9 De beslissing
De rechtbank:
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4. is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;
feit 2: mishandeling, begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
* dat verdachte zich binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland op het adres Alleenhouderstraat 25 te Tilburg, telefoonnummer 088-8041505. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
* dat verdachte zich laat behandelen door FPP Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start na intake. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;
* dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 2011 te [geboorteplaats] , [moeder slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats] en [vader slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] , zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht.
De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 10.248,10, waarvan € 248,10 aan materiële schade en € 10.000,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december 2018 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
Schadevergoedingsmaatregel
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] € 10.248,10 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december 2018 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 86 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [moeder slachtoffer] van € 1.000,--, aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
Schadevergoedingsmaatregel
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [moeder slachtoffer] € 1.000,-- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december 2018 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 20 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [vader slachtoffer] van € 1.000,--, aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december 2018 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
Schadevergoedingsmaatregel
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [vader slachtoffer] € 1.000,-- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december 2018 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 20 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
- wijst af de vordering tot gevangenneming.
Dit vonnis is gewezen door mr. Los, voorzitter, mr. Goedegebuur en mr. Koelewijn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Heitzman, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 5 maart 2021.
mr. Koelewijn en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
2 De foto’s van het letsel van [slachtoffer] op pagina 68 tot en met 72.
3. Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] , pagina’s 73 tot en met 77. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in:
Op de vraag waar getuige over kwam praten verklaarde getuige dat ze over mama kwam praten, die had een vriend en die deed heel erg stout tegen haar. Hij ging mij allemaal aan mijn nek vast pakken en aan mijn nek bijna van de trap laten vallen, bij mijn keel vastpakken. Ik moest aan zijn piemel likken en ik moest in het zwembad, dat was helemaal vies. Vijf tot tien minuten moest ik in de kou staan. Ook al denk ik ergens anders aan dan moet ik toch denken aan wat er is gebeurd. Dat vind ik niet fijn om te vertellen want daar moet ik juist meer om huilen. Aan de piemel likken moest ik 30 tot 24 keer. Bij mij op de kamer en bij mama op de kamer. In de keel knijpen was in de keuken. De meneer die dit deed heet [verdachte] .
Op de vraag welke keer [slachtoffer] nog het beste weet verklaarde ze dat er gek spul uit kwam. Dat je met een piemel kunt plassen en dat ze het niet leuk vindt om te vertellen. Dat gekke spul is nat en de kleur was wit. Als ik heel lang aan zijn piemel had gelikt kwam het witte natte spul eruit aan de bovenkant. Hij deed het en ik zag ook zijn piemel heel vaak. De eerste keer wist ik niet wat ik moest doen. Ik moest het heel vaak doen en toen wist ik al wat er ging gebeuren. Ik moest mijn mond helemaal open doen. Zijn piemel is tussen de benen en ik hield zijn piemel vast. Ik moest dichtbij staan en eraan likken. Als ik het heel lang had gedaan dan kwam er een witte spul uit. Ik moest met mijn hoofd naar voren bukken en op en neer gaan met mijn hoofd. Dat moest van hem. Ik had dat vieze spul, ik weer niet wat het is, in mijn mond. Het voelde glibberig. Ik voelde een soort van dat ik moest spugen, boeren van viesheid. Hij duwt op mijn rug, met twee handen omgewisseld. Ik weet niet hoe lang het duurde. Het stopt als het witte spul eruit is. Het kwam in mijn mond terecht. De tweede en derde keer ging hij dat in mijn gezicht doen. Het was vies spul en ik moest het doorslikken.
Ook een erg stuk wat ik nog niet heb verteld is dat ik met mijn hoofd in de WC moest en dat hij ging door trekken. Ik weet niet waarom hij dat deed. De andere keren kwam het witte spul in mijn mond of in mijn hand. Of op een handdoek of op water om het schoon te maken. Dat was ook op mijn dekentje. Daar kwam ook een stuk. Dat was mijn lievelingsdekentje. Een keer ging hij met zijn vinger heel ver omhoog om te voelen of ik ziek was. Ik zei dat ik niet ziek was. Ik moest dat ook doen, met mijn wijsvinger. Dat deed heel erg pijn maar hij bleef doorgaan. Ik moest mijn vinger heel erg ver er in doen. Ik denk vlakbij het gaatje waar ik mee moest poepen. Het witte spul in mijn gezicht is een keer gebeurd. Met mijn hoofd in de wc, met de kou buiten staan en in het zwembad en dat ik met mijn vinger er in moest doen en ook met de vinger van hem. Is een keer gebeurd. Hij deed ook met zijn vinger wat ik met mijn vinger moest doen. Hij deed net alsof hij wou weten of ik ziek was. Ik voelde een vinger. Ik denk een beetje waar je moet poepen maar dan veel meer omhoog. Hij ging steeds verder omhoog, met mijn vinger moest ik in een klein gaatje. Dat deed echt heel erg pijn.
Op de vraag wat er met dat het dekentje was verklaarde ze dat het naast haar bed lag en dat hij daar een keer zijn piemel aan had afgeveegd. Hoe hij het welterusten zeggen deed, hij zei "Ben je wakker?" Ik moest met mijn mond zijn piemel likken en ging hij mij vastpakken aan mijn nek. Ik weet helemaal niet waarom hij dat deed. Hij pakte mijn nek met twee handen en kneep in mijn nek. Soms met een hand vast houden. Ik voelde pijn. Ik heb tegen opa en oma verteld dat ik [verdachte] niet zo lief vond maar dat ik er verder niet over wilde praten. [slachtoffer] verklaarde dat niemand anders dit ooit bij haar gedaan heeft.
Ik had rode vlekjes in mijn nek. Dat kreeg ik heel vaak als hij zulke dingen bij mij deed. Ik bedoel dat piemel likken. Ik denk dat het daar van was. De vlekjes zaten in mijn nek, op mijn been en een beetje op mijn buik.
4. Het proces-verbaal van verhoor [moeder slachtoffer] , pagina’s 78 tot en met 89. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in
‘’Ik heb nooit het dekentje van [slachtoffer] gebruikt om na de seks de boel af te vegen.’’
5. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 21 januari 2019, pagina’s 134 tot en met 137. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in:
‘’ [verdachte] vertelde aan ons dat wanneer [moeder slachtoffer] [slachtoffer] op bed had gelegd hij naar boven ging om met [slachtoffer] te praten, om een band met haar op te bouwen. ‘’
6. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 21 januari 2019, pagina’s 138 tot en met 142. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in:
‘’ [verdachte] belde mij op 30 december 2018 toen hij in het huis van [moeder slachtoffer] was. [verdachte] had wel toegegeven dat hij [slachtoffer] bij haar keel had gegrepen, maar dat het niet zo erg was. (…) [verdachte] vertelde dat hij wel eens welterusten ging zeggen en een kwartiertje met [slachtoffer] ging praten om een band met haar op te bouwen’’
7. Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] d.d. 8 april 2019, pagina’s 153 tot en met 155. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in:
‘’Ik kwam [slachtoffer] in januari 2019 tegen in de gang toen ze mij iets vertelde over het voorval. Ze was toen snikkend, heel verdrietig. Ik vroeg aan [slachtoffer] wat er aan de hand was. Ze zei dat ze met de leesles bezig was, het boekje van waar zij in las kwam de naam van het kindje van de vriend of ex-vriend van moeder in voor. [slachtoffer] vertelde dat ze hierdoor verdrietig werd omdat ze weer moest denken aan de niet fijne dingen die er waren gebeurd met hem. Toen ik haar vorige week in de gang tegen kwam zag ik dat ze straalde, het leek alsof er iets van haar af was gevallen.’’
8. Een deskundigenrapport van het NFI d.d. 9 juli 2019, pagina’s 162 tot en met 164.
Verzocht is om het referentiemateriaal WAAB6160NL van slachtoffer [slachtoffer] te onderwerpen aan een DNA-onderzoek en het DNA-profiel te vergelijken met de eerder in deze zaak verkregen DNA-profielen. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of de eerder onderzochte bemonsteringen DNA bevatten dat afkomstig kan zijn van slachtoffer
[slachtoffer] .
Van het referentiemateriaal WAAB6160NL van slachtoffer [slachtoffer] Is een DNA-profiel
verkregen. Dit DNA-profiel is vergeleken met de eerder in deze zaak verkregen DNA-profielen AAHU9481NL#01 en #02 van een deken.
Het DNA-profiel van slachtoffer [slachtoffer] komt overeen met het DNA-profiel gekoppeld
aan onbekende vrouw B. Dit betekent dat bemonsteringen AAHU9481NL#01 en #02 naast sperma, dat afkomstig kan zijn van onbekende man A, ook DNA bevatten dat afkomstig kan zijn van [slachtoffer] .
Hypothese 1: De bemonsteringen bevatten sperma van onbekende man A en DNA van
[slachtoffer] en DNA van een willekeurige onbekende persoon die relatief weinig DNA heeft bijgedragen.
Hypothese 2: De bemonsteringen bevatten sperma van onbekende man A en DNA van
twee willekeurige onbekende personen (waarvan één van de onbekende personen een relatief geringe hoeveelheid DNA heeft bijgedragen).
De verkregen DNA-mengprofielen zijn voor zowel AAHU9481NL#01 als AAHU9481NL#02 meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.