Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2003:AG1676

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
23-05-2003
Datum publicatie
18-06-2003
Zaaknummer
AWB 02/1356
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Op 9 juli 2002 heeft het College van appellante een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een besluit van verweerder van 29 mei 2002.

Bij dit besluit heeft verweerder beslist op het bezwaar van appellante tegen een besluit van 25 november 2001, genomen op grond van de EG-Regeling steunverlening akkerbouwgewassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

No. AWB 02/1356 23 mei 2003

5135 EG-steunverlening akkerbouwgewassen

Uitspraak in de zaak van:

Maaschap A en B, te C, appellante,

gemachtigde: B, te C,

tegen

de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te 's-Gravenhage, verweerder,

gemachtigde: mr. J. Teigeler, werkzaam bij LASER.

1. De procedure

Op 9 juli 2002 heeft het College van appellante een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een besluit van verweerder van 29 mei 2002.

Bij dit besluit heeft verweerder beslist op het bezwaar van appellante tegen een besluit van 25 november 2001, genomen op grond van de EG-Regeling steunverlening akkerbouwgewassen.

Verweerder heeft op 20 september 2002 een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 april 2003, waarbij partijen bij monde van hun gemachtigden hun standpunten hebben toegelicht.

2. De grondslag van het geschil

2.1 In Verordening (EEG) nr. 3887/92, zoals gewijzigd bij Verordening (EG) 2801/1999, is onder meer het volgende bepaald:

''Artikel 4

(…)

2.a. De steunaanvraag 'oppervlakten' mag na de uiterste datum voor de indiening ervan worden gewijzigd op voorwaarde dat de bevoegde instantie de wijzigingen uiterlijk op de voor het inzaaien of overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1251/1999 van de Raad vastgestelde datum ontvangt (…)

(…)

Artikel 5 ter

Onverminderd de artikelen 4, 5 en 5 bis, mag een steunaanvraag, in geval van een door de bevoegde instantie erkende manifeste fout, na de indiening op elk moment worden aangepast.

Artikel 9

1. (…)

2. Wanneer wordt vastgesteld dat de in de steunaanvraag ''oppervlakten'' aangegeven oppervlakte groter is dan de geconstateerde oppervlakte, wordt het steunbedrag berekend op basis van de bij de controle feitelijk geconstateerde oppervlakte. Behoudens overmacht wordt de feitelijk geconstateerde oppervlakte echter verlaagd met: tweemaal het vastgestelde verschil wanneer dit groter dan 3% van de geconstateerde oppervlakte of dan 2 hectare en niet groter dan 20 % van de geconstateerde oppervlakte.''

Bij Verordening (EG) nr. 2419/2001 inwerking getreden met ingang van 13 december 2001, is het volgende bepaald:

''Artikel 53

1. Verordening (EEG) nr. 3887/92 wordt ingetrokken. Zij blijft evenwel van toepassing op steunaanvragen voor verkoopseizoenen of premieperioden die beginnen vóór 1 januari 2002."

Bij de Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen (hierna: de Regeling), zoals deze regeling luidde onder vigeur van Verordening (EEG) nr. 3887/92, is voorzover hier van belang het volgende bepaald:

"Artikel 3

Aan producenten van akkerbouwgewassen die een aanvraag oppervlakten indienen wordt door de minister jaarlijks ter zake van met akkerbouwgewassen ingezaaide oppervlakten of braakgelegde oppervlakten overeenkomstig de raadsverordening, verordening 3508/92, verordening 3887/92, verordening 2316/1999, verordening 2461/1999, deze regeling en het overeenkomstig artikel 3 van de raadsverordening opgestelde regioplan, subsidie verstrekt.

(…)

Artikel 6

1. Om voor een subsidie in aanmerking te komen dient de producent bij LASER een aanvraag oppervlakten in.

2. Een aanvraag oppervlakten heeft betrekking op alle percelen die behoren tot het bedrijf van de producent.

Artikel 9

1. Na sluiting van de aanvraagperiode doch uiterlijk op 31 mei voorafgaand aan het betrokken verkoopseizoen kan de aanvraag oppervlakten worden gewijzigd in de gevallen bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a, van verordening 3887/92.

2. In afwijking van het eerste lid kan de aanvraag oppervlakten na 31 mei worden gewijzigd:

a. in geval van een duidelijke fout;

b. voorzover de wijziging betrekking heeft op een vermindering van de aangegeven oppervlakte mits LASER van deze wijziging schriftelijk in kennis is gesteld alvorens de producent ter zake van de betrokken percelen enige mededeling is gedaan over de resultaten van een administratieve controle dan wel over het uitvoeren van een fysieke controle van het bedrijf van de producent.''

2.2 Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het College komen vast te staan.

- Op 25 april 2001 heeft appellante een aanvraag oppervlakten 2001 ingediend. Appellante heeft zes percelen opgegeven als voederareaal ten behoeve van de Regeling dierlijke EG-premies, waarvan vijf graspercelen en een maïsperceel (met bijdragecode 805).

- Bij besluit van 25 november 2001 heeft verweerder appellante meegedeeld dat 27,23 ha voederareaal ten behoeve van de Regeling dierlijke EG-premies is geregistreerd. Tevens is meegedeeld dat de door appellante ingevulde aanvraag niet heeft geleid tot subsidie in het kader van de Regeling, nu appellante geen percelen hiervoor heeft opgegeven.

- Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 27 november 2001 een bezwaarschrift ingediend, waarbij appellante heeft verzocht de bijdragecode bij het maïsperceel aan te passen om alsnog in aanmerking te komen voor akkerbouwsubsidie.

- Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen.

3. Het bestreden besluit

Het bestreden besluit houdt onder meer het volgende in.

''(…)

U voert aan dat u na ontvangst van de beslissing van 25 november 2001 heeft geconstateerd dat u de verkeerde bijdragecode heeft opgegeven. U heeft voor 5,20 hectare snijmais bijdragecode 805 opgegeven in plaats van 845. Verder geeft u aan dat u deze hectares niet meer nodig heeft voor uw voederareaal.

(…)

Artikel 9, tweede lid, aanhef en sub a, van de Regeling bepaalt dat de aanvraag oppervlakten in afwijking van het eerste lid na 31 mei kan worden gewijzigd in geval van een duidelijke fout. Aangezien LASER op 29 november 2001 uw bezwaarschrift heeft ontvangen waarin u verzoekt om alsnog de bijdragecode 805 in 845 te veranderen, kan uw aanvraag alleen nog worden gewijzigd in het geval van een duidelijke fout.

Als producent bent u verantwoordelijk voor het juist invullen van uw eigen aanvraag. De gevolgen van een onjuiste opgave dienen in beginsel voor uw rekening te blijven, behalve in het geval er sprake is van een duidelijke fout. Er is sprake van een duidelijke fout, indien redelijkerwijs is uitgesloten dat ten tijde van de aanvraag die opgave conform uw bedoeling was. Objectief moet derhalve vaststaan dat de destijds gedane opgave kennelijk fout was.

Er is sprake van een duidelijke vergissing in de zin van het werkdocument van de Europese Commissie van 18 januari 1999, indien er een tegenstrijdigheid in de aanvraag zit die wijst op een vergissing.

Ik ben van mening, dat in uw geval geen sprake is van een duidelijke vergissing. Uw aanvraag is als zodanig niet onlogisch, niet onvolledig en consequent ingevuld. Het staat de producent vrij om voor een perceel - waar mogelijk - al dan niet een subsidie aan te vragen. LASER behoefde derhalve geen gerede twijfel te hebben ten aanzien van hetgeen u met uw aanvraag beoogde.''

4. Het standpunt van appellante

Appellante heeft ter ondersteuning van het beroep onder meer het volgende tegen het bestreden besluit aangevoerd.

Bij het invullen van de aanvraag oppervlakte heeft appellante een foutieve bijdragecode vermeld bij het maïsperceel door in plaats van bijdragecode 845, de bijdragecode 805 te hanteren. Appellante had dit maïsperceel op willen geven ter verkrijging van akkerbouwsteun.

Hoewel de aanvraag op het oog correct en volledig is ingevuld, had verweerder kunnen weten dat door appellante een fout was gemaakt. Immers, ten tijde van de aanvraag waren 13 premiewaardige stieren aanwezig op appellantes bedrijf, waar appellante premie voor had kunnen aanvragen, nu 27,23 ha voederareaal was geregistreerd. Appellante heeft echter premie aangevraagd voor 9 stieren, zodat er ruimte was om een maïsperceel van 5,20 hectare op te gegeven voor akkerbouwpremie. Indien appellante de bedoeling had gehad om geen akkerbouwpremie aan te vragen, had appellante stierenpremie aangevraagd voor alle op het bedrijf aanwezige stieren.

5. De beoordeling van het geschil

Het College stelt voorop dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt stelt dat slechts aan het bezwaar van appellante tegemoet zou kunnen worden gekomen indien zou moeten worden geoordeeld dat door appellante bij haar aanvraag oppervlakten een klaarblijkelijke fout is gemaakt. Immers alleen in dat geval is het blijkens artikel 5ter van Verordening (EEG) nr. 3887/92 juncto artikel 9, tweede lid, van de Regeling, ook na afloop van de uiterste indieningsdatum van een aanvraag mogelijk die aanvraag te wijzigen.

Zoals het College reeds eerder heeft overwogen, is slechts sprake van een klaarblijkelijke fout indien objectief vaststaat dat de aanvankelijke opgave kennelijk fout was. Dit is het geval wanneer uit de aanvraag oppervlakten zelf blijkt dat de gedane opgave niet juist kan zijn.

Hiervan is in het onderhavige geval geen sprake. Uit de aanvraag oppervlakten is niet af te leiden dat appellante percelen wilde opgeven ten behoeve van de Regeling. Derhalve behoefde verweerder ook geen gerede twijfel te hebben ten aanzien van hetgeen appellante met de aanvraag beoogde.

Met betrekking tot hetgeen appellante heeft aangevoerd overweegt het College het volgende. Het is niet de taak van verweerder zich in de motieven van de aanvrager te verdiepen of te beoordelen of de aanvrager de subsidieregelingen optimaal heeft benut.

Appellante is zelf verantwoordelijk voor het juist invullen van de aanvraag oppervlakten. Een onjuiste opgave van de bijdragecode dient dan ook voor rekening en risico van appellante te blijven.

Gelet op het vorenstaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Het College acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

6. De beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gewezen door mr. W.E. Doolaard in tegenwoordigheid van M.H. Vazquez Muñoz, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2003.

w.g. W.E. Doolaard w.g. M.H. Vazquez Muñoz