Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2002:AE8690

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
24-09-2002
Datum publicatie
11-10-2002
Zaaknummer
AWB 01/902
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

No.AWB 01/902 24 september 2002

24000

Uitspraak in de zaak van:

Administratiekantoor Holland B.V., gevestigd te Amsterdam, appellante,

gemachtigde: H.J.S. Mock, bestuurder van Stichting vrienden van het Beth Ha-Midrasj, gevestigd te Amsterdam, directeur van appellante,

tegen

Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Centraal Gelderland, gevestigd te Arnhem, verweerster,

gemachtigden: R.C. Brion en W.J.M. van Hees, beiden werkzaam bij verweerster.

1. De procedure

Op 23 november 2001 heeft het College van appellante een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een besluit van verweerster van 29 oktober 2001.

Bij dat besluit heeft verweerster beslist op het bezwaar dat appellante heeft gemaakt tegen een brief van de Vereniging Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland te Woerden van 6 september 2001.

Op 13 februari 2002 heeft verweerster een verweerschrift ingediend.

Bij brieven van 8 maart 2002 en 21 juni 2002 heeft appellante de gronden van het beroep aangevuld.

Het College heeft de zaak behandeld ter zitting van 2 juli 2002, waar partijen hun standpunten bij monde van hun gemachtigden nader hebben toegelicht.

2. De vaststaande feiten

Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het College komen vast te staan.

- Blijkens een uittreksel uit het handelsregister van verweerster van 26 september 2001 stond laatstelijk onder dossiernummer 09031353 in dit register ingeschreven: Administratiekantoor Holland B.V. Deze rechtspersoon is op 31 december 1964 opgericht en haar statutaire zetel is met ingang van 22 december 1992 gewijzigd van Westervoort in Weesp. In dit uittreksel staat voorts vermeld dat op 27 februari 1997 is geregistreerd dat deze rechtspersoon is verplaatst en ressorteert onder het district van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Gooi- en Eemland. De registratie van deze rechtspersoon is op 27 februari 1997 bij verweerster beëindigd. Voor nadere informatie met betrekking tot deze rechtspersoon wordt verwezen naar dossiernummer 32037198, dat is ingeschreven bij laatstgenoemde Kamer van Koophandel en Fabrieken.

- Bij brief van 14 augustus 2001 heeft appellante zich tot de Vereniging Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland (hierna: Vereniging) te Woerden gewend met het verzoek de gegevens van het afgesloten dossier van appellante met nummer 09031353 van het internet te verwijderen.

- Bij brief van 6 september 2001 heeft de Vereniging appellante een reactie doen toekomen op haar verzoek van 14 augustus 2001. In deze brief is onder meer het volgende opgenomen:

" (…)

Geachte heer Mock,

Zoals u bekend is, plaatst de kamer van koophandel de dossiers van het handelsregister op internet. U bent het niet eens met het plaatsen op Internet van het afgesloten dossier van uw B.V. Administratiekantoor Holland (dossiernummer: 09031353).

De kamer van koophandel is verplicht tot het blijvend bewaren en ter inzage houden van afgesloten dossiers. In het oude Handelsregisterbesluit (artikel 14 resp. 12 en 13 Hrb.) was dit expliciet opgenomen. Ook in de nieuwe Handelsregisterwet (artikel 14 en 15 Hrw.; wet is in werking sinds 1 oktober 1997) is opgenomen dat een ieder recht op inzage in het handelsregister heeft. Het bewaren van (afgesloten) dossiers is niet opnieuw expliciet in de wet opgenomen, omdat dit onderwerp reeds geregeld is in de Archiefwet 1995 (artikel 5 en 12 Archiefwet). Hoewel de officiële vernietigingslijst nog niet is vastgesteld, is het geenszins de bedoeling van de kamers van koophandel om afgesloten dossiers binnen afzienbare tijd te vernietigen. Dit zou onaanvaardbaar zijn in verband met een juiste taakvervulling door de kamers van koophandel.

Nu blijft over de vraag of onze plicht om uw dossier te bewaren en ter inzage te houden ook betekent dat dit dossier op internet geplaatst dient te worden. Uitgangspunt is (en is altijd geweest) dat het handelsregister een openbaar register is (artikel 14 Hrw.) en dat de kamer van koophandel vrij is in de wijze waarop de inzage wordt verleend. Eén van de redenen om een nieuwe Handelsregisterwet te ontwerpen was het mogelijk maken van het op elektronische wijze vastleggen van informatie en het via elektronische weg verstrekken van informatie uit het handelsregister. (…) Wij zijn dan ook van mening dat dossiernummer 09031353 terecht op internet ter inzage is.

Overigens gaf u aan dat Kamer van Koophandel Centraal Gelderland al in 1992 het dossier 09031353 had moeten sluiten. Als de kamer dit had gedaan, zo stelt u nadat wij hier telefonisch over spraken, was het dossier nooit op internet terecht gekomen. Ik heb hier nog eens navraag na gedaan, omdat de juistheid van deze stelling misschien tot een ander antwoord zou leiden. Echter, mij bleek dat alle dossiers die in of na 1990 gesloten zijn op het internet te vinden zijn, aangezien onze elektronische opslag zover teruggaat. Wellicht zijn er fouten gemaakt door de kamer van koophandel, maar waren deze niet gemaakt, dan was het dossier toch op internet beland.

U heeft aangegeven dat de vermelding van dossier 09031353 voor u om te beginnen praktische problemen oplevert bij het op naam van de rechtspersoon verkrijgen van een auto-kenteken en een mobiel telefoonabonnement. Zoals telefonisch al met u besproken is uit de inschrijving af te leiden wat er werkelijk gebeurd is; u heeft slechts één Administratiekantoor Holland B.V. (gehad) dat eerst onder nummer 09031353 geregistreerd was en waarvan de registratie onder nummer 32037198 is voortgezet. Bij deze brief is een verklaring gevoegd waarin dit nog eens is aangegeven en die u, in het geval de door u geschetste problemen zich nog eens voordoen, kunt overleggen aan de betreffende instantie.

Verder bent u het in het algemeen niet eens met het feit dat het oude dossier nog op internet gepubliceerd staat. Onze redenen om dit te doen zijn hierboven reeds weergegeven. Indien u het niet met onze redenering eens bent, dient de weg gevolgd te worden die de Algemene wet bestuursrecht aangeeft; eerst bezwaar en vervolgens beroep. Het bezwaar dient te worden ingediend bij de kamer van koophandel Centraal Gelderland, aangezien het een dossier van deze kamer betreft. Om onnodige administratieve rompslomp te voorkomen, kunnen wij uw brief aan Kamer Gooi- en Eemland d.d. 23 juli 2001 als bezwaarschrift beschouwen. Daarvoor is wel nodig dat de brief ook Kamer Centraal Gelderland heeft bereikt; zij hebben uw brief echter niet in het dossier.

(…)"

- Tegen deze brief van de Vereniging heeft appellante bij brief van 24 september 2001 bij verweerster bezwaar gemaakt.

- Vervolgens heeft verweerster het bestreden besluit genomen.

3. Het bestreden besluit en het standpunt van verweerster

Bij het bestreden besluit heeft verweerster de bezwaren van appellante, met toepassing van artikel 7:3, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), kennelijk ongegrond verklaard. Verweerster heeft daarbij onder meer met verwijzing naar de brief van de Vereniging van 6 september 2001 overwogen dat zij verplicht is tot het blijvend bewaren en ter inzage houden van afgesloten dossiers en om die reden zijn alle dossiers die in of na 1990 door verweerster zijn gesloten op internet te vinden.

4. Het standpunt van appellante

Appellante kan zich op inhoudelijke gronden niet verenigen met de ongegrondverklaring van haar bezwaarschrift. Zoals uit het navolgende zal blijken, kan een verdere weergave van het standpunt van appellante achterwege blijven.

5. De beoordeling van het geschil

Het College ziet zich allereerst gesteld voor de beantwoording van de vraag of de brief aan appellante van de Vereniging van 6 september 2001 als een besluit in de zin van de Awb kan worden aangemerkt. Is dat niet het geval, dan stond ingevolge artikel 7:1 van de Awb, voor appellante niet de mogelijkheid open daartegen een ontvankelijk bezwaarschrift in te dienen.

Gelet op artikel 1:3, eerste lid, van de Awb kan voornoemde brief slechts dan als een besluit in de zin van deze bepaling worden aangemerkt, indien zij de neerslag vormt van een beslissing die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt.

De brief van de Vereniging van 6 september 2001 is een reactie op het verzoek van appellante om gegevens betreffende haar afgesloten dossier met nummer 09031353 van internet te verwijderen. In deze brief heeft de Vereniging uiteengezet dat een Kamer van Koophandel en Fabrieken op grond van de artikelen 14 en 15 van de Handelsregisterwet 1996, alsmede de artikelen 12 en 15 van de Archiefwet 1995, verplicht is tot het blijvend bewaren en ter inzage houden van afgesloten dossiers. Als uitgangspunt geldt daarbij dat het handelsregister een openbaar register is en dat vrijheid bestaat in de wijze waarop deze inzage wordt verleend. Eén van de redenen voor het voorstel voor een nieuwe Handelsregisterwet was het op elektronische wijze vastleggen van informatie in het handelsregister en het via elektronische weg verstrekken van die informatie mogelijk te maken.

Naar het oordeel van het College draagt vorenstaande uiteenzetting een louter informatief karakter en is in genoemde brief niet een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb vervat. De omstandigheid dat de Vereniging in deze brief nadrukkelijk heeft aangegeven dat appellante bij verweerster bezwaar kon maken, indien zij het met de redenering van de Vereniging niet eens was, kan hieraan niet afdoen.

Voorzover het bezwaar geacht moet worden te zijn gericht tegen de beslissing van verweerder het dossier 09031353 op internet te plaatsen, overweegt het College dat het plaatsen en verwijderen van gegevens op internet, evenals beslissingen die daartoe strekken, feitelijke handelingen zijn, en derhalve geen (publiekrechtelijke) rechtshandelingen waartegen bij de bestuursrechter kan worden opgekomen.

Uit het voorafgaande volgt dat verweerster het bezwaarschrift van appellante ten onrechte ontvankelijk heeft geacht. Het beroep van appellante moet derhalve gegrond worden verklaard en het bestreden besluit dient te worden vernietigd. In verband hiermede kan verweerster bij het opnieuw beslissen op het bezwaarschrift van appellante niet anders doen dan overgaan tot niet-ontvankelijkverklaring van dat bezwaarschrift. Het College ziet hierin aanleiding, met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb, zelf in de zaak te voorzien en het bezwaarschrift van appellante van 24 september 2001 niet-ontvankelijk te verklaren.

Het College acht tenslotte geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van de Awb. Aan de zijde van appellante is geen sprake van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, zoals bedoeld in artikel 1, onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

6. De beslissing

Het College:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 29 oktober 2001;

- verklaart het door appellante bij brief van 24 september 2001 ingediende bezwaar tegen de brief van de Vereniging Kamers

van Koophandel en Fabrieken in Nederland te Woerden van 6 september 2001 niet-ontvankelijk;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- gelast dat aan appellante het door haar gestorte griffierecht ad € 204,50 (zegge: tweehonderdvier euro en vijftig cent, zijnde

het equivalent van het destijds betaalde griffierecht ten bedrage van f 450,--), wordt vergoed;

- wijst verweerster aan als de rechtspersoon die evengenoemd bedrag moet voldoen;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr H.C. Cusell, mr J.A. Hagen en mr M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van mr M.S. Hoppener, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 24 september 2002.

w.g. H.C. Cusell w.g. M.S. Hoppener