Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2010:BN4328

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
17-08-2010
Datum publicatie
18-08-2010
Zaaknummer
AWB 10/515
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Boswet; herplantplicht

Mededeling over een op grond van artikel 3, eerste lid, van de Boswet ontstane verplichting tot herbeplanting is niet aan te merken als een besluit waartegen beroep kan worden ingesteld bij het College.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

(eerste enkelvoudige kamer)

AWB 10/515 17 augustus 2010

11010 Boswet

Herplantplicht

Uitspraak in de zaak van:

Recreatieschap Hitlandbos, te Nieuwerkerk aan den IJssel, appellant,

gemachtigde: mr. J.P. de Man, advocaat te Rotterdam,

tegen

de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder,

gemachtigde: mr. T. Sarkol, werkzaam bij verweerders Dienst Regelingen.

1. Het procesverloop

Bij brief van 17 februari 2010 heeft verweerder aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (hierna: NAM) mededeling gedaan van een velling van een houtopstand die niet op grond van artikel 2 van de Boswet is gemeld, alsmede van de door die velling ontstane verplichting tot herbeplanting als bedoeld in artikel 3 van de Boswet.

Op 26 februari 2010 heeft NAM op deze brief van verweerder gereageerd, welke brief op 17 maart 2010 door verweerder is beantwoord.

Vervolgens heeft NAM op 9 april 2010 gereageerd op de brief van verweerder van 17 maart 2010.

Op 17 mei 2010 heeft verweerder naar aanleiding van de brief van NAM van 9 april 2010 medegedeeld dat NAM hem ervan heeft overtuigd dat de meldings- en herplantplicht op de betreffende velling niet van toepassing is en dat om die reden de zaak weer wordt afgesloten.

Tegen deze mededeling heeft appellant bij brief van 31 mei 2010, bij het College binnengekomen op dezelfde dag, beroep ingesteld.

Op 8 juni 2010 heeft appellant de gronden van het beroep aangevuld.

Bij brief van 8 juli 2010 heeft verweerder een verweerschrift ingediend en de op de zaak betrekking hebbende stukken toegezonden.

Op 21 juli 2010 heeft appellant een nader stuk ingediend.

2. De beoordeling van het geschil

2.1 Ingevolge artikel 8 van de Boswet kan een belanghebbende tegen op grond van afdeling II van die wet genomen besluit beroep instellen bij het College.

Artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat degene aan wie het recht is toegekend tegen een besluit beroep in te stellen, alvorens beroep in te stellen tegen dat besluit bezwaar dient te maken.

Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder een besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

2.2 Het beroep van appellant richt zich tegen een brief van verweerder van 17 mei 2010. In deze brief heeft verweerder het door NAM aangevoerde bezwaar tegen de mededeling bij brief van 17 februari 2010 dat NAM geen melding heeft gemaakt van de velling van een houtopstand, zodat daardoor op grond van artikel 3 van de Boswet een verplichting tot herbeplanting is ontstaan, gehonoreerd en aan NAM bericht dat de zaak zal worden gesloten.

2.3 Naar het oordeel van appellant dient de mededeling van 17 februari 2010 te worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb, waartegen bezwaar en beroep openstaat.

2.4 De verplichting tot herbeplanting, waarop in der hiervoor onder 2.2 bedoelde mededeling wordt gewezen, vloeit rechtstreeks voort uit artikel 3, eerste lid, van de Boswet. Naar vaste jurisprudentie van het College is een mededeling hieromtrent niet aan te merken als een besluit waartegen beroep kan worden ingesteld bij het College. Daaraan doet niet af dat een dergelijke mededeling steunt op een oordeel van verweerder omtrent het al dan niet van toepassing zijn van bepalingen van de Boswet.

2.5 Gelet op het voorgaande acht het College het beroep van appellant kennelijk niet ontvankelijk. Voortzetting van het onderzoek is derhalve niet nodig. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Met toepassing van artikel 19 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie in samenhang met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht leidt dit tot de volgende uitspraak.

3. De beslissing

Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door mr. R.F.B. van Zutphen, in tegenwoordigheid van mr. O.C. Bos als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 17 augustus 2010.

w.g. R.F.B. van Zutphen w.g. O.C. Bos

Verzonden op:

Een belanghebbende kan tegen deze uitspraak ingevolge artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de dag van verzending gemotiveerd verzet doen bij het College, door middel van een ondertekend verzetschrift.