Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2007:BC2462

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
19-12-2007
Datum publicatie
22-01-2008
Zaaknummer
AWB 06/695
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Wet op de kansspelen

Vergunning speelautomatenhal

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

AWB 06/695 19 december 2007

29020 Wet op de kansspelen

Vergunning speelautomatenhal

Uitspraak in de zaak van:

Lanaut Automaten B.V., te ’s-Hertogenbosch (hierna Lanaut),

gemachtigde: mr. A.H.M. Smits, advocaat te Rosmalen,

tegen

de burgemeester van Culemborg, verweerder,

gemachtigde: mr. M.J. de Groot, advocaat te Rotterdam,

waaraan voorts als partij deelneemt:

Amutron B.V., te Waalwijk (hierna: Amutron),

gemachtigde: mr. J.L. Vissers, advocaat te ‘s-Hertogenbosch.

1. Het procesverloop

Bij besluit van 16 mei 2006 heeft verweerder afwijzend beslist op een verzoek van Lanaut van 7 mei 2006 om handhavend op te treden tegen Amutron wegens het zonder rechtsgeldige vergunning exploiteren van een speelautomatenhal in het pand A-straat in B.

Bij besluit van 3 augustus 2006 heeft verweerder het hiertegen gericht bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft Lanaut bij brief van 12 september 2006, bij het College binnengekomen op dezelfde datum, beroep ingesteld.

Bij brief van 9 november 2006, aangevuld bij brief van 8 augustus 2007, heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 25 januari 2007 heeft Amutron een schriftelijke uiteenzetting over de zaak gegeven.

Op 12 september 2007 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad, waar de gemachtigden van partijen hun standpunten hebben toegelicht.

2. De beoordeling van het geschil

2.1 Bij besluit van 11 december 2003 heeft verweerder aan Amutron op grond van de Wet op de kansspelen vergunning verleend voor het exploiteren van een kansspelautomatenhal in het pand A-straat te B tot en met 1 januari 2005. Bij besluit van 23 juni 2005 heeft verweerder deze vergunning verlengd met ingang van 1 januari 2005. Lanaut is van mening dat een vergunning die is geëxpireerd, niet met terugwerkende kracht kan worden verlengd. Op grond hiervan concludeert Lanaut dat Amutron sinds de opening van de speelautomatenhal op 5 mei 2006 de hal exploiteert zonder rechtsgeldige vergunning. Om die reden heeft Lanaut verweerder op 7 mei 2006 verzocht om handhavend op te treden. Verweerder heeft afwijzend beslist op dit verzoek en bij het bestreden besluit de tegen deze afwijzing gerichte bezwaren ongegrond verklaard.

2.2 Het College ziet geen grond voor het oordeel dat het enkele feit dat de geldigheidsduur van de bij besluit van 11 december 2003 aan Amutron verleende vergunning op 1 januari 2005 was verstreken, aan het verlengen van deze vergunning met ingang van laatstgenoemde datum, waartoe verweerder op 23 juni 2005 heeft besloten, in de weg staat. Aan de toepasselijke wet- en regelgeving zijn geen argumenten te ontlenen die zich tegen een dergelijke verlenging met terugwerkende kracht verzetten.

Nu ten tijde van het verzoek om handhavend op te treden, het daarop genomen afwijzende besluit van 16 mei 2006 en het thans bestreden besluit van 3 augustus 2006, waarbij de bezwaren tegen genoemde afwijzing ongegrond zijn verklaard, uit hoofde van het verlengingsbesluit van 23 juni 2005 sprake was van een vigerende vergunning, bestond voor verweerder destijds geen grond voor handhavend optreden.

2.3 Dit leidt tot de slotsom dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Er zijn geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

3. De beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gewezen door mr. H. C. Cusell, mr. E.J.M. Heijs en mr. H.A.B. van Dorst-Tatomir, in tegenwoordigheid van mr. I.C. Hof als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 19 december 2007.

w.g. H.C. Cusell w.g. I.C. Hof