3.1.De volgende feiten staan in rechte vast.
a. Griebling is een octrooi-, merken- en modellenbureau in Tilburg.
b. Google biedt verscheidene interndiensten aan. De plattegrond- en routeplannerdienst Google Maps is één van deze diensten. Bij Google Maps wordt de dienst Google-recensie/-review aangeboden. Gebruikers van Google-diensten kunnen met behulp van deze dienst een recensie schrijven over bedrijven die een vermelding in Google Maps hebben. Als onderdeel van de recensie kunnen gebruikers bedrijven beoordelen aan de hand van een scoresysteem van één tot vijf sterren. De recensie wordt door Google op het internet geplaatst en is dan voor iedereen zichtbaar.
c. Google voert onder meer ten aanzien van reviews het volgende beleid: “Bijdragen moeten zijn gebaseerd op echte ervaringen en informatie. Opzettelijk valse content, gekopieerde of gestolen foto’s, niet relevante reviews, lasterlijk taalgebruik, persoonlijke aanvallen en overbodige of onjuiste content zijn allemaal in strijd met ons beleid. We vragen u dergelijk gedrag te melden.”
d. In januari 2020 is bij Griebling op Google Maps een Google recensie verschenen van “ [naam recensie schrijver] ”. Deze recensie luidt: “Inhoudelijk matig, slechte communicatie en zeer hoge kosten. Niet aan te raden”.
De recensie vermeldt als beoordelingsscore één ster van de in totaal vijf te verkrijgen sterren.
e. Er is slechts één recensie geplaatst onder de naam “ [naam recensie schrijver] ” over Griebling.
f. De auteur van de recensie is in beginsel de enige die hem kan wijzigen of verwijderen. Als iemand anders - bijvoorbeeld de eigenaar van het bedrijf dat onderwerp is van de recensie of een derde - meent dat een recensie ongepast, onrechtmatig of anderszins ongewenst is, kan hij of zij dat melden bij Google via enkele stappen op internet. Daarbij komt de gebruiker bij een formulier terecht waarmee hij of zij kan uitleggen waarom de inhoud onrechtmatig is, waarna Google dergelijke meldingen inhoudelijk beoordeelt en kan besluiten om de recensie te verwijderen.
g. Griebling heeft geen Google-account.
h. Google biedt ook de mogelijkheid voor gebruikers zonder Google account om content te melden via hetzelfde online formulier via enkele stappen. Daarbij moet worden aangegeven dat het gaat om de dienst “Google Maps en gerelateerde producten”, om een review en om een juridisch probleem, waarna de gebruiker een verzoek kan opstellen. De gebruiker komt dan vervolgens bij hetzelfde online formulier terecht als hiervoor genoemd, waarna Google het verzoek eveneens inhoudelijk beoordeelt en kan besluiten om de recensie te verwijderen.
i. Griebling heeft melding gedaan van de recensie via het online formulier op 28 mei 2020. Op 2 juli 2020 heeft de advocaat van Griebling een herinnering per e-mail aan Google gestuurd en op 9 juli 2020 hetzelfde bericht per aangetekende post gestuurd.
j. Naar aanleiding van deze berichten heeft Google de recensie onderzocht en geconcludeerd dat de recensie niet onrechtmatig, nep, of anderszins in strijd is met haar beleid. Google heeft op 20 juli 2020 inhoudelijk gereageerd op het verzoek en aan Griebling laten weten dat zij de recensie niet zal verwijderen.
k. De advocaat van Griebling reageert daarop met een verzoek om identificerende informatie van degene die de recensie heeft geplaatst. Google reageert op dit verzoek op 28 juli 2020, waarbij zij aangeeft dat het haar beleid is om in verband met de bescherming van de privacy van haar gebruikers geen persoonsgegevens aan derden te verstrekken zonder dat daar een rechterlijk oordeel aan ten grondslag ligt. Ook geeft Google instructies over hoe zo’n rechterlijk oordeel kan worden verkregen.
l. Op 19 oktober 2020 heeft Griebling nogmaals aan Google verzocht om over te gaan tot verwijdering van de review en het verstrekken van identificerende gegevens van de recensent. Google heeft aan dit verzoek geen gehoor gegeven.
3.2.Griebling legt aan haar vorderingen ten grondslag dat aannemelijk is dat de review vals is. Griebling stelt daartoe dat zij geen [naam recensie schrijver] kent. In de visie van Griebling is het aannemelijk dat de recensie is geschreven door iemand die een wrok jegens haar koestert. Griebling meent dat de review onder een gefingeerde naam is geplaatst en niet de gebeurtenissen beschrijft die tot de negatieve review hebben geleid. Volgens Griebling is het daarom aannemelijk dat de review slechts tot doel heeft om schade toe te brengen aan de goede naam van Griebling, hetgeen onrechtmatig is jegens haar. In de ogen van Griebling is Google dan ook gehouden de recensie te verwijderen. De vordering tot afgifte van identificerende gegevens van de betreffende recensent en de vordering tot verwijdering van de recensies dienen volgens Griebling te worden beoordeeld aan de hand van de artikelen 6:162 en 6:196c lid 5 BW. Griebling meent dat ook indien de review niet onmiskenbaar onrechtmatig is, een serviceprovider zoals Google onder omstandigheden onrechtmatig handelt door de bij haar bekende NAW-gegevens van de betreffende recensent niet op verzoek aan een belanghebbende derde bekend te maken. De mogelijkheid dat de recensie onrechtmatig en schadelijk is, is in de visie van Griebling voldoende aannemelijk, zodat zij een reëel belang heeft bij de identificerende gegevens. Met betrekking tot de vordering tot het verwijderen en verwijderd houden van de recensie van Google Maps stelt Griebling dat de bescherming van haar eer en goede naam zwaarder weegt dan de vrijheid van Google-gebruikers om valse recensies te plaatsen, en van het internetpubliek om die recensies te kunnen lezen. Zelfs als het om een echte klant van Griebling zou gaan, dan is vanwege de valse naam aan haar de kans ontnomen tot het geven van een reactie (hoor en wederhoor), aldus Griebling.
3.4.De onderhavige recensie is niet geschreven door Google zelf maar door iemand anders. Derhalve gaat het om de situatie waarin Google als tussenpersoon niet zelf aansprakelijk is maar waarin de eiser wil dat zij toch ergens toe verplicht wordt (artikel 6:196c lid 4 jo. lid 5 BW).
Ingevolge de ontwerpbepaling van artikel 6:196c lid 4 BW (wetsontwerp 28197) - welke ontwerpbepaling dient ter implementatie van artikel 14 van de EG-richtlijn 2000/31/EG inzake elektronische handel - is een serviceprovider niet aansprakelijk voor de opgeslagen informatie, indien hij niet weet van de activiteit of informatie met een onrechtmatig karakter of daarvan niet redelijkerwijs behoort te weten, dan wel - zodra hij daarvan weet of redelijkerwijs behoort te weten - prompt de informatie verwijdert of de toegang daartoe onmogelijk maakt. Blijkens de memorie van toelichting bij deze ontwerpbepaling is de enkele kennisgeving van een derde omtrent de aanwezigheid van onrechtmatige informatie onvoldoende voor de conclusie dat de serviceprovider weet of redelijkerwijs behoort te weten dat de informatie een onrechtmatig karakter heeft; dat is echter anders wanneer aan de juistheid van de kennisgeving in redelijkheid niet getwijfeld kan worden, zoals wanneer de informatie op de website onmiskenbaar onrechtmatig is (TK 2001–2002, 28 197, nr. 3, blz. 49).
Pas indien op deze gronden tot aansprakelijkheid van de serviceprovider voor de opgeslagen informatie kan worden geconcludeerd, is een - op die onrechtmatige daad gebaseerde - vordering jegens de serviceprovider tot verwijderen of ontoegankelijk maken van de informatie toewijsbaar. Daarnaast kan dan onder omstandigheden tevens een vordering jegens de serviceprovider tot bekendmaking van de NAW-gegevens van de websitehouder toewijsbaar zijn, met name indien bij die vordering een voldoende zwaarwegend belang bestaat (waarover hierna nader wordt overwogen). Indien de informatie echter niet onmiskenbaar onrechtmatig is, kan de vordering tot verwijdering of ontoegankelijk maken van de informatie in beginsel slechts jegens de websitehouder zelf gericht worden (HR 25 november 2005, NJ 2009, 550 ( [naam 1] / [naam 2] ), r.o 4.6.).
3.5.Vordering I ziet op het verstrekken van identificerende gegevens van de recensent, welke vordering moet worden beoordeeld aan de hand van de cumulatieve criteria zoals vermeld in voornoemd arrest [naam 1] / [naam 2] , die luiden als volgt:
a. a) de mogelijkheid dat de informatie, op zichzelf beschouwd, jegens de derde onrechtmatig en schadelijk kan zijn, is voldoende aannemelijk;
b) de verzoeker heeft een reëel belang bij de verkrijging van de NAW gegevens;
c) aannemelijk is dat in het concrete geval geen minder ingrijpende mogelijkheid bestaat om de NAW gegevens te achterhalen; en
d) afweging van de betrokken belangen van de derde, de serviceprovider en de persoon die onrechtmatig handelt brengt mee dat het belang van de derde behoort te prevaleren.
Indien aan al deze criteria is voldaan, kan een weigering om identificerende gegevens te verstrekken in strijd zijn met de zorgvuldigheid die van een internet serviceprovider mag worden verwacht op grond van artikel 6:162 BW.
3.5.1.Voorshands kan niet worden geoordeeld aan voornoemde criteria is voldaan. Daartoe is het volgende redengevend. Met betrekking tot het eerste criterium onder 3.5. sub a) geldt dat de tekst van de recensie op zichzelf geenszins onrechtmatig is. De recensie is betrekkelijk neutraal/zakelijk verwoord en niet onnodig grievend of beledigend. Griebling stelt dit ook niet. Volgens Griebling is de recensie “vals” omdat Griebling geen [naam recensie schrijver] kent en Griebling zich niet in het beeld herkent dat in de review wordt geschetst. Echter, het enkel feit dat Griebling de naam [naam recensie schrijver] niet herkent en het niet eens is met de inhoud van de recensie, maakt de recensie nog niet vals is, noch vormt dit voldoende reden om aan te nemen dat de recensie alleen maar tot doel heeft om schade toe te brengen aan de goede naam van Griebling. Ook de stelling dat het zou gaan om een wraakactie uit de privésfeer, ontbeert iedere onderbouwing, hetgeen Griebling ter zitting ook heeft erkend. Griebling heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dát, en waaróm, de recensie niet gebaseerd kan zijn op een echte ervaring met de dienstverlening van Griebling. Griebling heeft dit slechts gesuggereerd, maar niet concreet gemotiveerd onderbouwd. Het enkele feit dat de naam [naam recensie schrijver] niet voorkomt in het klantenbestand van Griebling - zoals Griebling ter zitting heeft aangevoerd - kan niet het oordeel wettigen dat de recensent geen echte ervaring kan hebben gehad met haar diensten, noch is dat aannemelijk gemaakt. Griebling zal zich immers niet alle cliënten herinneren die van haar diensten gebruik hebben gemaakt, terwijl het bovendien mogelijk is dat [naam recensie schrijver] voor een onderneming werkt die de diensten van Griebling heeft afgenomen. Gezien het vorenstaande kan de stelling, dat de naam “ [naam recensie schrijver] ” moet zijn gefingeerd, evenmin worden gebaseerd op het feit dat Griebling aangeeft de naam niet te kennen. Bovendien geldt dat - indien veronderstellenderwijs wordt aangenomen dat de recensent niet echt [naam recensie schrijver] heet - dit de recensie nog steeds niet vals of nep maakt. Er is immers geen rechtsregel die eraan in de weg staat dat een gebruiker een recensie publiceert onder een pseudoniem, noch dat hij dit doet zonder naamsvermelding, derhalve anoniem. De mogelijkheid dat de recensie niet is gebaseerd op de eigen ervaring van de recensent, maar de kritiek van een derde verwoord die wel van de diensten van Griebling gebruik heeft gemaakt, zou weliswaar in strijd zijn met het interne beleid van Google, maar dat maakt de recensie nog niet onrechtmatig in de zin van de wet. Gezien het vorenstaande geldt dat zonder nadere onderbouwing van het onheuse karakter van de recensie - zowel qua inhoud als authenticiteit - voorshands niet onvoldoende aannemelijk is geworden dat de recensie onrechtmatig is.
Ook overigens is niet aan voornoemde criteria is voldaan. Griebling heeft immers minder belang bij de verkrijging van de NAW-gegevens van de recensent, nu niet - althans onvoldoende - is gebleken dat de recensie onrechtmatig is. Dit terwijl in het kader van de belangenafweging voorts nog meespeelt dat Griebling geen reactie heeft geplaatst onder de recensie door (tijdelijk) een Google-account aan te maken en via die weg de (gestelde) schadelijke impact van de review te beperken. Griebling heeft er zelf voor gekozen om niet te reageren op de negatieve recensie en heeft daardoor zelf geen hoor en wederhoor toegepast.
3.6.Griebling vordert onder punt II van het petitum dat Google geboden wordt om de recensie die in de dagvaarding wordt genoemd te verwijderen en verwijderd te houden.
Artikel 6:196c lid 4 BW, dat is gebaseerd op de Richtlijn Elektronische Handel, bepaalt dat Google - kort samengevat - niet aansprakelijk is voor informatie die zij op verzoek van een gebruiker opslaat, tenzij zij wordt gewezen op het onmiskenbaar onrechtmatige karakter van de informatie en zij vervolgens niet prompt handelt om die informatie te blokkeren of ontoegankelijk te maken.
Een internettussenpersoon (zoals Google) op wiens servers de informatie staat, heeft doorgaans geen goed zicht op het (on)rechtmatige karakter van de informatie, zodat een dergelijk evidente onrechtmatigheid dus niet te snel moet worden aangenomen. In het arrest [naam 1] / [naam 2] overweegt het Hof in r.o.. 4.7: “ (…) het gaat hier immers om een door een websitehouder geopenbaarde beschuldiging van oplichting aan het adres van [naam 2] , waarvan voor een buitenstaander (zoals [naam 1] in dit opzicht is) niet zonder meer duidelijk is of en in hoeverre dat verwijt steun vindt in de feiten en of en in hoeverre het publiekelijk uiten van dat verwijt gerechtvaardigd is. Dat de gepubliceerde informatie in dit geval een ernstige beschuldiging betreft en dat de beschuldiging bovendien door de websitehouder anoniem geuit wordt, brengt ook nog niet zonder meer mee dat de informatie onmiskenbaar onrechtmatig is. Onder omstandigheden kan een websitehouder er immers een gerechtvaardigd belang bij hebben om vermeende misstanden aan de kaak te stellen zonder dat zijn persoonsgegevens publiekelijk bekend worden; of dat zo is onttrekt zich veelal aan de waarneming van de serviceprovider.”
Blijkens de parlementaire geschiedenis bestaat de kennis bij een internetprovider zoals Google omtrent het onrechtmatige karakter van informatie indien in redelijkheid niet aan de juistheid van de kennisgeving daarover kan worden getwijfeld, of wanneer de informatie onmiskenbaar onrechtmatig is (Kamerstukken II 2003/04, 28 197, nr. 15, p. 2).
Als uitgangspunt geldt derhalve dat Google gehouden is om door derden geplaatste informatie te verwijderen, indien de inhoud daarvan evident onrechtmatig is jegens degene die om verwijdering verzoekt (in casu Griebling). Aan dit criterium is niet voldaan. Reeds hiervoor is overwogen dat de recensie betrekkelijk neutraal/zakelijk is verwoord en niet onnodig grievend of beledigend is, zodat tekst van de recensie op zichzelf geenszins onrechtmatig is. Verder geldt dat op basis van het vorenoverwogene voorshands evenmin kan worden geoordeeld dat de recensie onrechtmatig is vanwege het gebrek aan authenticiteit. Dit terwijl het voor Google vrijwel onmogelijk is om
zelf te achterhalen of Griebling ooit direct of indirect diensten heeft verleend aan iemand met de naam [naam recensie schrijver] en dus of de recensie wel of niet is gebaseerd op een echte ervaring met Griebling. In het licht van het vorenstaande, kan dan ook niet worden geoordeeld dat Google de informatie als onmiskenbaar onrechtmatig had moeten beschouwen, dan wel in redelijkheid niet aan de juistheid van de kennisgeving daarover had behoren te twijfelen. Het gevorderde onder punt II van het petitum komt dan ook niet voor toewijzing in aanmerking.
3.7.Onder punt III van het petitum vorder Griebling een gebod voor Google om voortaan alle recensies over Griebling te controleren om na te gaan of zij afkomstig zijn van [naam recensie schrijver] , of een account met dezelfde gegevens.
Griebling heeft deze vordering niet zelfstandig onderbouwd, maar verwijst slechts naar vorderingen 1 en II, waardoor vordering III geen eigen grondslag heeft en het onduidelijk is waarop deze is gebaseerd. Voor toewijzing van een dergelijke vordering - die ziet op potentiële toekomstige
onrechtmatigheden - moet ten minste aannemelijk worden gemaakt dat verwijdering van de huidige recensie alleen onvoldoende zou zijn om aan de belangen van Griebling tegemoet te komen. Griebling stelt weliswaar dat er gegronde vrees is voor herhaling bij verwijdering van de recensie, maar onderbouwt niet waardoor deze vrees is ingegeven, noch dat vrees reëel is. Dat na verwijdering van de recensie er meer of andere recensies zullen worden geplaatst, ligt zonder toelichting - die ontbreekt - ook niet voor de hand, nu een jaar na dato van de plaatsing van de betreffende recensie er geen nieuwe/andere recensies zijn bijgekomen. Gesteld noch gebleken is dat dit na verwijdering van de bestaande recensie ineens wel zou kunnen gebeuren. Gezien het vorenstaande dient vordering III reeds vanwege het gebrek aan een deugdelijk gemotiveerde onderbouwing te worden afgewezen.
3.9.Griebling zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Google heeft geen veroordeling gevorderd van haar volledige advocaatkosten conform de indicatietarieven in IE-zaken ex artikel 1019h Rv. Aangezien dit wetsartikel allen wordt toegepast indien dat uitdrukkelijk en tijdig is gevorderd of verzocht, is er voor toepassing van dit wetsartikel geen plaats bij gebreke van een dergelijk verzoek zijdens Google. Om die reden zal Griebling conform de hoofdregel van artikel 239 Rv in de proceskosten worden veroordeeld, met in achtneming van de daarbij behorende liquidatietarieven. De kosten aan de zijde van Google worden tot op heden begroot op:
- griffierecht € 2.042,00
- salaris advocaat 980,00
Totaal € 3.022,00