Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2003:AF9584

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
25-04-2003
Datum publicatie
05-06-2003
Zaaknummer
AWB 02/1289
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

(zesde enkelvoudige kamer)

No. AWB 02/1289 25 april 2003

5135 EG-steunverlening akkerbouwgewassen

Uitspraak in de zaak van:

A, te B, appellant,

tegen

de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, verweerder,

gemachtigde: mr. B.T. Goerdat, werkzaam bij verweerders ministerie.

1. De procedure

Op 25 juni 2002 heeft het College van appellant een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een besluit van verweerder van 11 juni 2002, verzonden op 13 juni 2002.

Bij dit besluit heeft verweerder beslist op het bezwaar, dat appellant heeft gemaakt tegen de vaststelling van zijn oppervlakte voederareaal naar aanleiding van zijn aanvraag Oppervlakten/Gebruik gewaspercelen 2001.

Verweerder heeft bij brief van 1 augustus 2002 een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 april 2003, alwaar appellant met bericht van verhindering niet is verschenen en verweerder bij monde van zijn gemachtigde zijn standpunt heeft toegelicht.

2. De grondslag van het geschil

2.1 Bij Verordening (EEG) nr. 3887/92 was ten tijde hier van belang onder meer het volgende bepaald:

"Artikel 4

(…)

2. a) De steunaanvraag "oppervlakten" mag na de uiterste datum voor de indiening ervan worden gewijzigd op voorwaarde dat de bevoegde autoriteiten de wijzigingen uiterlijk op de data als bedoeld in de artikelen 10, 11 en 12 van Verordening (EEG) nr. 1765/92 van de Raad ontvangen."

(…)

Artikel 5 bis

Onverminderd de voorschriften van de artikelen 4 en 5 kan een steunaanvraag, in geval van een door de bevoegde instantie erkende klaarblijkelijke fout, na de indiening op elk moment worden aangepast."

Artikel 9 van de Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen, zoals dat gold van 20 januari 2001 tot 9 januari 2002, bepaalde:

"1. Na sluiting van de aanvraagperiode doch uiterlijk op 31 mei voorafgaand aan het betrokken verkoopseizoen kan de aanvraag oppervlakten worden gewijzigd in de gevallen bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a, van verordening 3887/92.

2. In afwijking van het eerste lid kan de aanvraag oppervlakten na 31 mei worden gewijzigd:

a. in geval van een duidelijke fout;

b. voorzover de wijziging betrekking heeft op een vermindering van de aangegeven oppervlakte mits LASER van deze wijziging schriftelijk in kennis is gesteld alvorens de producent ter zake van de betrokken percelen enige mededeling is gedaan over de resultaten van een administratieve controle dan wel over het uitvoeren van een fysieke controle van het bedrijf van de producent."

2.2 Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het College komen vast te staan.

- Appellant heeft bij formulier, gedagtekend 8 mei 2001, bij verweerders uitvoeringsdienst Laser een zogenoemde aanvraag oppervlakten/gebruik gewaspercelen 2001 ingediend.

- Bij brief van 6 juni 2001 heeft verweerders dienst Laser appellant bericht dat in zijn aanvraag een tegenstrijdigheid is geconstateerd. Daartoe is het volgende aangegeven:

"(..)

Het betreft onderdeel 5a op het aanvraagformulier in combinatie met de bijdragecodes die u heeft opgegeven in onderdeel 6.

· Indien u vraag 5a met ja heeft beantwoord en u wilt voor MEER dan 15 GVE zoogkoeien en/of stierenpremie aanvragen, dient u in onderdeel 6 gewaspercelen op te geven met bijdragecode 800 en/of 805.

· Indien u vraag 5a met nee heeft beantwoord of deze vraag in zijn geheel niet heeft beantwoord en u heeft bij onderdeel 6 uw percelen opgegeven met bijdragecode 800 en/of 805 betekent dit dat u voor deze percelen niet in aanmerking komt voor de droogsteun en/of akkerbouwsubsidie.

Ik verzoek u uw aanvraag op deze punten te controleren. Wanneer u van mening bent dat een wijziging dient plaats te vinden in uw aanvraag, dan wordt u verzocht dit binnen 14 dagen na dagtekening van dit bericht schriftelijk kenbaar te maken onder vermelding van uw relatienummer en het aanvraagnummer."

- In reactie op dit schrijven heeft appellant de originele aanvraag retour gezonden. Op de retour gezonden aanvraag is de bijdragecode gewijzigd van 845 in 805.

- Bij brief van 17 oktober 2001, verzonden op 1 november 2001, heeft verweerder appellant bericht dat de opgegeven oppervlakte voor perceel 1 niet overeenkomt met de topografische oppervlakte. Appellant is in de gelegenheid gesteld binnen 14 dagen te reageren, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

- Verweerder heeft appellant bij besluit van 22 november 2001 meegedeeld dat ten behoeve van de Regeling dierlijke EG-premies een oppervlakte voederareaal is geregistreerd van 2.12 hectare.

- Op 8 februari 2002 heeft appellant telefonisch contact opgenomen met Laser over het uitblijven van een beslissing op zijn aanvraag.

- Desgevraagd heeft verweerder vervolgens appellant het besluit van 22 november 2001 doen toekomen.

- Bij brief van 14 februari 2002, ontvangen door verweerder op 20 februari 2002, heeft appellant schriftelijk gereageerd op het besluit van 22 november 2001. Verweerder heeft deze brief aangemerkt als een bezwaarschrift.

- Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen.

3. Het bestreden besluit

Verweerder heeft bij het bestreden besluit de bezwaren van appellant ongegrond verklaard. Het bestreden besluit houdt daartoe - samengevat - het volgende in.

Appellant maakt in feite bezwaar tegen het aanmerken van zijn aanvraag als een opgave van voederareaal, terwijl hij stelt met zijn aanvraag in aanmerking te willen komen voor akkerbouwsteun. In zoverre acht verweerder het bezwaar ontvankelijk. Op grond van artikel 9, tweede lid, aanhef en sub a, van de Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen kan de aanvraag oppervlakten na 31 mei worden gewijzigd in geval van een duidelijke fout. Als producent is appellant verantwoordelijk voor het juist invullen van zijn aanvraag. De gevolgen van het onjuist invullen dienen voor zijn rekening te blijven, tenzij sprake is van een duidelijke fout. Hier is sprake van indien redelijkerwijs is uitgesloten dat ten tijde van de aanvraag de opgave conform appellants bedoeling was, indien objectief vaststaat dat de opgave kennelijk fout was. De Europese Commissie heeft in een werkdocument van 18 januari 1999 aangegeven, dat onder meer sprake is van een duidelijke vergissing indien een tegenstrijdigheid in de aanvraag daarop wijst. In het onderhavige geval is geen sprake van een duidelijke vergissing. De aanvraag van appellant is als zodanig niet onlogisch, niet onvolledig en consequent ingevuld. Het staat de producent vrij om voor een perceel - waar mogelijk - al dan niet een subsidie aan te vragen. Bij brief van 6 juni 2001 is appellant gewezen op een tegenstrijdigheid, die wees op een vergissing. Appellant heeft vervolgens zijn aanvraag gewijzigd en voor al zijn percelen een bijdrage voederareaal aangevraagd. In de gewijzigde aanvraag staan derhalve geen percelen die in aanmerking komen voor een akkerbouwsubsidie. Laser behoefde derhalve geen gerede twijfel te hebben aan hetgeen appellant met zijn aanvraag beoogde.

4. Het standpunt van appellant

Appellant heeft ter ondersteuning van het beroep - samengevat - onder meer het volgende aangevoerd.

Verweerder stelt ten onrechte dat appellant de aanvraag heeft gewijzigd. Het is Laser die de wijzigingen zonder appellants toestemming heeft doorgevoerd. Appellant vraagt al jaren door middel van bijdragecode 845 akkerbouwsteun aan voor het verbouwen van maïs en tot 2001 is deze subsidie altijd toegewezen. De brief van 17 oktober 2001 vermeldt dat de oppervlakte met 8 are is gewijzigd. Appellant heeft deze wijziging akkoord bevonden en daarom niet gereageerd. Het is hem evenwel ontgaan dat de bijdragecode is gewijzigd in 805. Omdat appellant de brief van 22 november 2001 nooit heeft ontvangen, heeft hij nooit kunnen reageren op de gewijzigde bijdragecode. Op zijn verzoek heeft Laser hem omstreeks 8 februari 2002 een kopie toegestuurd van de brief van 22 november 2001 en van de aanvraag, met de daarop gemaakte aantekeningen. Het is duidelijk dat Laser de bijdragecodes heeft gewijzigd. Deze wijzigingen zijn waarschijnlijk aangebracht naar aanleiding van de brief van 6 juni 2001. Echter, niet de bijdragecode had mogen worden veranderd, maar vraag 4 had met ja in plaats van nee en vraag 5 met nee in plaats van ja moeten worden beantwoord. Laser heeft de aanvraag dan ook verkeerd aangepast.

5. De beoordeling van het geschil

Het College stelt voorop dat voor het voor het alsnog gewijzigd lezen van de aanvraag slechts aanleiding zou hebben bestaan, indien door appellant bij de aanvraag oppervlakten een klaarblijkelijke fout was gemaakt. Immers alleen in dat geval is het blijkens artikel 5 bis van Verordening (EEG) nr. 3887/92 ook na afloop van de uiterste indieningsdatum van een aanvraag mogelijk deze aanvraag te wijzigen en zou het onrechtmatig zijn appellant aan zijn opgave te houden. De Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft in een werkdocument van 18 januari 1999, VI/7103/98 Rev2-NL, enkele richtsnoeren inzake manifeste fouten in de zin van genoemd artikel 5 bis vastgesteld. Als manifeste fouten worden in dit werkdocument aangemerkt direct in het oog springende fouten en tegenstrijdigheden, die bij een aandachtiger onderzoek van de in de aanvraag verstrekte gegevens geconstateerd worden, alsmede eigenaardigheden, die betrekking hebben op aanduidingen of nummers van percelen of dieren.

Verweerder heeft geconstateerd dat de aanvraag van 8 mei 2001 een kennelijke tegenstrijdigheid bevatte, omdat de opgegeven bijdragecode niet strookte met het niet vragen van voederareaal. Appellant is bij brief van 6 juni 2001 op deze tegenstrijdigheid gewezen en in de gelegenheid gesteld deze te herstellen. Partijen houdt verdeeld of appellant dan wel een medewerker van Laser vervolgens de bijdragecode heeft gewijzigd van 845 in 805.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting acht het College het onvoldoende aannemelijk dat, zoals door appellant wordt gesteld, medewerkers van Laser op eigen initiatief de door appellant bestreden wijziging op de aanvraag hebben aangebracht. Namens verweerder is ter zitting, desgevraagd, verklaard dat indien tegenstrijdigheden worden ontdekt, de aanvraag altijd wordt teruggestuurd, waarbij wordt aangegeven van welke tegenstrijdigheid sprake is. Medewerkers van Laser brengen nimmer op eigen initiatief veranderingen aan op het formulier, het is aan de aanvrager om al dan niet te wijzigen. Niet in geschil is voorts dat Laser in het onderhavige geval bij brief van 6 juni 2001 de aanvraag aan appellant heeft geretourneerd. Appellant heeft in beroep aangegeven welke wijzigingen in zijn visie in de aanvraag hadden moeten worden aangebracht. Hij heeft evenwel niet gesteld dat hij in reactie op de brief van 6 juni 2001 deze wijzigingen ook aan verweerder heeft doorgegeven. De door verweerder overgelegde stukken maken het echter aannemelijk dat Laser op 14 juni 2001 wel een reactie van appellant heeft ontvangen. Nu appellant in zijn bezwaar- noch in zijn beroepschrift heeft aangegeven welke inhoud deze reactie had, dient het College het er voor te houden dat deze reactie de door verweerder gestelde strekking had.

Het College is op grond van vorenstaande overwegingen van oordeel dat verweerder heeft kunnen oordelen dat appellant een opgave voederareaal deed. Als gevolg van de wijziging was de aanvraag immers niet langer onlogisch of onbegrijpelijk, zodat er geen reden was om aan de strekking te twijfelen. Van een klaarblijkelijke fout was derhalve geen sprake meer.

Daarnaast wijst het College nog op de brief van Laser van 17 oktober 2001. Uit de bijlage bij deze brief blijkt dat de bijdragecode is bepaald op 805. Het had op de weg van appellant gelegen om te reageren, indien naar zijn oordeel deze bijdragecode onjuist was.

Het beroep is derhalve ongegrond. Het College acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

6. De beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gewezen door mr. C.M. Wolters in tegenwoordigheid van mr. R. Meijer, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 25 april 2003.

w.g. C.M. Wolters w.g. R. Meijer