Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2010:BO4065

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
04-11-2010
Datum publicatie
16-11-2010
Zaaknummer
AWB 10/974
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening; Winkeltijdenwet; ontheffing; avondwinkel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Voorzieningenrechter

AWB 10/974 4 november 2010

12500 Winkeltijdenwet

Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak van:

A, te B verzoeker,

gemachtigde: mr. J.P. Groen, advocaat te Hoorn,

tegen

burgemeester en wethouders van Hoorn (hierna: burgemeester en wethouders),

verweerders,

gemachtigde: N.J.J. Rood, ambtenaar van de gemeente Hoorn.

1. De procedure

Bij besluit van 18 augustus 2010 hebben burgemeester en wethouders geweigerd aan verzoeker, exploitant van C aan de D te B, ontheffing te verlenen van de verboden van artikel 2, eerste lid, van de Winkeltijdenwet.

Bij brief van 10 september 2010 heeft verzoeker tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

Bij brief van 17 september 2010, bij het College binnengekomen op dezelfde datum, heeft verzoeker de voorzieningenrechter van het College verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij brief van 7 oktober 2010 hebben verweerders een reactie ingediend op het verzoek om voorlopige voorziening en hebben zij de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken behandeld ter zitting van 21 oktober 2010 waar appellant, bijgestaan door zijn gemachtigde, en de gemachtigde van verweerders, bijgestaan door mr. S.D. Wagenaar, ambtenaar van de gemeente Hoorn, hun standpunten hebben toegelicht.

2. De grondslag van het geschil

2.1 In de Winkeltijdenwet is, voor zover hier van belang, het volgende bepaald:

" Artikel 2

1. Het is verboden een winkel voor het publiek geopend te hebben:

a. op zondag;

b. op Nieuwjaarsdag, op Goede Vrijdag na 19 uur, op tweede Paasdag, op Hemelvaartsdag, op tweede Pinksterdag, op 24 december na 19 uur, op eerste en tweede Kerstdag en op 4 mei na 19 uur;

c. op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur.

(…)

Artikel 3

(…)

4. Voorts kan de gemeenteraad bij verordening aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid verlenen op een daartoe strekkende aanvraag en met inachtneming van de in die verordening gestelde regels ontheffing te verlenen van de in artikel 2, eerste lid, onder a en b, vervatte verboden, voor zover het winkels betreft die gesloten zijn op de in die verboden bedoelde dagen tussen 0 uur en 16 uur, en waar uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren plegen te worden verkocht met uitzondering van sterke drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet. (…)

Artikel 7

1. De gemeenteraad kan bij verordening vrijstelling verlenen van de in artikel 2 vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op werkdagen.

2. De gemeenteraad kan bij verordening aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid verlenen om, met inachtneming van de in die verordening te stellen regels, vrijstelling en op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing van de in het eerste lid bedoelde verboden te verlenen.

3. (…) "

De Winkeltijdenverordening Gemeente Hoorn 1996 luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

" Artikel 6 Openstelling van avondwinkels op zon- en feestdagen

1. Het college van burgemeester en wethouders kan op aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 2, eerste lid, onder a en b van de wet vervatte verboden ten behoeve van winkels, die gesloten zijn op de in die verboden bedoelde zon- en feestdagen tussen 0 en 16.00 uur.

2. (…)

3. (…)

4. De ontheffing kan worden geweigerd indien de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de openstelling van de winkel.

(…)

Artikel 9 Openstelling op werkdagen tussen 22.00 en 06.00 uur en op Goede Vrijdag

1. Het college van burgemeester en wethouders kan op aanvraag ontheffing verlenen van de verboden van artikel 2 van de wet, voor zover deze betrekking hebben op werkdagen.

2. De ontheffing kan worden geweigerd indien de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de openstelling van de winkel.

3. (…) "

2.2 Bij de beoordeling van de verzoeken om voorlopige voorziening gaat de voorzieningenrechter uit van de volgende feiten en omstandigheden.

- Bij besluit van 5 april 2006 hebben verweerders aan E, de vorige exploitant van C, ontheffing verleend voor de duur van een half jaar. Daarna hebben verweerders niet opnieuw ontheffing verleend.

- Bij brief van 4 februari 2010 heeft verzoeker verzocht om een vestigingsvergunning voor de avondwinkel. Verweerders hebben dit verzoek opgevat als een verzoek om ontheffing van de drie verboden van artikel 2, eerste lid, Winkeltijdenwet, ten behoeve van de openstelling buiten de reguliere openingstijden.

- Bij het bestreden besluit van 18 augustus 2010 hebben verweerders het verzoek afgewezen.

3. De standpunten van partijen

Verzoeker heeft naar voren gebracht dat hij voor zijn inkomsten afhankelijk is van de openstelling van zijn winkel in de avonduren tussen 22.00 en 0.00 uur. Verzoeker heeft betoogd dat verweerders op geen enkele manier aannemelijk hebben gemaakt dat sprake zou zijn van overlast of - zo deze er al zou zijn - dat door de openstelling van zijn winkel daaraan zou worden bijgedragen.

Verweerders hebben aangevoerd dat de nabije omgeving van de winkel wordt getypeerd als een probleemlocatie met openbare orde problemen, zoals openlijk drugsgebruik, intimidatie van bezoekers, geluidoverlast en parkeeroverlast. De mogelijkheid van het opnieuw ontstaan van hinder door overlast veroorzakende groepen in de directe omgeving van de winkel wordt beoordeeld als een reëel risico. Door onder meer de politie is geconstateerd dat ook daadwerkelijk sprake is van overlast van jongeren die zich bij de winkel ophouden. Verweerders hebben erop gewezen dat een in 2006 aan de vorige exploitant voor een half jaar verleende vergunning niet is verlengd.

4. De beoordeling van het geschil

4.1 Ingevolge artikel 19, eerste lid, Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, in samenhang gelezen met artikel 8:81 Algemene wet bestuursrecht kan, indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van het College een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

4.2 Ervan uitgaande dat verweerders de brief van 4 februari 2010 op goede gronden hebben opgevat als een verzoek om ontheffing, weegt de voorzieningenrechter de betrokken belangen als volgt af.

4.3 Verweerders hebben de ontheffing geweigerd om redenen van openbare orde. Op grond van de door verweerders overgelegde beleidsstukken is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk dat zich geregeld problemen voordoen in de directe omgeving van de winkel en dat openstelling van de winkel enige bijdrage levert aan de problemen.

Tegenover het belang van verweerders om problemen in de openbare orde tegen te gaan, staat het financiële belang van verzoeker doordat hij door de weigering van een ontheffing geen omzet kan genereren in de periode van 22.00 tot 0.00 uur. Vastgesteld moet echter worden dat verzoeker er bewust voor heeft gekozen om de winkel te gaan exploiteren zonder dat op dat moment voor de gewenste uitbreiding van de openingstijden een ontheffing gold.

Hetgeen verzoeker wenst, namelijk openstelling van zijn winkel in de uren van 22.00 tot 0.00 uur, kan alleen worden bereikt door een verstrekkende voorlopige voorziening te treffen. In het licht van de door verweerders gesignaleerde problemen met de openbare orde, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van verzoeker niet dermate zwaarwegend is dat een zodanige verstrekkende voorlopige voorziening moet worden getroffen dat verzoeker in de periode van 22.00 tot 0.00 uur geopend mag zijn.

4.4 Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen reden.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Aldus gewezen door mr. R.F.B. van Zutphen, in tegenwoordigheid van mr. M.B.L. van der Weele als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 4 november 2010.

w.g. R.F.B. van Zutphen w.g. M.B.L. van der Weele