Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2007:BB6147

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
02-10-2007
Datum publicatie
22-10-2007
Zaaknummer
AWB 06/348
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wet op de Registeraccountants

Raad van tucht Amsterdam

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

AWB 06/348 2 oktober 2007

20010 Wet op de Registeraccountants

Raad van tucht Amsterdam

Uitspraak in de zaak van:

A, te B, appellant van een beslissing van de raad van tucht voor registeraccountants en Accountants-Administratieconsulenten te Amsterdam (hierna: raad van tucht), gewezen op 7 maart 2006, met nummer

R 505,

gemachtigde: mr. H.J. Bos, advocaat te Amsterdam.

1. De procedure

Bij brief, verzonden op 7 maart 2006, heeft de raad van tucht appellant afschrift toegezonden van evenvermelde beslissing, gegeven op een klacht, bij brief van 4 maart 2005 door appellant ingediend tegen C RA, kantoorhoudende te D (hierna: betrokkene).

Bij een op 4 mei 2006 ingediend beroepschrift heeft appellant tegen die beslissing beroep bij het College ingesteld.

De raad van tucht heeft bij brief van 18 mei 2006 op de zaak betrekking hebbende stukken doen toekomen aan de griffier van het College.

Bij brief van 20 juni 2006 heeft appellant zijn beroepschrift nader onderbouwd.

Bij brief van 17 juli 2006 heeft betrokkene gereageerd op het beroepschrift.

Bij brief van 9 mei 2007 heeft appellant aanvullende stukken overgelegd.

Op 26 juni 2007 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad, waarbij appellant in persoon is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en door E RA. Betrokkene is verschenen in persoon.

2. De beslissing van de raad van tucht

Bij de bestreden tuchtbeslissing heeft de raad van tucht de klacht van appellant ongegrond verklaard.

Ter zake van de formulering van de klacht door de raad van tucht, de beoordeling van deze klacht en de daarbij in aanmerking genomen feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de inhoud van de bestreden tuchtbeslissing, die in afschrift aan deze uitspraak gehecht en als hier ingelast wordt beschouwd

3. De beoordeling van het beroep

3.1 Appellant bestrijdt in beroep het oordeel van de raad van tucht dat betrokkene bij zijn werkzaamheden voor appellant niet is opgetreden als (openbaar) accountant en dat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die het oordeel zouden kunnen schragen dat betrokkene heeft gehandeld in strijd met de in hoofdstuk II van de Verordening Gedrags- en Beroepsregels Registeraccountants 1994 (GBR-1994) vervatte regels.

Appellant heeft daarbij als grief aangevoerd dat de door betrokkene opgestelde aandelenwaardering en beoordeling vermogenspositie van 25 maart 2002, die naar later is gebleken een onjuistheid bevatte, niet door betrokkene is gecontroleerd en dat dit ten onrechte niet is vermeld. Appellant heeft voorts als grief aangevoerd dat betrokkene geen melding heeft gemaakt van de bijzondere belangen die hij had bij de koper van het bedrijf van appellant terwijl betrokkene tegelijkertijd optrad als belangenbehartiger van appellant.

Het College overweegt dienaangaande het volgende.

3.2 De brief van betrokkene van 25 maart 2002 bevat een analyse van de financiële positie van appellant. Op basis van de fiscale balans van Tocopro B.V. - de onderneming waarvan appellant bestuurder-grootaandeelhouder was - heeft betrokkene in de brief een waardering gegeven van de aandelen van de onderneming per 1 januari 2002. Daarbij heeft betrokkene onder meer mededeling gedaan van het eigen vermogen van de onderneming, de daarop in mindering gebrachte pensioenverplichting en de waarde van de onroerende zaken van de onderneming. Betrokkene is voorts ingegaan op het mogelijke rendement voor appellant bij aankoop van twee objecten uit de vennootschap. Daarnaast is betrokkene ingegaan op de financiële consequenties van de eventuele verkoop van de woning van appellant.

Het College is van oordeel dat betrokkene met de brief van 25 maart 2002 aan appellant is opgetreden als accountant. In de brief is het resultaat van werkzaamheden vervat die inzicht moeten bieden in de financiële situatie van appellant, welke werkzaamheden naar hun aard en ook in de waarneming van het publiek behoren tot de werkzaamheden van een accountant. Het College neemt daarbij tevens in aanmerking dat betrokkene voor het uitbrengen van de aandelenwaardering en beoordeling vermogenspositie gebruik heeft gemaakt van het briefpapier van zijn onderneming waarop melding is gemaakt van zijn hoedanigheid van registeraccountant.

Anders dan betrokkene heeft betoogd, kan niet staande worden gehouden dat het uitbrengen van de aandelenwaardering en beoordeling vermogenspositie valt binnen de door appellant aan betrokkene verleende volmacht voor het sluiten van een compromis met de Belastingdienst omtrent de betaling van dividend- en vennootschapsbelasting, nog daargelaten dat ten tijde van de brief van 25 maart 2002 dat compromis inmiddels reeds was bereikt.

Naar het oordeel van het College dient ook het opstellen door betrokkene van de overeenkomst voor de verkoop van de aandelen Tocopro B.V. te worden aangemerkt als een optreden als accountant. Daartoe overweegt het College dat - blijkens de in de aanhef van deze overeenkomst opgenomen overwegingen - partijen C RA hebben verzocht de aandelentransactie schriftelijk vast te leggen, én dat volgens die overeenkomst de intrinsieke waarde van de aandelen wordt bepaald door een door C RA op te stellen overnamebalans, zijnde de geconsolideerde balans van Tocopro met al haar 100% onmiddellijke en middellijke dochtervennootschappen. Het College neemt hierbij voorts in aanmerking dat betrokkene ook bij de toezending van het concept van de overeenkomst gebruik heeft gemaakt van het briefpapier van zijn onderneming waarop melding is gemaakt van zijn hoedanigheid van registeraccountant.

3.3 Uit het voorgaande volgt dat het beroep gegrond is en dat de bestreden tuchtbeslissing moet worden vernietigd. Het College ziet gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting aanleiding de zaak zelf af te doen en overweegt daartoe als volgt.

3.4 Het College acht de klacht dat betrokkene ten onrechte niet heeft gemeld dat hij bekend was met de koper van de aandelen Tocopro B.V., gegrond. Uit de stukken is gebleken dat de aandelen door appellant zijn verkocht aan Wassenaar Investments B.V. Zelfstandig bevoegd bestuurder van deze B.V. is de naamloze vennootschap naar het recht van de Nederlandse Antillen, Readicut Corporation N.V.. Zelfstandig bevoegd bestuurder van deze N.V. is Helibel B.V., van wie F op zijn beurt zelfstandig bevoegd bestuurder is. Readicut Corporation N.V. heeft blijkens de stukken volmacht verleend aan Huizenbelang BV waarvan de BV participatiemaatschappij C en partners enig bestuurder is. Van die onderneming is betrokkene directeur/enig aandeelhouder en als zodanig alleen bevoegd. Betrokkene was derhalve niet alleen adviseur van appellant als verkopende partij, maar hij had bovendien belangen bij (de bestuurder van) de kopende partij. Op geen enkele wijze is aannemelijk geworden dat betrokkene dit belang kenbaar heeft gemaakt aan appellant. Betrokkene heeft derhalve gehandeld in strijd met artikel 9, tweede lid, GBR-1994.

3.5 Ook de klacht dat betrokkene zijn werkzaamheden op een gebrekkige wijze heeft uitgevoerd acht het College gegrond. Betrokkene erkent dat de door hem opgestelde aandelenwaardering en beoordeling vermogenspositie van 25 maart 2002 niet correct was nu daarin niet dan wel niet geheel rekening was gehouden met de fiscale gevolgen van het met de Belastingdienst gesloten compromis. De stelling dat die gegevens afkomstig waren van de financieel directeur van Tocopro B.V. doet niet af aan het feit dat betrokkene dient in te staan voor de deugdelijke grondslag van zijn werkzaamheden. Dit klemt te meer nu juist betrokkene dit compromis met de Belastingdienst had gesloten.

Betrokkene heeft hierdoor gehandeld in strijd met artikel 11 GBR-1994.

Dat betrokkene na de overdracht van de aandelen uiteindelijk geen overnamebalans heeft opgesteld, is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Betrokkene heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat, nu hij niet het vertrouwen van appellant genoot, het geraden was deze werkzaamheden niet meer uit te voeren.

3.6 Ten aanzien van de op te leggen maatregel overweegt het College als volgt.

Als accountant van appellant had betrokkene inzicht in diens financiële situatie. Betrokkene heeft het vertrouwen van appellant in zeer ernstige mate geschonden door een opdracht te aanvaarden voor het begeleiden van de verkoop van de aandelen Tocopro B.V. aan een derde partij en het opstellen van een koopovereenkomst daartoe, zonder aan appellant kenbaar te maken dat hij - zij het via een aantal andere ondernemingen - een bijzonder belang had in die partij. Voorts heeft betrokkene door het uitbrengen van een onjuiste aandelenwaardering en beoordeling vermogenspositie van 25 maart 2002 bewerkstelligd dat appellant een verkeerd beeld had van zijn vermogenspositie ten tijde van het aangaan van de overeenkomst. Het College acht de maatregel van schriftelijke berisping onder deze omstandigheden passend en geboden.

3.7 Na te melden beslissing op het beroep berust op titel II van de Wet RA en de artikelen 9 en 11 van GBR-1994.

4. De beslissing

Het College:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de bestreden tuchtbeslissing;

- verklaart de klacht gegrond;

- legt betrokkene de maatregel van schriftelijke berisping op.

Aldus gewezen door mr. C.M. Wolters, mr. J.A. Hagen en mr. M. van Duuren, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Voskamp, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2007.

w.g. C.M. Wolters w.g. M.A. Voskamp

R a a d v a n T u c h t

voor Registeraccountants en Accountants-Administratieconsulenten te

Amsterdam

BESLISSING in de zaak onder nummer R 505 van

A,

wonende te B, gemeente BB,

KLAGER,

t e g e n

C RA,

wonende en kantoor houdende te D,

BETROKKENE.

1. Het verloop van het geding

1.1 De Raad heeft kennis genomen van de navolgende, aan partijen bekende stukken:

(a) het klaagschrift d.d. 4 maart 2005, met bijlagen, ingediend door mr. J.G.M. de Koning, advocaat te Amsterdam, advocaat van klager;

(b) het verweerschrift d.d. 18 juli 2005, ingediend door betrokkene;

(c) de brief d.d. 22 augustus 2005, met bijlagen, van mr. De Koning aan de Secretaris van de Raad;

(d) de ter zitting van de Raad van 6 september 2005 door mr. De Koning overgelegde pleitnotities.

1.2 De Raad heeft de zaak behandeld ter openbare zitting van 6 september 2005. Ter zittingzijn verschenen klager, vergezeld van mr. De Koning en G en betrokkene, vergezeld van F.

2. De vaststaande feiten

2.1 Betrokkene is registeraccountant en fiscalist. Hij is werkzaam als fiscalist in B.V. Praktijkvennootschap C, thans CC Fiscalisten geheten, kantoor houdende te D.

2.2 Klager was bestuurder-grootaandeelhouder van een vastgoedvennootschap genaamd Tocopro B.V. Tocopro B.V. was de moedervennootschap van een aantal dochtervennootschappen.

2.3 Toen de vaste fiscalist van klager in 2002 overleed, moest klager op zoek naar een opvolger. Klager kwam in contact met betrokkene en vroeg hem op te treden in een tweetal belastinggeschillen met de fiscus, welke opdracht door betrokkene is aanvaard.

2.4 Vanuit deze oorspronkelijke opdracht heeft betrokkene zijn werkzaamheden voor klager uitgebreid. Namens klager heeft hij een alomvattend compromis gesloten met de belastingdienst omtrent alle lopende geschillen tussen klager en de fiscus.

2.5 Betrokkene heeft klager geadviseerd om de aandelen in Tocopro B.V. te vervreemden. Dit was volgens hem nodig om het voortbestaan van de vennootschap te redden. Betrokkene heeft toen uit zijn relatiekring F bij klager geïntroduceerd. Vervolgens is klager over de verkoop van zijn vastgoedonderneming in onderhandeling getreden met Wassenaar Investments B.V., waarvan F via een aantal tussenliggende vennootschappen eigenaar was.

2.6 De koopovereenkomst d.d. 10 april 2002 tussen klager als verkoper en Wassenaar Investments B.V. als koopster (productie 9 bij brief d.d. 22 augustus 2005) vermeldt onder meer:

- dat A enig eigenaar is van alle geplaatste aandelen Tocopro B.V.;

- dat A die aandelen wenst te verkopen en dat Wassenaar die aandelen wenst te kopen;

- dat partijen op 5 april 2002 en nader op 9 en 10 april 2002 met elkaar een mondelinge overeenkomst hebben gesloten en aan C RA hebben verzocht deze schriftelijk vast te leggen;

(…)

1. A verkoopt aan Wassenaar, die van A koopt, alle geplaatste aandelen van de besloten vennootschap Tocopro BV.

(…)

3. De prijs voor de aandelen Tocopro BV wordt als volgt bepaald:

- de intrinsieke waarde per 1 mei 2002, zoals die zal blijken uit een door C RA op te stellen overnamebalans per die datum te verminderen met € 190.000;

- de overnamebalans zal de geconsolideerde balans van Tocopro met al haar 100% onmiddellijke en middellijke dochtervennootschappen (Tocopro-groep) zijn;

(…)

- de overige activa en passiva zullen op de overnamebalans gewaardeerd worden op de boekwaarde zoals die zou luiden volgens de gebruikelijk gehanteerde waarderingssystematiek per 1 mei 2002.

(…)

8. a. A garandeert de hoogte van de intrinsieke waarde, zoals bepaald onder 3, eerste gedachtenstreepje.

(…)

15. f. Bij geschillen over deze overeenkomst beslist C RA bij wijze van bindend advies, tenzij beide partijen overeenkomen zich tot de rechter te wenden.

2.7 De overdracht van de aandelen heeft op 3 juni 2002 plaatsgevonden. Nadien zijn tussen klager en - onder andere(n) - de kopende partij geschillen ontstaan over de afwikkeling van de koopovereenkomst, welke verscheidene procedures tot gevolg hebben gehad.

3. De klacht

3.1 Klager verwijt betrokkene dat hij werkzaamheden heeft verricht waarbij hij optrad als (openbaar) accountant, althans dat hij zich presenteerde als accountant, zonder aan klager te berichten dat hij een functie vervulde bij en een innige zakelijke relatie onderhield met een derde partij, met welke klager een overeenkomst sloot.

3.2 Daarnaast heeft betrokkene naar de mening van klager zijn werkzaamheden op een zodanig gebrekkige wijze uitgevoerd dat klager ernstig benadeeld is, hetgeen uiteindelijk in het voordeel is geweest van genoemde derde partij met welke klager een overeenkomst sloot. Daar komt bij dat na de overdracht van de aandelen tot op de dag van vandaag door betrokkene geen correcte, volledige en zorgvuldige overnamebalans is opgesteld, aldus klager.

4. De gronden van de beslissing

4.1 Klager heeft betrokkene als fiscalist ingeschakeld ter behartiging van zijn fiscale belangen. Betrokkene heeft vervolgens in opdracht van klager werkzaamheden als belastingadviseur verricht. Voorts heeft betrokkene, in het kader van het dispuut dat klager had met de Belastingdienst, een gegadigde voor de aandelen in Tocopro B.V. bij klager geïntroduceerd en de koopovereenkomst ter zake van die aandelen opgesteld. Betrokkene heeft zich bij de uitoefening van zijn opdracht nimmer als registeraccountant gemanifesteerd. Het feit dat betrokkene in het kader van de mogelijke verkoop van de aandelen een balans en dergelijke (producties 5, 15 en 16 bij de brief d.d. 22 augustus 2005) heeft opgesteld, brengt, gegeven de reeds bestaande verhouding van betrokkene jegens klager en de reeds uitgeoefende werkzaamheden, op zichzelf en zonder meer niet mee dat betrokkene die werkzaamheden als (openbaar) accountant heeft verricht. Betrokkene heeft ook in dit verband niet zijn RA-titel gebezigd en in het algemeen is het ook niet ongebruikelijk of bijzonder dat in het kader van (fiscale) werkzaamheden als waarvan hier sprake is, een fiscalist ook wordt gevraagd werkzaamheden te verrichten zoals het opstellen van een balans.

4.2 Naar het oordeel van de Raad kan dan ook niet gezegd worden dat betrokkene is opgetreden als (openbaar) accountant. Dit betekent dat voor hem slechts de regels in hoofdstuk II van de Gedrags- en beroepsregels-1994 van toepassing waren.

4.3 Betrokkene heeft betoogd dat hij als belastingadviseur hoogwaardige adviezen heeft gegeven, dat het met de Belastingdienst gesloten compromis een voor klager maximaal te behalen resultaat inhield en dat hij vervolgens in verband met het introduceren van F als kandidaat-koper aan klager alle van belang zijnde informatie heeft verstrekt. Nadat klager te kennen had gegeven geen vertrouwen meer in betrokkene te hebben, heeft betrokkene geen overnamebalans meer opgesteld en is hij evenmin nog als bindend adviseur opgetreden, aldus betrokkene. Betrokkene betwist dan ook dat hem tuchtrechtelijk enig verwijt treft.

4.4 Tegenover deze stellingen heeft klager geen feiten of omstandigheden gesteld en in ieder geval zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die het oordeel zouden kunnen schragen dat betrokkene in strijd met de in hoofdstuk II GBR-1994 vervatte regels heeft gehandeld.

4.5 De slotsom is dat de klacht ongegrond dient te worden verklaard.

5. De beslissing

De Raad van Tucht:

verklaart de klacht in alle onderdelen ongegrond.

Aldus beslist door mr. J.H.M. Willems, voorzitter, Tsj. Hotsma RA en H.G. Dix RA, leden, in tegenwoordigheid van mr. F.R. Hage, secretaris, en uitgesproken ter openbare zitting van de Raad van 7 maart 2006.

___________________ _________________

(secretaris) (voorzitter)