Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2011:BU8362

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
30-11-2011
Datum publicatie
16-12-2011
Zaaknummer
AWB 11/479
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Winkeltijdenwet, Aanwijzingsbesluit zondagopenstelling, belanghebbende begrip, verkeersoverlast

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

AWB 11/479 30 november 2011

12500 Winkeltijdenwet

Proces-verbaal van mondelinge uitspraak ingevolge artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in de zaak van:

A en B, te C, appellanten,

tegen

burgemeester en wethouders van Bernisse, verweerders,

gemachtigden: mr. H.E. Jansen en B. Dekens, werkzaam bij verweerders.

Zitting hebben: mr. S.C. Stuldreher, mr. H.S.J. Albers en mr. N.A. Schimmel,

mr. J. van Santvoort, waarnemend griffier.

Ter zitting zijn verweerders bij voornoemde gemachtigden verschenen. Appellanten zijn, met bericht van afwezigheid, niet verschenen.

Op 26 april 2011 hebben verweerders het Aanwijzingsbesluit zon- en feestdagen winkeltijdenontheffing Bernisse 2011, Dorpsgebied Heenvliet en Geervliet (hierna: het Aanwijzingsbesluit), vastgesteld. Tegen het ontwerp van dit besluit hebben appellanten een zienswijze naar voren gebracht. Bij brief van 29 april 2011 hebben verweerders appellanten in kennis gesteld van het Aanwijzingsbesluit en gereageerd op hun zienswijze. Het Aanwijzingsbesluit is op 3 mei 2011 gepubliceerd.

Tegen het Aanwijzingsbesluit hebben appellanten bij brief van 14 juni 2011, bij het College binnengekomen op 15 juni 2011, beroep ingesteld.

Na het onderzoek ter zitting te hebben gesloten, heeft het College aan partijen meegedeeld dat op 30 november 2011 mondeling uitspraak zal worden gedaan.

Beslissing: het College verklaart het beroep ongegrond.

Gronden:

- Partijen verschillen van mening of appellanten belanghebbenden bij het bestreden besluit zijn in de zin van artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor het College is komen vast te staan dat de woning van appellanten is gelegen in de directe nabijheid van het filiaal van Albert Heijn, gevestigd aan de Toldam 5 te Heenvliet. Het College acht derhalve aannemelijk dat appellanten in hun onmiddellijke leefomgeving gevolgen van de verruimde openingstijden van deze supermarkt kunnen ondervinden. Appellanten zijn dan ook belanghebbenden bij het bestreden besluit.

- In hetgeen appellanten hebben aangevoerd ziet het College geen grond voor het oordeel dat verweerders niet in redelijkheid tot het bestreden besluit hebben kunnen komen. Het College neemt hierbij het volgende in aanmerking.

Verweerders hebben met Albert Heijn (mondeling) de afspraak gemaakt dat vorengenoemd filiaal niet op zondag zal worden bevoorraad. In dit licht bezien is niet aannemelijk dat op zondag sprake zal zijn van een verhoogde verkeersintensiteit door vrachtverkeer, die tot ontoelaatbare overlast zal leiden. De enkele stelling van appellanten dat de zondagopenstelling van de winkel van Albert Heijn extra verkeersbewegingen door bezoekers van deze winkel teweeg zal brengen is onvoldoende om aan te nemen dat daardoor de woon- en leefsituatie in de omgeving van de winkel ontoelaatbaar nadelig wordt beïnvloed.

Voorts bestaat geen grond voor de stelling dat het Aanwijzingsbesluit slechts is vastgesteld met het oog op het gebruik daarvan door Albert Heijn. Uit de stukken blijkt dat de ondernemersverenging Bernisse ook belangstelling heeft getoond voor zondagsopeningen, zodat niet valt uit te sluiten dat ook andere winkels op zondag geopend zullen zijn.

Tot slot is van belang dat verweerders aanvankelijk voornemens waren om ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Verordening winkeltijden Bernisse het maximale aantal van twaalf zondagen vast te stellen, maar dat dit aantal in de loop van de besluitvorming eerst is teruggebracht tot negen en uiteindelijk bij het Aanwijzingsbesluit tot vijf. Gelet op al het vorenstaande hebben verweerders geen blijk gegeven van een onjuiste dan wel een onredelijke belangenafweging.

- Het College ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 Awb.

w.g. S.C. Stuldreher w.g. J. van Santvoort