Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2008:BC4715

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
06-02-2008
Datum publicatie
20-02-2008
Zaaknummer
AWB 07/131
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Regeling GLB-inkomenssteun 2006

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Zesde enkelvoudige kamer

AWB 07/131 6 februari 2008

5101 Regeling GLB-inkomenssteun 2006

Uitspraak in de zaak van:

A, te B, appellant,

gemachtigde: J.J.G. van der Voort, werkzaam bij V&H Accountancy B.V. te Oss,

tegen

de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder,

gemachtigde: mr. L.C. Commandeur, werkzaam bij verweerders Dienst Regelingen.

1. De procedure

Appellant heeft bij brief van 27 februari 2007, bij het College binnengekomen op 1 maart 2007, beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 30 januari 2007.

Bij dit besluit heeft verweerder beslist op het bezwaar van appellant tegen een besluit van 22 april 2006, waarbij verweerder heeft beslist op appellants aanvraag akkerbouwsubsidie op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun (hierna: de Regeling). Bij dit besluit heeft verweerder tevens beslist op appellants bezwaar tegen een besluit van 22 maart 2006, waarbij verweerder appellants aanvraag om te mogen schuiven met de definitie akkerland niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Bij brief van 27 juni 2007 heeft verweerder een verweerschrift ingediend en de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd.

Bij griffiersbrief van 10 juli 2007 heeft het College verweerder verzocht aanvullende informatie te verstrekken. Hierop heeft verweerder bij brief van 26 juli 2007 gereageerd.

Bij brief van 22 augustus 2007 heeft appellant aanvullende informatie verstrekt.

Verweerder heeft bij een op 17 september 2007 ontvangen brief zijn standpunt nader toegelicht.

Op 19 december 2007 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad, waarbij partijen hun standpunt hebben toegelicht bij monde van hun gemachtigden. Van de zijde van appellant was verder C aanwezig.

2. De grondslag van het geschil

2.1 Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers luidt voorzover hier van belang:

" Artikel 108

Subsidiabele grond

Er kunnen geen betalingsaanvragen worden ingediend voor grond die op de uiterste datum voor de indiening van de aanvragen om areaalsteun voor 2003 als blijvend grasland, voor meerjarige teelten, als bosgrond of voor niet-agrarische doeleinden in gebruik was. (…) "

Verordening (EG) nr. 796/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers luidt ten tijde en voorzover hier van belang als volgt:

“Artikel 2

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(…)

22. “Geconstateerde oppervlakte”: de oppervlakte waarvoor aan alle in de voorschriften voor de toekenning van de steun gestelde voorwaarden is voldaan; (…)

Artikel 22

Intrekking van steunaanvragen

1. Een steunaanvraag kan te allen tijde geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken. (…)

Indien de bevoegde autoriteit de landbouwer echter reeds in kennis heeft gesteld van onregelmatigheden in de steunaanvraag of indien zij hem heeft geïnformeerd over haar voornemen een controle ter plaatse te verrichten en indien die controle ter plaatse vervolgens onregelmatigheden aan het licht brengt, is intrekking van de gedeelten van de steunaanvraag waarop die onregelmatigheden betrekking hebben, niet toegestaan.

(…)

Artikel 51

Kortingen en uitsluitingen bij een te hoge aangifte

(…)

2. Indien ten aanzien van de totale geconstateerde oppervlakte waarop de verzamelaanvraag betrekking heeft (…), de aangegeven oppervlakte meer dan 30% groter is dan de overeenkomstig artikel 50, leden 3 tot en met 5, van de onderhavige verordening geconstateerde oppervlakte, wordt voor het betrokken kalenderjaar de steun waarop de landbouwer overeenkomstig artikel 50, leden 3 tot en met 5, van de onderhavige verordening in het kader van de betrokken steunregelingen aanspraak zou kunnen maken, geweigerd. (…)”

Bij de Regeling was ten tijde en voorzover hier van belang onder meer het volgende bepaald:

“Artikel 32

1. Onder de voorwaarden die voortvloeien uit verordening 1782/2003 en de ter uitvoering daarvan vastgestelde Commissieverordeningen, komt de landbouwer die akkerbouwgewassen teelt in aanmerking voor een subsidie voor een perceel bouwland:

a. dat op 15 mei 2003 niet in gebruik was als blijvend grasland, voor blijvende teelten, als bosgrond of voor niet-agrarische doeleinden;

b. dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 0,3 ha heeft;

c. dat is gelegen in 1 productieregio;

d. dat is beteeld met een akkerbouwgewas als bedoeld in bijlage IX van Verordening 1782/2003 of uit productie is genomen;

e. (…)

Artikel 33

De landbouwer kan een perceel bouwland dat voldoet aan artikel 32, eerste lid, onderdeel a, b en c, vervangen door andere gronden, indien:

a. de perceelsindeling of de verkaveling van het bedrijf van overheidswege wordt gewijzigd of op grond van de Plantenziektewet beperkingen worden gesteld aan het telen van akkerbouwgewassen op het bedrijf;

b. de oppervlakte van de vervangende gronden niet groter is dan de oppervlakte van het te vervangen perceel;

c. voor zover van toepassing, de eigenaar, beperkt gebruiksgerechtigde, verpachter dan wel pachter van de te vervangen percelen heeft ingestemd met het vervangen van deze gronden, en;

d. voorafgaande aan het betrokken verkoopseizoen schriftelijk toestemming is verkregen van DR. Een schriftelijke aanvraag daartoe kan in de periode die loopt tot en met 15 februari 2005 worden ingediend.”

2.2 Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het College komen vast te staan.

- Appellant heeft op 6 mei 2005 met het formulier “Gecombineerde opgave 2005” onder meer een aanvraag akkerbouwsubsidie ingediend voor 11.79 ha maïs; daaronder het perceel 21 met een aangevraagde oppervlakte van 2.78 ha.

- Bij brief van 15 december 2005 heeft verweerder appellant meegedeeld dat bij controle is gebleken dat het perceel 21 niet voldoet aan de definitie akkerland. Appellant is hierbij de gelegenheid geboden aan te tonen dat het perceel wel voldoet aan de definitie.

- Bij brief van 30 december 2005 heeft appellant hierop gereageerd. Hij heeft verweerder verzocht alsnog te beslissen op een door hem bijgevoegde aanvraag om toestemming voor het mogen verschuiven van de definitie akkerland naar perceel 21. Dit formulier “Aanvraag vergunning definitie akkerland 2005” is door verweerder ontvangen op 6 januari 2006.

- Bij besluit van 22 maart 2006 heeft verweerder de aanvraag om te mogen schuiven met de definitie akkerland niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

- Bij besluit van 22 april 2006 heeft verweerder beslist op de aanvraag akkerbouwsubsidie. Daarbij is overwogen dat perceel 21 niet voldoet aan de definitie akkerland. Daardoor is een verschil ontstaan tussen de aangevraagde en geconstateerde oppervlakte maïs dat, uitgedrukt in een percentage van de geconstateerde oppervlakte, 30,85% bedraagt. Met toepassing van artikel 51 van Verordening (EG) nr. 796/2004 is de aanvraag daarom afgewezen.

- Bij brief van 27 april 2006 heeft appellant een bezwaarschrift ingediend. Daarbij heeft hij een afschrift overgelegd van een brief van 14 juni 2005 van de Dienst Landelijk Gebied, waarin het teamhoofd inrichting regio Zuid aan verweerders Dienst Regelingen onder meer het volgende meedeelt:

“ (…) Voor de ruilverkaveling Rosmalen heeft in 2004 de kavelovergang plaatsgevonden. De landinrichtingscommissie heeft de grondgebruikers eind 2004 geïnformeerd over de definitie akkerland. Er is toen onvoldoende duidelijk aangegeven dat de toestemming voor het verschuiven van de definitie akkerland vóór 15 februari 2005 bij u moest zijn ingediend. Belanghebbenden hebben zitten wachten op informatie van de Landinrichtingscommissie en onvoldoende de bekendmaking in de nieuwsbladen gevolgd.

Dit betekent dat belanghebbende de heer A (…) voor de kadastrale percelen Rosmalen K70 ged. en K72 (op de kaart aangeduid als II en III) met een oppervlakte van respectievelijk 2.78 ha en 0.43 ha geen toestemming voor het verschuiven van de definitie akkerland heeft aangevraagd. Het betreft hier een verschuiving binnen het eigendom van de heer A, omdat het aangeduide perceel I eerder als akkerland in gebruik, nu grasland is.

De Landinrichtingscommissie Rosmalen verzoekt u om bovengenoemde redenen het verzoek van de heer A alsnog te honoreren. (…)”

- Naar aanleiding van de op 15 december 2006 telefonisch gehouden hoorzitting heeft appellant verweerder bij brief van 18 december 2006 een kopie toegezonden van de Nieuwsbrief Oktober 2004 van de Landinrichtingscommissie van de Dienst Landelijk Gebied over de definitie akkerland en de tussen oktober 2003 tot en met juni 2004 uitgevoerde ruilverkaveling Rosmalen, waarin ondermeer het volgende wordt medegedeeld:

“Regelgeving en landinrichting – definitie akkerland

De landinrichtingscommissie heeft het afgelopen jaar veel vragen gekregen over de definitie akkerland en de maïspremie. Door het steeds weer veranderen van de regels is voor veel mensen onduidelijk wat er had moeten gebeuren en hoe het nu verder gaat. Daarom een kleine toelichting in deze nieuwsbrief.

Veel van de landbouwgronden in de ruilverkaveling zijn in gebruik als akkerland (vaak maïs). Als op deze gronden de definitie akkerland rust dan kan hiermee elk jaar een premie worden aangevraagd bij LASER. Met de kavelovergang in januari 2004 zijn veel mensen verschoven naar andere percelen. Het blijkt nu dat de definitie akkerland niet mee is geschoven. Deze definitie kan alleen verschuiven als de eigenaar de verschuiving aanvraagt, dus niet de commissie. Volgens LASER had dit voor het jaar 2004 moeten gebeuren voor 1 december 2003, dus zelfs nog voor de kavelovergang.

Voor veel mensen erg vervelend omdat veel mensen pas per 1 januari gebruik maken van hun nieuwe perceel en daardoor te laat de wijziging hebben aangevraagd. De kans bestaat dat daarmee de premie voor 2004 misschien is misgelopen.

Wat kan de commissie voor u doen met betrekking tot de premie 2004?

De commissie vindt het een erg vervelende situatie. Ook al kan de commissie zelf de verschuiving niet aanvragen, zij vindt dat dit binnen de ruilverkaveling wel goed geregeld moet zijn.

LASER heeft aan de commissie aangegeven dat de eigenaren binnen de ruilverkaveling niet met terugwerkende kracht de definitie akkerland kunnen verschuiven naar hun nieuwe percelen. Daarom heeft de commissie afgesproken dat voor die gevallen waarbij mensen akkerland inbrengen en grasland terugkrijgen de commissie de premie wil vergoeden voor het jaar 2004. De commissie is dit niet verplicht maar is van mening dat de agrariërs hierin een tegemoetkoming kunnen hebben. De commissie betaalt de premie alleen als u kunt aantonen dat uw percelen tussen 2000 (begin van de ruilverkaveling) en 2003 (voor de uitvoer van werken en de kavelovergang) de definitie akkerland hadden en u hier premie op heeft ontvangen. De commissie gaat er vanuit dat als u van akkerlandperceel naar akkerlandperceel gaat dit in de meeste gevallen geen problemen zal opleveren.

Hoe zit dat dan voor het jaar 2005?

Het is belangrijk dat iedereen die verschoven is van perceel voor het jaar 2005 deze verschuiving wel aanvraagt! Dit moet u zelf doen! In verband met het europees landbouwbeleid worden de regels per 1 januari 2005 opnieuw aangepast. Dit betekent dat u op dit moment nog geen formulieren kunt aanvragen om uw definitie akkerland te verschuiven. Veel informatie kan de commissie op dit moment nog niet geven behalve dan dat het ministerie van LNV heeft aangegeven dat in december een stuk in de staatscourant wordt gepubliceerd waarin wordt uitgelegd hoe met de definitie akkerland wordt omgegaan in 2005. Het is in ieder geval zo dat het een vergunningsaanvraag gaat worden waarbij het grondgebruik in 2003 bepalend gaat worden. Het feit dat u in 2004 de definitie niet is meegeschoven heeft dus geen effect op de aanvraag voor 2005! Zodra de informatie in de staatscourant heeft gestaan zal de commissie u hier ook van op de hoogte stellen. Heeft u zelf vragen dan verwijzen we u naar het LNV-loket, telefoonnummer 0800 22 333 22. Zij kunnen uw vragen beantwoorden.”

- Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen.

3. Het bestreden besluit

Bij het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van appellant ongegrond verklaard. Daartoe heeft hij, samengevat, het volgende overwogen.

De aanvraag vergunning definitie akkerland 2005 had uiterlijk op 15 februari 2005 moeten zijn ingediend. De aanvraag is pas op 6 januari 2006, derhalve niet tijdig, bij verweerder ontvangen. De aanvrager is verantwoordelijk voor het tijdig indienen van de aanvraag. Verweerder is niet gebleken van abnormale en onvoorziene omstandigheden waardoor appellant niet in staat is geweest de aanvraag tijdig in te dienen. Voorzover appellant daarbij een beroep doet op het door de Landinrichtingscommissie opgewekt vertrouwen merkt verweerder op dat van deze commissie alleen de secretaris afkomstig is van de Dienst Landelijk Gebied en deze Dienst niet beslissingsbevoegd is en geen geldige toezeggingen kan doen. In de door appellant meegestuurde nieuwsbrief staat een aantal keren expliciet vermeld dat de eigenaar de aanvraag zelf moet indienen. Er is geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. De aanvraag op grond van artikel 33, sub d, van de Regeling is derhalve terecht niet-ontvankelijk verklaard en de gevolgen daarvan komen voor rekening van appellant.

In het onderhavige geval, waarbij appellant reeds bij brief van 15 december 2005 op de hoogte was gesteld van het feit dat gewasperceel 21 niet voldoet aan de definitie akkerland, is terugtrekking van het betreffende perceel uit de Verzamelaanvraag niet meer mogelijk. Het verschil tussen de aangevraagde oppervlakte en de geconstateerde oppervlakte is groter dan 30% van de geconstateerde oppervlakte. Het recht op subsidie voor het betreffende kalenderjaar vervalt en Dienst Regelingen heeft niet de mogelijkheid hiervan af te wijken.

4. Het standpunt van appellant

Appellant meent dat het niet aanvaarden van perceel 21 toe te schrijven is aan het feit dat de aanvraag om te mogen schuiven met de definitie akkerland niet-ontvankelijk is verklaard wegens te late indiening. Appellant is van mening dat verweerder deze aanvraag wel in behandeling had moeten nemen, omdat de te late indiening voortvloeit uit onjuiste dan wel onvolledige voorlichting door de Dienst Landelijk Gebied. Deze dienst erkent dit ook in zijn brief van 14 juni 2005. Verweerder dient op deze aanvraag alsnog een positieve beslissing te nemen.

Indien verweerder zou concluderen dat deze aanvraag terecht niet-ontvankelijk is verklaard, verzoekt appellant om het perceel 21 buiten de aanvraag 2005 te laten en voor de opgegeven percelen wel subsidie te verlenen.

5. De beoordeling van het geschil

5.1 In deze zaak gaat het allereerst om de vraag of verweerder verplicht was de aanvraag van appellant, ook al was deze na afloop van de termijn al bedoeld in artikel 33, onder d, van de Regeling ingediend, inhoudelijk te behandelen.

Appellant stelt zich op het standpunt dat de niet tijdige indiening te wijten is aan de door de Dienst Landelijk Gebied gegeven voorlichting over de in 2005 geldende regels voor het schuiven met de definitie akkerland. Het College kan appellant hierin niet volgen.

Sinds de wijziging van 17 januari 2000 van de toenmalige Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen geldt, dat voor het schuiven met de definitie akkerland toestemming vooraf een vereiste is. Dit uitgangspunt is thans neergelegd in artikel 33 sub d, van de Regeling. Evenals in de Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen is hier sprake van een fatale termijn.

Appellant was vanaf de kavelovergang in januari 2004 in de gelegenheid tijdig vóór 15 februari 2005 een aanvraag om toestemming voor het schuiven met de definitie akkerland in te dienen. Dat hij daarmee tot 6 januari 2006 heeft gewacht kan niet het gevolg zijn van verkeerde voorlichting door de Landinrichtingscommissie Ruilverkaveling Rosmalen. In de Nieuwsbrief wordt juist nadrukkelijk gewaarschuwd voor de wijziging in de regelgeving met ingang van 2005, met vermelding van het LNV-informatienummer voor vragen daarover. Onbekendheid met de regelgeving kan niet leiden tot verschoonbare termijnoverschrijding. Ter zitting is gebleken dat appellant geen navraag heeft gedaan of zich anderszins heeft laten informeren over de nieuwe definitie akkerland en de gevolgen daarvan in verband met de ruilverkaveling.

Indien appellant meende dat hij nadere berichten omtrent de in december 2004 in de Staatscourant gepubliceerde Regeling kon afwachten, miskent hij daarmee zijn eigen verantwoordelijkheid voor de tijdige indiening van het verzoek om toestemming.

Nu niet is niet gebleken van omstandigheden die de te late indiening kunnen rechtvaardigen, heeft verweerder bij het bestreden besluit terecht zijn eerdere beslissing gehandhaafd dat de aanvraag niet meer voor een inhoudelijke beoordeling in aanmerking kwam.

5.2 Niet in geschil is dat perceel 21 niet voldoet aan de definitie akkerland. Nu appellant niet beschikte over een vergunning vooraf om te mogen schuiven met de definitie kon verweerder bij zijn besluit op de aanvraag akkerbouwsubsidie slechts vaststellen dat perceel 21 niet voldeed aan de voorwaarden om voor akkerbouwsubsidie in aanmerking te komen.

5.3 In het beroepschrift van 27 februari 2007 heeft appellant verzocht om perceel 21 alsnog uit de aanvraag 2005 te mogen schrappen. Artikel 22 van Verordening (EG) nr. 796/2004 kan appellant echter niet de mogelijkheid bieden om het perceel uit de aanvraag terug te trekken, nadat hij eenmaal door verweerder op de daarin geconstateerde onregelmatigheid is gewezen.

5.4 Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling ziet het College geen aanleiding.

6. De beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gewezen door mr. F. Stuurop, in tegenwoordigheid van mr. F.W. du Marchie Sarvaas als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2008.

w.g. F. Stuurop w.g. F.W. du Marchie Sarvaas