Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2009:BI7153

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
15-05-2009
Datum publicatie
09-06-2009
Zaaknummer
AWB 07/79 AWB 07/80 AWB 07/81
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Elektriciteitswet 1998

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 7:12
Elektriciteitswet 1998 27
Elektriciteitswet 1998 28
Elektriciteitswet 1998 41c
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

AWB 07/79, 07/80 en 07/81 15 mei 2009

18050 Elektriciteitswet 1998

Uitspraak in de zaken van:

Vereniging van Particuliere Windturbine Exploitanten (PAWEX), te Bunnik, appellante in alle zaken,

gemachtigde: mr. M.R. het Lam, advocaat te Den Haag,

tegen

de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, verweerder,

gemachtigde: mr. W.T. Algera, werkzaam bij verweerder,

waaraan voorts als partijen deelnemen:

in zaaknummer AWB 07/79: Enexis B.V. (voorheen: Essent Netwerk B.V.), te Rosmalen (hierna: Essent),

gemachtigde: mr. B.M. Winters, advocaat te Amsterdam,

in zaaknummer AWB 07/80: Delta Netwerkbedrijf B.V., te Middelburg (hierna Delta),

gemachtigden: mr. H.J. Koster en ir. J.W. de Groot, beiden werkzaam bij Delta,

in zaaknummer AWB 07/81: Liander N.V. (voorheen: N.V. Continuon Netbeheer), te Arnhem (hierna: Continuon),

gemachtigde: mr. B.M. Winters, advocaat te Amsterdam.

1. De procedure

Appellante heeft bij brieven van 30 januari 2007, bij het College binnengekomen op dezelfde datum, beroep ingesteld tegen besluiten van verweerder van 12 december 2006 (bekend gemaakt op 21 december 2006) en 21 december 2006.

Bij deze besluiten heeft verweerder beslist op de bezwaren van appellante tegen de besluiten van verweerder van 5 december 2005, genomen op grond van artikel 41c Elektriciteitswet 1998, tot vaststelling van de maximum nettarieven voor elektriciteit van Essent (AWB 07/79), Delta (AWB 07/80) respectievelijk Continuon (AWB 07/81) voor het jaar 2006.

Bij brieven van 5 februari 2007 heeft het College Essent, Delta respectievelijk Continuon in de gelegenheid gesteld als partij aan het op hen betrekking hebbende geding deel te nemen.

Bij brieven van 6 februari 2007 heeft appellante de gronden van haar beroepen aangevuld.

Op 13 februari 2007, 15 februari 2007 en 16 februari 2007 hebben respectievelijk Delta, Essent en Continuon bericht als partij te willen deelnemen. Zij hebben geen schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Op 16 maart 2007 heeft verweerder de op de zaken betrekking hebbende stukken bij het College ingediend. Verweerder heeft daarbij ten aanzien van een aantal nader aangeduide stukken verzocht om beperking van de kennisneming als bedoeld in artikel 8:29 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Bij brief van 20 juni 2007 heeft verweerder een aantal van deze stukken alsnog als openbaar stuk overgelegd. Op 26 juli 2007 heeft het College bepaald dat de gevraagde beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is, voor zover verweerder haar mededeling heeft gehandhaafd. Bij brieven van 2 augustus 2007 heeft appellante laten weten er niet mee in te stemmen dat het College uitspraak doet mede op grondslag van de stukken waarop voornoemd verzoek betrekking heeft.

Bij brieven van 20 maart 2007 heeft verweerder verweerschriften ingediend.

Bij brief van 15 januari 2009 heeft verweerder nadere stukken ingediend.

De zaken zijn gevoegd behandeld ter zitting van 26 januari 2009, waarbij appellante, verweerder, Essent en Continuon hun standpunten hebben doen toelichten.

2. De grondslag van het geschil

2.1 De volgende bepalingen uit de Elektriciteitswet 1998 (hierna: de Wet), zoals deze golden ten tijde hier in geding, zijn hier van belang:

" Artikel 16

1. De netbeheerder heeft in het kader van het beheer van de netten in het voor hem krachtens artikel 36 of 37 vastgestelde gebied tot taak:

(…)

e. op de grondslag van artikel 23 derden te voorzien van een aansluiting op de netten (…)

Artikel 23

1. De netbeheerder is verplicht degene die daarom verzoekt te voorzien van een aansluiting op het door hem beheerde net tegen een tarief en tegen andere voorwaarden die in overeenstemming zijn met de paragrafen 5 en 6 van dit hoofdstuk. De netbeheerder verstrekt degene die om een aansluiting op het net verzoekt een gedetailleerde en volledige opgave van de uit te voeren werkzaamheden en de te berekenen kosten van de handelingen, onderscheiden in artikel 28, eerste lid.

(…)

§ 5. Tariefstructuren en voorwaarden

(…)

Artikel 28

1. Het tarief waarvoor afnemers zullen worden aangesloten op een net heeft uitsluitend betrekking op:

a. het verbreken van het net van de desbetreffende netbeheerder om een fysieke verbinding van de installatie van een afnemer met dat net tot stand te brengen,

b. het installeren van voorzieningen om het net van de desbetreffende netbeheerder te beveiligen en beveiligd te houden en

c. het tot stand brengen en in stand houden van een verbinding tussen de plaats waar het net verbroken is en de voorzieningen om het net te beveiligen.

2. Het tarief, bedoeld in het eerste lid, wordt in rekening gebracht bij iedere afnemer die door een netbeheerder wordt aangesloten op een net dat wordt beheerd door een netbeheerder.

3. De tarieven voor de aansluiting van de afnemers die producent zijn, zijn objectief, transparant en niet-discriminatoir, waarbij rekening wordt gehouden met de kosten en baten van de onderscheiden technieken met betrekking tot duurzame energiebronnen, decentrale productie en warmtekrachtkoppeling.

(…)

§ 6 Tarieven en boekhouding van de netbeheerder

Artikel 40

De tarieven voor de diensten ter uitvoering van de taken, genoemd in artikel 16, eerste lid, worden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 41 tot en met 41d.

(…)

Artikel 41b

1. Iedere netbeheerder zendt jaarlijks voor 1 oktober aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit een voorstel voor de tarieven die deze netbeheerder ten hoogste zal berekenen voor de uitvoering van de taken genoemd in artikel 16, eerste lid, met inachtneming van:

a. het uitgangspunt dat de kosten worden toegerekend aan de tariefdragers betreffende de diensten die deze kosten veroorzaken,

b. de tariefstructuren vastgesteld op grond van artikel 36 en 37,

(…)

Artikel 41c

1. De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit stelt de tarieven, die kunnen verschillen voor de verschillende netbeheerders en voor onderscheiden tariefdragers, jaarlijks vast.

(…)"

Bij besluit van 30 september 1999 (Stcrt. 4 oktober 1999, nr. 190, p.7; nadien gewijzigd) heeft verweerder op grond van artikel 36 van de Wet de tariefstructuren (TarievenCode) vastgesteld. In de TarievenCode was, ten tijde van belang, onder meer het volgende bepaald:

" 1.2 Definities

(…)

1.2.5

In deze regeling worden de volgende definities voor netvlakken gehanteerd:

- EHS (extra hoogspanning) 380 /220 kV

- HS (hoogspanning) 150 / 110 kV

- TS (tussenspanning) 50 / 25 kV

- MS (middenspanning) 1 – 20 kV

- LS (laagspanning) 0,4 kV

(…)

2.2. Kosten gedekt door het aansluittarief

2.2.1

Het aansluittarief dient ter bestrijding van de kosten die de netbeheerder in verband met de onder 2.1.2 genoemde werkzaamheden maakt, en voor zover deze geen deel uitmaken van de transportkosten. Deze kosten zijn te onderscheiden in:

a. initiële investeringskosten;

b. kosten voor het in stand houden van de aansluiting.

2.2.2

Met betrekking tot de in 2.2.1 sub a genoemde kosten geldt dat slechts de kosten van rechtstreeks met de totstandbrenging van de aansluiting gemoeide investeringen in aanmerking worden genomen, waarbij de netbeheerder voor de standaardaansluitingen, zoals aangegeven in de tabel in 2.3.3.C en nader omschreven in bijlage A bij deze TarievenCode, uitgaat van gemiddelden.

2.3 De tariefstructuur van de aansluitdienst

2.3.1.

Het aansluittarief bestaat uit ten hoogste drie tariefdragers:

a. een eenmalige bijdrage op basis van de initiële investeringskosten. Hieronder wordt verstaan de specifiek voor de desbetreffende nieuwe aansluiting gedane investering, voor zover deze investering geen betrekking heeft op herbruikbare activa;

b. indien er sprake is van herbruikbare activa: een periodieke vergoeding ter dekking van de kapitaallasten van deze activa in Euro’s per maand of een andere tijdsperiode;

c. een periodieke vergoeding in Euro’s per maand ter dekking van de kosten voor het in stand houden van de aansluiting.

2.3.2.A

Het eenmalige aansluittarief bestaat uit een bedrag dat is opgebouwd uit een vast bedrag voor de verbreking van het net van de desbetreffende netbeheerder om een fysieke verbinding van de installatie van een afnemer met dat net tot stand te brengen (de knip), een vast bedrag voor het installeren van voorzieningen om het net van de desbetreffende netbeheerder te beveiligen en beveiligd te houden (de beveiliging) en een vast bedrag voor het tot stand brengen van een verbinding met een maximale kabellengte van 25 meter

tussen de plaats waar het net verbroken is en de voorzieningen om het net te beveiligen (de verbinding), aangevuld met een bedrag per meter voor elke meter meer dan die 25 meter.

2.3.2.B

De periodieke vergoeding voor aansluitingen met een aansluitcapaciteit kleiner dan 3 MVA bestaat uit een bedrag ter dekking van de kosten van het instandhouden van de aansluiting en voor elke meter meer dan de maximale kabellengte van 25 meter tussen de plaats waar het net verbroken is en de voorzieningen om het net te beveiligen (de verbinding). De periodieke vergoeding voor aansluitingen met een aansluitcapaciteit groter dan of gelijk aan 3 MVA bestaat uit een bedrag ter dekking van de kosten van het instandhouden van de aansluiting, aangevuld met een bedrag per meter ter dekking van de kosten van het instandhouden voor elke meter meer dan die 25 meter.

2.3.3.

Met inachtneming van de tabel genoemd in 2.3.3.C wordt het aansluittarief bepaald door de aansluitcapaciteit die de aangeslotene wenst. Het is de netbeheerder toegestaan om voor zijn gebied afwijkende grenzen vast te stellen. Deze afwijkende grenzen liggen ter inzage bij de netbeheerder en worden, ook bij wijzigingen ervan, schriftelijk gemeld bij de Raad van Bestuur van de mededingingsautoriteit.

(…)

2.3.3.C

Tabel

Gewenste Nominale Tarief voor de Tarief voor het Tarief voor de

aansluitcapaciteit aansluitspanning verbreking in het net installeren van de verbinding tussen

(knip) beveiligingsvoorziening de verbreking in het

(beveiliging) net en de

beveiligingsvoorziening (verbinding)

Kabellengte Tarief per meter,

tot max. 25 voor afstanden

meter > 25 meter

t/m 1*6A

(geschakeld net) 0.4 kV

t/m 3*25A 0.4 kV

>3*25A en

t/m 3*35A 0.4 kV

>3*35A en

t/m 3*50A 0.4 kV

>3*50A en

t/m 3*63A 0.4 kV

>3*63A en

t/m 3*80A 0.4 kV

>3*80A en t/m 60

kVA af LS-net 0.4 kV

60 kVA en t/m 0,3

MVA af sec. zijde

LS- transf. 0,4 kV

>0,3 MVA en

t/m 3,0 MVA MS

>3,0 MVA en

t/m 100 MVA TS

>100 MVA HS en EHS

"

2.2 Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaken de volgende feiten en omstandigheden voor het College komen vast te staan.

- Bij besluiten van 5 december 2005 heeft verweerder op grond van artikel 41c van de Wet de maximum nettarieven voor elektriciteit van Essent, Delta en Continuon voor het jaar 2006 vastgesteld volgens de als bijlage bij de respectievelijke besluiten gevoegde tarievenbladen.

- Bij brieven van 12 januari 2006 heeft appellante bezwaar gemaakt tegen deze besluiten.

- Op 24 april 2006 heeft een hoorzitting plaatsgevonden

- Vervolgens heeft verweerder de bestreden besluiten genomen.

3. De bestreden besluiten

Bij de bestreden besluiten heeft verweerder de bezwaren van appellante ongegrond verklaard. Verweerder heeft hiertoe, samengevat weergegeven, het volgende overwogen.

Uit artikel 28 van de Wet, gelezen in samenhang met artikel 2.3.2A van de TarievenCode, blijkt dat het eenmalige aansluittarief is opgebouwd uit de tariefcomponenten knip, beveiliging en verbinding. Anders dan appellante meent, gaat het bepaalde in artikel 2.3.3.C van de TarievenCode niet zover dat de redelijkheid van iedere afzonderlijke tariefcomponent zou moeten worden vastgesteld. Het vastgestelde aansluittarief wordt geacht kostengeoriënteerd te zijn en biedt dekking voor de tariefcomponenten knip, beveiliging en verbinding.

In de zaken AWB 07/79 en AWB 07/80 heeft verweerder voorts overwogen dat hij het standpunt van appellante onderschrijft dat de opzet en structuur van de TarievenCode het niet toelaten dat voor aansluitcapaciteit binnen het netvlak MS afzonderlijke tariefcategorieën worden onderscheiden. Verweerder kan appellante niet volgen in haar stelling dat dit in de onderhavige zaken ook zou zijn gebeurd. Weliswaar wordt in het tarievenblad binnen het netvlak MS een onderscheid gemaakt tussen de tariefcategorie "Afnemers MS-transport" en de tariefcategorie "Afnemers MS-distributie", maar dit betreft geen onderverdeling die ziet op het aansluittarief. Door middel van genoemde aanduiding op het tarievenblad wordt aan afnemers een indicatie gegeven voor de indeling in transportcategorieën die bij volledige benutting van de aansluitcapaciteit van toepassing zou zijn. Tevens wordt daarmee een aanduiding gegeven van de plaats van het netaansluitpunt in het netvlak. Dit staat volledig los van de hoogte van het aansluittarief. Dit wordt immers conform het bepaalde in de artikelen 2.3.3 en 2.3.3.C van de TarievenCode uitsluitend bepaald door de door de afnemer gewenste aansluitcategorie. De tarievenbladen van Essent en Delta zijn in overeenstemming met het voorgaande; per aansluitwaarde (MVA of MW) is een separaat periodiek aansluittarief vastgesteld. Hetzelfde geldt voor hetgeen appellante heeft opgemerkt ten aanzien van de tariefcategorie "Afnemers Trafo HS + TS/MS (>2MW t/m 10 MW)".

4. Het standpunt van appellante

Appellante heeft, samengevat weergegeven, het volgende aangevoerd.

Uit de tekst van artikel 2.3.3.C van de TarievenCode volgt dat in het voor de netbeheerder geldende tarievenblad een afzonderlijk tarief moet worden opgenomen voor de knip, de beveiliging en de verbinding. De wetsgeschiedenis van deze bepaling bevestigt deze uitleg. Omwille van de transparantie ten behoeve van afnemers is in de TarievenCode een tabel opgenomen op grond waarvan voor iedere afzonderlijke component, zijnde knip, beveiliging en verbinding, een uitgesplitst tarief moet worden vastgesteld. Nu de door verweerder vastgestelde tarieven niet voorzien in (overeenkomstig artikel 2.3.2A juncto artikel 2.3.3C TarievenCode vastgestelde) aparte tarieven voor de tariefcomponenten knip, beveiliging en verbinding, voldoen de door verweerder vastgestelde aansluittarieven niet aan de TarievenCode. De besluiten kunnen dan ook wegens strijd met artikel 41b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet niet worden gehandhaafd.

In de tarievenbladen in de zaken AWB 07/79 (Essent) en AWB 07/80 (Delta) worden ten aanzien van de periodieke aansluitvergoedingen binnen het netvlak MS de tariefcategorieën "MS-transport" en "MS-distributie" gehanteerd. Verweerder erkent dat het bij gebreke van een wettelijke grondslag niet is toegestaan binnen het netvlak MS voor wat betreft de aansluittarieven een nader onderscheid in tariefcategorieën te maken. Nu het op grond van de Wet niet is toegestaan voor de aansluittarieven binnen een netvlak nadere tariefcategorieën te onderscheiden, dienen deze aanduidingen in het tarievenblad te vervallen. Verweerder wijst er op dat de aanduidingen er toe strekken de plaats van het netaansluitpunt te bepalen. Het besluit is evenwel (uitsluitend) gebaseerd op artikel 41c, eerste lid van de Wet. Dit artikel geeft verweerder geen grondslag in het tarievenblad de plaats van het netaansluitpunt nader te bepalen. Voorgaande geldt eveneens voor de aanduiding "Afnemers Trafo HS + TS/MS (> 2 MVA t/m 10 MVA)".

5. De standpunten van Essent, Delta en Continuon

Essent, Delta en Continuon hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid een schriftelijke uiteenzetting over de zaak te geven. Ter zitting hebben Essent en Continuon zich aangesloten bij het standpunt van verweerder.

Ter zitting hebben Essent en Continuon het volgende naar voren gebracht.

Artikel 27 en 28 van de Wet spreken over één aansluittarief en niet over meerdere tarieven afzonderlijk. Het is niet de bedoeling geweest aparte tarieven vast te stellen voor het aanbrengen van de knip, verbinding en beveiliging. Er is dan ook geen tariefregulering voor die afzonderlijke activiteiten. Bovendien heeft appellante er geen belang bij de hoogte van de verschillende tariefcomponenten voor knip, verbinding en beveiliging te kennen. Met de door de verweerder uitgevoerde toets op doelmatigheid en kostengeoriënteerdheid van het tarief is de redelijkheid van het tarief gegeven. Noch uit de Wet noch uit de TarievenCode kan een recht worden afgeleid om ook de hoogte van het tarief voor de verschillende componenten te kennen. Voor een aansluiting groter dan 1 MVA zou appellante er wel belang bij kunnen hebben de tariefopbouw te kennen. Voor die gevallen dient de netbeheerder echter op grond van artikel 2.3.3.A van de TarievenCode een aansluittarief vast te stellen dat gebaseerd is op voorcalculatorische projectkosten. Dat betekent dat men niet in staat is aparte tarieven te melden voor knip, verbinding en beveiliging. De gevraagde transparantie kan voor dergelijke aansluitingen dan ook niet worden gegeven.

Anders dan appellante stelt worden er geen aparte periodieke aansluitvergoedingen in rekening gebracht binnen het netvlak MS. Wel wordt de periodieke aansluitvergoeding gedifferentieerd naar aansluitcapaciteit van de aansluiting. Hiertegen verzet de TarievenCode zich niet; deze bevoegdheid kan worden afgeleid uit het feit dat de periodieke aansluitvergoeding volgens artikel 2.3.2.B van de TarievenCode afhankelijk is van de aansluitcapaciteit van de aansluiting. Er worden geen verschillende periodieke aansluitvergoedingen in rekening gebracht voor aansluitingen met dezelfde aansluitcapaciteit die op MS-distributienetten, MS-transportnetten of MS-installaties in een onderstation zijn aangesloten.

6. De beoordeling van het geschil

6.1 Verweerder heeft zich in zijn verweerschrift op het standpunt gesteld dat de beroepen niet ontvankelijk moeten worden verklaard, omdat appellante geen procesbelang heeft bij de door haar ingestelde beroepen, nu de gronden zich uitsluitend richten tegen de redactie van de tarievenbladen en niet tegen de hoogte van de vastgestelde tarieven.

Het College deelt dit standpunt van verweerder niet. Vaststaat dat de belangen van appellante - als behartiger van de belangen van haar op het net van de betreffende netbeheerder aangesloten leden (de afnemers) - rechtstreeks betrokken zijn bij de door haar bestreden tariefbesluiten. De aard van de tegen die besluiten ingebrachte bezwaren maakt niet dat haar belang bij een uitspraak over de rechtmatigheid daarvan zou zijn vervallen. Ook overigens heeft verweerder geen omstandigheden aangedragen die tot die slotsom zouden moeten voeren.

6.2 In haar eerste beroepsgrond voert appellante aan dat in het voor de netbeheerder geldende tarievenblad een afzonderlijk tarief moet worden opgenomen voor de knip, de beveiliging en de verbinding. Uit het verhandelde ter zitting blijkt dat deze beroepsgrond ziet op de eenmalige aansluitvergoeding.

Uit artikel 27 juncto 41c van de Wet volgt dat er een tarief moet worden vastgesteld waarvoor afnemers worden aangesloten op een net. Artikel 28 van de Wet bepaalt dat dit tarief uitsluitend betrekking heeft op de in dit artikel genoemde werkzaamheden die moeten plaatsvinden in het kader van een aansluiting op het net. In de TarievenCode is vervolgens onder meer de tariefstructuur voor het tarief voor deze werkzaamheden neergelegd. Zo is in artikel 2.3.3 juncto artikel 2.3.3.C op inzichtelijke wijze vastgelegd dat de knip, beveiliging en verbinding de elementen zijn op grond waarvan het tarief ter bestrijding van de initiële investeringskosten (het eenmalige aansluittarief) wordt berekend. Uit genoemde bepalingen vloeit evenwel niet voort dat deze elementen in het als bijlage bij het tarievenbesluit gevoegde tarievenblad afzonderlijk dienen te worden weergegeven. Wel brengt het vereiste van transparantie van tarieven met zich mee dat het tarievenbesluit op een zodanige wijze wordt gemotiveerd dat inzichtelijk wordt uit welke elementen en de daarbij behorende bedragen het (eenmalige aansluit)tarief is opgebouwd. In de voorliggende zaken is dit niet gebeurd, terwijl dit gebrek in de bestreden besluiten evenmin is hersteld. De bestreden besluiten voldoen in zoverre niet aan de vereisten van artikel 7:12 Awb en komen daarom voor vernietiging in aanmerking.

6.3 In de zaken AWB 07/79 en AWB 07/80 wordt voorts het volgende overwogen.

Niet in geschil is dat op grond van de Wet de elementen en de wijze van berekening van de (aansluit)tarieven uitputtend moeten worden geregeld in de TarievenCode. Volgens appellante volgt hieruit dat, nu in de TarievenCode gelet op de tabel van artikel 2.3.3.C, niet is voorzien in de mogelijkheid van het maken van onderscheid binnen de periodieke aansluitvergoeding, ten onrechte in het tarievenbesluit bij dit tarief onderscheid wordt gemaakt tussen "MS-distributie", "MS-transport" en "Afnemers Trafo HS + TS/MS".

Naar het oordeel van het College verzet noch de Wet noch artikel 2.3.3.C van de TarievenCode zich tegen het maken van onderscheid binnen de periodieke aansluitvergoeding. Artikel 28 van de Wet bepaalt alleen op welke werkzaamheden het aansluittarief betrekking heeft. In de TarievenCode wordt vervolgens in artikel 2.2.1 uiteengezet dat het aansluittarief ziet op kosten die de netbeheerder in verband met die werkzaamheden moet maken en voorts dat die kosten zijn te splitsen in: initiële investeringskosten (hierna: de eenmalige aansluitkosten) en kosten voor het in stand houden van de aansluiting (hierna: periodieke aansluitkosten). De periodieke aansluitvergoeding waarop de onderhavige beroepsgrond ziet, betreft het tarief dat in rekening wordt gebracht voor die periodieke aansluitkosten. In artikel 2.2.2 van de TarievenCode wordt bepaald dat met betrekking tot de eenmalige aansluitkosten de netbeheerder moet uitgaan van de gemiddelde kosten voor de standaardaansluitingen zoals aangegeven in de tabel van artikel 2.3.3.C. Met betrekking tot de periodieke aansluitkosten kent de TarievenCode een dergelijk bepaling niet, noch wordt anderszins een verwijzing naar de tabel van artikel 2.3.3.C gemaakt. Dit betekent dat deze tabel niet van toepassing is op de periodieke aansluitvergoeding. Dit kan overigens ook worden afgeleid uit de tabel, nu daarin de kosten voor de instandhouding niet als element van de berekening van het tarief waarop de tabel ziet, zijn opgenomen. Bovendien laat de bepaling die specifiek betrekking heeft op de periodieke aansluitvergoeding - artikel 2.3.2.B van de TarievenCode - de mogelijkheid open voor een differentiatie naar aansluitcapaciteit binnen de periodieke aansluitvergoeding.

De tweede beroepsgrond in de zaken AWB 07/79 en AWB 07/80 faalt derhalve.

6.4 De beroepen zullen gegrond worden verklaard. Verweerder zal opnieuw op de bezwaren dienen te beslissen, met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

6.5 Het College ziet aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:75 Awb te veroordelen in de proceskosten van appellante. Nu het samenhangende zaken betreft, worden deze zaken voor de toepassing van het tarief voor de kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand beschouwd als één zaak. Deze kosten worden met inachtneming van het voorgaande op de voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht (beroepschrift 1 punt, bijwonen zitting 1 punt, wegingsfactor 1,5 voor een zware zaak, bij een waarde van € 322,-- per punt) berekend op € 966,--.

7. De beslissing

Het College

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de bestreden besluiten voor zover deze de eenmalige aansluitvergoedingen betreffen;

- draagt verweerder op opnieuw op de bezwaren te beslissen met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 966,-- (zegge: negenhonderdzesenzestig

euro) en wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die dit bedrag aan appellante dient te vergoeden;

- bepaalt dat de Staat der Nederlanden aan appellante in elke zaak het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van

€ 281,-- (zegge: tweehonderdeenentachtig euro) vergoedt.

Aldus gewezen door mr. C.M. Wolters, mr. F. Stuurop en mr. M. Munsterman, in tegenwoordigheid van mr. I.C. Hof als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2009.

w.g. C.M. Wolters w.g. I.C. Hof