Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2002:AE7537

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
10-07-2002
Datum publicatie
12-09-2002
Zaaknummer
AWB 01/1016
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

(zesde enkelvoudige kamer)

No. AWB 01/1016 10 juli 2002

29000 Wet op de kansspelen

Uitspraak in de zaak van:

A h.o.d.n. "B", te C, appellant,

gemachtigde: mr J.H.M. Klaarenbeek-Heijster, advocate te 's-Hertogenbosch,

tegen

de burgemeester van Roerdalen, verweerder,

gemachtigden: mr S.M.G. Breukers-Jongen en H.M.W. Gootzen, werkzaam bij de gemeente Roerdalen.

1. De procedure

Op 14 december 2001 heeft het College van appellant een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Roerdalen van 1 augustus 2001, welk besluit verzonden is op 6 november 2001.

Bij dit besluit hebben burgemeester en wethouders beslist op het bezwaar dat appellant heeft gemaakt tegen de beslissing op zijn aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen (hierna: de Wet) voor twee kansspelautomaten.

Op 4 januari 2002 zijn de gronden van het beroep ingediend.

Verweerder heeft op 5 februari 2002 een verweerschrift ingediend.

Op 5 juli 2002 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgevonden. Bij deze gelegenheid hebben partijen bij monde van hun gemachtigden hun standpunt nader toegelicht. Appellant was ook in persoon ter zitting aanwezig.

2. De vaststaande feiten

- Appellant exploiteert een horeca-gelegenheid onder de naam "B" op het adres D te C.

- Appellant heeft een aanvraag, gedateerd 4 januari 2001, ingediend voor een aanwezigheidsvergunning voor twee kansspelautomaten voor de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2001.

- Bij besluit van 5 juli 2001 (verzonden 6 juli 2001) heeft verweerder appellant de gevraagde vergunning geweigerd.

- Tegen dit besluit heeft appellant een bezwaarschrift ingediend.

- Vervolgens hebben burgemeester en wethouders het bestreden besluit genomen, waarbij, overeenkomstig het advies van de Commissie beroep- en bezwaarschriften, het bezwaar van appellant ongegrond is verklaard.

3. De beoordeling van het geschil

Aan de orde is allereerst of appellant belang heeft bij een beoordeling van zijn beroep. Het College overweegt in verband hiermee als volgt.

Appellant heeft ter zitting verklaard dat gedurende geheel 2001 in zijn inrichting twee kansspelautomaten hebben gestaan en in bedrijf zijn geweest.

Hij heeft ter zitting voorts aangegeven dat het belang bij een beoordeling van het besluit met betrekking tot het onderhavige tijdvak enkel gelegen is in de betekenis die overwegingen van het College terzake kunnen hebben voor de beoordeling van een door verweerder met betrekking tot een later tijdvak mogelijk in zijn besluitvorming te betrekken standpunt. Volgens vaste jurisprudentie van het College dient onder deze omstandigheden te worden geconcludeerd dat appellant geen belang heeft bij een beoordeling van zijn beroep.

Voorgaande overwegingen leiden tot het oordeel dat het beroep van appellant niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Het College acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

4. De beslissing

Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door mr C.J. Borman in tegenwoordigheid van mr R.P.H. Rozenbrand, als griffier, en op 10 juli 2002 in het openbaar uitgesproken.

w.g. C.J. Borman w.g. R.P.H. Rozenbrand