Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2007:BB0108

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
14-06-2007
Datum publicatie
23-07-2007
Zaaknummer
AWB 07/427
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Winkeltijdenwet

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

AWB 07/427 14 juni 2007

12500 Winkeltijdenwet

Proces-verbaal van mondelinge uitspraak ingevolge artikel 8:84 juncto 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in de zaak van:

De Kampeerwinkel B.V., te Zaandam, verzoekster,

gemachtigde: mr. G. Kramer, advocaat te Alkmaar,

tegen

burgemeester en wethouders van Zaanstad, verweerders,

gemachtigden: mr. J. Pot en A. Blok, werkzaam bij de Dienst Stadsbedrijven te Zaandam.

Zitting hebben: mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter,

mr. E. van Kerkhoven, waarnemend griffier.

Ter zitting zijn verschenen verzoekster, vertegenwoordigd door A, directeur van verzoekster, bijgestaan door voornoemde gemachtigde, en verweerders bij voornoemde gemachtigden.

Aan de orde is het besluit van verweerders van 29 mei 2007 waarbij zij afwijzend hebben beslist op het verzoek van verzoekster om ontheffing krachtens de Winkeltijdenwet (hierna: de wet) om op zondag 17 juni 2007 en op zondag 1 juli 2007 haar winkel te mogen openstellen voor het publiek.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 5 juni 2007 bezwaar gemaakt. Voorts heeft zij bij brief van 6 juni 2007 de voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem verzocht een voorziening als bedoeld in artikel 8:81 Awb te treffen. Dit verzoek is bij brief van 12 juni 2007 ter behandeling doorgezonden aan het College. Ter zitting van de voorzieningenrechter heeft verzoekster aangegeven dat zij thans openstelling van haar winkel wenst op zondag 24 juni 2007 en zondag 8 juli 2007. Na het onderzoek ter zitting te hebben gesloten heeft de voorzieningenrechter aan partijen de beslissing en de gronden van de beslissing medegedeeld.

Beslissing: het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Gronden:

- In het Aanwijzingsbesluit van 28 november 2006 zijn twaalf koopzondagen voor 2007 aangewezen, ook voor het deelgebied waar verzoeksters winkel is gelegen. Tegen dit besluit heeft verzoekster geen bezwaar gemaakt.

- Voor uitbreiding van het aantal aangewezen koopzondagen biedt de wet geen grondslag.

- Artikel 4 van de Verordening winkeltijden heeft betrekking op het intrekken of wijzigen van een ontheffing. Deze bepaling kan geen toepassing vinden, aangezien geen ontheffing is verleend. Voornoemd Aanwijzingsbesluit is geen ontheffing.

- Ontheffing op grond van artikel 7 van de Verordening winkeltijden is niet mogelijk, omdat geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 7, tweede lid.

- Het gedane beroep op gewekt vertrouwen door de praktijk sinds 2003 kan verzoekster niet baten. Als verweerders al openstelling in het verleden zouden hebben gedoogd, staat dit er niet aan in de weg dat verweerders besluiten de wet te gaan handhaven. Dit geldt zeker, nu verzoekster bij brief van verweerders van 22 februari 2007 ondubbelzinnig duidelijk is gemaakt, dat verweerders dan in ieder geval voornemens zijn de hand aan de wet te houden.

- Niet is gebleken, dat verweerders in 2007 in met de situatie van verzoekster op één lijn te stellen gevallen openstelling wel hebben toegestaan. Dat in andere gemeenten mogelijk anders wordt gehandeld, kan aan de juistheid van het besluit van verweerders niet afdoen.

w.g. C.J. Borman w.g. E. van Kerkhoven