5.1
De voorzieningenrechter overweegt dat de burgemeester op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bevoegd is tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien uit de feiten volgt dat aannemelijk is dat in woningen of lokalen drugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel dat de drugs daartoe aanwezig zijn. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) kan de burgemeester bij zijn beoordeling in redelijkheid aansluiten bij de door het Openbaar Ministerie toegepaste criteria, waarbij een hoeveelheid van 5 hennepplanten als hoeveelheid voor eigen gebruik wordt aangemerkt. Bij de aanwezigheid van een hoeveelheid drugs die groter is dan 5 hennepplanten, is in beginsel aannemelijk dat die drugs bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking (zie onder meer de uitspraak van 29 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2388).
5.4
In de uitspraak van 14 maart 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:738) heeft de AbRS overwogen dat het aan de rechthebbende is om aannemelijk te maken dat de aangetroffen hoeveelheid drugs niet voor verkoop, verstrekking of aflevering aanwezig was. Wanneer de rechthebbende een helder en consistent betoog heeft over zijn eigen gebruik dat een geringe overschrijding van de grens vanwege dat gebruik aannemelijk maakt, geen andere zaken in het pand zijn aangetroffen die wijzen op drugshandel en niet is gebleken van andere relevante feiten en omstandigheden, kan in de regel worden geoordeeld dat het tegendeel aannemelijk is gemaakt. Er is dan in beginsel toch geen bevoegdheid tot sluiting en de burgemeester zal moeten motiveren waarom desondanks de conclusie gerechtvaardigd is dat de aangetroffen hoeveelheid drugs bestemd is voor de verkoop, aflevering en verstrekking, zodat hij niettemin bevoegd is om ter zake van het pand een last onder bestuursdwang op te leggen.
5.7
Uit openbare bronnen, die ook de burgemeester heeft geraadpleegd, valt af te leiden dat er diverse extractiemethodes bestaan om werkzame stoffen uit hennepplanten te halen voor de productie van olie, onder andere met behulp van (olijf)olie of alcohol. Met behulp van alcohol (20 gram hennep voor 10 ml olie) kan minder olie worden gemaakt dan op basis van (olijf)olie-extractie (5 gram hennep voor 20 ml olie). Ter zitting heeft verzoeker verklaard dat hij de olie op basis van alcohol-extractie wenst te maken, omdat dit leidt tot productie van de meest effectieve olie met de minste bijsmaak. Uitgaande van het rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ is de opbrengst per hennepplant 33,5 gram (3,1 plant per m2). Omdat er 40 hennepplanten zijn aangetroffen, zou de totale opbrengst op grond van dit rapport 1.340 gram hennep zijn. Hiervan zou 670 ml olie op alcoholbasis kunnen worden gemaakt. Volgens verzoeker is er in zijn geval sprake van nog minder opbrengst, omdat hij zogeheten landrasplanten kweekt. Deze worden beschouwd als meer zuiver of ruwer dan de gangbare hennepplanten die worden gekweekt voor commerciële doeleinden. Het merendeel van de plant is daarnaast niet geschikt om olie van te maken. Ook heeft verzoeker verklaard dat hij 5 tot 10% van de oogst wilde gebruiken met een vaporizer voor acute pijnbestrijding.
5.8
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het betoog van verzoeker over zijn gebruik van hennepolie helder en consistent en bieden de verklaringen van de huisarts voldoende onderbouwing voor zijn stelling dat hij dit gebruikt als meest effectieve middel ter pijnbestrijding en dat dit medisch noodzakelijk is. Bovendien volgt uit de sepotbrief van 9 juli 2019, met verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 14 december 2018 (ECLI:NL:RBDHA:2018:14844), dat ook de officier van justitie in de situatie van verzoeker uitgaat van het telen van hennep voor eigen medicinaal gebruik. Gelet op het voorgaande is aannemelijk dat de aangetroffen hoeveelheid hennepplanten was bedoeld voor eigen (medicinaal) gebruik. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat in de woning geen andere zaken zijn aangetroffen die wijzen op drugshandel, zoals weegschalen, gripzakjes of verpakkingsmateriaal. Ook is niet gebleken van andere relevante feiten en omstandigheden die zouden kunnen wijzen op drugshandel. De enkele melding van een buurtbewoner acht de voorzieningenrechter onvoldoende. De burgemeester heeft dan ook onvoldoende gemotiveerd waarom in verzoekers situatie desondanks de conclusie gerechtvaardigd is dat de aangetroffen hennepplanten bestemd waren voor de verkoop, aflevering en verstrekking.
5.9
De voorzieningenrechter komt tot de slotsom dat de burgemeester onder de gegeven omstandigheden niet bevoegd was om tot sluiting van de woning van verzoeker voor drie maanden over te gaan. Het bestreden besluit kan naar verwachting geen stand houden en daarom ziet de voorzieningenrechter aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en schorst het bestreden besluit. Deze voorziening vervalt zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
7. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, dient de burgemeester aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht te vergoeden.
8. De voorzieningenrechter veroordeelt de burgemeester in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.024,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 512, en wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- -
schorst het bestreden besluit tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- -
draagt de burgemeester op het betaalde griffierecht van € 174,- aan verzoeker te vergoeden;
- -
veroordeelt de burgemeester in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.024,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A. Karsten-Badal, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N. Graumans, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2019.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Artikel 5:1, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in deze wet wordt verstaan onder overtreding: een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.
Op grond van artikel 5:21 van de Awb wordt onder last onder bestuursdwang verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:
a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en
b. de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.
Op grond van artikel 5:25, eerste lid, van de Awb geschiedt de toepassing van bestuursdwang op kosten van de overtreder, tenzij deze kosten redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen.
Artikel 5:31c, eerste lid, van de Awb bepaalt dat het bezwaar, beroep of hoger beroep tegen de last onder bestuursdwang mede betrekking heeft op een beschikking die strekt tot toepassing van bestuursdwang of op een beschikking tot vaststelling van de kosten van de bestuursdwang, voor zover de belanghebbende deze beschikking betwist.
In artikel 3 van de Opiumwet is bepaald, dat het verboden is een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid:
A. binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen;
B. te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren;
C. aanwezig te hebben;
D. te vervaardigen.
Hennep staat vermeld op lijst II.
Artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bepaalt dat de burgemeester bevoegd is tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.