Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2005:AT8604

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
10-06-2005
Datum publicatie
04-07-2005
Zaaknummer
AWB 03/590 en 03/591
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Compenserende heffing

Rozijnen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Nr. AWB 03/590 en 03/591 10 juni 2005

5081 Compenserende heffing

Rozijnen

Beschikking ex artikel 8:68 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaken van:

Catz International B.V. appellante,

gemachtigden: mr. R.G.A. Tusveld en mr. A.W. Stoffels,

tegen

Inspecteur van de Belastingdienst/Douane Kantoor Rotterdam, verweerder,

gemachtigde: mr. J.J. Birkhoff, werkzaam bij verweerder.

Overwegingen

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 mei 2005 en is vervolgens gesloten.

Het College is evenwel tot de conclusie gekomen dat het onderzoek niet volledig is geweest en dat het vooronderzoek op grond van artikel 19 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie juncto artikel 8:68 van de Algemene wet bestuursrecht dient te worden heropend. Daartoe wordt als volgt overwogen.

In deze procedures staan ter beoordeling verweerders besluiten om aan appellante compenserende landbouwheffingen op te leggen, omdat zij bij 22 aangiften ten invoer van rozijnen, de geldende minimuminvoerprijs zou hebben ontdoken. Verweerder heeft in dit verband betekenis toegekend aan de omstandigheid dat in 1996 van grootboekrekening 329800 HFL. 437.001,-- ten gunste van het resultaat is geboekt.

Appellante is in de loop van de procedures gekomen met verklaringen over de herkomst van het bedrag van HFL. 437.001,--.

Volgens een naar aanleiding van een door de Fiscale inlichtingen en opsporingsdienst ingesteld onderzoek opgesteld proces-verbaal met PV code AH/09, van 13 april 1999, is namens appellante tegenover het Landelijk Waardeteam van de Douane, District Rotterdam, verklaard dat bedragen zouden zijn ontvangen van Keren Trading in verband met arbitrages in London, wegens het niet leveren van diverse partijen peper.

Volgens het verslag van het horen d.d. 13 maart 2003 zou de heer A, als controller in dienst van appellante, hebben verklaard dat het bedrag van HFL. 437.001,-- de sluitpost zou zijn van eerdergenoemde grootboekrekening. Dit bedrag zou niets te maken hebben met rozijnen. De heer A zou voorts desgevraagd hebben erkend dat in 1996 met betrekking tot rozijnen door de Turkse leveranciers bonussen/provisie/kortingen zijn betaald. Hij kon evenwel niet aangeven op welke wijze en tot welk bedrag deze in de administratie zijn verantwoord.

In een ongedateerd schrijven heeft de heer A in reactie op het verslag van het horen onder meer het volgende opgemerkt:

" Om te beginnen wil ik nadrukkelijk mededelen dat ik niet verklaard heb dat er in 1996 bonussen/provisie/kortingen zijn ontvangen door Turkse leveranciers met betrekking op rozijnen.

Ik heb in het algemeen gezegd dat het fenomeen kortingen/provisies/bonussen bij een bedrijf als Catz International BV uiteraard voorkomt, maar vooral aan de “uitgaande” kant.

“Inkomend” zijn er ook kortingen/bonus afspraken tussen leveranciers en Catz zoals bijv.:

? Omzetbonus S.A.D. inzake Zuidafr. Rozijnen ( betreft % van de inkoopwaarde )

? Unity Food uit Thailand (betreft 3 % Korting/Bonus )

? Chin Huay uit Thailand (betreft 2 % Korting/Bonus )

(…)

Een Balansrekening begint uiteraard met een beginsaldo.

In dit geval Hfl 176.360.= zijnde voornamelijk een te ontvangen post ad $ 100.000 (HFL 175.000) van Keren Trading betreffende een claim.

(…)

Per ultimo boekjaar heb ik dus het saldo bepaald van de rekening "329800" zijnde Hfl. 486.600,= Dit bedrag bestond voor 96% uit een te ontvangen bedrag van Keren zijnde $ 100.000 uit 1995 en $ 250.000 uit 1996 -/- $ 90.230 fysiek ontvangen van Keren (en dus geboekt)

Dit eindsaldo minus het beginsaldo plus of min de mutaties is de boeking van het jaareinde, in dit geval de hfl. 437.001,=

Deze boeking staat dus niet op zich zelf maar is een gevolg van en heeft dus in dit geval, net als het eindsaldo van 486.660 helemaal NIETS te maken met rozijnen Turkije o.i.d.

(…)"

In haar aanvullend beroepschrift heeft appellante het volgende gesteld:

" Zoals gezegd heeft belanghebbende naar aanleiding van het "Hoorgesprek" gemotiveerd aangegeven dat het genoemde bedrag van f 437.001 betrekking ziet op boekingen van onder meer:

1) de omzetbonus SAD inzake Zuid Afrikaanse rozijnen; en

2) uitgekeerde bedragen (kortingen en bonussen) van Unity Food en Chin Huay, beide uit Thailand.

Daarnaast is in eerdere fases van de procedure reeds herhaaldelijk aangegeven dat dit bedrag mede betrekking heeft op de afwikkeling van claims waarvan de bemiddeling werd verzorgd door Keren Trading. Keren Trading is een in New York gevestigde handelspartner van belanghebbende die ook bemiddelde in geschillen tussen belanghebbende en haar wederpartijen. Bedragen door belanghebbende aan Keren Trading te voldoen, werden afgeletterd tegen de door de desbetreffende wederpartijen in het kader van de afwikkeling van dergelijke claims aan Keren Trading betaalde bedragen."

Ter zitting van het College heeft de heer A desgevraagd verklaard dat hij het in het beroepschrift gestelde inzake bonussen uit Zuid-Afrika en Thailand niet kon toelichten. Hij heeft als verklaring voor het bedrag van HFL. 437.001,-- gewezen op de uitkomst van arbitrages inzake partijen pepers uit Brazilië. In eerste instantie is de uitkomst van de arbitrage ingeschat op

$ 100.000,-- en voor dat bedrag op de grootboekrekening gezet. In de loop van 1996 werd duidelijk dat een hogere uitkomst te verwachten was. Daarom is eind 1996 opgegeven dat de totale vordering ad HFL. 350.000,-- moet gaan binnenkomen. Dit heeft geleid tot een totaal aan ontvangsten van Keren Trading van HFL. 454.000,--. Als zou zijn verwacht dat een lager bedrag van de vordering zou binnenkomen, zou ook het bedrag van HFL. 437.001,-- lager zijn uitgekomen.

Appellante heeft geen schriftelijk bewijs in geding gebracht ter ondersteuning van haar stellingen.

Aangezien de door appellante in de verschillende stadia van de procedures ingenomen standpunten niet eensluidend zijn en zij met name ter zitting een toelichting op het terzake in het beroepschrift gestelde schuldig moest blijven, blijft onduidelijk welke specificatie, verklaring en onderbouwing appellante nu precies geeft aan de samenstelling en herkomst van de in geding zijnde HFL. 437.001,--.

Het College heropent daarom het onderzoek.

Het vorenstaande leidt het College tot de volgende beslissing.

De beslissing

Het College:

- heropent het onderzoek in de onderhavige zaak;

- bepaalt dat het vooronderzoek wordt voorgezet;

- verzoekt appellante binnen vier weken na dagtekening van deze beschikking een eenduidige specificatie en verklaring te

geven aan de samenstelling en herkomst van de post "memo dot. te ontv. provisie per" van HFL. 437.001,-- op rekening

329800 d.d. 31 december 1996;

- verzoekt appellante tegelijkertijd bedoelde samenstelling en herkomst te onderbouwen aan de hand van stukken die aan

objectieve gegevens zijn ontleend.

Aldus gegeven door mr. C.J. Borman, mr. H.A.B. van Dorst – Tatomir en mr. M.J. Kuiper, in tegenwoordigheid van mr. R. Meijer, als griffier, op 10 juni 2005.

w.g. C.J. Borman w.g. R. Meijer