Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2011:BR5539

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
03-08-2011
Datum publicatie
23-08-2011
Zaaknummer
AWB 10/676 AWB 10/804 AWB 10/805
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

niet-ontvankelijk beroep; ontheffing Winkeltijdenwet; geen belanghebbende; geen zienswijze tegen voornemen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

AWB 10/676, 10/804 en 10/805 3 augustus 2011

12500 Winkeltijdenwet

Uitspraak in de zaken van:

A, te B, en anderen, appellanten,

tegen

burgemeester en wethouders van Lansingerland, verweerders,

gemachtigde: R. Kazem, gemeenteambtenaar.

Aan welk gedingen tevens als partij deelnemen:

1. De Meidoorn Supermarkten B.V., te Bleiswijk (AWB 10/676),

2. C h.o.d.n. C1000 C, te Bergschenhoek, (AWB 10/804),

3. D Supermarkten V.O.F., te Berkel en Rodenrijs (AWB 10/805),

gemachtigde: mr. S.M. van der Meulen, werkzaam bij Stichting Vakcentrum Bedrijfsadvies.

1. De procedure

Appellanten hebben bij brief, bij het College binnengekomen op 8 juli 2010, beroep ingesteld tegen drie besluiten van verweerders van 1 juni 2010.

Bij deze besluiten hebben verweerders ontheffing verleend van het verbod in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Winkeltijdenwet voor het op zon- en feestdagen openstellen van de C1000 vestigingen in respectievelijk de kernen Bleiswijk, Berkel en Rodenrijs, en Bergschenhoek.

Verweerders hebben verweer gevoerd.

Bij brief van 27 september 2010 hebben appellanten de gronden van de beroepen aangevuld.

Op 11 mei 2011 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad, waarbij van de zijde van appellanten zijn verschenen A en E, de gemachtigde van verweerders, en D namens D Supermarkten V.O.F.

2. De beoordeling van het geschil

2.1 Artikel 8:1, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een belanghebbende beroep kan instellen tegen een besluit. In artikel 1:2 Awb is bepaald dat degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken belanghebbende is.

A heeft de beroepen ingesteld onder toezending van een aantal lijsten waarop een groot aantal namen, adressen en handtekeningen is geplaatst. Ter zitting heeft het College vastgesteld dat het merendeel van de ondertekenaars, onder wie A, op grote afstand van ieder van de drie supermarkten woont. Of degenen die dichterbij wonen in hun onmiddellijke leefomgeving gevolgen kunnen ondervinden van de verruimde openingstijden kon het College niet vaststellen.

Onder deze omstandigheden valt te betwijfelen of zich onder de appellanten personen bevinden van wie de belangen rechtstreeks bij de bestreden besluiten zijn betrokken. Voor zover het College heeft kunnen vaststellen is dit hooguit ten aanzien van een enkeling het geval. Het College zal op deze vraag evenwel niet verder ingaan, omdat de beroepen, ook als er onder de appellanten belanghebbenden zijn, niet ontvankelijk zijn.

2.2 Artikel 6:13 Awb bepaalt dat geen beroep kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijze als bedoeld in artikel 3:15 Awb naar voren heeft gebracht. Verweerders hebben bij de voorbereiding van de bestreden besluiten de uniforme openbare voorbereidingsprocedure gevolgd, zoals geregeld in afdeling 3.4 Awb. In overeenstemming met artikel 3:12, eerste lid, uit deze afdeling hebben verweerders voorafgaand aan de terinzagelegging van de ontwerp-besluiten kennis gegeven van het voornemen tot het verlenen van de ontheffingen in de rubriek 'Gemeentenieuws Lansingerland' van het huis-aan-huisblad 'De Heraut', die in de drie kernen wordt verspreid. Het betoog van appellanten dat bijna niemand deze kennisgeving heeft gelezen, doet er niet aan af dat verweerders aldus op een geschikte wijze kennis hebben gegeven van de ontwerpen. Geen van de appellanten heeft over het ontwerp-besluit zienswijzen naar voren gebracht, hetgeen naar het oordeel van het College hen redelijkerwijs kan worden verweten. Gelet hierop dienen de beroepen ingevolge artikel 6:13 Awb niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.3 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. De beslissing

Het College verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door mr. C.M. Wolters, mr. S.C. Stuldreher en mr. B. Hessel, in tegenwoordigheid van mr. M.B.L. van der Weele als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2011.

w.g. C.M. Wolters w.g. M.B.L. van der Weele