende aanwijzing als bedoeld in artikel 5, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998 aan TenneT wegens overtreding van artikel 30 van die wet deels heeft toegewezen, ongegrond verklaard.

Bij brief van 22 september 2010 heeft Salinco haar beroep van gronden voorzien.

Bij brief van 22 september 2010 heeft NMa de op de zaak betrekking hebbende stuken toegezonden en het College en daarbij verzocht om ten aanzien van stuk 8, bestaande uit de delen B1 en B2, toepassing te geven aan artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Op 18 oktober 2010 is TenneT toegelaten als partij in de procedure.

Bij brief van 14 december 2010 heeft NMa een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 21 december 2010 is TenneT in de gelegenheid gesteld om schriftelijke opmerkingen in te dienen.

Bij brief van 5 januari 2012 heeft NMa het verweerschrift aangevuld.

Bij beslissing van 12 januari 2012 heeft het College de beperking van de kennisneming van deel B1 van stuk 8, houdende van Salinco afkomstige vertrouwelijk aan NMa verstrekte informatie, gerechtvaardigd geacht en van deel B2 van stuk 8 niet gerechtvaardigd geacht.

Bij brieven van 17 januari 2012 en 23 januari 2012 heeft NMa nadere stukken ingediend, waaronder een openbare versie van stuk 8, deel B2.

Bij brief van 23 januari 2012 heeft TenneT ermee ingestemd dat het College mede op grondslag van deel B1 van stuk 8 uitspraak doet op het beroep.

Op 17 februari 2012 vond het onderzoek ter zitting plaats, waarbij partijen bij monde van hun gemachtigden hun standpunten hebben toegelicht.

2. De grondslag van het geschil

2.1 In de Elektriciteitswet 1998 (hierna: E-Wet), was ten tijde en voor zover hier van belang het volgende bepaald:

"Artikel 1

1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

(…)

c. afnemer: een ieder die beschikt over een aansluiting op een net;

(…)

i. net: één of meer verbindingen voor het transport van elektriciteit en de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer;

(…)

Artikel 5

(…)

6. De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit kan bindende aanwijzingen geven in verband met de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet en de Verordening. Van de beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 15

(…)

2. Onze Minister kan op diens aanvraag aan degene aan wie een ander net dan het landelijk hoogspanningsnet toebehoort een ontheffing verlenen van het gebod, bedoeld in artikel 10, derde lid, voor zover het een net betreft waarop een beperkt aantal andere natuurlijke personen of rechtspersonen zijn aangesloten en:

a. het net bestemd is om de aanvrager te voorzien van elektriciteit dan wel om het centrale bedrijfsproces van de aanvrager te ondersteunen, of

b. het net bestemd is om een aantal samenwerkende natuurlijke personen of rechtspersonen te voorzien van elektriciteit en de samenwerking van deze personen een betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhygiënisch verantwoord functionerende energiehuishouding in hun vestigingen ten doel heeft, of

c. ten aanzien van het netkwaliteitseisen van toepassing zijn die in betekenende mate afwijken van de voorwaarden die de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit op grond van artikel 36 of 37 heeft vastgesteld, en

d. de aanvrager geen netbeheerder is en niet in een groepsmaatschappij met een netbeheerder verbonden is.

(…)

Artikel 30

1. Het tarief voor het verrichten van de systeemdiensten heeft betrekking op:

(…)

2. Het tarief, bedoeld in het eerste lid, wordt in rekening gebracht bij iedere afnemer die elektriciteit verbruikt en een aansluiting heeft op een net dat wordt beheerd door een netbeheerder.

(…)"

Artikel 4.3.1 van de Tarievencode Elektriciteit (hierna: TCE) luidt:

"Het systeemdienstentarief is verschuldigd door een aangeslotene die elektriciteit verbruikt en een aansluiting heeft op een net dat wordt beheerd door een netbeheerder. Onder het verbruik dient in dit verband te worden verstaan het totale verbruik, dus zowel de afname van elektrische energie van het net alsmede het verbruik dat wordt gedekt door het bij de aangeslotene opgestelde eigen elektriciteitsproductiemiddel, doch exclusief het bedrijfsverbruik van dit productiemiddel."

2.2 Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten voor het College komen vast te staan.

- Salinco produceert elektriciteit met een warmtekrachtinstallatie.

- Salinco is aangesloten op het net van TenneT. Tevens is Salinco verbonden met het stelsel van elektriciteitsverbindingen van Akzo Nobel Nederland B.V., waarvoor aan deze laatste een ontheffing onder artikel 15, tweede lid, E-wet is verleend.

- Via de elektriciteitsverbindingen van Akzo Nobel Nederland B.V. is Salinco verbonden met een aantal elektriciteitsverbruikende fabrieken van Akzo Nobel, te weten Akzo Nobel Industrial Chemicals B.V., Akzo Nobel Functional Chemicals B.V. en Akzo Nobel Nederland B.V. (hierna gezamenlijk: de Akzo-fabrieken). Salinco is tevens verbonden met CTH Vastgoed B.V. (hierna: CTH). De Akzo-fabrieken en CTH beschikken niet over een directe aansluiting met het net van TenneT of dat van een regionale netbeheerder.

- Salinco levert de door haar opgewekte elektriciteit enerzijds aan het door TenneT beheerde net en anderzijds aan de Akzo-fabrieken en CTH. De hoeveelheid elektriciteit die Salinco produceert is afgestemd op de behoefte van de Akzo-fabrieken en CTH.

- De Akzo-fabrieken vormen onderdeel van de Akzo Nobel N.V. CTH maakt geen deel uit van de Akzo Nobel N.V.

- De vennoten van Salinco zijn Akzo Nobel Energie Hengelo B.V. en IJsselmij Warmtekracht Hengelo B.V. (hierna: IJsselmij). De enig aandeelhouder van Akzo Nobel Energie Hengelo B.V. is Akzo Nobel Energy B.V. De enig aandeelhouder van Akzo Nobel Energy B.V. is Akzo Nobel Chemicals B.V. De aandelen van IJsselmij worden sinds 5 maart 2009 gehouden door Akzo Nobel Energy B.V. Akzo Nobel Chemicals B.V. en ontheffinghouder Akzo Nobel Nederland B.V. zijn volle dochters van Akzo Nobel N.V.

- Bij brief van 12 november 2008 heeft Salinco NMa verzocht om aan TenneT een bindende aanwijzing te geven als bedoeld in artikel 5, zesde lid, E-wet, wegens overtreding van de artikelen 30 E-wet en 4.3.1. TCE. Het verzoek strekte ertoe TenneT met de bindende aanwijzing op te dragen zich te onthouden van het in rekening brengen van systeemdienstentarieven bij Salinco.

- Salinco heeft op 27 februari 2009 bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing op haar verzoek.

- Bij besluit van 2 november 2009 heeft NMa het verzoek van Salinco deels toegewezen en deels afgewezen. Bepaald is dat TenneT zich dient te onthouden van het in rekening brengen van systeemdienstentarieven bij Salinco over het verbruik van de achterliggende fabrieken; doch uitsluitend over de periode van 1 januari 2008 tot 5 maart 2009.

- Bij brief van 5 januari 2010 heeft Salinco de gronden van haar bezwaar, dat inmiddels mede gericht was tegen het besluit van 2 november 2009, aangevuld.

- Op 18 maart 2010 is een hoorzitting gehouden, waar Salinco en TenneT hun zienswijze hebben toegelicht. Naar aanleiding van de hoorzitting heeft Salinco bij brief van 24 maart 2010 nadere stukken ingediend. TenneT is in de gelegenheid gesteld op deze stukken te reageren, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

- Vervolgens heeft NMa het bestreden besluit genomen.

3. Het bestreden besluit

Bij het bestreden besluit oordeelt NMa dat het bezwaar van Salinco ongegrond is, en wijst zij het verzoek van Salinco om een vergoeding van de proceskosten af. Hiertoe overweegt NMa als volgt:

"31. Naar het oordeel van de Raad biedt de E-wet de mogelijkheid om op één locatie een deel van een stelsel van verbindingen te beschouwen als een net, terwijl een ander deel van het stelsel van verbindingen kan worden beschouwd als een installatie, voor zover er op dat andere deel geen andere afnemer dan de eigenaar is aangesloten. De Raad baseert zich voor deze opvatting niet uitsluitend op de definitie en de uitleg van de begrippen ‘net’ en ‘installatie’, zoals opgenomen in paragraaf II onder het juridisch kader, maar vindt voor deze opvatting tevens steun in de volgende passages uit de wetsgeschiedenis: “(...) hangt een definitie van «installatie» samen met de definities van «net» en van «aansluiting». Daarbij zijn «net» en «installatie» complementair: waar het net ophoudt, begint de installatie. De aansluiting markeert de overgang van net naar installatie. Een installatie is zodoende het geheel van elektriciteitsleidingen en daaraan verbonden elektriciteitsverbruikende apparaten die niet tot het net behoren en die liggen voor de aansluiting op het net” en “Tot de installatie kan ook behoren de verbinding tussen een vestiging van een afnemer en het punt waarop de afnemer is voorzien van een aansluiting op het net. Dit betekent met andere woorden dat het net zich uitstrekt van de «poort» van een elektriciteitscentrale tot en met de meter of een elektriciteitverbruikende installatie van een afnemer. Voor de leidingen die tussen beide soorten aansluitingen liggen, moet een netbeheerder worden aangewezen, behoudens voor zover een ontheffing is verleend op grond van artikel 15”.

32. Als gevolg van het feit dat Salinco vanaf 5 maart 2009, vanwege de overdracht van de aandelen van één van de beherend vennoten, feitelijk een bedrijfsonderdeel is geworden van het Akzo-concern, is Salinco naar het oordeel van de Raad sinds genoemde datum niet langer aan te merken als een derde, andere afnemer. Daardoor is het specifieke deel van het stelsel van verbindingen achter de aansluiting van Salinco op het openbare net van TenneT, dat de aansluiting van Salinco verbindt met de Akzo-fabrieken, naar het oordeel van de Raad als installatie aan te merken.

33. Het deel van het stelsel van verbindingen dat de installatie van Salinco en de achterliggende Akzo-fabrieken verbindt met CTH, dient vanaf het punt van de aansluiting van deze installatie naar CTH te worden aangemerkt als een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder i, van de E-wet.

34. Nu het stelsel van verbindingen achter de aansluiting van Salinco op het openbare net van TenneT dat de aansluiting van Salinco verbindt met de Akzo-fabrieken, wordt aangemerkt als een installatie, komt de Raad niet toe aan een verdere inhoudelijke behandeling van de door Salinco aangevoerde bezwaren die betrekking hebben op de vraag of Salinco als afzonderlijke afnemer moet worden beschouwd. Op een installatie is, blijkens hetgeen omtrent de installatie is opgemerkt in de parlementaire geschiedenis, immers slechts één afnemer aangesloten, te weten de eigenaar.

35. Op grond van artikel 30, tweede lid, van de E-wet wordt het tarief voor het verrichten van systeemdiensten in rekening gebracht bij iedere afnemer die elektriciteit verbruikt en een aansluiting heeft op een net dat wordt beheerd door een netbeheerder.

36. Ook na heroverweging is de Raad, gelet op hetgeen is overwogen onder randnummer 32, van oordeel dat TenneT sinds 5 maart 2009 gerechtigd is om bij Salinco systeemdienstentarieven in rekening te brengen over het totale verbruik van Salinco en de achterliggende fabrieken van Akzo, verminderd met de comptabel vastgestelde omvang van het toelaatbaar bedrijfsverbruik van de productie-installatie van Salinco, nu er sprake is van één afnemer die over de aansluiting op het net van TenneT beschikt en die zowel elektriciteit produceert als verbruikt.

Conclusie

37. Uit het vorenoverwogene volgt dat Salinco terecht bezwaar heeft aangetekend tegen de kwalificatie ‘installatie’ van het gehele stelsel van verbindingen achter de aansluiting van Salinco in het betreden besluit. Dat leidt echter niet tot de slotsom dat het bestreden besluit na heroverweging dient te worden herroepen. Het bezwaar is dan ook ongegrond. Het verzoek van Salinco om een vergoeding van de proceskosten komt niet voor toewijzing in aanmerking. (…)"

Ter zitting heeft NMa subsidiair nog het volgende aangevoerd. Wanneer het College oordeelt dat het gehele stelsel van verbindingen achter de aansluiting van Salinco moet worden beschouwd als een net, zijn Salinco en de Akzo-fabrieken, als eigenaar/beheerder respectievelijk te onderscheiden eindgebruiker op een particulier net, ieder voor zich, op dezelfde gronden als aangevoerd in de zaken AWB 10/898 en AWB 10/900, het systeemdienstentarief verschuldigd, waarbij het tarief van Salinco dient te worden verminderd met het toelaatbare bedrijfsverbruik van de productie-installatie van Salinco overeenkomstig artikel 4.3.1 TCE. In genoemde zaken had NMa zich op het standpunt gesteld dat ook een afnemer die elektriciteit verbruikt en via een particulier net is verbonden met een net dat wordt beheerd door een netbeheerder, een aansluiting heeft op een net dat wordt beheerd door een netbeheerder in de zin van artikel 30, tweede lid, E-wet, en dat uit dien hoofde aan die afnemer het systeemdienstentarief in rekening kan worden gebracht.

4. Het standpunt van Salinco

Salinco betoogt dat NMa in haar besluit ten onrechte tot het oordeel komt dat zij, vanaf 5 maart 2009, tezamen met de Akzo-fabrieken één afnemer met één installatie vormt die is aangesloten op het net van TenneT. Uit artikel 30, tweede lid, E-wet volgt dat het tarief voor systeemdiensten bij ‘iedere afnemer’ in rekening wordt gebracht. Het in artikel 30, tweede lid, E-wet gebruikte begrip afnemer is gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, E-wet, als een ieder die beschikt over een aansluiting op een net. Met de in dit laatste artikel gebruikte term ‘een ieder’ wordt blijkens de wetsgeschiedenis (TK 2003-2004, 29372, nr. 3, p. 10; nr. 9, p. 34 en nr. 10, p. 62) tot uitdrukking gebracht dat ook een personenvennootschap, zoals een vennootschap onder firma (V.o.f.) een afnemer in de zin van de E-wet kan zijn. Salinco beschikt over een aansluiting op het net van TenneT. Tevens beschikt Salinco over een aansluiting op het particuliere net van Akzo Nobel Nederland B.V., waarvoor een ontheffing onder artikel 15, tweede lid, E-wet is verleend. Daarnaast zijn ook de Akzo-fabrieken en de elektriciteitsverbruikende installaties van CTH aangesloten op het particuliere net van Akzo Nobel Nederland B.V. Ook deze rechtspersonen beschikken derhalve over aansluitingen op het particuliere net van Akzo Nobel Nederland B.V., en zijn ieder voor zich van Salinco te onderscheiden afnemers in de zin van de E-wet. Dit vindt bevestiging in de wetsgeschiedenis (TK 2003-2004, 29372, nr. 10, p. 62), waaruit volgt dat onder het begrip afnemer moet worden verstaan de kleinste zelfstandig in het rechtsverkeer handelende (juridische) entiteit. Salinco merkt daarbij op dat voor de kwalificatie als afnemer niet van belang is of een rechtspersoon of vennootschap onderdeel uitmaakt van een concern of een groep in de zin van artikel 24b van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Ook rechtspersonen en vennootschappen die onderdeel uitmaken van een groep blijven juridisch gezien te onderscheiden juridische entiteiten die ieder voor zich als groepsmaatschappij gerechtigd zijn in het rechtsverkeer zelfstandig op te treden en, voor de toepassing van de E-wet, afnemer zijn.

Uit de tekst van artikel 15, tweede lid, E-wet en de daarop gegeven toelichting in de wetsgeschiedenis volgt dat sprake is van een (particulier) net, indien op een stelsel van verbindingen bestemd voor transport van elektriciteit naast de eigenaar ook andere natuurlijke personen en rechtspersonen zijn aangesloten. De in artikel 15, tweede lid, aanhef, E-wet gebruikte term 'rechtspersonen' moet blijkens de jurisprudentie van het College worden uitgelegd in overeenstemming met de betekenis die aan die term wordt gegeven in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Het stelsel van verbindingen tussen de productie-installatie van Salinco en de Akzo-fabrieken is eigendom van Akzo Nobel Nederland B.V. De Akzo-fabrieken omvatten de elektriciteitsverbruikende installaties van Akzo Nobel Industrial Chemicals B.V. en Akzo Nobel Functional Chemicals B.V. Deze beide rechtspersonen moeten worden onderscheiden van Akzo Nobel Nederland B.V., zodat het aan Akzo Nobel Nederland B.V. toebehorende stelsel van verbindingen op grond van artikel 15, tweede lid, E-wet moet worden aangemerkt als een net in de zin van de E-wet. Dit wordt tevens bevestigd in de aan Akzo Nobel Nederland B.V. verleende ontheffing ex artikel 15, tweede lid, E-wet, die betrekking heeft op het gehele aan Akzo Nobel Nederland B.V. toebehorende stelsel van verbindingen gelegen op de locatie Hengelo en dus ook op het deel van de verbindingen dat ligt tussen de productie-installatie van Salinco en de elektriciteitsverbruikende installaties van Akzo Nobel Industrial Chemicals B.V. en Akzo Nobel Functional Chemicals B.V. Dat een stelsel van verbindingen voor transport van elektriciteit ook geldt als een net in de zin van de E-wet als dit net de verbinding vormt tussen de productie-installatie en elektriciteitsverbruikende installaties van bedrijven die onderdeel uitmaken van hetzelfde concern, blijkt ook uit de wetsgeschiedenis van artikel 15 E-wet. NMa maakt in zijn besluit dan ook ten onrechte een onderscheid tussen specifieke delen van dit stelsel van verbinding tussen Salinco en CTH, die worden aangemerkt als net en de delen tussen Salinco en de Akzo-fabrieken die worden aangemerkt als installatie. Daar komt nog bij dat dit onderscheid een onwerkbaar criterium oplevert. Elektriciteit volgt de weg van de minste weerstand, en het valt op voorhand niet te bepalen welke route elektriciteit aflegt vanaf de aansluiting van Salinco op het net van TenneT naar de aansluiting van CTH. Daardoor is niet te bepalen wat de door NMa bedoelde specifieke delen van het stelsel van verbindingen zijn die worden gebruikt voor elektriciteitstransport vanaf de aansluiting van Salinco op het net van TenneT naar de aansluiting van CTH. Van een aanwijsbaar specifiek deel van het stelsel van verbindingen dat alleen wordt gebruikt voor elektriciteitstransport naar de Akzo-fabrieken is geen sprake. Hieruit volgt eens te meer dat NMa een onjuiste betekenis toekent aan het begrip net als bedoeld in artikel 15, tweede lid, E-wet. Als gevolg van de onjuiste constatering dat Salinco tezamen met Akzo Nobel Nederland B.V. en de Akzo-fabrieken moet worden aangemerkt als één afnemer met één installatie heeft NMa derhalve ten onrechte geoordeeld dat Salinco vanaf 5 maart 2009, op grond van artikel 30, tweede lid, E-wet, het tarief voor systeemdiensten aan TenneT verschuldigd is over het totale elektriciteitsverbruik achter de aansluiting van Salinco (behoudens het toelaatbare bedrijfsverbruik van Salinco en het verbruik van CTH).

5. Het standpunt van TenneT

TenneT heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid een schriftelijke uiteenzetting over de zaak te geven. Ter zitting heeft TenneT haar standpunt, waarmee zij zich achter het standpunt van NMa schaart, toegelicht.

6. De beoordeling van het geschil

6.1 De vraag die het College moet beantwoorden is of Salinco vanaf 5 maart 2009, samen met de Akzo-fabrieken, één afnemer met één installatie in de zin van de E-wet vormt, zodat NMa de aan TenneT opgelegde bindende aanwijzing met de verplichting geen systeemdienstentarief aan Salinco op te leggen over het verbruik van de achterliggende fabrieken terecht heeft beperkt tot de periode voorafgaand aan genoemde datum. Het College beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.

6.2 Artikel 1, eerste lid, aanhef en onderdeel i, van de E-wet definieert net als één of meer verbindingen voor het transport van elektriciteit en de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer. Volgens de Memorie van Toelichting bij de E-wet (TK 1997-1998, 25621, nr. 3, p. 22) moet het begrip installatie ruim worden opgevat en omvat het aan de productiezijde de elektriciteitscentrale als geheel en aan de afnemerszijde alles wat – doorgaans achter de elektriciteitsmeter – in een woning of vestiging elektriciteit verbruikt. Daarbij wordt verder nog opgemerkt dat elektriciteitsverbindingen waarop slechts de eigenaar zelf is aangesloten, voor de toepassing van de regels voor het netbeheer worden aangemerkt als installatie. Indien vervolgens een derde op deze elektriciteitsverbinding wordt aangesloten, dan wordt dit stelsel van verbindingen aangemerkt als een net, in welk geval de eigenaar van dat net een ontheffing ex artikel 15, tweede lid, E-wet moet aanvragen dan wel een netbeheerder moet aanwijzen.

6.3 Dat betekent dat, waar meerdere onderscheiden rechtspersonen en/of vennootschappen als producent of afnemer zijn aangesloten op een stelsel van verbindingen, dit stelsel van verbindingen moet worden beschouwd als een net in de zin van de E-wet. Naar het oordeel van het College is dit niet anders wanneer deze rechtspersonen en/of vennootschappen deel uitmaken van één en dezelfde groep van ondernemingen en eigendomsverknochtheid kennen. Het stelsel van verbindingen dat eigendom is van Akzo Nobel Nederland B.V. en dat de verbinding vormt tussen Salinco als producent en onderscheiden vennootschap enerzijds en de Akzo-fabrieken als afnemers en onderscheiden rechtspersonen anderzijds, moet derhalve worden beschouwd als een net in de zin van de E-wet. De verwerving van de volledige zeggenschap in de beherende vennoten van Salinco door Akzo Nobel Energy B.V. op 5 maart 2009 heeft er derhalve niet toe geleid dat Salinco vanaf dat moment tezamen met de Akzo-fabrieken moet worden beschouwd als één afnemer, die gebruikmaakt van één installatie.

6.4 Hetgeen NMa subsidiair heeft aangevoerd valt buiten de omvang van het geding, zoals dat door het besluit op bezwaar wordt afgebakend. Het College gaat daaraan dan ook voorbij.

6.5 Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit geen stand kan houden. NMa heeft de bindende aanwijzing aan TenneT om geen systeemdienstentarief over het verbruik van de achterliggende fabrieken in rekening te brengen aan Salinco ten onrechte beperkt tot de periode voorafgaand aan 5 maart 2009. Er was geen grondslag om aan de bindende aanwijzing een beperking in de tijd te verbinden. Het College zal derhalve het primaire besluit van 2 november 2009 herroepen in zoverre dat de aanvraag geheel wordt toegewezen en de beperking van de bindende aanwijzing in de tijd vervalt.

6.7 Het College acht termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 Awb. Op voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1748,-- op basis van twee punten voor het indienen van een bezwaarschrift en het verschijnen ter hoorzitting en twee punten voor het indienen van een beroepsschrift en het verschijnen ter zitting, tegen een waarde van

€ 437,-- per punt voor een zaak van gemiddeld gewicht.

Het door Salinco betaalde griffierecht ad € 298,-- dient aan haar te worden vergoed.

7. De beslissing

Het College:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- herroept het primaire besluit in zoverre dat de aanvraag geheel wordt toegewezen en de beperking van de bindende

aanwijzing in de tijd vervalt;

- veroordeelt NMa in de proceskosten van Salinco tot een bedrag van € 1748,-- (zegge: duizend zevenhonderdachtenveertig

euro);

- bepaalt dat het door Salinco betaalde griffierecht ten bedrage van € 298,-- (zegge: tweehonderdachtennegentig euro) aan

haar wordt vergoed.

Aldus gewezen door mr. W.E. Doolaard, mr. H.O. Kerkmeester en mr. H.S.J. Albers, in tegenwoordigheid van mr. I.C. Hof als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2012.

w.g. W.E. Doolaard w.g. I.C. Hof