Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2007:AZ9612

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
24-01-2007
Datum publicatie
28-02-2007
Zaaknummer
AWB 05/564
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Boswet

Compensatie herplantplicht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

AWB 05/564 24 januari 2007

11020 Boswet

Compensatie herplantplicht

Uitspraak in de zaak van:

A, te X, appellant,

tegen

de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

gemachtigde: mr. S.J. Bergeik, werkzaam bij verweerder.

1. Het procesverloop

Bij besluit van 15 maart 2005 heeft verweerder toestemming verleend aan de Landinrichtingscommissie Haaksbergen om te voldoen aan de herplantplicht ingevolge de Boswet op andere gronden dan die waarop de gevelde houtopstanden zich bevonden.

Bij besluit van 24 juni 2005 heeft verweerder het hiertegen gerichte bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant heeft bij brief van 27 juli 2005, bij verweerder binnengekomen op 2 augustus 2005, gereageerd op de beslissing op bezwaar. Verweerder heeft deze brief met toepassing van artikel 6:15, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) als beroepschrift doorgezonden aan het College, waar deze op 5 augustus 2005 is binnengekomen.

Bij brief van 30 augustus 2005 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Nadat het onderzoek ter zitting van 25 november 2005 en 16 maart 2006 op verzoek van respectievelijk verweerder en appellant was uitgesteld, heeft dit op 10 januari 2006 plaatsgevonden. Hierbij hebben appellant in persoon en verweerder bij monde van zijn gemachtigde hun standpunten toegelicht.

2. De beoordeling van het geschil

Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder namens verweerder het bestreden besluit van 24 juni 2005 ingetrokken, onder de toezegging het initiatief te nemen tot een nader overleg met appellant ter bespreking van de inhoudelijke bezwaren van appellant. Appellant heeft hiermee ingestemd.

Nu het bestreden besluit is ingetrokken, dient het beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Het College acht termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 Awb. Deze kosten zijn op voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op totaal € 57,60 voor reiskosten. Voor het vergoeden van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand ziet het College geen aanleiding, nu niet is gebleken van proceshandelingen die ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen. Voorts zal het College bepalen dat aan appellant het door hem betaalde griffierecht wordt vergoed.

3. De beslissing

Het College

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellant ten bedrage van € 57,60 (zegge: zevenenvijftig euro en zestig

cent), onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;

- bepaalt dat de Staat der Nederlanden aan appellant het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 138,- (zegge:

honderdachtendertig euro) vergoedt.

Aldus gewezen door mr. E.J.M. Heijs, mr. H.A.B. van Dorst-Tatomir en mr. M.J. Kuiper, in tegenwoordigheid van mr. I.C. Hof als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2007.

w.g. E.J.M. Heijs w.g. I.C. Hof