Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2011:BU8511

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
15-11-2011
Datum publicatie
19-12-2011
Zaaknummer
AWB 10/1079
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

Tegemoetkoming ex art. 86

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

AWB 10/1079 15 november 2011

11249 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

Tegemoetkoming ex art. 86

Uitspraak in de zaak van:

A, te B, appellant,

gemachtigde: J.J.G van der Voort, werkzaam bij V&H Accountancy,

tegen

de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, voorheen de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder,

gemachtigde: mr. R. Duisterhof, werkzaam bij verweerder.

1. Het procesverloop

Bij besluit van 2 maart 2010 heeft verweerder appellant, vanwege het doden van de geiten van appellant, op grond van artikel 86 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (hierna: Gwd) een tegemoetkoming in de schade toegekend.

Bij besluit van 20 september 2010 heeft verweerder het hiertegen gerichte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 11 oktober 2010, bij het College binnengekomen op 12 oktober 2010, beroep ingesteld.

Bij brief van 22 december 2010 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Op 8 september 2011 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad, waarbij partijen bij genoemde gemachtigden zijn verschenen. Voor verweerder is voorts verschenen E.I. van der Velde, fiscaal deskundige.

2. De beoordeling van het geschil

2.1 In de Gwd is - voor zover van belang - het volgende bepaald:

" Artikel 15

(…)

2. Een besmettelijke dierziekte kan worden aangewezen, indien:

a. de ziekte zich snel kan uitbreiden, ernstige schade kan berokkenen aan de betrokken diersoort en niet of niet volledig kan worden voorkomen of bestreden met normale bedrijfsmiddelen;

(…)

c. de ziekte naar het oordeel van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een ernstig gevaar voor de volksgezondheid oplevert.

Artikel 21

1. Onze Minister besluit zo spoedig mogelijk tot het nemen van de door hem nodig geachte maatregelen tot bestrijding van een besmettelijke dierziekte.

Artikel 22

1. De in artikel 21 bedoelde maatregelen kunnen zijn:

f. het doden van zieke en verdachte dieren.

Artikel 86

1. Uit het Diergezondheidsfonds wordt aan de eigenaar een tegemoetkoming in de schade uitgekeerd, indien:

a. dieren krachtens het bepaalde in artikel 22, eerste lid, onderdeel f, worden gedood.

Artikel 87

Alvorens dieren op grond van artikel 22, eerste lid, onderdeel f, worden gedood (...), wordt de waarde daarvan vastgesteld."

Ingevolge artikel 2, aanhef en onder c, van het Besluit verdachte dieren besluit verweerder dieren als verdacht aan te merken, indien hij redenen heeft om aan te nemen dat de dieren in de gelegenheid zijn geweest om te worden besmet, en de diersoort voor de betreffende besmettelijke dierziekte vatbaar is.

Ingevolge artikel 2, aanhef en onder ac, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s is Q-koorts als besmettelijke dierziekte als bedoeld in artikel 15 van de Gwd aangewezen.

2.2 Verweerder heeft bij de toekenning van de tegemoetkoming in de schade 6% BTW in mindering gebracht. Appellant is het hier niet mee eens en voert daartoe aan dat hij over de ontvangen schadevergoeding nog BTW moet afdragen aan de belastingdienst. Ter zitting heeft appellant dit nader toegelicht door te stellen dat appellant met verweerder, met de ondertekening van het taxatierapport, een overeenkomst heeft gesloten. Verweerder kan hier niet eenzijdig op terugkomen door 6% BTW van de toegekende schadevergoeding af te trekken.

2.3 Het College is van oordeel dat verweerder terecht en op goede gronden bij de toekenning van de tegemoetkoming in de schade 6% BTW in mindering heeft gebracht. Daartoe overweegt het College als volgt.

2.3.1 Anders dan appellant heeft betoogd draagt het taxatierapport niet het karakter van een overeenkomst. Het dient uitsluitend als uitgangspunt voor verweerder om op grond van artikel 86 Gwd de schadevergoeding vast te kunnen stellen.

2.3.2 Het College heeft, in een soortgelijke situatie, in zijn uitspraak van 5 juli 2011 (LJN BR0621) geoordeeld dat vast staat dat de waarden in de door het Landbouw Economisch Instituut in opdracht van verweerder opgestelde waardetabel, die wordt gebruikt door de taxateurs bij de taxatie van de waarde van de te doden dieren, zijn vermeld inclusief 6% BTW. Hieruit volgt dat appellant 6% minder schade heeft geleden dan de geitenhouder op wie de Landbouwregeling van toepassing is, aangezien deze laatste vanwege de Landbouwregeling bij de verkoop van geiten niet gehouden is omzetbelasting aan de belastingdienst af te dragen.

Verweerder heeft in zijn verweerschrift en ter zitting gemotiveerd uiteen gezet dat toegekende schadevergoeding geen vergoedingen vormen voor een prestatie, zodat over die vergoeding geen 6% omzetbelasting hoeft te worden afgedragen aan de belastingdienst. Appellant heeft dit standpunt niet gemotiveerd weersproken.

2.4 Gelet op het vorengaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

2.5 Voor een proceskostenveroordeling ziet het College geen aanleiding.

3. De beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gewezen door mr. E.R. Eggeraat, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Beishuizen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 15 november 2011.

w.g. E.R. Eggeraat w.g. P.M. Beishuizen