Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2007:BB0463

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
18-07-2007
Datum publicatie
26-07-2007
Zaaknummer
AWB 07/472
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Winkeltijdenwet

Bestuursdwang/dwangsom

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

AWB 07/472 18 juli 2007

12510 Winkeltijdenwet

Bestuursdwang/dwangsom

Proces-verbaal van mondelinge uitspraak ingevolge artikel 8:84 juncto 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in de zaak van:

Auto Gigant Brabant B.V., te Nieuwkuijk, verzoekster,

gemachtigde: A.C.D. van Overdijk, als bedrijfsleider werkzaam bij verzoekster

tegen

Burgemeester en wethouders van Heusden, verweerders,

gemachtigde: mr. O.J.W.A. Looijmans, werkzaam bij de gemeente Heusden

Zitting hebben: mr. H.C. Cusell, voorzieningenrechter,

mr. C.M. Leliveld, waarnemend griffier.

Ter zitting zijn verschenen verzoekster en verweerders, vertegenwoordigd door hun voornoemde gemachtigden.

Aan de orde is het besluit van verweerders van 18 juni 2007, waarbij verzoekster krachtens artikel 5:32 Awb is gelast om binnen twee maanden na 18 juni 2007 overtreding van in het bijzonder artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Winkeltijdenwet (hierna: Wet) te staken en gestaakt te houden, door haar bedrijf niet meer zonder ontheffing of vrijstelling op zondag voor het publiek open te stellen. Verweerders hebben bij deze lastgeving bepaald dat, indien verzoekster niet binnen de genoemde termijn voldoet aan deze last, zij een dwangsom van € 10.000,-- per geconstateerde overtreding, met een maximum van € 50.000,-- verbeurt.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 25 juni 2007 bezwaar gemaakt.

Voorts heeft zij bij brief van gelijke datum de voorzieningenrechter van het College verzocht een voorziening als bedoeld in artikel 8:81 Awb te treffen.

Ter zitting van de voorzieningenrechter heeft verzoekster te kennen gegeven dat zij openstelling van haar verkoopruimte wenst op alle zondagen. Zij stelt dat haar verkoopruimte reeds tien jaar op zondag geopend is voor het publiek en dat hiertegen nooit handhavend is opgetreden door verweerders. Zij acht het daarom onredelijk dat verweerders thans maatregelen treffen. Voorts beroept verzoekster zich op het gelijkheidsbeginsel, waar zij stelt dat bedrijven in het centrum van Heusden, horeca-inrichtingen en andere bedrijven in en buiten de gemeente wel op zondagen geopend mogen zijn. Voorts heeft verzoekster naar voren gebracht dat de zondagopenstelling van groot financieel belang is voor haar bedrijf.

Na het onderzoek ter zitting te hebben gesloten heeft de voorzieningenrechter aan partijen de beslissing en de gronden van de beslissing medegedeeld.

Beslissing: het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Gronden:

- De voorzieningenrechter stelt voorop dat verzoekster in strijd met de Wet handelt door haar verkoopruimte op alle zondagen

voor het publiek geopend te hebben, en dat het aannemelijk moet worden geacht dat zij dit handelen in strijd met de Wet zal

voortzetten.

- De Wet biedt geen mogelijkheid voor legalisatie van de openstelling van de verkoopruimte voor het publiek op alle

zondagen.

- Het beroep op het gelijkheidsbeginsel van verzoekster kan niet slagen, aangezien -zoals van de zijde van verweerders is

uiteengezet- de door verzoekster in dit kader genoemde winkels in de vesting Heusden, horecabedrijven, en winkels buiten

de gemeente Heusden onder andere wettelijke regimes vallen dan haar bedrijf.

In dit verband moet voorts in aanmerking worden genomen dat verweerders tegen een ander autobedrijf handhavend

optreden vanwege eenzelfde overtreding van de Wet, en dat zij onderzoek verrichten naar eventuele overtredingen van de

Wet door weer een ander autobedrijf.

- Het beroep op gewekt vertrouwen doordat verweerders gedurende 10 jaar niet zijn opgetreden tegen de openstelling van

de verkoopruimte van verzoekster op zondag, kan verzoekster niet baten. Indien al zou kunnen worden aangenomen dat

verweerders in het verleden hebben verzuimd op te treden tegen de zondagopenstelling van de verkoopruimte van

verzoekster, hetgeen zij overigens gemotiveerd hebben betwist, staat dit er op zichzelf niet aan in de weg dat zij thans

maatregelen nemen teneinde te verzekeren dat verzoekster zich voortaan houdt aan de Wet.

- Bij zijn beslissing heeft de voorzieningenrechter in aanmerking genomen dat verweerders verzoekster een

begunstigingstermijn van twee maanden hebben gegeven, hetgeen naar zijn voorlopig oordeel voldoende is voor

verzoekster om haar klanten te wijzen op de nieuwe openingstijden en haar bedrijfsvoering aan te passen.

- Onder al deze omstandigheden acht de voorzieningenrechter de belangenafweging van verweerders, waarin zij het belang

van handhaving van de Wet hebben laten prevaleren boven het financieel belang van verzoekster bij de voortzetting van het

handelen in strijd met de Wet, niet onredelijk.

w.g. H.C. Cusell w.g. C.M. Leliveld