Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2001:AB2491

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
23-05-2001
Datum publicatie
21-07-2004
Zaaknummer
AWB 01/258
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 februari 2001 heeft verweerder ingevolge artikel 30b, juncto artikel 30c, van de Wet op de kansspelen, aan café-koffiehuis "Lucia" vergunning verleend voor het aanwezig hebben van 1 kansspelautomaat en 1 behendigheidsautomaat (...)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

De president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Nrs. AWB 01/258

29010

Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak van:

A en B, te C, verzoekers,

tegen

de Burgemeester van Den Haag, zetelend aldaar, verweerder.

1. De procedure

Bij besluit van 21 februari 2001 heeft verweerder ingevolge artikel 30b, juncto artikel 30c, van de Wet op de kansspelen, aan café-koffiehuis "Lucia" vergunning verleend voor het aanwezig hebben van 1 kansspelautomaat en 1 behendigheidsautomaat en daaraan de volgende beperkingen verbonden:

"1. de verleende vergunning is geldig vanaf 1 januari 2000 tot 1 juni 2001.

2. er mogen alleen speelautomaten worden opgesteld, welke in eigendom toebehoren aan personen die in het bezit zijn van de in artikel 30h, eerste lid, van de Wet op de kansspelen bedoelde vergunning (de exploitatievergunning);

3. de vergunning dient in de inrichting aanwezig te zijn, en moet op eerste vordering van de politie en/of van controlerende ambtenaren worden getoond en desgewenst ter inzage worden gegeven;

4. de bevelen en aanwijzingen van ambtenaren van de politie en van personeel van het Nederlands Meetinstituut dienen terstond en stipt te worden opgevolgd."

Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 2 april 2001 bezwaar gemaakt bij verweerder.

Bij een op 6 april 2001 ter griffie ingekomen verzoekschrift hebben verzoekers in afwachting van de beslissing op bezwaar de president gevraagd bij wege van voorlopige voorziening het besluit van verweerder van 21 februari 2001 te schorsen.

Ingevolge het bepaalde bij artikel 8:82, tweede lid, juncto artikel 8:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt voor de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening een griffierecht geheven en wordt het verzoek bij niet tijdige betaling niet-ontvankelijk verklaard.

Bij brief van 26 april 2001 is namens de president ingevolge artikel 8:82, tweede lid, Awb meegedeeld dat het griffierecht binnen twee weken voldaan dient te zijn. Daarbij zijn verzoekers gewezen op de gevolgen van niet tijdige voldoening.

Het griffierecht is op bedoeld tijdstip niet voldaan. Derhalve moet het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk worden verklaard.

2. De beslissing

De president verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr R.R. Winter, president, in tegenwoordigheid van S.F.E. Raeven, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op

w.g. R.R. Winter w.g. S.F.E. Raeven