Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RVS:2013:CA1287

Raad van State
23-05-2013
29-05-2013
201301757/1/A2 en 201301757/2/A2
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening+bodemzaak

Bij besluit van 23 maart 2012 heeft de rector van de openbare scholengemeenschap Helen Parkhurst (hierna: de rector) aan [verzoeker] het cijfer 1 zonder mogelijkheid tot herkansing toegekend voor een onderdeel van het schoolexamen voor het vak Nederlands.

Rechtspraak.nl
WVO Commentaar en Jurisprudentie 2013/22
NJB 2013/1450

Uitspraak

201301757/1/A2 en 201301757/2/A2.

Datum uitspraak: 23 mei 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te Almere,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 12 februari 2013 in zaak nr. 12/3839 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

de Beroepscommissie voor de Examens Almeerse Scholen Groep.

Procesverloop

Bij besluit van 23 maart 2012 heeft de rector van de openbare scholengemeenschap Helen Parkhurst (hierna: de rector) aan [verzoeker] het cijfer 1 zonder mogelijkheid tot herkansing toegekend voor een onderdeel van het schoolexamen voor het vak Nederlands.

Bij besluit van 21 mei 2012 heeft de Beroepscommissie het door [verzoeker] daartegen ingestelde administratieve beroep ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 12 februari 2013 heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld.

Bij deze brief heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Beroepscommissie heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 25 april 2013, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. A.M.H. Dellaert, en de Beroepscommissie, vertegenwoordigd door haar [voorzitter], [rector] van de openbare scholengemeenschap Helen Parkhurst, en [medewerker], werkzaam bij die scholengemeenschap, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing bestuursprocesrecht in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze wet op dit geding van toepassing blijft.

Ingevolge artikel 29, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs wordt aan de leerlingen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs (hierna: H.A.V.O.) gelegenheid gegeven aan deze school een eindexamen af te leggen, tenzij in de plaats daarvan de gelegenheid bestaat tot het afleggen van een eindexamen, dat niet vanwege de school wordt afgenomen en het bevoegd gezag in verband hiermede een eindexamen aan de school niet nodig oordeelt.

Ingevolge het vierde lid worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorschriften vastgesteld omtrent de in dit artikel bedoelde eindexamens.

Ingevolge artikel 5, eerste lid, van het Eindexamenbesluit VO (hierna: het Eindexamenbesluit) kan de directeur maatregelen nemen, indien een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het eindexamen aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt.

Ingevolge het tweede lid zijn de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid ook in combinatie met elkaar genomen kunnen worden:

a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het schoolexamen of het centraal examen,

b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan een of meer toetsen van het schoolexamen of centraal examen,

[…].

Ingevolge het vierde lid kan de kandidaat tegen een beslissing van de directeur van een school voor voortgezet onderwijs in beroep gaan bij de door het bevoegd gezag van de school in te stellen commissie van beroep. Van de commissie van beroep mag de directeur geen deel uitmaken.

2. De rector heeft met toepassing van artikel 5, eerste lid, van het Eindexamenbesluit aan [verzoeker] het cijfer 1 zonder mogelijkheid tot herkansing toegekend voor zijn opstel "Vettaks onzin!" dat hij op 6 maart 2012 als word-document via het programma Teletop heeft ingeleverd. Daaraan heeft de rector ten grondslag gelegd dat [verzoeker] plagiaat heeft gepleegd, nu het plagiaatdetectieprogramma Ephorus heeft uitgewezen dat zijn opstel voor 93% overeenkomt met een opstel dat op 23 februari 2012 door een andere eindexamenkandidaat is ingeleverd en aannemelijk is geworden dat deze eindexamenkandidaat de auteur van het door haar ingeleverde opstel is. Verder heeft hij in aanmerking genomen dat in de bestandseigenschappen van het door [verzoeker] ingeleverde word-bestand die andere eindexamenkandidaat als auteur van het opstel staat vermeld.

De Beroepscommissie, de commissie van beroep als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van het Eindexamenbesluit, heeft het besluit van de rector in stand gelaten.

3. Partijen hebben de voorzitter verzocht om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak. Nu nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak en ook overigens geen beletsel bestaat om tegemoet te komen aan dat verzoek, zal in de hoofdzaak onmiddellijk uitspraak worden gedaan.

4. [verzoeker] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het besluit van 23 maart 2012, zoals gehandhaafd bij het besluit van 21 mei 2012, een beoordeling van zijn kennen en kunnen als bedoeld in artikel 8:4, aanhef en onder e, van de Awb behelst. De Beroepscommissie is het met dat betoog van [verzoeker] eens.

4.1. Dit betoog is terecht voorgedragen. Het besluit houdt immers in dat bij wijze van maatregel aan [verzoeker] voor zijn opstel het cijfer 1 wordt toegekend. De rector en in beroep de Beroepscommissie zijn ten aanzien van het beoordeelde opstel niet toegekomen aan een beoordeling van het kennen en kunnen van [verzoeker], maar hebben geoordeeld dat hij plagiaat heeft gepleegd en hebben daaraan een maatregel verbonden. Daarbij stond een feitelijk onderzoek centraal naar de mate waarin het door hem ingeleverde opstel overeenkomt met dat van een ander en vervolgens welke gevolgtrekking daaraan moet worden verbonden. De rechtbank heeft haar beoordeling dan ook ten onrechte beperkt tot de vraag of het besluit van de Beroepscommissie voldoet aan de formele bij of krachtens de wet gestelde voorwaarden. Tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leidt dit evenwel niet, nu de voorzitter op grond van het navolgende van oordeel is dat het besluit van de Beroepscommissie in stand dient te blijven, zodat de rechtbank het tegen dat besluit ingestelde beroep terecht ongegrond heeft verklaard.

5. De rector heeft naar aanleiding van de door het plagiaatdetectieprogramma Ephora vastgestelde gelijkheidsscore van 93% nader onderzoek verricht en de resultaten ervan aan het besluit van 23 maart 2012 ten grondslag gelegd. Het betoog van [verzoeker] dat het besluit uitsluitend is gebaseerd op de resultaten van een computerprogramma dat de nodige beperkingen kent, faalt reeds hierom.

Vergelijking van de twee opstellen wijst uit dat het door [verzoeker] ingeleverde opstel, afgezien van de titel, een beperkt aantal woorden en de laatste paar zinnen, identiek is aan het opstel van een eindexamenkandidate, die haar opstel twee weken eerder heeft ingeleverd. Zelfs een taalfout komt overeen. De Beroepscommissie heeft terecht geoordeeld dat deze eindexamenkandidate met de door haar overgelegde stukken aannemelijk heeft gemaakt dat zij de auteur is van het door haar ingeleverde opstel. Het standpunt van [verzoeker] dat hij de auteur van het opstel is, aangezien hij het opstel reeds in februari 2012 op internet heeft geplaatst, is daarbij terecht niet gevolgd, omdat hij geen stukken heeft overgelegd waaruit de datum van plaatsing van het opstel op internet blijkt. Daar komt bij dat de hiervoor bedoelde eindexamenkandidate als auteur wordt vermeld in de bestandseigenschappen van het door [verzoeker] ingeleverde word-document. Dat een derde de auteursnaam heeft gewijzigd nadat [verzoeker] zijn opstel had ingeleverd, zoals [verzoeker] heeft betoogd, heeft de Beroepscommissie terecht niet aannemelijk geacht. Dat deze mogelijkheid bestaat, is gemotiveerd bestreden. Daarnaast heeft [verzoeker] geen feiten of omstandigheden gesteld die, voor zover die mogelijkheid al zou bestaan, nader onderbouwen dat dat is gebeurd.

Gelet op het vorenstaande heeft de Beroepscommissie zich terecht op het standpunt gesteld dat er onvoldoende aanwijzingen zijn en ook anderszins niet aannemelijk is geworden dat de rector een onjuist besluit heeft genomen. Anders dan [verzoeker] betoogt, bestaat er, gelet op de als zeer ernstig te kwalificeren aard van het gepleegde feit, geen grond voor het oordeel dat het toekennen van het cijfer 1 zonder mogelijkheid tot herkansing onevenredig is. De voorzitter wijst er daarbij op dat niet is uit te sluiten dat [verzoeker] toch voor het eindexamen slaagt. Het toegekende cijfer 1 telt voor 12% mee in het eindcijfer voor het vak Nederlands.

6. Gezien hetgeen is overwogen onder 4 is het hoger beroep gegrond. Nu echter de beslissing van de rechtbank juist is, wordt de aangevallen uitspraak, met verbetering van de gronden waarop deze rust, bevestigd.

7. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. bevestigt de aangevallen uitspraak;

III. wijst het verzoek af;

IV. verstaat dat de secretaris van de Raad van State aan [verzoeker] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 239,00 (zegge: tweehonderdnegenendertig euro) voor de behandeling van het hoger beroep terugbetaalt.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van staat.

w.g. Polak w.g. Lodder

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2013

17-686.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.