Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2018:5973

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
25-10-2018
Datum publicatie
25-10-2018
Zaaknummer
02-811160-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor gewoontewitwassen gedurende een lange periode (ruim 1,3 miljoen euro), valsheid in geschrift, afpersingen, bedreiging en (zware) mishandeling. Vrijspraak voor (uitlokking van) brandstichting en het tot ontploffing brengen van een handgranaat.

Hij wordt door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar, met aftrek van het voorarrest. De vordering van een benadeelde partij is gedeeltelijk toegewezen.

Bijzondere overwegingen mbt nietigheid dagvaarding en ontvankelijkheid openbaar ministerie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/811160-13

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 oktober 2018

in de strafzaak tegen

[Verdachte]

geboren op [geboortedag] 1967 te [geboorteplaats]

wonende te [adres]

raadslieden mr. N. van Schaik, advocaat te Utrecht en

mr. S. Schuurman, advocaat te Breukelen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 23, 24, 28 en 29 augustus 2018 en 25 oktober 2018, waarbij de officieren van justitie mr. Van Dorst en mr. Van Damme en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op de zitting van 25 oktober 2018.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De volledige tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Aan verdachte zijn acht feiten tenlastegelegd, op basis van vier onderzoeken. Kort samengevat wordt hij verdacht van:

Onderzoek Bottel

1. brandstichting in 2012 in een woning in Halsteren (van [naam 1] ), dan wel uitlokking van die brandstichting;

2. het in 2012 laten ontploffen van een handgranaat onder een personenauto (van de schoonvader van [naam 1] );

Onderzoek Apollo

3. het in de jaren 2007 tot en met 2016 witwassen van ruim 1,7 miljoen euro door middel van onder meer leningen en auto’s;

4. het vervalsen van nota’s met betrekking tot zeven auto’s in 2009-2011;

Onderzoek Zalm

5. afpersing en/of mishandeling van [naam 2] in 2013-2015;

Onderzoek Jonkoping

6. afpersing van [naam 3] in 2014-2015;

7. zware mishandeling van [naam 3] in september 2014;

8. bedreiging van [naam 3] in 2014-2015.

3 De voorvragen

3.1

De geldigheid van de dagvaarding

De verdediging heeft ten aanzien van feit 3, het onderzoek Apollo, aangevoerd dat steeds tot uitgangspunt is genomen dat een aantal specifiek omschreven leningen en autotransacties geen echte, maar gefingeerde handelingen waren om het bestaan van een contante, criminele inkomstenbron te verhullen. Tijdens het requisitoir van de officieren van justitie is aangegeven dat een gedetailleerde bewijsvoering per transactie achterwege kan blijven omdat álles uiteindelijk als vermengd vermogen kan worden beschouwd. Een aantal transacties is zelfs niet meer genoemd tijdens het requisitoir. De opvatting van het openbaar ministerie is evident niet wat de steller van de tenlastelegging voor ogen heeft gehad en is ook met de bewoordingen van die tenlastelegging niet verenigbaar. Hiermee hebben de officieren van justitie in het requisitoir de grondslag van de tenlastelegging verlaten. Geconcludeerd wordt dat de thans voorliggende tenlastelegging ten aanzien van feit 3 nietig moet worden verklaard omdat deze geen werkbare formulering van het verweten feit inhoudt.

Ter zitting hebben de officieren van justitie zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding, in samenhang bezien met het dossier, voldoende duidelijk is. Het standpunt van het openbaar ministerie is dat de handelwijze van verdachte één grote witwasmachine is waar veel geld in gaat. Het standpunt van de verdediging wordt door het openbaar ministerie zo opgevat dat enkel sprake zou zijn van een aantal geldleningen en autotransacties. Dit is in de ogen van het openbaar ministerie een verschil van inzicht waar de rechtbank zich over moet uitlaten en dat niet de geldigheid van de dagvaarding raakt.

De rechtbank is van oordeel dat de tenlastelegging, in samenhang bezien met het dossier, voldoende duidelijk is. De dagvaarding ten aanzien van feit 3 bevat een opgave van het tenlastegelegde feit, omstreeks welke tijd en waar het is begaan, de wettelijke voorschriften waarbij het feit strafbaar is gesteld en de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan. De enkele omstandigheid dat de officieren van justitie ter zitting bij het requisitoir de tenlastelegging anders hebben geïnterpreteerd dan de verdediging doet, maakt de tenlastelegging op dit onderdeel niet ongeldig.

De rechtbank is van oordeel dat de tenlastelegging aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering voldoet. De dagvaarding is daarom geldig.

3.2

De bevoegdheid van de rechtbank

De rechtbank is bevoegd.

3.3

De ontvankelijkheid van de officier van justitie

De verdediging heeft aangevoerd dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaard moet worden in de vervolging van verdachte. Daartoe is, kort samengevat, aangevoerd dat sprake is van een vooringenomenheid bij de politie en het openbaar ministerie, welke vooringenomenheid onder meer blijkt uit de werkwijze van de politie waarbij een dossier tegen verdachte is opgebouwd zonder daarbij te doen aan waarheidsvinding. Stelselmatig zijn getuigen onder druk gezet of geholpen in hun eigen strafzaken, in ruil voor een verklaring tegen verdachte [Verdachte] . Dit levert niet alleen een schending van het recht op een eerlijk proces en een schending van de onschuldpresumptie op, ook levert het een zeer onbetrouwbaar en ongeloofwaardig dossier op. De politie heeft niet alleen onjuiste verklaringen uitgelokt bij getuigen, maar getuigen zijn op een dusdanige wijze onder druk gezet dat zij achteraf aangifte hebben gedaan of hebben geklaagd over de druk die de politie heeft opgelegd.

Daarnaast is aangevoerd dat sprake is geweest van een “trial by media” doordat het openbaar ministerie in de media verdachte, zonder dat hij veroordeeld was voor enig strafbaar feit, in verband heeft gebracht met georganiseerde misdaad en liquidaties. Dit alles heeft ervoor gezorgd dat verdachte in de media dusdanig is zwart gemaakt met feiten die niet op de tenlastelegging staan, dat het leidt tot een oneerlijk proces.

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is geweest van onrechtmatige beïnvloeding van getuigen. Gemaakte documentaires en in de pers verschenen artikelen vallen onder vrije nieuwsgaring waarvoor het openbaar ministerie niet verantwoordelijk is. De rechtbank dient te beoordelen of sprake is van ernstige inbreuken op de beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling is tekortgedaan. Daarvan is volgens het openbaar ministerie hier geen sprake.

De rechtbank stelt vast dat in deze zaken een groot aantal getuigen is gehoord. Er kunnen zich situaties voordoen dat politiefunctionarissen een bepaalde mate van druk moeten uitoefenen bij het horen van getuigen, maar de politie dient hierbij wel grenzen in acht te nemen. De rechtbank is echter in deze zaken niet gebleken van een dermate hoge druk op getuigen dat geoordeeld moet worden dat sprake is geweest van onrechtmatig optreden van de politie. Bij de beoordeling van het bewijs zal de rechtbank vanzelfsprekend telkens kritisch kijken naar door getuigen afgelegde verklaringen.

Ten aanzien van de opvatting dat getuigen, waaronder [naam 3] , beloften dan wel giften zijn gedaan, overweegt de rechtbank dat het dossier geen aanknopingspunten bevat dat [naam 3] en/of andere getuigen op enigerlei wijze toezeggingen, beloften of giften zijn gedaan in ruil voor een belastende verklaring tegen verdachte [Verdachte] in deze zaken.

De rechtbank stelt verder vast dat zowel de verdediging als het openbaar ministerie tijdens deze strafprocedure de media totaal niet heeft geschuwd en zelfs actief heeft opgezocht. Dit blijkt uit het diverse malen verschijnen van artikelen en/of documentaires in zowel de landelijke als regionale media. De rechtbank acht het van zowel de verdediging als het openbaar ministerie onhandig, ongepast en zeker niet chic om gedurende een strafprocedure actief de media te benaderen. Een strafproces dient in de zittingzaal gevoerd te worden en niet in de media. Het media-optreden van de verdediging en het openbaar ministerie heeft een goede procesvoering niet bevorderd. De rechtbank merkt hierbij op dat het optreden van het openbaar ministerie in de media ook niet altijd even magistratelijk is geweest. De berichtgeving vanuit het openbaar ministerie is echter niet zodanig geweest dat moet worden gesproken van een ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling is tekortgedaan. Het spreekt uiteraard voor zich dat deze gang van zaken niet van invloed is geweest op de inhoudelijke beoordeling van deze zaken door de rechtbank.

Het verweer wordt dan ook verworpen en de officieren van justitie zijn ontvankelijk in de vervolging.

3.4

De schorsing van de vervolging

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

Algemene overweging

Alvorens hierna in te gaan op de afzonderlijke onderzoeken zal de rechtbank eerst een algemene overweging wijden aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van getuigen die aan de rechtbank zijn voorgelegd.

Een aantal getuigen die in de diverse onderzoeken is gehoord, is zelf verdachte geweest of is dat nog steeds. Enkele getuigen zijn zelf ook veroordeeld voor het plegen van misdrijven, waaronder ook misdrijven die gerelateerd kunnen worden aan onderzoeken die verdachte [Verdachte] raken. De rechtbank realiseert zich dat een aantal van die getuigen mogelijk belang heeft gehad bij de door hen afgelegde verklaringen. Daardoor kunnen verklaringen “gekleurd” zijn of lijken te zijn. Dit noopt de rechtbank ertoe dan ook steeds kritisch naar verklaringen te kijken en eerst dan te gebruiken voor het bewijs indien daarvoor voldoende steunbewijs voorhanden is.

De vraag of er voldoende wettig en overtuigend bewijs is, zal hierna per zaaksdossier worden besproken.

4.1

ONDERZOEK BOTTEL

4.1.1

Het standpunt van de officieren van justitie

Het volledige standpunt van de officieren van justitie is ten aanzien van alle onderzoeken weergegeven in het proces-verbaal van de zitting.

Zij achten wettig en overtuigend bewezen dat verdachte hetgeen hem is tenlastegelegd onder de feiten 1 primair en 2 heeft gepleegd.

Ten aanzien van feit 1, de brandstichting aan de woning van [naam 1] en [naam 4] , baseren zij zich met name op camerabeelden en een forensische rapportage. De betrokkenheid van verdachte bij deze brandstichting baseren zij met name op getuigenverklaringen, in het bijzonder op de verklaringen van [naam 1] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 3] en [naam 6] . Het is getuige [naam 5] geweest die heeft verklaard dat verdachte hem opdracht heeft gegeven tot het plegen van dit feit. Het motief zou liggen in een conflict tussen verdachte en [naam 1] .

Ten aanzien van feit 2, de ontploffing van een handgranaat onder de auto van de ouders van [naam 4] , baseren de officieren van justitie zich op ketenbewijs. Het onderliggende conflict ligt naar hun opvatting ten grondslag aan beide feiten. Het bewijs voor de brandstichting werkt daarom door in het bewijs voor de ontploffing.

4.1.2

Het standpunt van de verdediging

Het volledige standpunt van de verdediging is ten aanzien van alle onderzoeken weergegeven in het proces-verbaal van de zitting.

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen ten aanzien van de feiten 1 en 2. Er is geen enkel bewijs dat verdachte bij de brandstichting aanwezig is geweest. Evenmin is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking.

Ook van medeplegen van uitlokking van brandstichting is geen sprake. De verdediging heeft daarbij gewezen op de vreemde totstandkoming van de verklaring van [naam 5] waarin hij aangeeft dat de opdracht is gekomen van “ [bijnaam] ”. De omschrijving van de persoon, die hij “ [bijnaam] ” noemt, lijkt absoluut niet op verdachte. Vervolgens is de verklaring dat “ [bijnaam] ” de opdrachtgever zou zijn door [naam 5] ingetrokken.

De overige in het dossier aanwezige verklaringen van getuigen duiden juist op betrokkenheid van andere personen dan verdachte bij de brandstichting op de woning van [naam 1] en [naam 4] .

Ten aanzien van feit 2 ontbreekt elk concreet bewijs dat verdachte betrokken is geweest bij het gooien van een handgranaat onder de auto van de ouders van [naam 4] . Er is geen DNA van verdachte aangetroffen, er zijn geen getuigen die verklaren dat ze verdachte hebben gezien, er is geen sporenonderzoek dat naar verdachte leidt en er is geen overig bewijs dat ook maar enige indicatie geeft dat verdachte hierbij betrokken zou zijn.

4.1.3

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1 brandstichting

Op 10 maart 2012 is brand gesticht aan de woning gelegen aan de [straatnaam 1] in Halsteren. Op camerabeelden is te zien dat de brand is gesticht door 2 personen. Een van die personen is [naam 5] Hij is, na het bekennen van deze brandstichting, hiervoor veroordeeld. [naam 5] heeft niet willen verklaren met wie hij de brandstichting heeft gepleegd. De rechtbank is uit het voorhanden zijnde dossier op geen enkele wijze gebleken dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [naam 5] en verdachte ten aanzien van het plegen van deze brandstichting. Ter zitting hebben de officieren van justitie daarvoor ook geen bewijs kunnen aanleveren. Het moet er dan ook voor gehouden worden dat [naam 5] dit feit niet met verdachte maar samen met een ander heeft gepleegd.

Gelet hierop wordt verdachte vrijgesproken van hetgeen hem onder feit 1 primair, het medeplegen van brandstichting, is tenlastegelegd.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of het verdachte is geweest die deze brandstichting samen met een ander heeft uitgelokt.

Op 8 juni 2012 heeft officier van justitie mr. Van Delft [naam 5] bezocht in het cellencomplex van de rechtbank, omdat hij het vermoeden had dat [naam 5] niet het brein achter de brandstichting was. [naam 5] is gevraagd om te helpen met het opsporen van de personen die hiervoor verantwoordelijk zijn. Daarbij is aangegeven dat, wanneer duidelijk zou zijn wie er voor dit feit verantwoordelijk zijn, met de positie van [naam 5] als uitvoerder rekening gehouden zou worden. [naam 5] heeft daarop verteld dat hij via via is benaderd, maar dat hij het moeilijk vond om namen te geven. Uiteindelijk heeft [naam 5] aangegeven dat hij is benaderd bij een garagebedrijf in Bergen op Zoom. Hem is daar gevraagd of hij interesse had om een brand te stichten. Dat werd hem gevraagd door een persoon die hij kent als “ [bijnaam] ”. Het werd hem 2 dagen voor de brand gevraagd en hij zou er € 1.000,= voor krijgen. De persoon die in het huis woonde, zou nog geld schuldig zijn aan de jongens die in het garagebedrijf kwamen. Eigenaar van het garagebedrijf was ene [naam 3] .

Later die dag heeft [naam 5] bij de politie verklaard dat hij tegenover de officier van justitie zo open was omdat hij de hoop had dat hij dan eerder weg kon. Vervolgens hebben de verbalisanten tegen [naam 5] gezegd dat hij die ochtend heeft gezegd dat het “ [Verdachte] ” was, waarna [naam 5] zei: “ [bijnaam] ”. Op de vraag hoe “ [bijnaam] ” er uitzag heeft [naam 5] verklaard dat hij een normaal postuur heeft, een snor, een beetje krulhaar, halflang haar, kleur weet hij niet, tussen de veertig en vijftig. Iemand die zich gedraagt alsof hij dé man is.

Op 13 juni 2012 werd [naam 5] vervolgens een foto van verdachte [Verdachte] getoond waarna hij heeft aangegeven dat dat “ [bijnaam] ” is. Enkele weken later, op 3 juli 2012, heeft [naam 5] verklaard dat “ [bijnaam] ” niet de persoon is die hem heeft benaderd voor de brandstichting. Hij weigerde vervolgens aan te geven wie het wel was, omdat er anders een kans bestond dat hij een gaatje in zijn kop zou krijgen.

Bij de rechter-commissaris heeft [naam 5] verklaard dat hij geen opdracht heeft gekregen van [Verdachte] om de brand te stichten. De opdracht zou hij van iemand anders hebben gekregen. Voor zover hij weet, heeft [Verdachte] er niets mee te maken.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring, zoals [naam 5] die heeft afgelegd op 8 juni 2012 tegenover officier van justitie mr. Van Delft niet bruikbaar is voor het bewijs. In het door officier van justitie mr. Van Delft opgemaakte proces-verbaal van bevindingen komt de naam “ [Verdachte] ” in het geheel niet voor. De door [naam 5] opgegeven kenmerken van “ [bijnaam] ”, te weten een beetje krulhaar, halflang, komen niet overeen met de foto van verdachte [Verdachte] die op 13 juni 2012 aan [naam 5] is getoond. Verdachte heeft op die foto geen halflang maar kort haar. Verdachte heeft hierover zelf ter zitting ook verklaard dat hij toen geen halflang haar had. De opmerking van de verbalisanten op 8 juni 2012 dat [naam 5] eerder die ochtend zelf de naam “ [Verdachte] ” had genoemd komt ook niet overeen met het proces-verbaal van bevindingen van officier van justitie mr. Van Delft. De rechtbank is op grond hiervan en op grond van de omstandigheid dat [naam 5] in een later stadium is teruggekomen op zijn verklaring tegenover officier van justitie mr. Van Delft en uitdrukkelijk heeft verklaard dat het niet verdachte is geweest die hem de opdracht tot de brandstichting heeft gegeven, van oordeel dat de verklaring van 8 juni 2012 onvoldoende betrouwbaar is om tot bewijs te dienen.

De betrokkenheid van verdachte bij uitlokking van deze brandstichting kan ook niet afgeleid worden uit de overige verklaringen van getuigen of bevindingen van de politie. Getuige [naam 1] heeft verklaard dat hij denkt dat het van [Verdachte] komt. Hij zou vaker brand hebben gesticht en ook een handgranaat hebben gegooid. Vermoedens van betrokkenheid van verdachte bij deze brandstichting worden ook geuit door de getuigen [naam 3] en [naam 4] . Maar meer dan vermoedens is de rechtbank uit hun verklaringen niet gebleken.

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat het dossier ook onvoldoende aanknopingspunten biedt voor bewijs dat verdachte betrokken is geweest bij hetgeen hem onder feit 1 subsidiair, het medeplegen van uitlokking van brandstichting, is tenlastegelegd. Ook in zoverre wordt verdachte vrijgesproken.

Feit 2 ontploffing

Op 3 maart 2012 is gedurende de nacht een explosief tot ontploffing gebracht onder een personenauto die geparkeerd stond op de oprit bij een woning gelegen aan de [straatnaam 2] in Halsteren. Dit betreft de woning van de ouders van [naam 4] Getuige [naam 3] heeft verklaard dat hij van verdachte het huis van de ouders van [naam 4] moest aanwijzen, hetgeen hij gedaan heeft. Verdachte heeft dit ter zitting ook bekend en verklaard dat hij op zoek was naar [naam 1] en daarom wel 25 adressen in Bergen op Zoom heeft aangedaan.

Meer dan dit bevat het dossier, voor zover het verdachte betreft, niet. Enkele getuigen vermoeden weliswaar dat verdachte erbij betrokken is, echter verder dan die vermoedens komen zij niet.

De rechtbank is daarom van oordeel dat er geen enkel bewijs voorhanden is waaruit enige betrokkenheid van verdachte bij dit feit blijkt. Verdachte wordt dan ook vrijgesproken van feit 2.

4.2

ONDERZOEK ZALM

4.2.1

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie achten wettig en overtuigend bewezen dat verdachte hetgeen hem onder feit 5 is tenlastegelegd, te weten afpersing en mishandeling van [naam 2] , heeft gepleegd. Zij baseren zich daarbij met name op verklaringen van slachtoffer [naam 2] , afgelegd bij de politie en bij de rechter-commissaris, op verklaringen van diverse getuigen, op tapgesprekken, foto’s en op verklaringen van verdachte zelf.

[naam 2] heeft verklaard dat hij opdrachten kreeg van verdachte en dat deze opdrachten onmogelijk waren om uit te voeren. Hierdoor ontstonden schulden aan verdachte die vervolgens niet voldaan konden worden, waarna er door verdachte ‘boetes’ werden opgelegd. Verdachte heeft zich laten inkopen bij het bedrijf van [naam 2] ( [naam 7] ), een oldtimer moest verplicht gerepareerd worden en een personenauto van de vader van [naam 2] moest worden afgestaan aan verdachte. Dit alles ging gepaard met mishandelingen, intimidaties en bedreigingen.

De officieren van justitie hebben daarbij opgemerkt dat een aantal getuigen bang zijn om een verklaring af te leggen of door verdachte zijn bewogen om hun verklaring ten gunste van hem aan te passen.

4.2.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Daartoe is, kort samengevat, het volgende aangevoerd.

Verklaringen die door [naam 2] zijn afgelegd kunnen op een aantal punten niet kloppen, met name wat betreft de tijdslijn. De inkoop van verdachte in [naam 7] was in 2013, terwijl de mislukte aankoop van een auto in Denemarken/Duitsland pas in 2014 heeft plaatsgevonden.

Verder is gewezen op de zeer wisselende verklaringen van [naam 2] , onder meer ten aanzien van de vermeende aanleiding voor het conflict tussen hem en verdachte en ten aanzien van het schietincident op 20 maart 2015. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [naam 2] onbetrouwbaar zijn.

Een aantal getuigen heeft verklaard gehoord te hebben dat [naam 2] werd mishandeld en afgeperst, echter zij hebben dit allemaal via via gehoord, nadat [naam 2] verdachte had neergeschoten. Zelf hebben zij niets gezien.

Van een mishandeling van [naam 2] bij het garagebedrijf van [naam 3] blijkt niet. De verklaring van [naam 2] over deze vermeende mishandeling wordt weerlegd door onder meer verklaringen van de getuigen [naam 8] en [naam 9] .

Verzocht is verder om de verklaringen van de getuigen [naam 10] en [naam 11] uit te sluiten voor het bewijs, omdat de verdediging niet de gelegenheid heeft gehad deze getuigen te ondervragen. Mocht de rechtbank die verklaringen toch willen gebruiken, dan wordt verzocht de behandeling van de zaak aan te houden teneinde deze getuigen te horen.

Ten aanzien van de auto van de vader van [naam 2] is aangevoerd dat de verklaring van [naam 2] op dit punt volstrekt onlogisch en ongeloofwaardig is.

Ten slotte wordt de bewering van [naam 2] dat hij ontzettend bang is van verdachte tegengesproken door het eigen gedrag van [naam 2] .

4.2.3

Het oordeel van de rechtbank

Op 20 maart 2015 vond in het Belgische Poppel een schietincident plaats waarbij verdachte werd beschoten door [naam 2]1. Dit schietincident en informatie vanuit het Team Criminele Inlichtingen is aanleiding geweest voor de politie om nader onderzoek te verrichten. In dat kader is [naam 2] diverse malen gehoord en zijn door hem verklaringen afgelegd. In die verklaringen zijn diverse incidenten naar voren gekomen.

De rechtbank heeft met de verdediging geconstateerd dat de tijdslijn van de diverse incidenten zoals [naam 2] die in eerste instantie tegenover de Belgische politie heeft geschetst, niet kan kloppen. Zo heeft hij aangegeven dat de mislukte aankoop van een personenauto in Denemarken het eerste incident zou zijn geweest. De rechtbank is gebleken dat dit gelet op het tijdsverloop inderdaad niet kan kloppen. Echter, [naam 2] is later teruggekomen op deze verklaring. Al op 1 april 2015 heeft hij tegenover de Belgische politie verklaard dat de mislukte autodeal in tijd na de incidenten met de Cadillac en de gebroken neus (januari 2014) kwam.2

Ook bij zijn verhoor op 8 september 2016 door de Nederlandse politie heeft [naam 2] verklaard dat het niet klopt dat in de tijdslijn de oorzaak van de mishandeling en afpersing door verdachte zou zijn ontstaan na de mislukte deal met de auto uit Denemarken. In dat verhoor is [naam 2] een tijdslijn voorgehouden door de politie. Deze houdt in:

- augustus 2013: mishandeling met blauw oog als gevolg;

- augustus 2013 tot en met november 2014: inschrijving van [Verdachte] bij [naam 7] en betaling loon 3000 per maand;

  • -

    25 september 2013: afstaan van de Mercedes van de vader van [naam 2] aan [Verdachte] ;

  • -

    omstreeks 22 december 2013: gebroken neus geslagen in de badkamer van [Verdachte] ;

  • -

    periode voor januari 2014: repareren oldtimer Cadillac, kosten 47.000 euro;

  • -

    februari/maart 2014: mislukte autodeal in Denemarken van 62.500 euro;

  • -

    februari/maart 2015: afstaan motor die inbeslaggenomen was door politie/belastingdienst.

Over deze geschetste tijdslijn heeft [naam 2] verklaard dat deze zo wel kan kloppen, met uitzondering van de datum 22 december 2013 van het incident in de badkamer bij verdachte. Dit moet volgens hem omstreeks 12 januari 2014 zijn geweest3.

De rechtbank stelt vast dat [naam 2] over de volgorde in tijd van de incidenten verschillend heeft verklaard. Dit is voor de rechtbank echter onvoldoende reden om alle verklaringen van [naam 2] als onbetrouwbaar te beschouwen, nu zijn verklaringen op meerdere onderdelen wel steun vinden in andere bewijsmiddelen.

[naam 2] en verdachte hebben elkaar leren kennen via de autohandel. [naam 2] handelde in vrij exclusieve auto’s. Vanaf 2012/2013 hebben zich problemen voorgedaan tussen verdachte en [naam 2] waar, voor laatstgenoemde, financiële verplichtingen uit voortgekomen zijn4. [naam 2] heeft hierover verklaard dat hij door verdachte ervoor verantwoordelijk werd gehouden als zaken niet goed gingen5.

[naam 2] heeft verklaard dat hij de reputatie van verdachte goed kent. Hem is door verdachte altijd op het hart gedrukt dat, wanneer hij in welke hoedanigheid dan ook, een voor verdachte belastende verklaring zou afleggen, [naam 2] en zijn gezin geen recht van bestaan meer zouden hebben6. Hij is mishandeld door verdachte. Door verdachte is hem diverse malen gezegd dat hij, als [naam 2] niet zou betalen, zijn vrouw door de knieën zou schieten, hij zou haar kaal scheren en als hij niet snel zou betalen zou hij een man of vier, vijf van de club binnenzetten en zijn vrouw zo lang misbruiken tot er niets meer van over was. Hij zou mannen van de motorclub langs sturen om zijn vrouw te verkrachten7.

De keren dat verdachte [naam 2] mishandeld heeft, heeft hij er ook steeds op aangedrongen dat [naam 2] er met niemand over mocht praten. [naam 2] werd met een stok afgetuigd. De mishandelingen gebeurden steeds bij verdachte thuis, achter het schuurtje. Ook werd [naam 2] in de keuken van de woning van verdachte mishandeld8. Daar werd hij enkele keren geslagen, verdachte sloeg met de vlakke hand. [naam 2] werd daarbij telkens in het gezicht geslagen.

[naam 2] is er altijd naar toegegaan omdat hij niet wilde dat verdachte in de buurt van zijn gezin kwam. Hij heeft aangegeven dat hij zich steeds vermand heeft, alle moed bij elkaar geraapt en daarbij gedacht dat ooit alles betaald zou zijn en hij er vanaf zou zijn.

Woordelijk heeft verdachte meerdere malen gezegd te zweren op zijn vrouw en kinderen dat [naam 2] geen leven meer zou hebben9. Ook het kapot maken van het gezin van [naam 2] is meerdere malen gezegd. Verdachte zei hem dat hij niet besefte hoeveel macht hij wel had. Verdachte zei hem ook dat als hij door [naam 2] vast kwam te zitten “ze” hem elke maand een flink pak slaag zouden geven en dat ze elke maand € 10.000,= bij hem zouden komen ophalen.

Bij zijn verhoor tegenover de rechter-commissaris heeft [naam 2] verklaard dat hij vaak een pak slaag heeft gehad van verdachte10. De ene keer was dat harder dan de andere keer. Tijdens een van de mishandelingen heeft verdachte een tang op het oor van [naam 2] gezet. [naam 2] smeekte om het niet te doen toen verdachte dreigde met die tang dat oor eraf te knippen. Hij zat daarbij bovenop [naam 2]11.

Verklaard is door [naam 2] dat hij een zestal keren door verdachte is mishandeld12. Daarbij is aangegeven dat hij het dan heeft over de voorvallen waar hij echt last van heeft gehad. [naam 2] kwam ongeveer om de twee weken bij verdachte. Soms waren de vorige kwetsuren zelfs nog niet genezen. Verdachte sloeg hem met de vuist, platte hand en met een stok. Eén keer heeft hij zelfs zo hard getrapt dat hij geen adem meer kreeg en zich amper kon bewegen.

Het was verdachte die bepaalde hoe schulden werden vereffend. Hij zei bijvoorbeeld dat [naam 2] een week later een bedrag van € 10.000,= moest komen betalen. Indien dat niet gebeurde werd het bedrag verhoogd met een boete13. Alles wat [naam 2] had, horloges, auto’s etc., zo verklaart hij, heeft hij verzilverd om verdachte te kunnen betalen. Ook werd [naam 2] door verdachte opgesloten in een schuurtje. Nadat er een bedrag was betaald, werd [naam 2] door verdachte vrijgelaten.

Augustus 2013: [naam 7]

Omdat [naam 2] verdachte niet kon terugbetalen werd door verdachte voorgesteld dat de problemen zouden worden opgelost doordat verdachte zich zou inkopen in het bedrijf van [naam 2] en hem zou voorzien van werk14. Hiertoe werd op 28 augustus 2013 een “verkoopovereenkomst aandelen” gesloten tussen [naam 2] en verdachte15. Daarbij werd door [naam 7] 50% van de aandelen verkocht aan verdachte voor een overnameprijs van € 10.000,= en werd daarna maandelijks een bedrag als salaris door de onderneming aan verdachte betaald. Verdachte heeft hierover verklaard dat hij de inleg later terugbetaald heeft gekregen van [naam 2] en dat hij inderdaad salarisbetalingen kreeg, ook nadat [naam 7] al failliet verklaard was16.

De boekhouder van [naam 2] , [naam 11] , heeft hierover het volgende verklaard17. Door [naam 11] is de boekhouding gedaan voor het bedrijf van [naam 2] , [naam 7] . [naam 2] had financiële problemen. Daarvoor is hij in augustus 2013 bij [naam 11] gekomen. [naam 2] was in elkaar geslagen omdat hij een lening niet kon terugbetalen. Zijn gezicht was bont en blauw, hij had dichtgeslagen ogen en verwondingen in zijn gezicht. [naam 2] wilde een overeenkomst hebben, een loonbrief, waarin verdachte een loon kreeg uit [naam 7] van € 3.000,= per maand netto vanaf september 2013. Die overeenkomst is door [naam 11] opgemaakt en op 28 augustus 2013 op zijn kantoor ondertekend door [naam 2] en verdachte.

Met betrekking tot [naam 11] heeft de verdediging bij pleidooi gesteld dat zij in een eerder stadium verzocht heeft om hem te horen als getuige in verband met de door hem afgelegde verklaring en het feit dat hij de enige persoon is die verklaard heeft dat hij in de desbetreffende periode iets van [naam 2] heeft gehoord over afpersing, maar dat dit verzoek is afgewezen. Bij pleidooi is verzocht om, nu [naam 11] als enige kan verklaren over de desbetreffende periode, hem te horen indien de rechtbank de verklaring mee wil nemen voor het bewijs.

Hieromtrent overweegt de rechtbank dat de verdediging tijdens de procedure ruimschoots in de gelegenheid is geweest om onderzoekswensen kenbaar te maken en dat ter zitting van 16 december 2016 weliswaar is gevraagd om [naam 11] als getuige te horen, maar over een ander onderwerp, welk verzoek destijds is afgewezen. De verdediging heeft nimmer gevraagd om [naam 11] te horen over hetgeen hiervoor met betrekking tot de aandelenoverdracht en de loonbetalingen is opgenomen. De rechtbank ziet dan ook geen belemmering om de verklaring van [naam 11] , zoals hiervoor aangehaald, voor het bewijs te gebruiken. Daarbij acht de rechtbank ook van belang dat deze getuigenverklaring, zoals blijkt uit de overige bewijsmiddelen, niet “sole or decisive” is.

[naam 2] heeft verklaard dat hij maandelijks € 3.000,= betaalde aan verdachte als salaris18. Tot eind 2014 heeft verdachte bij hem op de loonlijst gestaan. Diverse maandelijkse loonbetalingen, telkens een bedrag van € 3.000,=, hebben plaatsgevonden van september 2013 tot december 20141920. Tegenover die loonbetalingen stonden geen reële werkzaamheden21. Verdachte bracht wel klanten aan voor [naam 7] , maar hij heeft niet voor dat bedrag maandelijks gewerkt. Aan de klanten die door verdachte werden aangebracht, heeft [naam 2] niets overgehouden.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [naam 2] ten aanzien van de loonbetaling en aandelenoverdracht betrouwbaar zijn, nu deze steun vinden in de verklaring van getuige [naam 11] in de verklaring van verdachte zelf en de overige bevindingen.

Dat de maandelijkse betaling van € 3.000,= aan verdachte nog enkele maanden is doorgegaan toen [naam 7] al failliet was, sterkt de rechtbank in de overtuiging dat dit geen salaris betrof voor door verdachte verrichte werkzaamheden in het bedrijf.

September 2013: Mercedes vader

[naam 2] heeft hierover het volgende verklaard. In september 2013 was hij met een Saab bij verdachte in Bergen op Zoom22. Verdachte wilde die auto als betaling. [naam 2] gaf aan dat dat niet mogelijk was omdat die betreffende auto van een klant was. Verdachte gaf toen aan dat hij de auto van de vader van [naam 2] wilde hebben, als oplossing, naast de deelname in [naam 7] , voor het aflossen van de schuld. [naam 2] is met verdachte in de Saab moeten stappen, waarbij verdachte achter het stuur zat. Onderweg kreeg [naam 2] enkele klappen tegen zijn hoofd. Verdachte zei tegen hem dat hij de auto van zijn vader moest halen. [naam 2] heeft verdachte thuis afgezet. Diezelfde dag om 17.30 uur moest [naam 2] met de auto van zijn vader bij verdachte thuis zijn. [naam 2] is vervolgens naar zijn vader in Cadzand gereden. Tegen zijn vader vertelde [naam 2] dat hij een koper voor de auto had zodat hij diens auto meekreeg. Met de auto van zijn vader is [naam 2] naar verdachte gereden en heeft die auto afgegeven aan verdachte. Enkele weken later zag [naam 2] de auto bij [naam 12] staan. Nadat [naam 2] hem verteld had wat er was gebeurd, heeft [naam 12] hem de auto verkocht voor € 13.500,=.

Deze verklaring van [naam 2] vindt steun in de verklaring van [naam 12]23 dat hij een Mercedes heeft gekocht van verdachte en dat dit de auto betreft van de vader van de hem bekende [naam 2] [naam 12] had de auto inmiddels doorverkocht, maar op verzoek van [naam 2] weer teruggehaald en weer aan hem verkocht.

De verklaring van [naam 2] vindt verder steun in de verklaring van zijn vader. De vader van [naam 2] heeft namelijk verklaard dat hij zijn zoon [naam 2] wel eens heeft laten weten dat zijn Mercedes, voorzien van het kenteken [kenteken 1] , weg mocht als daar een koper voor was24. [naam 2] is toen korte tijd later naar zijn vader in Cadzand gereden, hij wilde de Mercedes meteen meenemen. Zijn Saab liet [naam 2] in Cadzand achter. Van [naam 2] ontving hij € 4.500,= contant. De auto, inclusief de papieren heeft hij aan [naam 2] meegegeven. De vader van [naam 2] vond het vreemd dat er zo’n haast bij was. Omdat de rest van de betaling uitbleef is hij gaan aandringen op verdere betaling. Toen betaling niet volgde heeft hij aangegeven dat hij zijn auto terug wilde hebben. Op een gegeven moment heeft [naam 2] de auto teruggebracht, waarna zijn vader weer € 4.500,= heeft teruggegeven aan [naam 2]

Daarnaast vindt de verklaring van [naam 2] steun in bevindingen van de politie met betrekking tot deze Mercedes. In de administratie van het bedrijf van verdachte, [naam 14] is een inkoopverklaring opgenomen, gedateerd 28 september 2013, ter zake de Mercedes [kenteken 1] , gekocht van [naam 13] voor een bedrag van € 11.500,=25. Op 1 oktober 2013 is genoemd voertuig weer doorverkocht aan [naam 15] voor een bedrag van € 13.500,=26.

De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaring van [naam 2] onlogisch en ongeloofwaardig is gelet op de door [naam 2] genoemde bedragen. De verdediging is daarbij echter uitgegaan van onjuiste bedragen en hetgeen is aangevoerd berust dan ook op een onjuiste lezing van het dossier. [naam 2] heeft de auto van [naam 12] niet gekocht voor € 11.000,= maar voor € 13.500,=.

Aan de voorgaande bewijsmiddelen ontleent de rechtbank de overtuiging dat [naam 2] deze auto onder dwang van verdachte aan hem heeft afgestaan. De gang van zaken past niet bij een reguliere zakelijke transactie. Daarbij wijst de rechtbank in het bijzonder op de grote haast die [naam 2] had om de auto op grote afstand bij zijn vader op te halen en het feit dat [naam 2] , zelfs indien het verhaal van verdachte dat hij wel betaald heeft zou kloppen, verlies heeft geleden op de transacties.

December 2013: geslagen met stok

Januari 2014: gebroken neus in badkamer

[naam 2] heeft verklaard dat hij mee moest naar een hok achter de woning van verdachte27. Daar kreeg hij meerdere slagen in het gezicht en slagen met een stok op zijn benen. Dit incident vond plaats in december 201328.

Foto’s van zijn verwondingen zijn aangetroffen in de gsm van [naam 2] . Op afbeeldingen is te zien dat sprake is van een blauw oog, blauwe plekken en een blauwe plek op het linker dijbeen29. De foto’s zijn genomen op 22 december 2013.

Ook heeft [naam 2] verklaard dat hij omstreeks de verjaardag van zijn zoon, 13 januari 2014, bij verdachte moest komen om geld te betalen30. Hij werd toen behoorlijk in elkaar geslagen in de badkamer van de woning van verdachte. Hij kreeg een klap en hij moest mee naar de badkamer. In de badkamer werd hij gedwongen op zijn knieën te gaan zitten. [naam 2] moest verdachte steeds aankijken en hij kreeg dan telkens een slag in zijn gezicht. Hierbij werd zijn neus gebroken door de verschillende slagen. Verdachte trok zijn neus weer recht en hij mocht er niet aankomen. Dit alles duurde 1 tot 1,5 uur. Hierbij schold verdachte [naam 2] uit en hij schreeuwde enorm hard. [naam 2] mocht niet weg zolang er geen geld was. Het ging er zeer heftig aan toe. Alles lag vol bloed.

De verklaring van [naam 2] over deze geweldshandelingen door verdachte vindt steun in diverse verklaringen van getuigen.

Zijn zus heeft verklaard gezien te hebben dat haar broer [naam 2] rond de verjaardag van haar dochter op 22 december 2013 een blauw oog had31.

De vader van [naam 2] heeft aangegeven dat hij zeker 2 keer heeft gezien dat zijn zoon letsel in het gezicht had, hij had dan blauwe ogen32.

Getuige [naam 16] heeft op 11 mei 2015 verklaard dat hij afgelopen winter heeft gezien dat [naam 2] letsel had. Iedereen heeft wel eens gezien dat hij een blauw oog had. In de winter met een zonnebril op en een dikke wang.33

De echtgenote van [naam 2] heeft verklaard dat zij haar man enkele keren heeft zien thuiskomen en dan zag dat hij klappen had gekregen34. De eerste keer was zijn gezicht half opgezwollen. Eén kant van zijn gezicht was gewoon dik geslagen. Later was er dan weer iets aan zijn been. Zijn hele been was bont en blauw. Hij heeft toen verteld dat hij “een beetje last” had van iemand. Ook heeft hij haar verteld dat hij de politie niet kon bellen omdat het zulk tuig was. Zijn neus was toen gebroken. [naam 2] had zich bij die kerel moeten melden, hij werd geslagen en zijn neus werd daarbij gebroken. Hij vertelde haar dat hij geld moest gaan brengen.

Getuige [naam 17] heeft verklaard dat [naam 2] een keer bij hem op het bedrijf was gekomen en bont en blauw zag35. Hij had [naam 2] een geldbedrag geleend zodat [naam 2] “rust had”.

Januari 2014: oldtimer

[naam 2] heeft verklaard dat hij voor verdachte een oldtimer (Cadillac) heeft moeten repareren. Het voertuig moest binnen 2 weken in orde gemaakt worden, maar omdat er zoveel moest gebeuren, lukte dat niet. Als hij het voertuig niet gerepareerd kreeg binnen die termijn, dan werd het een probleem van [naam 2] , zo zei verdachte. Dan werd het zijn voertuig en dan moest hij er voor opdraaien. Hij heeft het voertuig moeten overnemen voor € 40.000,=. De reparatiekosten moest hij ook voor zijn rekening nemen.

Door [naam 2] is aangegeven dat ook [naam 3] betrokken is geweest bij het verhaal van de Cadillac. [naam 3] was aanwezig bij de aflevering. Toen de Cadillac gebracht werd moest deze van de aanhanger afgereden worden. Dit werd volgens [naam 2] door verdachte gedaan, waarbij de auto schade opliep. [naam 2] kreeg hiervan de schuld. Verdachte heeft [naam 2] vervolgens enkele keren geslagen met een autokrik.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat er inderdaad “gedoe” was over deze Cadillac maar dat hij [naam 2] tot niets heeft gedwongen en hem zeker niet heeft geslagen met een krik.

[naam 3] heeft aangegeven dat hij zich het voorval met de Cadillac kan herinneren. [naam 2] en verdachte kwamen met de Cadillac aan bij zijn bedrijf. Het voertuig stond op een trailer en werd door verdachte van de trailer gereden waarbij de zijkant van de auto de wielkast van de trailer raakte. Verdachte begon daarop te schelden en te tieren tegen [naam 2] , waarna [naam 2] door verdachte twee keer omver werd geschopt. Ook [naam 2] heeft hierover verklaard dat hij klappen kreeg.

De rechtbank stelt vast dat steunbewijs voor de verklaring van [naam 2] dat verdachte hem met een autokrik heeft geslagen niet aanwezig is. Dat onderdeel van de tenlastelegging kan dan ook niet bewezen worden.

De rechtbank is voorts van oordeel dat, voor zover het de afpersing van een geldbedrag in relatie tot de verkoop en/of overname van deze Cadillac betreft, de verklaring van [naam 2] ook verder onvoldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. Diverse personen zijn hierover nog gehoord, maar de rechtbank heeft op basis van hetgeen is voorgelegd onvoldoende concreet de feiten kunnen vaststellen. Voor de rechtbank is daarom niet wettig en overtuigend komen vast te staan dat [naam 2] onder dwang de oldtimer heeft moeten overnemen van verdachte.

Februari/maart 2014: autodeal in Denemarken

In februari 2014 vroeg verdachte aan [naam 2] om voor hem een Mercedes in te voeren vanuit Denemarken36. De auto zou eigendom zijn van een bedrijf dat zowel in Duitsland als in Denemarken actief was. Verdachte had hem gezegd dat hij het geld voor die auto, € 62.000,=, moest overmaken op rekening van dat bedrijf met de bedoeling de auto in kwestie te kopen. Het geld werd door verdachte contant aan [naam 2] gegeven. Nadat [naam 2] het geld had overgemaakt, bleek dat het bedrijf in Duitsland niet meer te traceren was. Bij het ophalen van het voertuig bleek het betreffende bedrijf in Denemarken niet te bestaan. [naam 2] werd hiervoor door verdachte verantwoordelijk gesteld. [naam 2] moest het oplossen in die zin dat hij aan verdachte het geld moest terug betalen. In de periode die daarop volgde heeft [naam 2] aan verdachte een bedrag van € 47.000,= contant terugbetaald. Financieel kon [naam 2] het niet langer aan om ook nog het resterende bedrag van € 15.000,= aan verdachte te betalen, maar hij moest dat wel van verdachte.

Op 25 maart 2014 is een bedrag van € 62.500,= overgemaakt van de rekening van [naam 7] naar een rekening van [naam 19]37. De verklaring van [naam 2] vindt daarnaast steun in de correspondentie tussen [naam 7] en [naam 2] enerzijds en [naam 20] , de “verkopende” partij anderzijds. In die correspondentie wordt gesproken over de verkoop van de Mercedes38.

Teneinde de auto te transporteren vanuit Denemarken naar Nederland heeft [naam 2] via [naam 16] opdracht gegeven aan [naam 21]39. In een door [naam 2] gedane melding bij de politie in Tilburg is aangegeven dat [naam 21] op de afgesproken plaats geen Mercedes aantrof. Wel kreeg hij te horen dat daags tevoren ook al iemand aldaar was verschenen die opgelicht bleek te zijn40. De verklaring van [naam 2] vindt verder steun in de verklaring van getuige [naam 16]41. Deze heeft verklaard dat hij met spoed een auto moest ophalen in Denemarken, maar dat vond hij te ver. Door hem is toen een vriend ingeschakeld, genaamd [naam 21] [naam 16] vond het raar dat de auto al was betaald, zonder onderzoek vooraf. Dat was niks voor [naam 2] , die anders eerst even iemand daarnaartoe zou sturen om te kijken of alles klopt en dan zou hij misschien pas geld overmaken. Er zat nogal wat druk achter, de auto moest met spoed worden gehaald en meteen terug gebracht en [naam 2] wilde ook goed betalen.

Verdachte heeft hierover verklaard dat hij op internet heeft gezien dat de auto zowel in Denemarken als in Duitsland werd aangeboden. Hierover heeft hij gesproken met [naam 2]42.

De rechtbank hecht geen geloof aan de verklaring van verdachte dat [naam 2] uit eigen beweging de auto vooraf heeft betaald en dat verdachte hem nog had gewaarschuwd. De gang van zaken, waarbij zonder onderzoek een groot bedrag werd betaald aan een bedrijf in het buitenland voor een auto die [naam 2] niet eens had gezien, en die op stel en sprong moest worden opgehaald, past niet in een normale, zakelijke bedrijfsvoering, maar wel bij het onder grote druk of dwang handelen.

Wettig en overtuigend bewijs

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [naam 2] voldoende steun vinden in de verklaringen van de getuigen en de overige hiervoor aangehaalde bevindingen zodat, met uitzondering van enkele onderdelen, wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden dat verdachte [naam 2] heeft afgeperst en mishandeld.

[naam 2] heeft zowel bij de politie in België als in Nederland en ook tegenover de rechter-commissaris zeer uitgebreide verklaringen afgelegd over de afpersing en mishandeling door verdachte gedurende een langere periode. Op grond van de hiervoor vermelde bewijsmiddelen staat voor de rechtbank vast dat het verdachte was die [naam 2] opdrachten gaf om bepaalde activiteiten te verrichten die vervolgens niet (geheel) of niet binnen de door verdachte gestelde termijn konden worden uitgevoerd door [naam 2] . Hierdoor ontstonden grote “schulden” die vervolgens door [naam 2] dienden te worden afgelost. Hoe die schulden afgelost moesten worden werd bepaald door verdachte. Uit de hiervoor aangehaalde verklaringen blijkt zonder meer van intimidaties en bedreigingen door verdachte.

De angst waaronder [naam 2] heeft geleefd druipt van de door hem afgelegde verklaringen af. Die angst voor verdachte komt ook duidelijk naar voren bij het schietincident op 20 maart 2015. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van [naam 2] wel degelijk authentiek zijn. Zijn verklaringen vinden steun in de hiervoor aangehaalde verklaringen van getuigen en andere bewijsmiddelen. Dat [naam 2] in 2014 actief door de Nederlandse politie is benaderd en hij aanvankelijk niet wilde verklaren, omdat zijn strafzaak in België nog liep, maakt dit niet anders. Aan de brieven van [naam 2] d.d. 9 juli 2015 en 31 juli 2015 hecht de rechtbank geen waarde. Blijkens de processen-verbaal van verhoor van [naam 2] was hij zeer angstig voor represailles van verdachte en was dat de reden dat hij eerder niet (belastend) wilde verklaren over verdachte en ook nooit aangifte heeft willen doen. [naam 2] heeft tegenover de rechter-commissaris op 19 februari 2018 (in het kader van onderzoek Tenerife) uitdrukkelijk verklaard dat de inhoud van deze brieven niet op waarheid berust en dat hij de brieven heeft geschreven op verzoek van anderen, volgens hem “uit de entourage van verdachte”. Hij heeft aan dat verzoek voldaan in het belang van de veiligheid van zijn gezin en omdat hem een financiële vergoeding was beloofd.

De rechtbank kan niet anders dan concluderen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan afpersing en mishandeling van [naam 2] .

Niet bewezen

Zoals hiervoor is overwogen, is er onvoldoende bewijs dat verdachte [naam 2] met een autokrik heeft geslagen en voor de afpersing in relatie tot de verkoop en/of overname van de Cadillac. Van deze onderdelen zal verdachte worden vrijgesproken.

De rechtbank is verder van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte een of meer andere grote geldbedragen heeft afgeperst. Voor zover de officieren van justitie hiermee bedoeld hebben een bedrag van € 15.000,= in verband met de aankoop van de Mercedes in Denemarken, overweegt de rechtbank dat [naam 2] heeft verklaard dat hij wel bereid was de laatste € 15.000,= te betalen, maar dat hij dat bedrag niet kon betalen. De rechtbank is uit het dossier niet gebleken dat [naam 2] dit bedrag uiteindelijk toch betaald heeft. Hooguit kan dit een poging tot afpersing van € 15.000,= opleveren, echter een poging is verdachte niet tenlastegelegd.

Ten slotte is weliswaar bewijs voorhanden dat verdachte op 20 maart 2015 [naam 2] in zijn woning heeft opgezocht en op de rolluiken heeft staan bonken en [naam 2] heeft gesommeerd de deur open te doen, echter deze bedreigingen hebben zich voorgedaan nadat [naam 2] geld en voorwerpen had afgestaan, zodat deze handelingen geen onderdeel meer kunnen uitmaken van de tenlastegelegde afpersing. Ook in zoverre zal verdachte worden vrijgesproken.

4.3

ONDERZOEK JONKOPING

4.3.1

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie achten wettig en overtuigend bewezen dat verdachte hetgeen hem onder feit 6, 7 en 8 is tenlastegelegd (afpersing, zware mishandeling en bedreiging van [naam 3] ) heeft gepleegd en baseren zich daarbij onder meer op de aangifte en verklaringen van [naam 3] , op tapgesprekken, op opnames van gesprekken, afkomstig van de gsm van [naam 3] op medische informatie over [naam 3] , op verklaringen van diverse getuigen en op verklaringen van beide verdachten.

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van [naam 3] betrouwbaar en geloofwaardig zijn.

De officieren van justitie zijn van mening dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten [Verdachte] en [medeverdachte] . In de zienswijze van de officieren van justitie is het verdachte [medeverdachte] geweest die [naam 3] naar zijn woning heeft gelokt, waarna deze zwaar mishandeld werd door verdachte [Verdachte] . Het is verdachte [medeverdachte] geweest die, nadat [naam 3] in het ziekenhuis lag, contact met hem heeft gehad over het klaarleggen van de boot. Ook is verdachte [medeverdachte] meerdere malen op het bedrijf van [naam 3] geweest waarbij bedreigingen zijn geuit.

4.3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen.

Concluderend is aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen in het dossier blijkt dat verdachte een betrouwbare verklaring heeft afgelegd over de gang van zaken tussen hem en [naam 3] . Niet blijkt dat verdachte op enig moment [naam 3] heeft gedwongen om goederen aan hem af te staan. Dat [naam 3] en verdachte op enig moment hebben afgesproken om goederen over te dragen als betaling, houdt niet in dat dit onder dwang is gebeurd. Nu er geen sprake is van het onder dwang afgeven van geld of goederen, wordt verzocht verdachte vrij te spreken van afpersing.

Verder blijkt uit geen enkel stuk in het dossier dat er mishandeling zou hebben plaatsgevonden. De verklaring van [naam 3] is op meerdere punten zeer onbetrouwbaar en wordt door verschillende getuigen weerlegd. Nu er geen bewijs aanwezig is dat verdachte [naam 3] zou hebben mishandeld of zou hebben laten mishandelen, buiten de onbetrouwbare verklaring van [naam 3] , wordt verzocht verdachte vrij te spreken van de tenlastegelegde zware mishandeling.

Het is goed mogelijk dat verdachte op een dwingende of agressieve toon tegen [naam 3] heeft gesproken, maar van enige bedreiging kan niet zonder meer worden uitgegaan. Uit het dossier blijkt dat [naam 3] meerdere leugenachtige verklaringen heeft afgelegd. Uit het dossier blijkt juist dat [naam 3] niet bang was voor verdachte zodat niet gesproken kan worden van bedreiging.

4.3.3

Het oordeel van de rechtbank

Naar aanleiding van een schietincident in België op 20 maart 2015 waarbij [naam 2] op verdachte [Verdachte] heeft geschoten, zijn door [naam 2] diverse verklaringen afgelegd. In een van die verklaringen heeft [naam 2] aangegeven dat ook [naam 3] slachtoffer is van afpersingen en geweld, gepleegd door verdachte [Verdachte] . Naar aanleiding daarvan heeft de politie contact gezocht met [naam 3] Aanvankelijk wilde [naam 3] niets verklaren, maar uiteindelijk heeft hij toch diverse malen uitgebreid verklaard bij de politie. Zoals hiervoor al aangegeven, heeft de verdediging gesteld dat de verklaringen van [naam 3] onbetrouwbaar zijn. De rechtbank is van oordeel dat het dossier geen aanknopingspunten biedt voor de veronderstelling van de verdediging dat [naam 3] ten eigen gunste verdachte en de medeverdachte heeft willen belasten. De rechtbank acht dat temeer onaannemelijk nu voldoende steunbewijs voor zijn verklaringen in het dossier voorhanden is.

Verdachte [Verdachte] en [naam 3] hebben ieder een eigen lezing over het ontstaan van het conflict tussen hen. Verdachte [Verdachte] heeft aangegeven dat hij [naam 3] € 100.000,= heeft geleend en dat hij er vervolgens achter kwam dat [naam 3] [naam 1] heeft geholpen weg te vluchten. Ook zou hij gehoord hebben dat [naam 3] onderdelen voor auto’s bestelde zonder ze op de auto’s te plaatsen. Wegens gebrek aan vertrouwen wilde verdachte [Verdachte] zijn geld op korte termijn terug.

[naam 3] heeft aangegeven dat het conflict is ontstaan in september 2014 toen een van zijn monteurs een fout had gemaakt bij de reparatie van een oldtimer. [naam 3] zou toen ook door verdachte [Verdachte] zijn verweten dat hij [naam 1] had geholpen te vluchten naar het buitenland.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

Dat er een conflict bestaat tussen verdachte [Verdachte] en [naam 3] is wel duidelijk. Voor zover de reden van het ontstaan van dit conflict al van belang is voor de bewijsvraag, wijst de rechtbank erop dat het dossier geen aanknopingspunten biedt voor de lezing van verdachte [Verdachte] dat hij [naam 3] een bedrag van € 100.000,= heeft geleend. Terecht hebben de officieren van justitie ter zitting gewezen op de verklaring van verdachte van 4 augustus 2016 waar hij aangeeft dat hij niet verklaard heeft dat hij een lening van € 100.000,= verstrekt heeft aan [naam 3] . Uit de administratie van verdachte [Verdachte] blijkt ook niets van een dergelijke lening. Dat het conflict is ontstaan, omdat verdachte [Verdachte] [naam 3] verweet dat hij [naam 1] , van wie hij nog geld tegoed had, heeft geholpen met vluchten naar het buitenland vindt steun in een door [naam 3] opgenomen gesprek tussen hem en verdachte [Verdachte] op 13 februari 2015. In dat gesprek wordt [naam 3] door verdachte [Verdachte] verweten dat hij behulpzaam is geweest bij het vluchten van [naam 1] vanuit Dinteloord. De rechtbank gaat daarom met betrekking tot het ontstaan van het conflict uit van de lezing van [naam 3] .

Op 12 juli 2016 heeft op het politiebureau in Breda een gesprek plaatsgevonden met [naam 3] . Tijdens dit gesprek heeft [naam 3] aangegeven dat hij bang is om aangifte te doen uit angst dat zijn gezin iets aangedaan wordt als blijkt dat hij een verklaring heeft afgelegd tegen verdachte [Verdachte]43. Verdachte [Verdachte] zou tot alles in staat zijn. Voor [naam 3] is dit reden geweest om gesprekken, die hij met de verdachte en de medeverdachte heeft gehad, op te nemen.

Via [naam 1] is [naam 3] in contact is gekomen met verdachte [Verdachte] . Voor hem repareerde hij auto’s. Langzaamaan werd [Verdachte] steeds dwingender in het contact en in zijn opdrachten. In september 2014 kreeg [naam 3] voor het eerst problemen met verdachte [Verdachte] toen een monteur een fout had gemaakt bij het repareren van een oldtimer. Net op het moment dat de fout nog niet hersteld was kwam verdachte [Verdachte] kijken naar de auto. Hij zag welke fout er was gemaakt waarna verdachte [Verdachte] erg kwaad werd en begon te schreeuwen. Enkele dagen na dit incident werd [naam 3] gebeld door verdachte [medeverdachte] met de vraag om naar een auto te komen kijken die bij de woning van [medeverdachte] stond. Omdat verdachte [medeverdachte] aandrong is hij naar diens woning (gelegen aan de [adres] in Bergen op Zoom) gegaan. Hij moest van verdachte [medeverdachte] gaan zitten waarna ook verdachte [Verdachte] binnenkwam en op hem in begon te slaan met een stok. Verdachte [Verdachte] begon tegen hem te schreeuwen dat hij moest betalen. Doordat [naam 3] de stok afweerde, brak deze. Verdachte [Verdachte] is vervolgens met de punt van de kapotte stok gaan steken. Op enig moment moest [naam 3] op handen en knieën gaan zitten waarbij hij door verdachte [Verdachte] werd geschopt, onder meer tegen het hoofd waardoor hij buiten bewustzijn is geraakt. Hij zag nog dat verdachte [Verdachte] een groot mes uit de keuken pakte. Verdachte [medeverdachte] was er continue bij aanwezig. Toen [naam 3] weer bijkwam hoorde hij dat zowel verdachte [Verdachte] als verdachte [medeverdachte] aan het schreeuwen was. Ook verdachte [medeverdachte] sloeg [naam 3] een paar keer in het gezicht toen hij op de grond lag.

Verdachte [Verdachte] heeft vervolgens een snijplank gepakt en daarop de hand van [naam 3] gelegd. Met het mes in zijn hand zei verdachte [Verdachte] dat hij zijn ( [naam 3] ) vinger eraf ging snijden. Hierbij werd het mes dreigend boven de hand van [naam 3] gehouden.

Daarna moest [naam 3] op de bank gaan zitten terwijl verdachte [Verdachte] continue met de botte kant van het mes tegen zijn gezicht aansloeg en hem daarbij zei dat hij moest gaan betalen. Verdachte [Verdachte] zei hem ervoor verantwoordelijk te houden dat hij [naam 1] had geholpen met vluchten. [naam 1] zou iets van verdachte [Verdachte] hebben gestolen en omdat hij [naam 1] had geholpen, moest [naam 3] hem terugbetalen.

Verdachte [Verdachte] haalde vervolgens een geschreven briefje uit zijn broekzak. [naam 3] moest de tekst van dat briefje overschrijven. Op het briefje stonden opdrachten over een Mercedes SL die opgeknapt en geld dat betaald moest worden. Hij mocht de woning pas verlaten als hij het briefje had overgeschreven. Hij kreeg de opdracht (het briefje) mee en hij moest direct een gedeelte betalen. [naam 3] is kort daarna naar de bank gegaan om geld over te schrijven en te pinnen.

Het ging om een bedrag van € 9.500,=; ongeveer 10 minuten nadat hij het geld had gepind, kwam verdachte [medeverdachte] het geld bij hem ophalen. Kort daarna is [naam 3] naar het huis van een vriend, [naam 22] , gegaan. Zijn hele gezicht was opgezwollen en blauw.

De maandag erop is hij naar het ziekenhuis gegaan, omdat hij zich helemaal niet goed voelde.

In het ziekenhuis werd hem verteld dat hij een gebroken jukbeen had dat was losgekomen van zijn schedel. Zijn jukbeen was hierdoor naar beneden gezakt. Een operatie volgde. Door het incident is hij 2 of 3 maanden niet of nauwelijks op zijn bedrijf geweest. Hij is in die periode alleen maar bezig geweest met het regelen van geld en spullen om verdachte [Verdachte] te kunnen betalen.

Door [naam 3] is verder tijdens het gesprek met de politie gezegd dat verdachte [Verdachte] hem ook een keer foto’s van zijn ( [naam 3] kinderen heeft laten zien en heeft gezegd dat hij het moest regelen. Gevraagd werd of hij anders wilde dat verdachte [Verdachte] de oren van zijn kinderen zou afsnijden. Ook heeft verdachte [Verdachte] gezegd dat hij een paar jongens van zijn club in het bedrijf (van [naam 3] ) zou zetten ter controle.

[naam 3] heeft verder verklaard dat hij voor verdachte [Verdachte] een Mercedes SL heeft gerestaureerd. De kosten hiervan bedroegen € 80.000,= à € 90.000,=. Ook de boot met registratienummer [registratienummer] , zijn Audi met kenteken [kenteken 2] en een Opel Vivaro bus werden door verdachte [Verdachte] van hem afgepakt.

Door verbalisanten zijn aan [naam 3] foto’s getoond die op een onder hem inbeslaggenomen USB-stick zijn aangetroffen. Op deze foto’s staat [naam 3] waarbij hij duidelijke verwondingen aan zijn gezicht heeft. Over deze foto’s heeft hij verklaard dat verwondingen te zien zijn die het gevolg zijn geweest van de zware mishandeling in de woning van verdachte [medeverdachte] door de verdachten [Verdachte] en [medeverdachte] De foto met de zichtbare zuurstofslang en waarop [naam 3] een tape op zijn hoofd heeft met de tekst: “niet op linkerzijde liggen” is in het ziekenhuis gemaakt door [naam 22]44. Op de andere foto is een blauw oog te zien.

Daarnaast zijn aan [naam 3] foto’s getoond van een Audi die voor het bedrijf [naam 23] stond met kenteken [kenteken 2] en een speedboot met registratienummer [registratienummer] , model Wake Setter45. Over deze Audi en boot heeft [naam 3] aangegeven dat hij deze heeft moeten inleveren bij verdachte [Verdachte] als betaling.

Bij zijn aangifte heeft [naam 3] hetgeen hij op 12 juli 2016 bij de politie heeft verklaard, bevestigd. Meer in detail heeft hij nog aangegeven dat ook verdachte [medeverdachte] aan het schreeuwen was dat hij, [naam 3] , niet naar de politie moest gaan want anders zou hij met hem, verdachte [medeverdachte] , te maken krijgen46. Zij kregen altijd hun geld. Verdachte [medeverdachte] zei tegen [naam 3] dat, als verdachte [Verdachte] vast zou komen te zitten, hij dan met hem te maken zou krijgen.

Op het briefje dat hij moest overschrijven stond onder meer dat hij een bedrag van 100.000 euro moest betalen. Na het pinnen van het bedrag van € 9.500,= is [naam 3] naar zijn zaak gereden, waarna kort daarna verdachte [medeverdachte] kwam aanrijden en het geld heeft aangepakt. Daarbij werd gezegd dat hij gewoon moest betalen anders zou er nog meer ellende komen. Diezelfde avond zijn verdachten [medeverdachte] en [Verdachte] nog op de zaak geweest om de sleutel van de Audi te pakken. De Audi werd dezelfde avond nog meegenomen door verdachte [medeverdachte] Enkele dagen na zijn ziekenhuisopname kwam verdachte [medeverdachte] bij [naam 3] met een vrijwaring van de Audi en de boot met trailer. De Audi zou € 35.000,= opgeleverd hebben en de boot zou € 45.000,= opgeleverd hebben. Omdat [naam 3] al € 9.500,= had betaald, zou er nog een bedrag van € 10.500,= openstaan. Dit bedrag werd uiteindelijk betaald met een Opel Vivaro bus, die opgehaald werd door beide verdachten. De werkzaamheden aan de Mercedes die op het briefje stonden, hebben [naam 3] ongeveer € 80.000,= gekost.

[naam 3] heeft nadien aan de politie het bewuste briefje overhandigd. Op het briefje staan diverse auto-onderdelen en werkzaamheden (onder andere: “motor kap” “complete uitlaat” “alle chroom nieuw”), “NL kenteken” en het getal 100.000.47 Tegenover de rechter-commissaris heeft [naam 3] verklaard dat [Verdachte] geen cent heeft betaald voor de restauratie van de (Mercedes) SL.48 Hij moest de auto compleet restaureren en daarvoor zou hij niets krijgen. Dat werd gezegd tijdens de mishandeling. Van [naam 3] heeft de politie ook een map met bescheiden ontvangen waarin alle facturen met betrekking tot de Mercedes SL zijn opgenomen49.

Met betrekking tot de te repareren Mercedes SL heeft verdachte [Verdachte] ter zitting verklaard dat het allemaal veel duurder is geworden en dat [naam 3] dat uit eigen zak heeft betaald50.

Tijdens een telefoongesprek tussen [naam 3] en [naam 1] op 6 juli 2016 is hetgeen [naam 3] bij de politie heeft verklaard nog eens bevestigd51. In dat gesprek vertelt [naam 3] wat hem is overkomen en dat hij is geslagen met een stok omdat hij [naam 1] heeft geholpen met vluchten. Gezegd wordt: “(…) en jij weet waar die zit en jij gaat mij zoveel ton betalen en jij gaat al die centen die ik kwijt ben aan die...aan die...aan die verliezer, die ga je maar terug betalen. (…) Dus toen is hij gaan slaan met die stok en die stok die brak af en toen begon hij mij te prikken overal mee en...en...op den duur ehh . dat weet ik nog wel, van en ga op je knieën zitten, ik was al zover weg natuurlijk, die...die ...die...is gaan trappen, mijn licht is uitgegaan. Ik werd op den duur wel wakker en toen had hij een mes, toen lag mijn vinger op een plank en...en...en...ja, toen waren ze...toen probeerden ze mijn vinger zeg maar zo'n plank met zo’n broodmes (…)”.

De mishandeling van [naam 3] in zijn bedrijf [naam 23] heeft plaatsgevonden op 24 september 2014 en de dag dat [naam 3] naar de woonwagen van verdachte [medeverdachte] moest komen was de dag erop, 25 september 201452. Volgens [naam 3] heeft hij verdachte [Verdachte] op 27 februari 2015 voor het laatst gezien53.

Uit medische informatie blijkt dat in het ziekenhuis werd geconstateerd dat bij [naam 3] sprake was van een gedisloceerde fractuur, zygoma (jukbeen) links54, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank zwaar lichamelijk letsel oplevert. [naam 3] heeft een operatie moeten ondergaan en ondervindt ook nu nog, 4 jaren later, hinder van de mishandeling. Het geconstateerde letsel past ook bij de verklaringen van [naam 3] dat hij tegen zijn hoofd is geschopt en in zijn gezicht is geslagen.

In een telefoongesprek met de politie heeft [naam 22] aangegeven dat hij, nadat hij een paar dagen weggeweest was, thuis [naam 3] aantrof. Hij zag dat [naam 3] flink was toegetakeld en amper naar het toilet kon lopen55. Zijn halve gezicht was opgezwollen. [naam 3] werd ook elke keer duizelig. [naam 22] was geschrokken hoe [naam 3] eruitzag. Omdat hij dacht dat [naam 3] een zware hersenschudding had is hij met hem naar het ziekenhuis gegaan. Daar bleek dat [naam 3] botbreuken had opgelopen. Vlak na de toetakeling van [naam 3] maakte hij een afspraak met verdachte [Verdachte] , echter deze wilde niet horen wat hij te zeggen had.

De verdediging heeft omtrent het letsel nog aangevoerd dat [naam 3] regelmatig thuiskwam met een blauw oog als gevolg van het sparren met [naam 22] . Daarbij is onder meer gewezen op de verklaring van de ex-partner van [naam 3] .

De rechtbank overweegt dat [naam 22] hierover heeft gezegd dat je bij het sparren wel eens een blauw oog op kon lopen, maar dat dat absoluut niet te vergelijken was met de verwondingen die [naam 3] had opgelopen; zelfs bij een normale wedstrijd werd niemand zo toegetakeld.56

Bovendien, gelet op de tijdslijn zoals geschetst door [naam 3] en de datum van opname en behandeling in het ziekenhuis, is de rechtbank van oordeel dat het letsel waarvoor verdachte in het ziekenhuis is opgenomen, kort daarvoor moet zijn ontstaan. Dit ondersteunt de verklaring van [naam 3] dat het letsel is veroorzaakt op 25 september 2014.

De rechtbank wenst over het letsel nog het volgende op te merken. De officieren van justitie hebben het bewijs voor zware mishandeling mede gebaseerd op een rapport van het NFI. De verdediging heeft vrijspraak bepleit mede onder verwijzing naar een rapport van het IFS. De rechtbank gebruikt beide rapporten niet voor het bewijs. Beide rapporteurs hebben zich onder meer uitgelaten over het slaan met een stok. Het slaan met een stok maakt echter geen onderdeel uit van de tenlastelegging inzake zware mishandeling. Dit slaan met een stok maakt wel onderdeel uit van de tenlastegelegde afpersing, echter verdachte kan bij die afpersing gebruik hebben gemaakt van een stok zonder dat dit het hiervoor vermelde letsel heeft opgeleverd. Voor afpersing is ook niet vereist dat geweld is gevolgd door letsel.

Op basis van de hiervoor aangehaalde informatie uit het ziekenhuis stelt de rechtbank vast dat de door verdachte en de medeverdachte gepleegde geweldshandelingen, bestaande uit het met kracht schoppen of trappen tegen het hoofd en stompen/slaan in het gezicht, hebben geleid tot het hiervoor aangehaalde letsel.

Door getuige [naam 24] is aangegeven dat hij werkzaam is geweest voor [naam 3] en dat hij in de periode van half september tot november 2014 heeft gewerkt aan een Mercedes van “ [Verdachte] ” (de rechtbank begrijpt: verdachte [Verdachte] )57. Nadat verdachte [Verdachte] en [naam 3] een woordenwisseling kregen over deze auto is [naam 24] weggelopen. Over een mishandeling kan hij niets verklaren, wel heeft hij gehoord dat [naam 3] is geopereerd en dat hij 2 weken niet op de zaak is geweest. Dat was in de periode dat hij aan het sleutelen was aan de Mercedes.

Door de verdediging is aangevoerd dat onduidelijkheid bestaat over het bedrag van € 9.500,= waarover [naam 3] heeft verklaard.

De rechtbank ziet echter geen reden om aan de juistheid hiervan te twijfelen. Op 25 september 2014 is van de rekening-courant van [naam 23] het bedrijf van [naam 3] , in totaal € 4.500,= opgenomen bij de Rabobank in Bergen op Zoom58. Op diezelfde dag is van de rekening van [naam 3] zelf een bedrag opgenomen van € 5.000,=59.

Dit bedrag wordt ook bevestigd in een door [naam 3] opgenomen gesprek. Op een onder [naam 3] inbeslaggenomen USB-stick staat een aantal opgenomen gesprekken. De naam van één van de bestanden luidt: “ [medeverdachte] opgenomen op 28-10-14”60. Verbalisanten herkennen de stemmen van de 2 mannen als die van [naam 3] en verdachte [medeverdachte] In dit gesprek zegt [naam 3] : “Ik had 9 en een half duizend euro over. Die hebben jullie”. Verdachte [medeverdachte] reageert hierop door te zeggen: “Ja” en “je hebt 9 en een halve rug betaald”.

In ditzelfde gesprek zegt verdachte [medeverdachte] :

“Je moet gewoon 10 duizend 500 euro betalen”,

“Maat, luister even, ik ga je een ding vertellen (…) Ja dan moet je heel snel voor zorgen anders krijg je wel ellende. Dat geef ik je gewoon zo door [naam 3] dat is heel lullig dat ik het zo door moet geven maar het is niet anders maat”,

“Ik heb het nog netjes proberen op te lossen maar ze waren met jou hele andere dingen van plan”,

“Ja Ja daarvoor vinden ze wel eens iemand langs de weg...snap je keeltje er af en zo”,

“Ik zal hem zelf langs sturen dan mag je het hem zelf uitleggen dan kunde het beter met mij afregelen”,

“Nee er moet gewoon flink betaald worden. Beetjes beetjes helpen niet” en

“Maat luister ik stuur hem zelf maar langs. Ga je lekker met hem zelf. goed moet je gewoon lekker tegen hem zeggen dat ze maar twee handjes hebben”.

[medeverdachte] zegt in dat gesprek ook: “Die Audi is weggegaan voor 35 rooien. Die boot kan weg voor 45 rooien.”

Op deze USB-stick is nog een opgenomen gesprek aangetroffen tussen deze twee personen, gevoerd op 12 februari 201561. In dat gesprek zegt verdachte [medeverdachte] tegen [naam 3] :

“Ja, nou jij mag [Verdachte] spreken. We gaan dat van de week even oplossen. Je mag het ook met mij oplossen (…)” en “”doe in ieder geval reageren. Reageer op ons. Want je hoef je eigen niet weg te douwen, dat heeft helemaal geen zin”.

Ook een tussen verdachte [Verdachte] en [naam 3] gevoerd gesprek is aangetroffen of de USB-stick. Verbalisant herkent daarbij de stemmen van verdachte [Verdachte] en [naam 3] . Het gesprek heeft plaatsgevonden op 13 februari 2015. In dit gesprek zegt verdachte [Verdachte] :62

“Ik weet in hoeverre jij ermee te maken had. Jij had niks met diefstal te maken want anders had je nou dood geweest he. Dood he”,

“anders was je nou een doodskist he. Dood he! (…) Nee, ik ga je nou wat uitleggen. Ik sta hier niet voor een doodskist. (…) Iedereen die van mij steelt, maak ik dood, heel simpel. En je weet helemaal niet wie ik ben”,

“een week lang hebben ze jou te pakken. Een week lang. Ik krijg nog 10.000 euro van jou, die kleine van jou... .geen probleem..”63,

“Moet je zorgen dat er geld komt jongen. Je hebt hokken zat, je hebt dingen zat”64,

“Geef mij die bus… ruggen waard” en

“Ik laat jou met rust. Jij regelt die bus. Jij regelt dat kenteken op die auto en ik ben er klaar mee. Heel simpel.”.

In de gsm van [naam 3] is daarnaast nog een aantal sms-berichten aangetroffen.

Op 26 september 201465:

“reageer maat”

“Ik ben nu in het ziekenhuis ga maandagochtend de boot halen staat tie maandag om 13 klaar”

“Als je klaar ben daar wil ik je even zien”

“Ik wil je zien”

“op welke afdeling ben je dan kom ik naar jou”

Op 29 september 2014:66

“Hoelaat kan ik je zien grt [medeverdachte] ”

“Ik word geopereerd”

“Lig die boot klaar maatje”

Deze berichten zijn afkomstig van een persoon die in de contactlijst op de telefoon van [naam 3] voorkomt als “ [medeverdachte] ”67, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat dit verdachte [medeverdachte] is.

Op 29 september 2014:68

“Hoe laat heb je tijd en hoe laat is de boot er grt [Verdachte] ”

“ik word geopereerd”

“Oke waneer ben je terug”

“Hoi maat al geopereerd alles goed gegaan? Grt [Verdachte] ”

Op 2 oktober 2014:69

“Hoi zit het maat het word nu wel tijd dat ik je zie he”

“Zorg dat ik morgen het kopie van de auto op kan halen”

Deze berichten zijn afkomstig van een persoon die in de contactlijst voorkomt als [Verdachte] .

Op 2 oktober 2014 volgt er nog een bericht:

“vuil kanker flikertje als jij niet heel snel alles regel dan weet ik waar je zit ik kom daar langs en ik trek ook alles uit je garage tod de laatste sleutel als jij niet snel kom dan gaan we er van uit dat jij het niet wil regelen dan word het geregeld deze foon ga nu uit”70.

Gelet op met name de inhoud van dit laatste bericht gaat de rechtbank ervan uit dat ook dit bericht, evenals de twee voorgaande, door verdachte [Verdachte] is verzonden.

Door de verdediging is ten aanzien van de tenlastegelegde afpersing gewezen op een alternatief scenario. [naam 3] heeft verklaard dat hij al het geld en de goederen moest afstaan aan de verdachten. Door de verdediging is gewezen op de omstandigheid dat [naam 3] in een echtscheiding verwikkeld was en dat hij daarom zelf goederen verduisterde om zodoende beter uit zijn echtscheiding te komen. De rechtbank overweegt hierover dat het dossier, behoudens de verklaringen van beide verdachten, onvoldoende aanknopingspunten bevat voor het geschetste scenario. Anders dan de verklaringen van beide verdachten, vinden de verklaringen van [naam 3] , zoals hiervoor is overwogen, wel in voldoende mate steun in andere bewijsmiddelen.

Verder heeft de verdediging erop gewezen dat het opvallend is dat de speedboot over is gegaan op naam van de moeder van [naam 3] , om vervolgens een paar maanden later weer op een andere naam over te worden geschreven. Met betrekking tot de tenlastegelegde afpersing ziet de rechtbank de relevantie hiervan niet. Verdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat de boot weg kon voor € 45.000,=. Uit gegevens van de RDW blijkt inderdaad dat de boot tot 28 april 2014 op naam van [naam 3] heeft gestaan. Dat de boot vervolgens tot 24 oktober 2014 op naam heeft gestaan van [naam 25] , de moeder van [naam 3] , en daarna tot 9 januari 2015 op naam van [naam 26] en vanaf laatstgenoemde datum op naam van [naam 27] betekent niet dat die boot geen object van afpersing onder [naam 3] kan zijn geweest. Dat verweer treft dan ook geen doel.

Ten aanzien van de bestelauto, de Opel Vivaro, is door de verdediging gesteld dat dit voertuig in goed overleg is overgegaan van [naam 3] naar verdachte [Verdachte] . Gelet op de geuite bedreigingen, zoals hiervoor al aangegeven, is dit onaannemelijk, temeer nu de rechtbank ervan uitgaat dat in het geheel geen sprake is geweest van een lening van € 100.000,=. Uit het gesprek tussen verdachte [Verdachte] en [naam 3] op 13 februari 2015 blijkt ook allerminst van ‘goed overleg’.

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de door verdachten gebruikte bewoordingen wel degelijk zijn aan te merken als bedreigend. De gebruikte bewoordingen zijn, in combinatie met de eerder gepleegde mishandelingen zonder meer bedreigend. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de combinatie van woorden met de eerder gepleegde mishandelingen, bij [naam 3] in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij bij een confrontatie met de verdachten daadwerkelijk (opnieuw) zou worden mishandeld of zou worden gedood. De in deze zaak gebruikte bewoordingen zijn naar het oordeel van de rechtbank zeker niet te vergelijken met de bewoordingen die zijn gebruikt in de zaak waar de verdediging naar verwezen heeft (ECLI:NL:HR:2018:909). Het verweer dan ook geen doel.

Conclusie

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat [naam 3] is afgeperst, zwaar is mishandeld en is bedreigd.

De rechtbank is verder van oordeel dat de verdachten de feiten in het onderzoek Jonkoping tezamen hebben gepleegd omdat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen hen.

Verdachte [medeverdachte] wist dat er sprake was van een conflict tussen verdachte [Verdachte] en [naam 3] . Met die wetenschap heeft [medeverdachte] [naam 3] naar zijn woning gelokt, in welke woning vervolgens [naam 3] zwaar werd mishandeld door verdachte [Verdachte] . Ook verdachte [medeverdachte] heeft zich daarbij niet onbetuigd gelaten, ook hij heeft [naam 3] immers in het gezicht geslagen. Nadat [naam 3] een bedrag van € 9.500,= van zijn rekening had opgenomen, was het verdachte [medeverdachte] die dat bedrag kwam ophalen op het bedrijf van [naam 3] . Ook is verdachte [medeverdachte] betrokken geweest bij het ophalen van de boot met trailer.

Zowel verdachte [Verdachte] als verdachte [medeverdachte] heeft bedreigingen geuit. Ook nadat [naam 3] in het ziekenhuis was beland, hebben beiden druk op [naam 3] uitgeoefend door hem te sms-en.

Met de verdediging heeft de rechtbank geen feiten en omstandigheden kunnen vaststellen die duiden op voorbedachte rade ten aanzien van de tenlastegelegde zware mishandeling. In zoverre wordt verdachte vrijgesproken.

4.4

ONDERZOEK APOLLO

4.4.1

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie achten wettig en overtuigend bewezen dat verdachte hetgeen hem is tenlastegelegd onder feit 3 en 4 (gewoontewitwassen en valsheid in geschrift) heeft gepleegd, met uitzondering van de lening van [naam 28] en de Opel Combo.

Uit het dossier rijst een beeld op van een redelijk geslaagde poging om door middel van veel (schijn-) constructies illegale geldstromen een legaal vernislaagje te geven. Uit onderzoek is gebleken dat het bedrijf van verdachte en het dagelijks leven van verdachte en zijn gezin contant gefinancierd wordt. Van een legaal startkapitaal voor de handel van verdachte is niet gebleken. Gaten in de boekhouding lijken te zijn gevuld met (fictieve) leningen.

Het tenlastegelegde witwassen van auto’s dient bezien te worden tegen de achtergrond dat er in 2007 geen beginkapitaal van belang voorhanden was, dat alle handel contant heeft plaatsgevonden, dat er fictieve leningen zijn vermeld in de administratie, kennelijk om “legaal” kapitaal te generen, dat de kas wordt gevoed met grote en kleinere bedragen zonder duidelijke herkomst en dat auto’s zogenaamd worden verkocht aan derden die die auto’s nooit hebben betaald.

De officieren van justitie menen dat sprake is van één grote witwasmachine.

Het standpunt van de officieren van justitie ten aanzien van de afzonderlijke leningen en voertuigen wordt hierna weergegeven voor zover een standpunt is ingenomen ten aanzien van die afzonderlijke onderdelen.

4.4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen.

De kasopstelling mag bij de bewijsbeoordeling geen rol spelen omdat die kasopstelling in het einddossier nog een voorlopig karakter heeft. Van een negatieve kasopstelling kan thans niet gesproken worden, zodat er geen basis bestaat voor de bewijstechnische vooronderstelling dat verdachte een verborgen crimineel vermogen had waarvoor hij een gefingeerde inkomstenbron zou hebben gecreëerd. Dit brengt met zich dat per afzonderlijk tenlastegelegd witwasvoorwerp zal moeten worden beoordeeld of de door het openbaar ministerie aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Als dat het geval is, zal vastgesteld moeten worden of een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden. Als sprake is van geld of goederen die van enig misdrijf afkomstig zijn, zal tevens de vraag gesteld moeten worden van welke partij dat beweerdelijke criminele geld dan afkomstig is.

Het standpunt van de verdediging ten aanzien van de afzonderlijke leningen en voertuigen wordt hierna weergegeven.

4.4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.4.3.1 Algemeen

Verdachte heeft diverse bedrijven gehad. Vanaf 11 februari 1998 tot en met 31 mei 2011 was hij eigenaar van de eenmanszaak [naam 14] Vanaf 27 mei 2011 tot 1 januari 2013 was hij de bestuurder/enig aandeelhouder van [naam 14] . Van 1 januari 2013 tot 23 december 2013 is hij eigenaar geweest van de eenmanszaak [naam 14] Op 2 januari 2015 heeft verdachte de eenmanszaak [naam 29] op zijn naam ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel71.

In de periode vanaf 2002 is een groot aantal meldingen gedaan van ongebruikelijke transacties in het kader van de Wet Melding Ongebruikelijke Transacties en de Wet ter voorkoming van Witwassen en Financieren van Terrorisme over verdachte en zijn ondernemingen. Deze meldingen en verkregen CIE-informatie zijn voor de politie aanleiding geweest om het onderzoek Apollo op te starten. De resultaten van dit onderzoek hebben geleid tot tenlastelegging van gewoontewitwassen en valsheid in geschrift.

De officieren van justitie hebben zich in hun requisitoir op het standpunt gesteld dat de hele autohandel als witwassen moet worden gezien omdat het kapitaal daarvoor via witwassen is verkregen en sprake is van vermenging en vervolgprofijt. Dit standpunt valt echter niet goed te rijmen met de wijze waarop het witwassen is tenlastegelegd. In de tenlastelegging is immers - naar de rechtbank aanneemt bewust - een groot aantal individuele transacties opgenomen en niet een verdenking dat de gehele autohandel als witwassen moet worden gezien. De rechtbank gaat daarom voorbij aan dit standpunt en zal de tenlastelegging per onderdeel beoordelen.

4.4.3.2 Toetsingskader witwassen

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van witwassen opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van witwassen vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.

Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen een voorwerp en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht dat een voorwerp "uit enig misdrijf" afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp van enig misdrijf afkomstig is.

Voor het bewijs van een vermoeden van witwassen kan gebruik worden gemaakt van zogenaamde witwastypologieën. Dit zijn min of meer objectieve kenmerken die, naar de ervaring heeft geleerd, duiden op het witwassen van opbrengsten van misdrijven.

Als uit het door het openbaar ministerie aangedragen bewijs feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid die van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het voorwerp.

Indien de verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over de herkomst, dan ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het voorwerp.

Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal moeten blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het voorwerp waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden (HR 27 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT4094; HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM0787; HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2471 en HR 28 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:194).

De rechtbank zal achtereenvolgens de tenlastegelegde witwashandelingen bespreken.

4.4.3.3 Een geldbedrag van 140.000 euro (lening van [naam 30]

Standpunten

De officieren van justitie zijn van mening dat nergens uit blijkt dat sprake is geweest van een reële overeenkomst. Uitgebreid onderzoek naar de opgegeven legale herkomst heeft geen bevestiging van het bestaan daarvan opgeleverd.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een schriftelijke leningsovereenkomst, er vond een aflossing plaats en ook zijn de overeengekomen, marktconforme rentes daadwerkelijk betaald. Tevens is de identiteit van de geldverstrekker bekend en de lening is opgenomen in de administratie van verdachte. De Belastingdienst is ermee akkoord gegaan.

Geldverstrekker [naam 30] heeft verklaard dat de verstrekte lening zijn oorsprong vindt in een erfenis alsmede in schenkingen van zijn vader. Het verificatieonderzoek van het openbaar ministerie is summier en gebrekkig geweest.

Vermoeden van witwassen

In de bedrijfsadministratie van verdachte is een overeenkomst aangetroffen betreffende een geldlening tussen [naam 30] , geldgever, en verdachte, geldnemer, gedateerd 2 januari 2007 waarin is opgenomen dat [naam 30] een geldbedrag van € 140.000,= leent aan verdachte en waarbij verder is overeengekomen dat het bedrag ineens en uiterlijk op 2 januari 2012 wordt terugbetaald tegen een rente van 6%72. Volgens de administratie heeft de aflossing van de lening in 2010 in delen per kas (contant) plaatsgevonden73. In de jaarstukken van de belastingjaren 2007 tot en met 2009 is de lening opgenomen als een onderhandse geldlening van [naam 30] . Uit gegevens van de Belastingdienst is verder gebleken dat [naam 30] vanaf 1 januari 2007 tot en met 2013 geen looninkomsten of een uitkering heeft genoten. Evenmin is in die periode door hem vermogen opgebouwd.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij het bedrag van € 140.000,= contant van [naam 30] heeft ontvangen74. Er stond weinig zekerheid tegenover. Het geleende bedrag is volgens verdachte ook weer contant teruggegeven aan [naam 30] .

Beoordeeld moet worden of het bedrag van misdrijf afkomstig was, zoals is tenlastegelegd.

Er is sprake geweest van een groot bedrag dat in contanten over is gegaan van [naam 30] naar verdachte. Het is een feit van algemene bekendheid dat het overdragen van dergelijke grote contante geldbedragen en het voorhanden hebben van dergelijke bedragen een aanzienlijk veiligheidsrisico met zich meebrengt. De rechtbank is van oordeel dat dat ook voor de autohandel geldt. Verder is sprake van de verstrekking van een grote lening door een private persoon in plaats van een financiële instelling, hetgeen ongebruikelijk is en eveneens een indicatie voor witwassen vormt. De overeenkomst is ook uiterst summier. Zo ontbreken elementen die gebruikelijk zijn bij dergelijke grote leningen, een zekerheidstelling is niet opgenomen, voorwaarden voor opeisbaarheid en een passage over andere kredieten en inzicht in de financiële positie van de leningnemer ontbreken eveneens. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden van dien aard zijn dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat dit geldbedrag uit misdrijf afkomstig was. Dit betekent dat van verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst daarvan.

Deugdelijke verklaring

Zowel [naam 30] als verdachte heeft verklaard dat een gedeelte van het geld afkomstig is van een door [naam 30] ontvangen erfenis van een oma uit Engeland. De erfenis zou geregeld zijn via een notariskantoor in Engeland. Verder zou [naam 30] geld hebben gekregen uit het bouwbedrijf van zijn vader. Verdachte heeft hierover ter zitting verder verklaard dat [naam 30] in die periode verslaafd was aan cocaïne en daarom zijn geld aan hem in beheer heeft gegeven. Verdachte mocht dat geld ook gebruiken.

Het openbaar ministerie heeft onderzoek laten verrichten naar het bestaan van een erfenis. Uit dat onderzoek is niet gebleken dat [naam 30] ooit een erfenis heeft ontvangen. De door verdachte genoemde notaris heeft Interpol niet kunnen traceren. Bewijs voor het bestaan van een erfenis ligt er dan ook niet. Dat er een dergelijke hoge erfenis is geweest acht de rechtbank ook niet aannemelijk. In 2009 heeft [naam 30] zijn woning gedwongen moeten verkopen omdat hij de hypothecaire schuld niet langer kon betalen. Als hij al de beschikking had over een dergelijk hoog bedrag, dan had hij dat gewoon terug kunnen vragen om de verkoop van zijn woning te voorkomen. Daarbij komt dat [naam 30] ook nog heeft verklaard dat hij verdachte pas vanaf de zomer 2008 kent, terwijl de lening al dateert van 2 januari 2007.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat een deugdelijke verklaring voor een legale herkomst van het geldbedrag ontbreekt. De rechtbank is daarom van oordeel dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geldbedrag een legale herkomst heeft. De rechtbank is dan ook van oordeel dat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van een bedrag van € 140.000,=.

4.4.3.4 Een geldbedrag van 150.000 euro (lening van [naam 31] )

Standpunten

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat [naam 31] niet over het vermogen beschikte om een dergelijke lening te verstrekken. Daarbij komt dat [naam 31] op 1 februari 2007 al was uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel. De persoon die getekend zou hebben voor de leningsovereenkomst heeft verklaard dat hij niets van die lening afweet.

De verdediging heeft aangevoerd dat namens de geldverstrekker tegenstrijdige verklaringen zijn afgelegd, terwijl de verklaring van verdachte op diverse onderdelen wordt bevestigd.

Vermoeden van witwassen

In de bedrijfsadministratie van verdachte is een geldleningsovereenkomst aangetroffen. Bij die overeenkomst is door [naam 32] , vertegenwoordiger van [naam 31] , een geldlening verstrekt per 4 mei 2007 van € 150.000,= aan verdachte, waarbij verder is overeengekomen dat verdachte een rente verschuldigd is van 5,75% per jaar75. De hoofdsom moet binnen een jaar zijn afgelost.

Naast deze overeenkomst is een kwitantie van [naam 31] aangetroffen in de bedrijfsadministratie. Volgens deze kwitantie heeft verdachte een bedrag van € 158.625,= (de hoofdsom, vermeerderd met de overeengekomen rentevergoeding) contant terugbetaald76.

[naam 32] heeft verklaard dat hij de hem getoonde geldleningsovereenkomst en kwitantie niet kent. De handtekeningen zijn niet van hem77. Verder heeft hij verklaard dat hij verdachte niet kent.

In de jaarstukken van zijn onderneming over 2007 heeft verdachte een onderhandse geldlening van [naam 31] opgenomen voor een bedrag van € 150.000,= welk bedrag volgens de jaarstukken in 2008 geheel zou zijn afgelost78.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hem een bedrag van € 150.000,= is geleend en dat er voor deze lening geen zekerheid is gesteld. Het bedrag heeft hij contant gekregen en het is contant door hem terugbetaald79.

Ook ten aanzien van deze geldlening geldt dat sprake is van een groot bedrag dat in contanten over is gegaan van een geldverstrekker naar verdachte. Hiertegenover stond geen zekerheid. Verder is sprake van de verstrekking van een grote lening door een niet-financiële instelling. Ook deze leningsovereenkomst was erg summier. Zoals hiervoor al is overwogen, is het een feit van algemene bekendheid dat het overdragen van dergelijke grote contante geldbedragen en het voorhanden hebben van dergelijke bedragen een aanzienlijk veiligheidsrisico met zich meebrengt. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden van dien aard zijn dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat dit geldbedrag uit misdrijf afkomstig was. Van verdachte mag dus verlangd worden dat hij een verklaring geeft voor de herkomst daarvan.

Deugdelijke verklaring

Verdachte heeft hierover verklaard dat hem door [naam 33] van het bedrijf [naam 31] gezegd is dat hij een hypotheek zou kunnen krijgen voor zijn woonwagen. Omdat er op zijn woonwagen geen chassisnummer stond kon de hypotheek uiteindelijk niet verstrekt worden, terwijl verdachte al wel een aantal verzekeringen had afgesloten bij [naam 31] . Om hem tegemoet te komen, is verdachte toch een geldlening verstrekt van genoemd bedrag. Alles ging contant.

De rechtbank acht deze verklaring van verdachte niet aannemelijk, met name gelet op de verklaring van getuige [naam 32] en gelet op de omstandigheid dat [naam 31] ten tijde van het aangaan van de overeenkomst op 3 mei 2007 al was uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel (per 1 februari 2007). Ook getuige [naam 33] is geconfronteerd met deze geldleningsovereenkomst. Hij heeft verklaard dat deze overeenkomst hem niets zegt. Verder wordt vastgesteld dat de handtekening onder het proces-verbaal van verhoor van [naam 32]80 niet overeenkomt met de handtekening van [naam 32] onder de geldleningsovereenkomst81. en dus vermoedelijk vervalst zij.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat een deugdelijke verklaring voor een legale herkomst van het geldbedrag ontbreekt. Daarom kan met voldoende mate van zekerheid worden uitgesloten dat dit geldbedrag een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een bedrag van € 150.000,= heeft witgewassen.

4.4.3.5 Een geldbedrag van 125.000 euro (lening van [naam 34]

Standpunten

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat van een bestendige zakelijke relatie tussen [naam 34] en verdachte geen sprake lijkt te zijn. Evenmin is er een zekerheid gesteld tegenover deze lening die een jaar later contant terugbetaald zou zijn. Naar de opvattingen van de officieren van justitie kan het niet anders zijn dan dat dit ook een witwasconstructie betreft.

De verdediging heeft aangevoerd dat [naam 35] destijds een gevierd zakenman was, die over voldoende inkomen beschikte. Verdachte heeft met betrekking tot deze lening nog aangegeven dat hij het geleende bedrag per bank heeft ontvangen.

Vermoeden van witwassen

In de bedrijfsadministratie is een akte van geldlening aantroffen, gesloten tussen verdachte als debiteur en [naam 34] als crediteur. Overeengekomen is dat aan verdachte een bedrag van € 125.000,= wordt geleend tegen een rente van 9% per jaar. De betaling van het bedrag zal plaatsvinden op 1 mei 2010. Uit ontvangen bankafschriften van de ABN AMRO Bank blijkt dat op een rekening ten name van verdachte op 6 april 2010 een bedrag van € 50.000,= is ontvangen, op 7 april 2010 een bedrag van € 50.000,= en op 8 april 2010 nog een bedrag van € 25.000,=. Dit betreft ontvangsten van rekeningnummer [rekeningnummer 1] ten name van [naam 35] . De omschrijving van de overboekingen is "lening [Verdachte] . Uit de bankafschriften blijkt tevens dat er vanaf april 2010 tot en met 7 juni 2011 maandelijks een bedrag van € 937,50 wordt overgemaakt naar de bankrekening [rekeningnummer 2] van [naam 35]

heeft hierover bij de rechter-commissaris verklaard dat het klopt dat sprake is geweest van een geldlening aan verdachte. Een onderpand of zekerheid voor de lening was er niet. [naam 35] heeft verklaard dat dat ook niet gebruikelijk is in de cultuur van woonwagenbewoners. Het geld is door verdachte contant terugbetaald.

Ten aanzien van deze geldlening overweegt de rechtbank dat weliswaar sprake is van een groot bedrag maar dit bedrag is via de bank, derhalve volledig controleerbaar, overgemaakt op de rekening van verdachte. Van een fictieve lening, zoals gesteld door de officieren van justitie, kan dan ook op voorhand niet gesproken worden. [naam 35] heeft bevestigd dat sprake is geweest van een geldlening omdat verdachte geld nodig had voor zijn autohandel. Er zijn ook geen indicaties dat [naam 35] niet over dit bedrag heeft kunnen beschikken. De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor aangehaalde omstandigheden niet van dien aard zijn dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat dit geldbedrag uit misdrijf afkomstig was.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat er ten aanzien van deze geldlening geen bewijs is van witwassen.

4.4.3.6 Een geldbedrag van 200.000 euro (lening van [naam 1] )

Standpunten

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat [naam 1] niet over voldoende legale inkomsten beschikte om een dergelijke lening te kunnen verstrekken. Verdachte wist dat [naam 1] een crimineel leven leidde en hij wist dat [naam 1] in de verdovende middelen zat. Geld aannemen van [naam 1] staat gelijk aan het verwerven van geld afkomstig uit misdrijf.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verstrekte lening grotendeels uit een erfenis van [naam 1] afkomstig is en dat hij deze erfenis in 2006 in delen gestort heeft gekregen op zijn bankrekening. De lening is afgelost met geld, afkomstig van een lening verstrekt door [naam 28]

Vermoeden van witwassen

Bij verdachte is een leningsovereenkomst aantroffen, gedateerd 1 december 2010, tussen verdachte en [naam 1]82. [naam 1] en verdachte zijn daarbij overeengekomen dat aan verdachte een bedrag van € 200.000,= wordt geleend voor een periode van maximaal 5 jaar. Het bedrag dient uiterlijk 1 december 2015 terugbetaald te zijn. Verder zijn zij overeengekomen dat per jaar een rente wordt betaald van € 12.000,=.

Controle door de Belastingdienst van de beschikbare gegevens van [naam 1] leidde tot de conclusie dat [naam 1] de lening niet aan verdachte verstrekt kon hebben83. Van [naam 1] was geen looninkomen, vermogen of andere bron van inkomsten bekend. Tegenover de controlerend ambtenaar van de Belastingdienst had [naam 1] verklaard dat hij een erfenis had gehad van zijn opa en hiervan een bedrag van € 200.000,- had uitgeleend aan verdachte. Bij navraag bij de afdeling erf- en schenkbelasting bleek dat [naam 1] vanaf 1 januari 1996 tot en met 23 augustus 2013 geen erfenis had ontvangen.

Verder bleek dat [naam 1] antecenten had ter zake van vermogensdelicten (waaronder witwassen) en overtredingen van de Opiumwet.

In de bedrijfsadministratie van verdachte is de lening van [naam 1] op 24 februari 2012 middels een contante betaling van € 200.000,= als aflossing ingeboekt84. Op diezelfde dag werd een contante ontvangst ingeboekt van een lening ter grootte van hetzelfde bedrag, afkomstig van [naam 28] . In 2011 werd maandelijks een bedrag van € 1.000,= contant betaald aan [naam 1] .

Door [naam 1] is verklaard dat hij de lening contant heeft verstrekt aan verdachte85. De rente werd door verdachte eveneens contant betaald. Verklaard is verder door [naam 1] dat het bedrag door verdachte in termijnen en contant is terugbetaald86.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat er voor deze lening geen zekerheid was gesteld en dat hij het bedrag contant heeft ontvangen en ook weer contant heeft afgelost87.

Ook ten aanzien van deze geldlening geldt dat sprake is van een groot bedrag dat in contanten over is gegaan van [naam 1] naar verdachte. Ook hiertegenover stond geen zekerheid, de leningsovereenkomst was uiterst summier en het voorhanden hebben van dergelijke bedragen brengt een aanzienlijk veiligheidsrisico met zich mee. Verder betreft het ook hier een zeer grote lening door een private persoon in plaats van een financiële instelling. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden van dien aard zijn dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat dit geldbedrag uit misdrijf afkomstig was, zodat van verdachte verlangd mag worden dat hij een verklaring geeft voor de herkomst daarvan.

Deugdelijke verklaring

Verdachte heeft zowel bij de politie als ter zitting verklaard dat hij op een gegeven moment bij [naam 1] thuis kwam toen daar twee belastingambtenaren zaten. Daar hoorde hij dat [naam 1] 4 ton had liggen. Verdachte heeft toen aangegeven dat hij de helft wel wilde lenen. Over de herkomst van het geld van [naam 1] heeft hij verklaard dat [naam 1] ongeveer 7 ton had geërfd van zijn opa. Omdat de belastingambtenaren er zelf bij zaten, is het niet bij verdachte opgekomen dat het geld misschien van drugshandel afkomstig kon zijn. Zoals hiervoor al aangegeven, heeft [naam 1] de verklaring van verdachte dat het geld afkomstig was uit een erfenis, bevestigd.

De rechtbank acht de verklaringen van zowel [naam 1] als verdachte ongeloofwaardig. Het openbaar ministerie heeft onderzoek laten verrichten naar het bestaan van een erfenis. Bij onderzoek door de Belastingdienst in Nederland (erf- en schenkbelasting) blijkt niet dat sprake is geweest van een erfenis door [naam 1] in de periode van 1 januari 1996 tot en met 23 augustus 2013. Naar aanleiding van een rechtshulpverzoek zijn door de Belgische autoriteiten gegevens beschikbaar gesteld. [naam 1] en zijn partner [naam 4] hebben diverse bankrekeningen in België. Uit de analyse van deze bankrekeningen blijkt evenmin dat er een erfenis van € 600.000,= is ontvangen door [naam 1] .

Ter zitting is door de verdediging gewezen op uit België afkomstige bankafschriften (pagina 6374 e.v.) waaruit blijkt dat [naam 1] in totaal € 490.000,= contant heeft gestort en dat hij dus ook de beschikking heeft gehad over een groot geldbedrag dat uitgeleend kon worden.

Met de verdediging kan de rechtbank vaststellen dat inderdaad grote geldbedragen contant zijn gestort op de rekeningen van [naam 1] , echter de herkomst van dat geld blijkt op geen enkele wijze. Uit niets blijkt dat dit geld afkomstig is uit een erfenis. Daarbij komt dat, zoals hiervoor is overwogen, geen legale inkomstenbron van [naam 1] bekend is en dat verdachte ervan op de hoogte was dat [naam 1] zijn geld verdiende met criminele activiteiten als ‘wiethokken’88 en ‘het tillen van mensen’89.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat een deugdelijke verklaring voor een legale herkomst van het geldbedrag ontbreekt. De rechtbank is daarom van oordeel dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geldbedrag waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een geldbedrag van € 200.000,= heeft witgewassen.

4.4.3.7 Een geldbedrag van 200.000 euro (lening van [naam 28]

Standpunten

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor zover het de geldlening van [naam 28] betreft.

De verdediging heeft gesteld dat [naam 28] uit hoofde van zijn autodealerschap de beschikking had over grote contante geldbedragen. Met het geld, afkomstig uit de geldlening van [naam 28] , kon verdachte de lening van [naam 1] aflossen. Van witwassen is geen sprake.

Vermoeden van witwassen

Op 24 februari 2012 zijn verdachte en [naam 28] volgens een in de administratie van verdachte aangetroffen (handgeschreven) overeenkomst, een geldlening overeengekomen90. Daarbij is afgesproken dat verdachte een bedrag van € 200.000,= leent van [naam 28] en dat dit bedrag uiterlijk 24 februari 2013 wordt terugbetaald tegen een rente van 5%. Op 24 februari 2012 heeft [naam 28] het bedrag in 400 coupures van € 500,= aan verdachte gegeven. Dit bedrag is ook vermeld op de grootboekkaart van de kas van [naam 14] over 201291. De rente, een bedrag van € 10.000,= is betaald op 25 februari 2013. De overeenkomst is op die datum verlengd tot 24 februari 2014.92

[naam 28] heeft hierover verklaard dat hij de lening contant heeft verstrekt aan verdachte. Waar het geld vandaan kwam weet hij niet93. [naam 28] heeft verder aangegeven dat alles contant is terugbetaald.

Verdachte heeft hierover ter zitting verklaard dat hij het geld contant, 400 x € 500,=, heeft ontvangen. Tegenover deze geldlening stond geen zekerheid94.

Ook hiervoor geldt weer dat sprake is geweest van een groot bedrag dat in contanten over is gegaan van [naam 28] naar verdachte. Hiertegenover stond geen enkele zekerheid, ook geen kentekenplaten, zoals verdachte ter zitting heeft verklaard. Ook hier was weer sprake van een summiere geldleningsovereenkomst en bestonden veiligheidsrisico’s ten aanzien van het voorhanden hebben van een dergelijk contant bedrag. Daarbij komt dat het een feit van algemene bekendheid is dat briefjes van 500 euro in het normale betalingsverkeer zelden voorkomen en vooral gebruikt worden in het criminele circuit. Verder betreft het ook hier een zeer grote lening door een private persoon in plaats van een financiële instelling. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden van dien aard zijn dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat dit geldbedrag uit misdrijf afkomstig was. Dit betekent dat van verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst daarvan.

Deugdelijke verklaring

Een deugdelijke verklaring over de legale herkomst van het geld is door of namens verdachte niet gegeven. De stelling dat [naam 28] over voldoende contanten kon beschikken is daartoe onvoldoende. De rechtbank is van oordeel dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geldbedrag waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een geldbedrag van € 200.000,= heeft witgewassen.

4.4.3.8 Een geldbedrag van in totaal 107.500 euro (leningen [naam 36] )

Standpunten

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de leningen zakelijk gezien zeer onwaarschijnlijk zijn met een onbegrijpelijk hoog rendement en dat midden in een periode van financiële crisis.

De verdediging heeft aangevoerd dat de politie eraan voorbijgaat dat volgens de onderliggende overeenkomsten “rente” niet de beloningsvorm was, maar dat de lening (mede) werd verstrekt op basis van winstdeling. De leningen werden aangegaan met het oog op de aankoop van (schade)voertuigen en daarbij werd 50% van de beoogde verkoopwinst als provisie betaald. [naam 36] heeft deze gang van zaken bevestigd.

Vermoeden van witwassen

In de administratie van verdachte zijn 6 leningen opgenomen voor een totaalbedrag van € 107.500,=, verstrekt door [naam 14] aan [naam 36]95:

Op 30 maart 2007 is een lening verstrekt aan [naam 36] van € 15.000,=96. Deze lening is terugbetaald op 15 mei 2007, vermeerderd met een rente en winstdeling van 50% , € 7.500,=, voor een periode van 46 dagen.

Op 21 augustus 2007 is een lening verstrekt aan [naam 36] van € 15.000,=97. Deze lening is terugbetaald op 28 september 2007, vermeerderd met een rente en winstdeling van 50%, € 7.500,=, voor een periode van 38 dagen.

Op 19 oktober 2007 is een lening verstrekt aan [naam 36] van € 20.000,=98. Deze lening is terugbetaald op 7 december 2007, vermeerderd met een rente en winstdeling van 50%, € 10.000,=, voor een periode van 49 dagen.

Op 5 februari 2008 is een lening verstrekt aan [naam 36] van € 20.000,=99. Deze lening is terugbetaald op 25 maart 2008, vermeerderd met een rente en winstdeling van 50%, € 10.000,= voor een periode van 48 dagen.

Op 21 juli 2008 is een lening verstrekt aan [naam 36] van € 20.000,=100. Deze lening is terugbetaald op 5 september 2008, vermeerderd met een rente en winstdeling van 50%, € 10.000,= voor een periode van 46 dagen.

Op 3 november 2008 is nog een lening verstrekt aan [naam 36] van € 17.500,=101. Deze lening is terugbetaald op 8 december 2008, vermeerderd met een rente en winstdeling van 43%, € 7.500,= voor een periode van 35 dagen.

Verdachte heeft hierover verklaard dat er door hem van te voren een handgeschreven briefje werd opgesteld waarop hij aangaf welk bedrag er was uitgeleend. Verdachte denkt dat de leningsovereenkomsten achteraf zijn opgemaakt102.

De rechtbank stelt op grond van het bovenstaande vast dat verdachte volgens zijn administratie grote geldbedragen voorhanden heeft gehad en heeft uitgeleend. Betalingen met betrekking tot deze lening verliepen telkens contant. Een zekerheidstelling dat er terugbetaald zou worden, was er niet. Daarnaast merkt de rechtbank op dat een rente of winstdeling van 50% zeer ongebruikelijk is, ook in de autohandel.

Beoordeeld moet vervolgens worden of genoemde geldbedragen van misdrijf afkomstig waren.

Er is sprake geweest van forse geldbedragen die in contanten zijn overgegaan van verdachte naar [naam 36] . Hiertegenover stond geen enkele zekerheid. Verdachte is zelf opgetreden als financieringsinstelling hetgeen voor hem zeer ongebruikelijk is. Wat nog ongebruikelijker is, is de enorme hoge rente die door verdachte in rekening is gebracht en waarmee [naam 36] blijkbaar akkoord is gegaan. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden van dien aard zijn dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat de geldbedragen uit misdrijf afkomstig waren. Dit betekent dat van verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst daarvan.

Deugdelijke verklaring

Een deugdelijke verklaring over de herkomst van het geld heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank niet gegeven. De verklaring van verdachte ter zitting dat het “gewoon handel” was acht de rechtbank ongeloofwaardig, met name gelet op de uitzonderlijk hoge rente en winstdeling. [naam 36] weet niet meer hoe de leningen verlopen zijn. Het heeft er alle schijn van dat deze “leningen” zijn gebruikt om geld wit te wassen.

De rechtbank is daarom van oordeel dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de geldbedragen die geleend zijn aan [naam 36] en waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst hebben en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte genoemde geldbedragen voorhanden heeft gehad terwijl hij wist dat deze onmiddellijk of middellijk uit misdrijf afkomstig waren. Daarmee is sprake van witwassen van € 107.500,=.

4.4.3.9 Een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 1] en/of een geldbedrag van 11.500 euro

Standpunten

De officieren van justitie hebben slechts opgemerkt dat de afpersing van deze auto witwassen van een door eigen misdrijf verkregen goed zou kunnen opleveren. Dat is echter niet het geval omdat die auto al weer is doorverkocht door verdachte.

De verdediging heeft, onder verwijzing naar het pleidooi in het onderzoek Zalm, benadrukt dat de verklaring van getuige [naam 2] , dat de verkoop van deze Mercedes onder afpersing zou zijn gebeurd, volstrekt ongeloofwaardig is.

Oordeel rechtbank

In de bedrijfsadministratie van verdachte is een inkoopverklaring aangetroffen, gedateerd 28 september 2013, betreffende een verkoop door [naam 13] aan [naam 14] van een Mercedes CLS 500, kenteken [kenteken 1] voor een bedrag van € 11.500,=. Verdachte heeft dit voertuig verkregen door middel van afpersing103. De rechtbank verwijst hiervoor verder naar de hiervoor onder “Onderzoek Zalm” opgenomen bewijsoverwegingen.

Gelet op het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat het voorwerp, de Mercedes [kenteken 1] , afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf (vgl. HR 14 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:222 en HR 16 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2001).

De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van dit voertuig sprake is van witwassen nu verdachte tevens een gedraging heeft verricht die gericht is geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het voorwerp. In de administratie van verdachte is een factuur aangetroffen, afkomstig van [naam 14] , gericht aan [naam 15] . Verdachte heeft deze Mercedes op 1 oktober 2013 weer doorverkocht aan [naam 12] voor een bedrag van € 13.500,=104. [naam 12] heeft verklaard dat hij genoemd voertuig heeft gekocht van verdachte105. Met het doorverkopen van het voertuig heeft verdachte de criminele herkomst hiervan verhuld.

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen van dit voertuig of het bedrag van € 11.550,=.

4.4.3.10 [naam 37]

Een personenauto BMW kenteken [kenteken 3] en/of een geldbedrag van 23.000 euro

Een personenauto Opel kenteken [kenteken 4] en/of een geldbedrag van 4.000 euro

Een personenauto Porsche kenteken [kenteken 5] en/of een geldbedrag van 13.000 euro

Een personenauto Volkswagen Golf kenteken [kenteken 6] en/of een geldbedrag van 6.000 euro

Een personenauto Volkswagen Golf kenteken [kenteken 7] en/of een geldbedrag van 22.500 euro

Een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 8] en/of een geldbedrag van 2.250 euro

Een personenauto Lancia kenteken [kenteken 9] en/of een geldbedrag van 2.250 euro

Een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 10] en/of een geldbedrag van 7.500 euro

Een personenauto BMW kenteken [kenteken 11] en/of een geldbedrag van 5.000 euro

Een personenauto Ssangyong kenteken [kenteken 12] en/of een geldbedrag van 9.500 euro

Een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 13] en/of een geldbedrag van 8.000 euro

Een personenauto Rexton kenteken [kenteken 12] en/of een geldbedrag van 5.000 euro

Een personenauto Audi A8 kenteken [kenteken 14] en/of een geldbedrag van 6.000 euro

Een personenauto BMW kenteken [kenteken 11] en/of een geldbedrag van 2.250 euro

Standpunten

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat het er niet toe doet of [naam 38] die auto’s wel of niet heeft verkocht of gekocht, dan wel heeft gehuurd. Is dat wel het geval, dan geldt dat die transacties deel uitmaken van het witwasmodel van verdachte. Mocht [naam 38] niet betrokken zijn bij de transacties dan heeft verdachte weten te verhullen wie de werkelijke eigenaar/huurder was en zich op die manier schuldig gemaakt aan witwassen.

De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaringen van [naam 38] en [naam 24] met elkaar onverenigbaar zijn. Door de politie is verzuimd onderzoek te doen met wie de vorige of de opvolgende tenaamgestelden zaken hebben gedaan. Dit had uitsluitsel kunnen geven over het feitelijk eigendom van de auto’s in de periode dat [naam 38] de tenaamgestelde was.

Vermoeden van witwassen

Dit betreft in totaal 14 auto’s die zijn verkocht aan, gekocht van of verhuurd aan [naam 38]

In de administratie van [naam 14] zijn 3 facturen aangetroffen die zien op de verkoop van een BMW, kenteken [kenteken 3] , voor een verkoopprijs van € 23.000,=, een Opel, kenteken [kenteken 4] , voor een verkoopprijs van € 4.000,= en een Porsche, kenteken [kenteken 46] , voor een prijs van € 13.000,=.

Verder zijn volgens de bedrijfsadministratie 7 personenauto’s door [naam 38] verkocht aan verdachte, te weten een Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 6] , voor een bedrag van € 6.000,=, een Volkswagen Golf kenteken, [kenteken 7] , voor een bedrag van € 22.500,=, een Mercedes, kenteken [kenteken 8] , voor een bedrag van € 2.250,=, een Lancia, kenteken [kenteken 47] , voor een bedrag van € 2.250,=, een Mercedes, kenteken [kenteken 10] , voor een bedrag van € 7.500 euro, een BMW, kenteken [kenteken 11] , voor een bedrag van € 5.000,= en een Ssangyong, kenteken [kenteken 12] , voor een bedrag van € 9.500,=.

Tenslotte zijn in de administratie van [naam 14] facturen aangetroffen met betrekking tot de verhuur van 4 personenauto’s door verdachte aan [naam 38] , te weten een Mercedes, kenteken [kenteken 13] , voor een totaalbedrag van € 8.000,=, een Rexton, kenteken [kenteken 12] , voor een totaalbedrag van € 5.000,=, een Audi A8, kenteken [kenteken 14] , voor een totaalbedrag van € 6.000,= en een BMW, kenteken [kenteken 48] , voor een totaalbedrag van € 2.250,=.

Met betrekking tot deze voertuigen heeft [naam 38] verklaard dat hij nog nooit van [naam 14] heeft gehoord en dat het niet zijn handtekening is die op de facturen staat. Deze auto’s heeft hij nooit in zijn bezit gehad. Wel heeft hij auto’s op zijn naam gezet voor [naam 24] . [naam 24] heeft hierover verklaard dat het zou kunnen dat hij auto’s op naam van [naam 38] heeft gezet.

Beoordeeld moet worden of genoemde voertuigen of bedragen van misdrijf afkomstig waren, zoals is tenlastegelegd. Het is de rechtbank gebleken dat betalingen met betrekking tot de aankoop, verkoop of verhuur van deze personenauto’s blijkens de facturen veelal contant verliepen. Nu het gaat om grote bedragen aan contant geld vormt dit, zoals hiervoor is overwogen, een indicatie voor witwassen. Omdat het de rechtbank bekend is dat in de autohandel waarin verdachte actief was, vaker voorkomt dat grotere bedragen contant worden betaald, acht zij contante betaling bij de tenlastegelegde autotransacties niet zonder meer voldoende om een vermoeden van witwassen te rechtvaardigen, maar dient dit te worden beoordeeld in samenhang met andere feiten en omstandigheden die op witwassen kunnen wijzen. In dit geval stelt de rechtbank vast dat [naam 38] aangegeven heeft van niets te weten. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden van dien aard zijn dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat deze voertuigen of bedragen uit misdrijf afkomstig waren. Dit betekent dat van verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst daarvan.

Deugdelijke verklaring

Verdachte heeft met betrekking tot de autohandel tussen hem en [naam 38] en [naam 24] verklaard dat hij de genoemde voertuigen heeft verkocht, gekocht of verhuurd aan [naam 38] en/of [naam 24] en dat hij alles heeft verantwoord in zijn administratie. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij de betreffende auto’s ook daadwerkelijk in zijn bezit heeft gehad; “spookauto’s” kunnen niet verkocht worden. Verder is het volgens verdachte onmogelijk om met iemand anders rijbewijs een auto te laten overschrijven.

Ten aanzien van deze voertuigen heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat de administratie van verdachte op dit punt niet juist is. De rechtbank is van oordeel dat onduidelijk is in hoeverre deze voertuigen fictief zijn vermeld in de administratie van verdachte. Waar de witwashandeling dan exact in gelegen is, is de rechtbank niet duidelijk.

Niet gebleken is dat onderzoek is verricht in de administratie van [naam 38] en [naam 24] . De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de administratie van verdachte en gelet op zijn verklaring, het op de weg van het openbaar ministerie had gelegen daar nader onderzoek naar te verrichten. Nu dit is verzuimd kan niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat sprake is van witwassen voor zover het betreft de handel in auto’s met [naam 38] .

Van dit onderdeel van de tenlastelegging wordt verdachte dan ook vrijgesproken.

4.4.3.11 Een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 15] en/of een geldbedrag van 22.500 euro

Standpunten

De verdediging heeft zicht op het standpunt gesteld dat [naam 1] dit voertuig door ruiling heeft verkregen van [naam 39] , die op dat moment eigenaar van de auto was, dit met het vooruitzicht dat hij de auto direct aan verdachte kwijt kon. De auto is door verdachte ten behoeve van zijn vader wel degelijk gekocht van [naam 1] en ook het vermelde aankoopbedrag is juist.

Vermoeden van witwassen

Op 30 april 2011 heeft [naam 1] een Mercedes C180, kenteken [kenteken 15] verkocht aan [naam 14] voor een prijs van € 22.500,=106. Uit informatie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (hierna: RDW) volgt dat dit voertuig in de periode van 29 april 2011 tot

2 mei 2011 op naam heeft gestaan van [naam 39] en vanaf laatstgenoemde datum op naam van verdachte107. Verdachte heeft verklaard dat hij dit voertuig heeft gekocht van [naam 1] en kort daarna weer heeft verkocht aan zijn vader108. Verder heeft verdachte verklaard dat hij weet dat [naam 1] zijn geld verdiende met wiethokken109.

Zoals hiervoor reeds overwogen, was er bij de Belastingdienst van [naam 1] geen looninkomen, vermogen of andere bron van inkomsten bekend. Verdachte heeft bekend dit voertuig gekocht te hebben, terwijl hij wist dat [naam 1] zijn geld verdiende met criminele activiteiten als ‘wiethokken’ en ‘het tillen van mensen’. Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis hiervan vastgesteld worden dat het voertuig door [naam 1] moet zijn gekocht met geld afkomstig van misdrijf. Door vervolgens een dergelijk voertuig te kopen maakt de koper zich schuldig aan witwassen.

Op grond hiervan acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze auto en/of een geldbedrag van € 22.500,= heeft witgewassen.

4.4.3.12 Een personenauto Chrysler kenteken [kenteken 16] en/of een geldbedrag van 16.500 euro

Standpunten

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dit voertuig heeft ingekocht bij [naam 12] en via [naam 24] aan [naam 38] heeft verhuurd. Vervolgens heeft verdachte dit voertuig verkocht aan de [naam 40] . Dit wordt bevestigd door RDW-gegevens. Naar de opvatting van de verdediging kan het dan ook niet anders zijn dan dat de administratie van [naam 12] niet klopt.

Vermoeden van witwassen

In de administratie van [naam 14] is een factuur aangetroffen betreffende de aankoop van een Chrysler, kenteken [kenteken 16] , voor een bedrag van € 16.500,=. Volgens die factuur zou de verkoper [naam 15] zijn110. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij dit voertuig heeft gekocht van [naam 12]111. Deze factuur en de verklaring van verdachte vinden echter geen steun in de verklaring van [naam 12] . Nadat [naam 12] ermee geconfronteerd was dat er in zijn administratie geen verkoopfactuur betreffende dit voertuig was aangetroffen, heeft hij verklaard dat het voertuig mogelijk was verkocht aan een ander, omdat blijkens zijn administratie het voertuig op 6 februari 2010 verkocht zou zijn voor een bedrag van € 18.000,=. In het RDW-register is vermeld dat de auto op 11 februari 2010 is overgegaan van [naam 15] naar [naam 38] en vervolgens op 1 april 2010 naar [naam 40]112[naam 40]

Beoordeeld moet worden of dit voertuig of bedrag van misdrijf afkomstig was. Het betreft hier opnieuw een groot bedrag aan contant geld. De rechtbank stelt vast dat [naam 12] aangegeven heeft van niets te weten. Verder is de rechtbank gebleken dat de administratie van verdachte niet correspondeert met de administratie van [naam 12] en evenmin correspondeert met het RDW-register. Deze omstandigheden brengen naar het oordeel van de rechtbank met zich mee dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat dit voertuig of bedrag uit misdrijf afkomstig was. Dit betekent dat van verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst daarvan.

Deugdelijke verklaring

Verdachte heeft verklaard dat de administratie van [naam 12] niet op orde was en dat [naam 12] keer op keer fouten maakte. Verdachte vermoedt dat hij het voertuig tussentijds aan [naam 38] heeft verhuurd waardoor dit voertuig op naam is gesteld van [naam 38] . Ter zitting heeft verdachte uitgelegd dat wie zonder verzekering bij hem een auto huurt, de auto moet laten overschrijven op zijn/haar naam.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte op dit punt niet geloofwaardig, nu deze verklaring op geen enkele wijze steun vindt in enig ander bewijsmiddel. Een deugdelijke verklaring over de legale herkomst van het voertuig of geld is door of namens verdachte hiermee niet gegeven. De rechtbank is van oordeel dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het voertuig/geldbedrag waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen van dit voertuig of het bedrag van € 16.500,=.

4.4.3.13 Een personenauto Porsche kenteken [kenteken 17] en/of een geldbedrag van 27.250 euro

Standpunten

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de administratie van verdachte op dit punt juist is. Aanvankelijk was de auto verkocht aan [naam 2] maar deze heeft verklaard dat de koop later door hem ontbonden is, waarna [naam 12] de auto aan verdachte heeft verkocht. Verdachte heeft dit voertuig later weer verkocht aan [naam 1] , hetgeen wordt bevestigd door het RDW-register.

Vermoeden van witwassen

In de administratie van verdachte is een handgeschreven factuur aangetroffen afkomstig van [naam 15] gedateerd 5 juli 2010 betreffende de verkoop van een Porsche Cayenne Turbo, kenteken [kenteken 17] voor een bedrag van € 27.250,=. Dit voertuig is, volgens een aangetroffen verkoopfactuur, door [naam 14] op 17 augustus 2010 weer verkocht aan [naam 1] voor een bedrag van € 30.000,=. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij deze Porsche aan [naam 1] heeft verkocht.

[naam 12] heeft over deze transactie verklaard dat hij niet weet waarom er in zijn administratie geen verkoopfactuur aan [naam 14] is aangetroffen. Wel is in zijn administratie een verkoopfactuur betreffende dit voertuig aangetroffen, gericht aan [naam 41] en gedateerd 5 juni 2018. Dit bedrijf is eigendom van [naam 2] . [naam 2] heeft verklaard dat het klopt dat hij dit voertuig van [naam 12] heeft gekocht, maar dat hij het voertuig heeft teruggegeven toen hij bemerkte dat het voertuig mogelijk 100.000 km meer had gelopen.

De verklaring van verdachte dat de Porsche later is verkocht aan [naam 1] vindt steun in de verklaring van [naam 1] . Hij heeft verklaard dat hij van [naam 14] deze Porsche heeft gekocht en dat de auto op dat moment op naam stond van [naam 12] , hetgeen overeenkomt met de RDW-gegevens.

De rechtbank is van oordeel dat de administratie van verdachte ten aanzien van deze auto lijkt te kloppen. Nu uit het dossier het tegendeel niet blijkt bestaat er geen vermoeden van witwassen en wordt verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijgesproken.

4.4.3.14 Een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 18] en/of een geldbedrag van 41.000 euro

Standpunten

Door de verdediging is aangevoerd dat niet vertrouwd kan worden op de juistheid van de administratie van [naam 12] . Betalingen van de Audi [kenteken 18] (in de tenlastelegging ten onrechte aangeduid als Mercedes) zijn in de kasadministratie van [naam 12] niet terug te vinden, terwijl verdachte heeft verklaard dat hij dit voertuig wel degelijk bij [naam 12] heeft gekocht en vervolgens weer heeft verkocht aan [naam 42] , hetgeen wordt bevestigd door RDW-gegevens. Van een vermoeden van witwassen kan derhalve geen sprake zijn.

Vermoeden van witwassen

In de administratie van verdachte is een verkoopfactuur aangetroffen, afkomstig van [naam 15] , gericht aan [naam 14] , gedateerd 8 december 2013 betreffende de verkoop van een Audi A8, kenteken [kenteken 18] , voor een bedrag van € 41.000,=. Op 13 december 2013 is dit voertuig door [naam 14] weer verkocht voor een bedrag van € 45.000,= aan [naam 42] In de administratie van [naam 12] is omtrent de verkoop van deze Audi geen factuur aangetroffen.

Uit gegevens van de RDW blijkt dat de Audi vanaf 10 december 2013 op naam heeft gestaan van verdachte en vanaf 16 december 2013 op naam van [naam 30] , die eigenaar was van het bedrijf [naam 42]

Ter zitting heeft verdachte hierover verklaard dat hij de auto van [naam 12] heeft gekocht en dat de auto vervolgens via hem naar [naam 42] is gegaan.

De rechtbank is van oordeel dat de administratie van verdachte lijkt te kloppen. Nu uit het dossier het tegendeel niet blijkt (het enkele ontbreken van een factuur in administratie van [naam 12] is daarvoor onvoldoende) bestaat er geen vermoeden van witwassen en wordt verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijgesproken.

4.4.3.15 [naam 43]

Een bestelauto Opel Combo kenteken [kenteken 19] en/of een geldbedrag van 1750 euro

Een bedrijfsauto Mitsubishi kenteken [kenteken 20] en/of een geldbedrag van 19.000 euro

Een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 21] en/of een geldbedrag van 49.000 euro

Een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 22] en/of een geldbedrag van 39.000 euro

Een personenauto Bentley kenteken [kenteken 23] en/of een geldbedrag van 50.000 euro

Een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 24] en/of een geldbedrag van 50.000 euro

Een personenauto Porsche Panamera kenteken [kenteken 25] en/of een geldbedrag van 82.500 euro

Standpunten

De officieren van justitie hebben gesteld dat [naam 44] en [naam 45] ontkennen de auto’s te hebben gekocht, met uitzondering van de Opel Combo. Het is volstrekt onwaarschijnlijk dat een transportbedrijf met 5 oproepkrachten deze auto’s zou aanschaffen, laat staan dat zij of het bedrijf daar het geld voor hebben.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat [naam 1] de schakel is geweest tussen [naam 43] en [naam 14] . Verder is gewezen op tegenstrijdige verklaringen die zijn afgelegd door getuigen. Nader onderzoek door de recherche is achterwege gebleven.

Vermoeden van witwassen

In de bedrijfsadministratie van verdachte is een factuur van [naam 14] aangetroffen, gericht aan [naam 44] e/v [naam 45] betreffende de verkoop van een Opel Combo, kenteken [kenteken 19] , voor een bedrag van € 1.750,=. Op 30 oktober 2009 is dit bedrag per kas voldaan.

Met de officieren van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van deze auto geen sprake is van witwassen, nu door getuige [naam 45] is verklaard dat zij deze auto in gebruik hebben gehad. In zoverre wordt verdachte vrijgesproken.

In de administratie is een verkoopfactuur aangetroffen van [naam 14] gericht aan [naam 43] , gedateerd 23 november 2009 betreffende een verkoop van een Mitsubishi, kenteken [kenteken 20] voor een bedrag van € 19.000,=113. Blijkens deze factuur is de aankoopprijs voldaan per kas.

Verder zijn nog de volgende verkoopfacturen aangetroffen:

- van [naam 14] , gericht aan [naam 44] , gedateerd 16 december 2009, betreffende de verkoop van een Mercedes CLS, kenteken [kenteken 21] , voor een bedrag van € 49.000,=, welk bedrag op genoemde datum per kas zou zijn betaald114;

- van [naam 14] , gericht aan [naam 44] , gedateerd 26 juni 2010, betreffende de verkoop van een Mercedes, kenteken [kenteken 22] , voor een bedrag van € 39.000,=, welk bedrag op genoemde datum per kas zou zijn betaald115;

- van [naam 14] , gericht aan [naam 43] , gedateerd 10 november 2010, betreffende de verkoop van een Bentley, kenteken [kenteken 23] , voor een bedrag van € 50.000,=, voldaan per kas op genoemde datum116;

- van [naam 14] gericht aan [naam 43] , gedateerd 24 januari 2011, betreffende de verkoop van een Mercedes, kenteken [kenteken 24] , voor een bedrag van € 50.000,=, voldaan per kas op genoemde datum117;

- van [naam 14] , gericht aan [naam 43] , gedateerd 5 december 2011, betreffende de verkoop van een Porsche Panamera, kenteken [kenteken 25] , voor een bedrag van € 82.500,=118.

Door getuige [naam 44] , aandeelhouder van [naam 43] en daarmee ook vertegenwoordiger van [naam 43] is verklaard dat zij de administratie voert en dat de haar voorgehouden voertuigen haar niets zeggen, dat zij deze niet in haar bezit heeft gehad en dat zij de bedragen zoals vermeld op de nota’s nooit heeft betaald119. Verder heeft zij verklaard dat zij verdachte en het bedrijf [naam 14] niet kent en nooit de wegenbelasting voor deze voertuigen heeft betaald. Bij de rechter-commissaris heeft [naam 44] nog verklaard dat zij geen van de auto’s ooit in het echt heeft gezien en dat haar ook niet is gevraagd of zij facturen wilde betalen. Er zijn in die periode door [naam 43] geen geldbedragen overgemaakt met betrekking tot deze auto’s120.

Beoordeeld moet worden of genoemde voertuigen of bedragen van misdrijf afkomstig waren. De rechtbank stelt vast dat het transacties betreft waarmee grote bedragen aan contant geld zijn gemoeid. [naam 44] heeft aangegeven dat zij verdachte of [naam 14] niet kent, de facturen niet kent, de auto’s niet kent en nooit (contante) betalingen heeft gedaan met betrekking tot deze auto’s. Volgens de facturen, met uitzondering van de factuur met betrekking tot de Porsche Panamera, werden de betalingen contant verricht. De rechtbank stelt verder vast dat de aankoop van dergelijke, veelal exclusieve voertuigen, niet past in de bedrijfsvoering van [naam 43] . De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor genoemde omstandigheden van dien aard zijn dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat deze voertuigen of bedragen uit misdrijf afkomstig waren. Dit betekent dat van verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst daarvan.

Deugdelijke verklaring

Verdachte heeft verklaard dat hij [naam 44] en haar echtgenoot [naam 45] al heel lang kent en dat hij de auto’s zoals vermeld in de tenlastelegging aan hen heeft verkocht. De verkoop verliep via [naam 1] , die daar werkzaam was.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte op dit punt niet geloofwaardig. Tegenover zijn verklaring staan de verklaringen van de getuigen [naam 44] en [naam 45] . [naam 1] heeft hierover nog verklaard dat hij weliswaar voor [naam 44] en [naam 45] heeft gewerkt, maar dat hij niet meer weet dat er auto’s van verdachte via hem bij [naam 44] en [naam 45] terecht zijn gekomen. Hij heeft verder verklaard dat hij met die vrouw (de rechtbank begrijpt: getuige [naam 44] ) niets te maken heeft gehad.

De rechtbank stelt vast dat een deugdelijke verklaring over de legale herkomst van deze voertuigen/geldbedragen door of namens verdachte niet is gegeven. De rechtbank is daarom van oordeel dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de voertuigen/geldbedragen waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst hebben en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen van deze voertuigen of geldbedragen.

4.4.3.16 Valsheid in geschrift

Op grond van het vorenstaande is naar het oordeel van de rechtbank tevens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich meermalen schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift, zoals tenlastegelegd onder feit 4. Verdachte heeft de facturen valselijk opgemaakt en vervolgens in zijn administratie opgenomen.

4.4.3.17 Een personenauto Audi A8 kenteken [kenteken 14] en/of een geldbedrag van 15.000 euro

Standpunten

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verkoop van deze Audi door verdachte aan [naam 3] administratief helemaal klopt. De verklaring die [naam 3] over deze auto heeft afgelegd, acht de verdediging volstrekt ongeloofwaardig.

Vermoeden van witwassen

In de bedrijfsadministratie van verdachte is een nota aangetroffen van [naam 14] , gericht aan [naam 23] betreffende de verkoop van een Audi A8, kenteken [kenteken 14] , gedateerd 26 maart 2010. Het bedrag van deze nota zou op genoemde datum contant zijn betaald. [naam 3] , eigenaar van [naam 23] , heeft over deze Audi verklaard dat hij die nooit via een factuur van [naam 14] heeft gekocht en dat hij hiervan ook niets in zijn boekhouding heeft. Bij de rechter-commissaris heeft [naam 3] verklaard dat hij deze Audi voor ongeveer € 7.000,= heeft gekocht van [naam 1] en contant heeft betaald. Een factuur is daar niet van. Naar de tenaamstelling heeft hij niet gekeken.

Beoordeeld moet weer worden of genoemd voertuig of geldbedrag van misdrijf afkomstig waren. De rechtbank stelt vast dat [naam 3] aangegeven heeft dat hij deze Audi niet van [naam 14] heeft gekocht. Verder wordt vastgesteld dat blijkens de factuur de verkoopprijs contant zou zijn betaald. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden van dien aard zijn dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat dit voertuig/bedrag uit misdrijf afkomstig was. Dit betekent dat van verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst daarvan.

Deugdelijke verklaring

Verdachte heeft aangegeven dat hij zelf jaren in deze Audi heeft gereden, dat hij deze heeft verkocht aan [naam 3] voor een bedrag van € 15.000,= en dat deze auto dat bedrag ook zeker waard was. [naam 3] heeft de Audi gekocht op naam van [naam 23] . De verklaring van [naam 3] dat hij de auto heeft gekocht van [naam 1] voor een bedrag van € 7.000,= kan niet kloppen.

Uit gegevens van de RDW volgt dat deze Audi van 18 november 2009 tot 4 december 2009 op naam van verdachte heeft gestaan. Daarna is het kenteken overgeschreven op naam van [naam 38] , waarna de Audi op 26 maart 2010 is overgeschreven op [naam 6] , de (voormalige) partner van [naam 3]

In de periode van 4 december 2009 tot 26 maart 2010 is de auto verhuurd geweest aan [naam 38] . Blijkens de verhuurovereenkomst heeft de verhuur plaatsgevonden zonder verzekering, onderhoud, reparatie en motorrijtuigenbelasting. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat de auto op naam van de huurder wordt overgeschreven indien een voertuig wordt gehuurd zonder verzekering. In dat geval blijft de verhuurder wel eigenaar. Na verhuur is de Audi verkocht aan [naam 23] en op naam gezet van [naam 6] . Deze verklaring komt overeen met de RDW-gegevens, in tegenstelling tot de verklaring van [naam 3] dat hij de auto heeft gekocht van [naam 1] . De administratie van [naam 3] en [naam 23] is niet onderzocht. Verder is niet onderzocht of de Audi daadwerkelijk zonder verzekering is gehuurd door [naam 38] . Dit brengt met zich dat de verklaring van verdachte juist zou kunnen zijn. Zonder nader onderzoek is dit niet te verifiëren. De rechtbank kan daarom niet vaststellen dat ten aanzien van deze Audi sprake is van witwassen. Verdachte wordt van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijgesproken.

4.4.3.18 Een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 26] en/of een geldbedrag van 4.500 euro

Standpunten

Door de verdediging is aangevoerd dat de verklaring van de huurder, [naam 46] , om meerdere redenen niet geloofwaardig is en dat verzuimd is onderzoek te doen naar zijn verklaring.

Vermoeden van witwassen

In de bedrijfsadministratie van verdachte is een factuur aangetroffen gedateerd 26 juli 2012 betreffende de verhuur van een Mercedes C180 CDI, kenteken [kenteken 26] , aan [naam 46] . [naam 46] heeft hierover bij de politie verklaard dat hij nog nooit een auto heeft gehuurd en dat de handtekening op de huurovereenkomst niet van hem is. Verklaard is verder dat hij in 2012 wel eens gewerkt heeft bij [naam 47] . Daar heeft hij deze Mercedes wel eens gezien. Tijdens zijn tweede verhoor heeft hij aangegeven dat hij deze Mercedes meerdere keren heeft gebruikt. De sleutels van de auto lagen op kantoor in een laatje.

Verdachte heeft verklaard dat hij deze auto wel heeft verhuurd aan [naam 46] voor een bedrag van € 1.500,= per maand en dat contant werd betaald. De Mercedes was afgeleverd bij [naam 47] .

De rechtbank stelt vast dat [naam 46] ontkent dat hij de auto van [naam 14] heeft gehuurd. Verdachte daarentegen stelt dat de auto is verhuurd en contant is betaald. Deze tegenstrijdige verklaringen zijn van dien aard dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat dit voertuig/bedrag uit misdrijf afkomstig was. Dit betekent dat van verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst daarvan.

Deugdelijke verklaring

Tegenover de verklaring van verdachte staat de verklaring van [naam 46] . In eerste instantie heeft [naam 46] aangegeven dat hij nooit auto’s heeft gehuurd en dat hij geen huurovereenkomst met [naam 14] heeft gesloten. Na aandringen heeft [naam 46] aangegeven dat hij de auto wel op het terrein van [naam 47] heeft zien staan. Na nog langer aandringen heeft hij toegegeven dat hij gebruik heeft gemaakt van deze Mercedes. De rechtbank is van oordeel dat onderzoek gedaan had moeten worden naar de verklaringen van verdachte en [naam 46] . De handtekening van [naam 46] op de factuur had onderzocht kunnen worden en tevens had onderzoek gedaan kunnen worden of hij financieel in staat is geweest om dergelijke dure voertuigen te huren.

Nu dit is verzuimd kan niet wettig en overtuigend bewezen verklaard worden dat sprake is van witwassen voor zover het betreft de verhuur van deze Mercedes.

Van dit onderdeel van de tenlastelegging wordt verdachte dan ook vrijgesproken.

4.4.3.19 [naam 48]

Een personenauto Volkswagen kenteken [kenteken 27] en/of een geldbedrag van 3.200 euro

Een personenauto Peugeot kenteken [kenteken 28] en/of een geldbedrag van 5.600 euro

Een personenauto Audi A6 kenteken [kenteken 29] en/of een geldbedrag van 800 euro

Een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 22] en/of een geldbedrag van 2.000 euro

Standpunten

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat [naam 49] heeft verklaard auto’s gehuurd te hebben van [naam 30] en niet van verdachte of [naam 14] Gesteld is dat de auto’s onderdeel uitmaken van de voorraad van verdachte. Hoe ze zijn verhuurd is niet van belang. De opbrengst is vervolgprofijt van de auto’s die verdachte alleen heeft kunnen aanschaffen door zijn witwaspraktijken.

De verdediging heeft aangevoerd dat, wat er ook zij van de wijze van administreren door de huurder, de auto’s gewoon door [naam 48] zijn gehuurd van [naam 14] waarvoor betaald is. Dit wordt bevestigd door getuige [naam 30] . Van het voorwenden van omzet uit autoverhuur is ook hier absoluut geen sprake geweest.

Vermoeden van witwassen

In de bedrijfsadministratie van verdachte zijn 4 facturen aangetroffen die betrekking hebben op de verhuur van personenauto’s aan [naam 48] door [naam 14] , te weten:

  • -

    een Volkswagen Jetta, kenteken [kenteken 27] , gedateerd 9 oktober 2009, voor een periode van 12 maanden, betaling per 4 weken, voor een bedrag van € 750,=, waarbij is vermeld dat 4 periodes zijn betaald;

  • -

    een Peugeot 1007, kenteken [kenteken 28] , gedateerd 5 december 2009, voor een periode van 6 maanden, voor een bedrag van € 800,=, waarbij is vermeld dat 7 periodes zijn betaald;

  • -

    een Audi A6, kenteken [kenteken 29] , gedateerd 6 mei 2010, voor een periode van 12 maanden, voor een bedrag van € 800,=121;

- een Mercedes S320, kenteken [kenteken 22] , gedateerd 19 april 2010, voor een periode van 12 maanden, voor een bedrag van € 2.000,=.

Getuige [naam 49] is eigenaar geweest van [naam 48] Voor zijn 20 verkopers op de weg had hij auto’s nodig, die hij regelde via [naam 30] . Waar de auto’s vandaan kwamen, wist hij niet. Aan [naam 49] zijn de hiervoor genoemde facturen getoond, waarna hij verklaarde dat hij geen herinnering heeft aan deze documenten. De handtekening op de documenten is niet van hem. Hij heeft de documenten ook niet zelf ingevuld. Een Volkswagen Jetta heeft hij wel in gebruik gehad. Hij heeft ook de betaling voor die auto verricht. De ene keer betaalde hij contant, de andere keer via de bank.

De rechtbank stelt vast dat betalingen voor de huur van de auto’s (gedeeltelijk) contant is gegaan volgens de verklaring van [naam 49] . Verder wordt vastgesteld dat de handtekeningen op de verhuurdocumenten122 niet overeenkomen met de handtekening van [naam 49] onder zijn verklaring123 en dus vermoedelijk vervalst zijn. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden van dien aard zijn dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat deze voertuigen/bedragen uit misdrijf afkomstig waren. Dit betekent dat van verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst daarvan.

Deugdelijke verklaring

Verdachte heeft verklaard dat de huurbedragen per maand werden betaald en dat de voertuigen via [naam 30] werden verhuurd aan [naam 48] . [naam 30] was daarbij de tussenpersoon. [naam 30] was zowel een vriend van verdachte als van de eigenaar van [naam 48] . Verder heeft verdachte verklaard dat zijn administratie ook ten aanzien van deze voertuigen volledig en correct is.

[naam 49] heeft bij de rechter-commissaris verklaard124 dat het klopt dat hij een Peugeot 1007 in gebruik heeft gehad en dat dat net zo gegaan is bij de Volkswaren Jetta. Ook heeft hij een Audi A6 in gebruik gehad als vervanging. Een Mercedes S320 heeft hij samen met [naam 30] opgehaald. Verder is verklaard dat het zo kan zijn dat [naam 30] formulieren heeft ingevuld. Hij had toestemming om de huurcontracten voor auto’s te regelen.

Bij de politie heeft [naam 49] in detail verklaard over de hiervoor aangehaalde voertuigen.

Met betrekking tot de Volkswagen Jetta heeft hij aangegeven dat het weliswaar niet zijn handtekening is, maar dat auto’s regelen via [naam 30] wel heel erg gemakkelijk gaat. Over de prijs heeft hij aangegeven dat € 750,= wel een reëel bedrag is voor die auto. Desgevraagd heeft hij aangegeven ervan uit te gaan dat deze factuur ook in zijn eigen administratie zit.

De rechtbank is van oordeel dat niet vastgesteld kan worden dat ten aanzien van de Volkswagen Jetta sprake is van witwassen, nu de bedrijfsadministratie van verdachte overeen lijkt te komen met de verklaring van getuige [naam 49] . Daarbij komt dat volgens de factuur de auto 4 maanden is verhuurd en [naam 49] hierover heeft aangegeven dat hij ervan uit gaat dat ook dat correct is.

Van dit onderdeel van de tenlastelegging wordt verdachte vrijgesproken.

Met betrekking tot de Peugeot 1007 heeft [naam 49] aangegeven dat hij zich deze auto goed kan herinneren en dat hij deze gehuurd heeft. Ook in zoverre lijkt de bedrijfsadministratie van verdachte te kloppen, zodat ook ten aanzien van dit voertuig niet vastgesteld kan worden dat sprake is van witwassen. Ook van dit onderdeel van de tenlastelegging wordt verdachte derhalve vrijgesproken.

Anders ligt dat bij de Audi A6. Ten aanzien van dit voertuig heeft [naam 49] bij de rechter-commissaris verklaard dat hij dit voertuig twee weken in gebruik heeft gehad als vervangende auto.

Nu de verklaring van verdachte over dit voertuig en de factuur, inhoudende dat dit voertuig 12 maanden aan [naam 48] verhuurd zou zijn, op geen enkele wijze steun vindt in enig ander bewijsmiddel, is de rechtbank van oordeel dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het bedrag waarvoor dit voertuig zou zijn verhuurd en waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden, zodat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen van dit geldbedrag.

Ten slotte, voor zover het de verhuurde voertuigen aan [naam 48] betreft, de Mercedes [kenteken 22] Hierover heeft [naam 49] verklaard dat hij dit voertuig samen met [naam 30] heeft opgehaald bij verdachte. Verder is verklaard dat het bedrag, zoals vermeld op de factuur, klopt.

Ook in zoverre lijkt de bedrijfsadministratie van verdachte te kloppen zodat ook ten aanzien van dit voertuig niet vastgesteld kan worden dat sprake is van witwassen. Verdachte wordt dan ook van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijgesproken.

4.4.3.20 Een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 24] en/of een geldbedrag van 14.944 euro

Standpunten

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat, wat er ook zij van de verklaring van [naam 1] met betrekking tot de hoogte van het huurbedrag, sprake is van witwassen door verdachte. Auto’s verkopen of verhuren aan [naam 1] is naar de opvatting van het openbaar ministerie witwassen, gelet op hetgeen verdachte zelf over [naam 1] heeft verklaard.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaring van [naam 1] over de hoogte van het huurbedrag pertinente nonsens is omdat deze auto bij aanvang van de huur splinternieuw was. De huurprijs zoals vermeld op de factuur is zonder meer reëel. Dat [naam 1] de huurpenningen heeft voldaan met geld afkomstig van misdrijf, is gesteld noch gebleken en overigens ook niet aannemelijk.

Vermoeden van witwassen

In de bedrijfsadministratie van verdachte is een factuur aangetroffen van [naam 14] d.d. 8 juli 2010125. Dit betreft een factuur die ziet op de verhuur voor een periode van 6 maanden van een Mercedes E200, kenteken [kenteken 24] aan [naam 1] voor een bedrag van € 2.499,=.

In het kasboek van [naam 14] is 7 x een bedrag geboekt van € 2.499,= onder vermelding van “kas” en “ [naam 1] huur (periode…)”126. In totaal is dit € 17.493,=.

[naam 1] heeft over dit voertuig verklaard dat hij zich niet kan herinneren dat de huurprijs zo hoog was, dat dat bijna niet kan en dat de huurprijs van € 2.499,= voor de gehele periode van 6 maanden moet zijn geweest127.

Verdachte heeft verklaard dat de auto is verhuurd voor € 2.500,= per maand128. Verder heeft verdachte verklaard dat hij weet dat [naam 1] zijn geld verdiende met wiethokken129.

De rechtbank stelt vast dat volgens het kasboek betalingen voor de huur van deze auto contant zijn verlopen. Daarnaast is sprake van zeer hoge huur, uitgaande van de verklaring van verdachte. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden van dien aard zijn dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat dit bedrag uit misdrijf afkomstig was. Dit betekent dat van verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst daarvan.

Deugdelijke verklaring

Een deugdelijke verklaring van verdachte ten aanzien van dit voertuig ontbreekt. Weliswaar kan niet vastgesteld worden dat alle boekingen (7 x € 2.499,=) fictief zijn opgenomen in het kasboek, wel kan vastgesteld worden dat verdachte huurpenningen heeft ontvangen van [naam 1] , wetende dat [naam 1] zijn geld verdiende met criminele activiteiten (‘wiethokken’ en ‘het tillen van mensen’). Door die huurpenningen aan te nemen heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank dit onderdeel van de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen.

4.4.3.21 Een geldbedrag van 45.000 euro afgedragen door [naam 2] en/of [naam 7]

Standpunten

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat sprake is geweest van een fictief dienstverband tussen [naam 7] en verdachte. [naam 7] had verdachte niet als werknemer geregistreerd staan. In de inbeslaggenomen administratie en gegevens van [naam 7] zijn ook geen gegevens aangetroffen over verdachte.

De verdediging heeft, onder verwijzing naar hetgeen is aangevoerd in het onderzoek Zalm, zoals hiervoor opgenomen, zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is geweest van een fictief dienstverband. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij hard heeft gewerkt voor [naam 7]

Oordeel rechtbank

Ten aanzien van de bewezenverklaring ter zake afpersing van een geldbedrag van € 45.000,= verwijst de rechtbank tevens naar hetgeen inzake het onderzoek Zalm is overwogen.

[naam 2] heeft verklaard dat hij maandelijks € 3.000,= betaalde aan verdachte als salaris130. Tot eind 2014 heeft verdachte bij hem op de loonlijst gestaan. Diverse maandelijkse loonbetalingen, telkens een bedrag van € 3.000,= (een totaalbedrag van € 45.000,=), hebben plaatsgevonden van september 2013 tot december 2014131132. Tegenover die loonbetalingen stonden geen reële werkzaamheden133. Verdachte bracht wel klanten aan voor [naam 7] maar hij heeft niet voor dat bedrag maandelijks gewerkt. Aan de klanten die door verdachte werden aangebracht, heeft [naam 2] niets overgehouden.

Verdachte stond in België ook niet ingeschreven bij de Dienst Toezicht Sociale Wetten134.

Vastgesteld wordt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan afpersing van een bedrag van € 45.000,=. Dit bedrag is afkomstig uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf. De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van genoemd geldbedrag sprake is van witwassen, nu verdachte tevens een gedraging heeft verricht die gericht is geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dit geldbedrag. Immers verdachte heeft telkens de bedragen van € 3.000,= opgenomen in zijn administratie135 en als loon opgegeven bij de Belastingdienst136, terwijl sprake was van een fictief dienstverband.

4.4.3.22 Een geldbedrag van 43.034,40 euro via/d.m.v. [naam 29]

Standpunten

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat sinds de overname van de zonnestudio door verdachte de omzet aanzienlijk is verhoogd, met name in het vierde kwartaal van 2015 en wanneer mensen uit de naaste kring van verdachte in de zonnestudio werkzaam waren. Dat extreem veel contante betalingen zijn gedaan, komt niet overeen met de verklaring van een van de medewerkers. Verder is in het laatste kwartaal van 2015 sprake van een overschrijding van de maximale capaciteit van de zonnestudio. Op een groot aantal dagen is een omzet gemaakt die met de beschikbare capaciteit niet kón worden gerealiseerd. De omzet is fictief verhoogd. Bovendien is alles wat verdachte heeft verdiend met zijn investering in de zonnestudio de vrucht van crimineel geld.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de recherche is uitgegaan van onvolledige gegevens, waardoor hun berekening niet bruikbaar is. Het aantal zonnebankbehandelingen per dag is structureel te laag vastgesteld. Verder gaat de recherche uit van een verkeerde veronderstelling dat per dag steeds slechts 1 medewerker de zonnestudio draaide. Door de verdediging is een theorie naar voren gebracht die verband houdt met het stroomverbruik. Daarnaast is een verweer gevoerd met betrekking tot de duur van een zonnebankbehandeling. Dat er in het vierde kwartaal van 2015 een hogere omzet is geweest wordt verklaard doordat er in de herfst- en wintermaanden meer kunstmatig gezond wordt. Een vermoeden van witwassen is dus niet te ontlenen aan de (hoogte van de) omzet van het vierde kwartaal.

Vermoeden van witwassen

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of er fictieve behandelingen in de administratie van [naam 29] zijn opgenomen.

Op 2 januari 2015 is verdachte eigenaar geworden van [naam 29] in Bergen op Zoom137. Op 31 december 2015 is de onderneming verkocht en opgeheven.

Onderzoek is gedaan naar de bankafschriften van [naam 29] in het jaar 2015. De contante stortingen op de bankrekening bedroegen € 186.090,= en de pintransacties bedroegen € 64.537,55 (totaal € 250.627,55). Uit deze bijschrijvingen op de bankrekeningen werden alle zakelijke lasten betaald waaronder huur bedrijfspand, lease zonnebanken, energielasten en de loonbetalingen aan het personeel. De loonuitbetalingen die plaatsvonden naar verdachte en zijn directe familieleden en vrienden bedroegen € 51.668,34.

Uit onderzoek is verder naar voren gekomen dat ongeveer 75% van de betalingen door klanten contant werd gedaan en 25% van de klanten betaalde middels een pintransactie.

De totale omzet in 2015 bedroeg € 212.200,90138 waarvan 40,62% werd gerealiseerd in het vierde kwartaal.

Verder is onderzoek gedaan naar de kilowatturen per zonnebankbehandeling. Daaruit bleek dat indien mensen uit de naaste kring van verdachte werkzaam waren in de zonnebankstudio, te weten [naam 50] en [naam 51] en [naam 52] , de kilowatturen per zonnebankbehandeling halveerden ten opzichte van de kilowatturen bij zonnebankbehandelingen van de andere medewerksters van de onderneming.

In de inbeslaggenomen administratie is een aantal stortingsbewijzen aangetroffen. In totaal zijn er 16 biljetten van € 200,= en 23 biljetten van € 500,= gestort ten name van [naam 29]139.

Door verbalisanten is de maximale bedrijfscapaciteit vastgesteld. [naam 29] beschikte over 5 zonnebanken. Van maandag tot en met vrijdag was de zonnestudio gedurende 13 uur per dag open, gedurende de zaterdag en zondag gedurende 12 uur per dag. Door [naam 29] werden behandelingen aangeboden met een tijdsduur van 20 minuten. Uit branchegegevens is gebleken dat voor aan- en uitkleden, reinigen en afkoeling van de lampen 10 minuten per behandeling wordt gehanteerd hetgeen betekent dat per zonnebank maximaal 2 behandelingen per uur konden worden gerealiseerd. Uitgaande van deze gegevens konden er op maandag tot en met vrijdag 130 behandelingen per dag plaatsvinden en op zaterdag en zondag 120 zonnebankbehandelingen per dag140.

In de periode van 28 oktober 2015 tot en met 24 december 2015 is de capaciteit gedurende 12 dagen overschreden met in totaal 218 behandelingen141.

De rechtbank is van oordeel dat

  • -

    de enorm hoge omzet gedurende het vierde kwartaal van 2015

  • -

    de omstandigheid dat verdachte in het verleden geld genereerde door middel van afpersingen

  • -

    de vele contante betalingen voor de zonnebankbehandelingen

  • -

    de aangetroffen stortingsbiljetten van € 500,= voor een zonnebankbehandeling

  • -

    de overschrijding van de capaciteit en

  • -

    de omstandigheid dat er meer behandelingen plaatsvonden wanneer familie of vrienden in de zonnestudio werkzaam waren

omstandigheden zijn die van dien aard zijn dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat bedragen afkomstig uit misdrijf waren. Dit betekent dat van verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst daarvan.

Deugdelijke verklaring

Verdachte heeft verklaard dat er niets is witgewassen. Daartoe is gesteld dat het vierde kwartaal de drukste periode is voor een zonnestudio. Verder is gesteld dat er met 2 personeelsleden gewerkt werd en dat de capaciteit van de zonnestudio het wel aankon. Ook buiten openingstijden werden klanten ontvangen. Volgens de verdediging is uitgegaan van een te laag maximaal aantal behandelingen per dag.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte niet aannemelijk, nu die verklaring geen steun vindt in enig ander bewijsmiddel. De door de verdediging gemaakte berekening van de maximale capaciteit acht de rechtbank niet correct, reeds omdat daarin geen enkele tijd is ingeruimd voor aan- en uitkleden, reinigen en afkoeling van de lampen.

De berekening zoals uitgevoerd door de politie daarentegen vindt onder meer steun in de verklaring van getuige [naam 8] , voormalig eigenaar van [naam 29] . Deze heeft verklaard dat hij in het laatste jaar dat hij [naam 29] had (2014) gemiddeld 35 klanten per dag had, waarbij hij dezelfde openingstijden hanteerde142. Verder heeft hij verklaard dat per sessie een klant ongeveer een half uur kwijt is en dat er dus 2 klanten per uur behandeld konden worden. Ook de nieuwe eigenaresse van [naam 29] heeft verklaard dat zij per dag tussen de 20 en 40 klanten heeft143.

Op grond van het vorenstaande wordt vastgesteld dat gedurende een aantal dagen de maximale capaciteit van de zonnestudio is overschreden, waarvoor verdachte geen deugdelijke verklaring heeft kunnen geven. De rechtbank kan dan ook niet anders dan vaststellen dat de administratie van [naam 29] niet correct is en dat daarin ook een substantieel aantal fictieve behandelingen zijn opgenomen, zodat sprake is van fictieve omzet. De door de politie gemaakte berekening van de fictieve omzet op basis van een gemiddeld verbruik van energie is niet bruikbaar, onder meer omdat er daarbij vanuit is gegaan dat per dag slechts één werknemer aanwezig was. Dat is niet aannemelijk gelet op de openingstijden (12 of 13 uur per dag) en de verklaring van getuige [naam 53] dat ze halve dagen werkte. Welk deel van de omzet fictief is kan naar het oordeel van de rechtbank niet exact worden berekend, maar de rechtbank is ervan overtuigd dat het om een substantieel bedrag gaat.

Een deugdelijke verklaring voor een legale herkomst van het geldbedrag dat hiermee gemoeid is, ontbreekt derhalve. De rechtbank is van oordeel dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat dit geldbedrag een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een geldbedrag via of door middel van [naam 29] heeft witgewassen.

4.4.3.23 [naam 54]

Een personenauto Volkswagen Golf kenteken [kenteken 30] en/of een geldbedrag van 8.000 euro

Een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 22] en/of een geldbedrag van 31.000 euro

Een auto Volkswagen Golf chassisnummer [chassisnummer 1] en/of een geldbedrag van 7.140 euro

Een personenauto Citroën kenteken [kenteken 31] en/of een geldbedrag van 7.000 euro

Een personenauto Peugeot kenteken [kenteken 32] en/of een geldbedrag van 10.500 euro

Een personenauto BMW kenteken [kenteken 33] en/of een geldbedrag van 9.600 euro

Een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 34] en/of een geldbedrag van 2.700 euro

Een personenauto BMW kenteken [kenteken 35] en/of een geldbedrag van 2.000 euro

Een personenauto Renault kenteken [kenteken 36] en/of een geldbedrag van 2.400 euro

Een personenauto BMW kenteken [kenteken 37] en/of een geldbedrag van 3.000 euro

Een personenauto Bentley kenteken [kenteken 38] en/of een geldbedrag van 3.000 euro

Een personenauto Opel Vectra kenteken [kenteken 39] en/of een geldbedrag van 1.400 euro

Een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 40] en/of een geldbedrag van 31.500 euro

Een personenauto Opel Astra kenteken [kenteken 41] en/of een geldbedrag van 1.500 euro

Een personenauto Mini Cooper kenteken [kenteken 42] en/of een geldbedrag van 500 euro

Een personenauto Opel Astra kenteken [kenteken 43] en/of een geldbedrag van 4.000 euro

Standpunten

Door de verdediging is aangevoerd dat [naam 54] een autoverhuurbedrijf was dat zich richtte op klanten die niet in het reguliere circuit konden huren. Tussen [naam 54] en [naam 14] hebben meer dan 60 overeenkomsten bestaan betreffende de verhuur, verkoop en inkoop van auto’s. De verklaring van de voormalige eigenaar/bedrijfsleider van [naam 54] , dat hij nooit zaken heeft gedaan met [naam 14] is volstrekt ongeloofwaardig. Dit blijkt onder meer uit de RDW-gegevens en uit de verklaring van tussenpersoon [naam 30] . Door de recherche is verzuimd nader verificatieonderzoek te verrichten.

Vermoeden van witwassen

In de bedrijfsadministratie van verdachte is een aantal facturen aangetroffen die zien op de inkoop van, verkoop aan en verhuur van personenauto’s aan [naam 54]

Volgens de bedrijfsadministratie zijn door [naam 14] aan [naam 54] verkocht:

- een Volkswaren Golf Plus TDI, kenteken [kenteken 30] voor een bedrag van € 8.000,=, nota d.d. 4 november 2010 voldaan144.

Gekocht van [naam 54] door [naam 14] zijn:

- een Mercedes S320, kenteken [kenteken 22] voor een bedrag van € 31.000,=, nota d.d. 3 januari 2011145;

- een Volkswagen Golf, chassisnummer [chassisnummer 1] voor een bedrag van € 7.140,=, nota d.d. 28 februari 2011, voldaan per kas op dezelfde datum146;

- een Citroën C3, kenteken [kenteken 31] , voor een bedrag van € 7.000,=, nota d.d. 2 mei 2011, voldaan per kas147.

Voertuigen door [naam 14] verhuurd aan [naam 54]

- een Peugeot 308 CC, kenteken [kenteken 32] voor een periode van 6 maanden voor een bedrag van € 1.500,=, gedateerd 14 januari 2011148. De huur van dit voertuig is telkens per kas betaald, totaal € 10.500,=149;

- een BMW, kenteken [kenteken 33] , voor een periode van 6 maanden voor een bedrag van € 1.600,=, gedateerd 30 november 2000150. De huur van dit voertuig is telkens per kas betaald, totaal € 9.600,=151;

- een Mercedes, kenteken [kenteken 34] , voor een periode van 6 maanden voor een bedrag van € 1.350,=, gedateerd 5 februari 2011152. Twee maal is de huur voor dit voertuig per kas betaald, totaal € 2.700,=153;

- een BMW, kenteken [kenteken 35] , voor een periode van 6 maanden voor een bedrag van € 1.000,=, gedateerd 10 februari 2011154. Twee maal is de huur voor dit voertuig per kas betaald, totaal € 2.000,=155;

- een Renault, kenteken [kenteken 36] , voor een periode van 6 maanden voor een bedrag van € 800,=, gedateerd 11 januari 2011156. Drie maal is de huur voor dit voertuig per kas betaald, totaal € 2.400,=157;

- een BMV, kenteken [kenteken 37] , voor een periode van 6 maanden voor een bedrag van € 800,=, gedateerd 3 februari 2011158. Drie maal is de huur voor dit voertuig per kas betaald, totaal €3.000,=159;

- een Bentley, kenteken [kenteken 38] , voor een periode van 6 maanden voor een bedrag van € 3.000,=, gedateerd 6 januari 2011160. In de administratie is een factuur betreffende een betaling per kas aangetroffen voor laatstgenoemd bedrag161;

- een Opel Vectra, kenteken [kenteken 39] , voor een periode van 6 maanden voor een bedrag van € 700,=, gedateerd 14 februari 2011162. Twee huurbetalingen voor een totaalbedrag van € 1.400,= zijn contant voldaan163;

- een Mercedes, kenteken [kenteken 40] , voor een periode van 6 maanden voor een bedrag van € 3.500,=, gedateerd 27 januari 2011164. In de administratie zijn 9 facturen aangetroffen betreffende betalingen per kas voor een totaalbedrag van € 31.500,=165;

- een Opel Astra, kenteken [kenteken 41] , voor een periode van 6 maanden voor een bedrag van € 500,=, gedateerd 10 februari 2011166. Drie maal is de huur per kas voldaan, een totaalbedrag van 1.500,=167;

- een Mini Cooper, kenteken [kenteken 44] , voor een periode van 6 maanden voor een bedrag van € 500,=, gedateerd 15 april 2011168. Op 15 april 2011 is een huurbedrag van € 500,= per kas betaald169;

- een Opel Astra, kenteken [kenteken 43] , voor een periode van 6 maanden voor een bedrag van € 750,=, gedateerd 5 november 2010170. De huur is telkens per kas voldaan, totaal € 4.000,=171.

[naam 54] heeft op naam van [naam 56] gestaan. Deze heeft verklaard dat hij het bedrijf op zijn naam heeft laten zetten op verzoek van een kennis van hem, genaamd [naam 57] , die hem vertelde dat hij bedreigd en afgeperst werd. De naam [naam 14] zegt hem helemaal niets172. Getuige [naam 57] is een aantal facturen getoond betreffende de huur van auto’s door [naam 54] van [naam 14] een factuur betreffende de inkoop door [naam 54] en 3 facturen betreffende de verkoop van auto’s. Hij verklaarde dat geen van de hem getoonde facturen juist waren173. Verder heeft hij verklaard dat hij het bedrijf [naam 14] niet kent en dat daar ook nooit auto’s zijn gehuurd. Voor veel van haar klanten was [naam 54] de laatste halte, omdat het voor hen niet mogelijk was om binnen het reguliere circuit auto’s te huren omdat zij niet aan bepaalde eisen konden voldoen.

De rechtbank is van oordeel dat de hoge huren voor de voertuigen, die steeds contant werden betaald, de bedreiging en afpersing waarover [naam 56] heeft verklaard en de omstandigheid dat klanten niet in het reguliere circuit terecht konden, omstandigheden zijn die van dien aard zijn dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat de voertuigen of bedragen afkomstig uit misdrijf waren. Dit betekent dat van verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst daarvan.

Deugdelijke verklaring

Verdachte heeft verklaard dat zijn administratie klopt als een bus en dat [naam 57] via zijn vriend [naam 30] bij [naam 14] auto’s wilde huren. Tussenpersoon was [naam 30] . [naam 54] verzorgde zelf steeds de verzekering, waarna de voertuigen ook in het RDW-register werden overgeschreven op naam van [naam 54] . Het contact met [naam 54] werd opgezegd omdat verdachte de voertuigen telkens als schroot terugkreeg.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van verdachte niet geloofwaardig is, met name gelet op de verklaringen van [naam 56] en [naam 57] . [naam 57] heeft nog verklaard dat binnen [naam 54] ook een vrouw, genaamd [naam 52] werkzaam was, een vriendin van verdachte. Zij had een vriend, genaamd “ [naam 30] ” (de rechtbank begrijpt: [naam 30] ) die diverse auto’s huurde bij [naam 54] om deze vervolgens weer door te verhuren. Bij de rechter-commissaris heeft [naam 30] verklaard dat hij wel eens auto’s bij [naam 14] kocht of huurde en die vervolgens doorverhuurde. Hij deed dat privé, niet als ondernemer. De rechtbank acht het ongeloofwaardig dat [naam 30] dit zelf financierde, gelet op de omstandigheid dat [naam 30] kort ervoor zijn huis gedwongen heeft moeten verkopen. De verklaring van verdachte vindt dan ook geen steun in de verklaring van [naam 30] .

De rechtbank is van oordeel dat de constructie zoals geschetst door verdachte zo onnavolgbaar is dat dit een aanwijzing vormt dat sprake is van witwassen. Een deugdelijke verklaring voor een legale herkomst van de in de bedrijfsadministratie opgenomen voertuigen of geldbedragen ontbreekt derhalve. De rechtbank is van oordeel dat daarom met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat die voertuigen of bedragen waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst hebben en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan witwassen van deze voertuigen of geldbedragen.

Eindconclusie

Gelet op het vorenstaande wordt vastgesteld dat verdachte in de periode van 1 januari 2007 tot en met 5 juli 2016 zich op grote schaal heeft schuldig gemaakt aan witwassen. Doordat verdachte dit feit gedurende een lange periode en door middel van vele transacties heeft begaan, acht de rechtbank bewezen dat sprake is van gewoontewitwassen. De verdediging heeft hieromtrent nog aangevoerd dat het tenlastegelegde aantal van 49 voertuigen “natuurlijk een schijntje” is. De rechtbank kan die kwalificatie niet volgen wanneer gedurende een dergelijke lange periode zoveel witwashandelingen zijn gepleegd.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 5 juli 2016 te

Bergen op Zoom en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt, althans zich

schuldig heeft/hebben gemaakt aan (schuld)witwassen

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s), toen en daar

(telkens) (krachtens die gewoonte) meermalen

(telkens) (van) een of meer voorwerp(en) en/of een of meer geldbedrag(en), te

weten (van) (onder meer)

- een geldbedrag van 140.000 euro (lening van [naam 30] ) en/of

- een geldbedrag van 150.000 euro (lening van [naam 31]

) en/of

- een geldbedrag van 125.000 euro (lening van [naam 34]

.) en/of

- een geldbedrag van 200.000 euro (lening van [naam 1] ) en

- een geldbedrag van 200.000 euro (lening van [naam 28] en dochters) en/of

- een geldbedrag van in totaal 107.500 (leningen [naam 36] ) en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 1] en/of een geldbedrag van

11.500 euro en/of

- een personenauto BMW kenteken [kenteken 3] en/of een geldbedrag van

23.000 euro en/of

- een personenauto Opel kenteken [kenteken 4] en/of een geldbedrag van

4.000 euro en/of

- een personenauto Porsche kenteken [kenteken 5] en/of een geldbedrag van

13.000 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 15] en/of een geldbedrag van

22.500 euro en/of

- een personenauto Chrysler kenteken [kenteken 16] en/of een geldbedrag van

16.500 euro en/of

- een personenauto Porsche kenteken [kenteken 17] en/of een geldbedrag van

27.250 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 18] en/of een geldbedrag van

41.000 euro en/of

- een bestelauto Opel Combo kenteken [kenteken 19] en/of een geldbedrag van

1750 euro en/of

- een bedrijfsauto Mitsubishi kenteken [kenteken 20] en/of een geldbedrag van

19.000 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 21] en/of een geldbedrag van

49.000 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 22] en/of een geldbedrag van

39.000 euro en/of

- een personenauto Bentley kenteken [kenteken 23] en/of een geldbedrag van

50.000 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 24] en/of een geldbedrag van

50.000 euro en/of

- een personenauto Porsche Panamera kenteken [kenteken 25] en/of een geldbedrag

van 82.500 euro en/of

- een personenauto Volkswagen Golf kenteken [kenteken 6] en/of een geldbedrag van

6.000 euro en/of

- een personenauto Volkswagen Golf kenteken [kenteken 7] en/of een geldbedrag van

22.500 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 8] en/of een geldbedrag van

2.250 euro en/of

- een personenauto Lancia kenteken [kenteken 9] en/of een geldbedrag van

2.250 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 10] en/of een geldbedrag van

7.500 euro en/of

- een personenauto BMW kenteken [kenteken 11] en/of een geldbedrag van

5.000 euro en/of

- een personenauto Ssangyong kenteken [kenteken 12] en/of een geldbedrag van

9.500 euro en/of

- een personenauto Audi A8 kenteken [kenteken 14] en/of een geldbedrag van

15.000 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 26] en/of een geldbedrag van

4.500 euro en/of

- een personenauto Volkswagen kenteken [kenteken 27] en/of een geldbedrag van

3.200 euro en/of

- een personenauto Peugeot kenteken [kenteken 28] en/of een geldbedrag van

5.600 euro en/of

- een personenauto Audi A6 kenteken [kenteken 29] en/of een geldbedrag van

800 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 22] en/of een geldbedrag van

2.000 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 13] en/of een geldbedrag van

8.000 euro en/of

- een personenauto Rexton kenteken [kenteken 12] en/of een geldbedrag van

5.000 euro en/of

- een personenauto Audi A8 kenteken [kenteken 14] en/of een geldbedrag van

6.000 euro en/of

- een personenauto BMWkenteken [kenteken 11] en/of een geldbedrag van

2.250 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 24] en/of een geldbedrag van

14.944 euro en/of

- een geldbedrag van 45.000 euro afgedragen door [naam 2] en/of [naam 7]

en/of

- een geldbedrag van 43.034,40 euro via/d.m.v. [naam 29] en/of

- een personenauto Volkswagen Golf kenteken [kenteken 30] en/of een geldbedrag van

8.000 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 22] en/of een geldbedrag van

31.000 euro en/of

- een auto Volkswagen Golf chassisnummer [chassisnummer 1] en/of een geldbedrag

van 7.140 euro en/of

- een personenauto Citroen kenteken [kenteken 31] en/of een geldbedrag van

7.000 euro en/of

- een personenauto Peugeot kenteken [kenteken 32] en/of een geldbedrag van

10.500 euro en/of

- een personenauto BMW kenteken [kenteken 33] en/of een geldbedrag van

9.600 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 34] en/of een geldbedrag van

2.700 euro en/of

- een personenauto BMW kenteken [kenteken 35] en/of een geldbedrag van

2.000 euro en/of

- een personenauto Renault kenteken [kenteken 36] en/of een geldbedrag van

2.400 euro en/of

- een personenauto BMW kenteken [kenteken 37] en/of een geldbedrag van

3.000 euro en/of

- een personenauto Bentley kenteken [kenteken 38] en/of een geldbedrag van

3.000 euro en/of

- een personenauto Opel Vectra kenteken [kenteken 39] en/of een geldbedrag van

1.400 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 40] en/of een geldbedrag van

31.500 euro en/of

- een personenauto Opel Astra kenteken [kenteken 41] en/of een geldbedrag van

1.500 euro en/of

- een personenauto Mini Cooper kenteken [kenteken 44] en/of een geldbedrag van

500 euro en/of

- een personenauto Opel Astra kenteken [kenteken 43] en/of een geldbedrag van

4.000 euro

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding

en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld

wie de rechthebbende op voornoemde voorwerpen en/of geldbedrag(en) was en/of

voorhanden had en/of

en/of

verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van

dat/die (genoemde) voorwerp(en) en geldbedrag(en) gebruik gemaakt, terwijl hij

en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden

dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren

uit enig misdrijf

4.

hij in of omstreeks de periode van 30 oktober 2009 tot en met 5 december 2011

te Bergen op Zoom en/of Hoogerheide, gemeente Woensdrecht en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, een of meer nota('s) (blijkens de opdruk afkomstig van [naam 14]

- zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs

van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers

heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd met

de waarheid op die nota('s) vermeld/weergegeven

dat [naam 14] een of meer auto's, te weten:

- een Opel Combo kenteken [kenteken 19] en/of

- een Mitsubishi kenteken [kenteken 20] en/of

- een Mercedes kenteken [kenteken 21] en/of

- een Mercedes kenteken [kenteken 22] en/of

- een Bentley kenteken [kenteken 23] en/of

- een Mercedes kenteken [kenteken 24] en/of

- een Porsche Panamera kenteken [kenteken 25]

heeft/hebben verkocht en/of geleverd aan [naam 44] en/of

[naam 43] en/of [naam 44] en/of [naam 43]

en/of

dat [naam 44] en/of [naam 43] en/of [naam 44]

e/v/ Suikerbuik en/of [naam 43] en/of [naam 43]

een/of meer contante betalingen / betalingen per kas heeft gedaan

aan [naam 14] en/of aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s) ten

behoeve van de aankoop van een of meer auto's, te weten:

- een Opel Combo kenteken [kenteken 19]

- een Mitsubishi kenteken [kenteken 20] en/of

- een Mercedes kenteken [kenteken 21] en/of

- een Mercedes kenteken [kenteken 22] en/of

- een Bentley kenteken [kenteken 23] en/of

- een Mercedes kenteken [kenteken 24] en/of

- een Porsche Panamera kenteken [kenteken 25]

zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te

gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2013

tot en met 20 maart 2015, althans 1 augustus 2013 tot en met 20 maart 2015 te

Bergen op Zoom en/of elders in Nederland en/of te Poppel en/of Ravels en/of

elders in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam 2] heeft

gedwongen tot de afgifte van

- 62.000 euro, althans 47.000 euro, in elk geval enig geldbedrag (in verband

met de mislukte aankoop van een auto (Mercedes) in Denemarken/Duitsland)

en/of

- een of meer maandelijkse betalingen van (telkens) 3000 euro (als zijnde

salaris/loon voor verdachte) en/of 10.000 euro (i.v.m. een aandelen-

overdracht/verkoop in [naam 7] ) en/of

- een personenauto Mercedes met kenteken [kenteken 1] (eigendom van de vader

van die [naam 2] ) en/of (een deel van) de verkoopopbrengst van die auto en/of

- een geldbedrag in relatie tot de verkoop en/of overname van een oldtimer

Cadillac (DeVille 1956) en/of

- een of meer (andere) (grote) geldbedrag(en)

in elk geval van een of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan

[naam 2] of , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [naam 2] in zijn verdachte's woning (in de badkamer) heeft/hebben

gedwongen om (gedurende langere tijd, te weten 1 tot 1,5 uur) op zijn knieën

te zitten en/of (vervolgens) die [naam 2] (daarbij) (meermalen)

heeft/hebben geslagen/gestompt (met als gevolg o.a. een scheve/gebroken

neus) en/of (vervolgens) de neus van die [naam 2] heeft/hebben recht

gezet/getrokken en/of

- die [naam 2] met een stok heeft/hebben geslagen en/of

- die [naam 2] bij zijn keel heeft/hebben vast gepakt en/of

- die [naam 2] meermalen heeft/hebben geschopt/getrapt en/of

gestompt/geslagen (in de woning en/of in een hok/schuur bij de woning

van hem, verdachte) en/of

- een tang op en/of nabij het oor van die [naam 2] heeft/hebben gezet en/of

die [naam 2] gedreigd heeft/hebben om zijn oor af te knippen en/of

- die [naam 2] meermalen (op dreigende wijze) bij diens woning heeft/hebben

opgezocht en/of

- rond middernacht op de rolluiken van de woning van die [naam 2]

heeft/hebben gebonkt en/of

- al handenwrijvend en/of schreeuwend/tierend en/of scheldend bij de woning

van die [naam 2] heeft/hebben gestaan en hem heeft/hebben gesommeerd om de

deur te openen en/of die [naam 2] (daarbij) (vervolgens) opzettelijk

dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd - zakelijk weergegeven - dat

hij verdachte de deur zou intrappen (als die [naam 2] niet open zou doen)

en/of dat hij die [naam 2] kapot zou maken, althans woorden van gelijke

dreigende aard of strekking en/of

- die [naam 2] met een krikpijp/stang, althans een hard voorwerp tegen diens

lichaam heeft/hebben geslagen en/of

- die [naam 2] meermalen, althans eenmaal gedurende enige tijd in de/een

schuur/hok bij zijn, verdachte's, woning heeft/hebben opgesloten,

althans gedwongen heeft/hebben om in een schuur/hok bij zijn verdachte's

woning te verblijven en/of

- die [naam 2] opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd

- zakelijk weergegeven - dat hij verdachte diens gezin/familie kapot

zou maken en/of dat die [naam 2] en zijn gezin/familie geen leven meer

zouden hebben en/of dat als die [naam 2] een (belastende) verklaring zou

afleggen (jegens hem, verdachte) die [naam 2] en zijn gezin geen recht van

bestaan meer zouden hebben en/of dat als die [naam 2] niet zou betalen hij,

verdachte, de vrouw van die [naam 2] door haar knieën zou schieten en/of

haar kaal zou laten scheren en/of een man of vier, vijf van de club (zijnde

de [naam 58] ") zou binnenzetten en/of (vervolgens) de vrouw van die

[naam 2] zo lang zou misbruiken/verkrachten tot er niets meer van over zou

zijn en/of dat als hij, verdachte door [naam 2] vast zou komen zitten "ze"

(de [naam 58] ) die [naam 2] iedere maand een pak slaag zouden geven

en/of iedere maand 10.000 euro bij die [naam 2] zouden komen ophalen,

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

EN/OF

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2013

tot en met 20 maart 2015, althans 1 augustus 2013 tot en met 20 maart 2015 te

Bergen op Zoom en/of elders in Nederland en/of in België tesamen en in

vereniging met (een) ander(en) althans alleen,

opzettelijk mishandelend [naam 2]

- in zijn verdachte's woning (in de badkamer)

(meermalen) heeft geslagen/gestompt (met als gevolg o.a. een scheve/gebroken

neus) en/of (vervolgens) de neus van die [naam 2] recht

heeft gezet/getrokken en/of

- met een stok heeft geslagen en/of

- bij zijn keel heeft vast gepakt en/of

- in die periode meermalen heeft geschopt/getrapt en/of gestompt/geslagen

(onder andere in de woning en/of in een hok/schuur bij de woning van hem,

verdachte),

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

6.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september

2014 tot en met 28 februari 2015 te Bergen op Zoom en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [naam 3] heeft gedwongen

tot de afgifte van:

-een of meer geldbedrag(en) en/of

-een (speed)boot (model Wake Setter, registratienummer [registratienummer] ) en/of een

(bijbehorende) trailer en/of

-een personenauto merk Audi (kenteken [kenteken 2] ) en/of

-een (bestel)auto (Opel Vivaro) en/of

-een of meer auto-onderdelen t.b.v. een te repareren Mercedes SL

in elk geval van een of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan

[naam 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

tot het aangaan van een schuld (van 80.000 a 90.000 euro, althans enige

tienduizenden euro's) (in relatie tot de reparatie van een Mercedes SL)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

* die [naam 3] naar de woning van [medeverdachte] heeft/hebben gelokt

en/of er bij die [naam 3] op aan heeft/hebben gedrongen om naar de

woning van [medeverdachte] (naar een auto) te komen (kijken) en/of

* die [naam 3] in de woning van [medeverdachte] met een

stok/(honkbal)knuppel althans een hard voorwerp heeft/hebben

geslagen en/of (daarbij) (vervolgens) die [naam 3] opzettelijk

dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd dat hij moest betalen, althans

woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [naam 3] met die althans een (afgebroken) stok/(honkbal)knuppel

tegen/in diens lichaam heeft/hebben geprikt en/of gestoken en/of

* die [naam 3] gedwongen heeft/hebben om op zijn knieën te gaan

zitten en/of

* die [naam 3] tegen diens hoofd en/of overige lichaam heeft/hebben

geschopt/getrapt en/of

* die [naam 3] tegen diens hoofd en/of in diens gelaat heeft/hebben

geslagen/gestompt en/of een mes heeft/hebben gepakt en/of getoond aan die

[naam 3] en/of (vervolgens) de hand van die [naam 3] op een plank

heeft/hebben gelegd en/of (vervolgens) heeft/hebben gedreigd om de/een

vinger van die [naam 3] eraf te snijden en/of

* (vervolgens) die [naam 3] heeft/hebben gedwongen om op een bank te

gaan zitten en/of die [naam 3] (vervolgens) met een mes tegen diens

gezicht heeft/hebben geslagen en/of die [naam 3] (daarbij) (vervolgens)

opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd dat hij moest

betalen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [naam 3] heeft/hebben gedwongen om een briefje over te schrijven

met daarin opdrachten over een te repareren auto en/of geld dat betaald

moest worden en/of

* die [naam 3] opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben

toegevoegd - zakelijk weergegeven - dat die [naam 3] " [naam 1]

heeft/hebben geholpen te vluchten en/of dat die [naam 3] al die centen

die verdachte en/of zijn mededader(s) kwijt is aan die verliezer

[naam 1] terug gaat/moet betalen en/of dat die [naam 3] gewoon gaat

betalen of anders beschoten wordt, althans woorden van gelijke dreigende

aard of strekking en/of

* die [naam 3] foto's van diens kinderen heeft/hebben laten zien en/of

die [naam 3] (daarbij) (vervolgens) opzettelijk dreigend heeft/hebben

gevraagd/medegedeeld of hij wilde dat de oren van zijn kinderen werden

afgesneden, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [naam 3] hebben medegedeeld dat er een paar jongens van de "club"

( [naam 58] ) in het bedrijf van die [naam 3] zouden komen ter

controle en/of

* die [naam 3] opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd:

"je moet gewoon 10.500 euro betalen" en/of "ja dan moet je heel snel voor

zorgen anders krijg je wel ellende. Dat geef ik je gewoon zo door [naam 3] dat

is heel lullig dat ik het zo moet doorgeven maar het is niet anders maat"

en/of "ik heb het nog netjes proberen op te lossen maar ze waren met jou

hele andere dingen van plan" en/of "daarvoor vinden ze wel eens iemand

langs de weg snap je keeltje eraf en zo, dat is die wereld maat" en/of "ik

zal hem zelf langs sturen dan mag je het hem zelf uitleggen dan kunde het

beter met mij afregelen" en/of "nee er moet gewoon flink betaald worden.

Beetjes beetjes helpen niet" en/of "maat luister ik stuur hem zelf maar

langs. Ga je lekker met hem zelf. Goed moet je gewoon lekker tegen hem

zeggen dat ze maar twee handjes hebben" en/of "reageer op ons want je hoeft

je eigen niet weg te douwen, dat heeft helemaal geen zin" en/of "jij had

niks met diefstal te maken want anders had je nou dood geweest he. Dood he"

en/of "anders was je nou een doodskist he. Dood he" en/of "ik ga je nou wat

uitleggen. Ik sta hier niet voor een doodskist. Iedereen die van mij steelt

maak ik dood, heel simpel. En je weet helemaal niet wie ik ben" en/of "een

week lang hebben ze jou te pakken. Ik krijg nog 10.000 euro van jou, die

kleine van jou geen probleem" en/of "moet je zorgen dat er geld komt

jongen. Je hebt hokken zat, je hebt dingen zat" en/of "geef mij die

bus, ruggen waard" en/of ik laat jou met rust. Jij regelt die bus. Jij

regelt dat kenteken op die auto en ik ben er klaar mee. Heel simpel",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

7. primair

hij op of omstreeks 25 september 2014 te Bergen op Zoom, althans in of

omstreeks de periode van 24 september 2014 tot en met 26 september 2014, in

elk geval in de maand september 2014, te Bergen op Zoom, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [naam 3]

opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar

lichamelijk letsel, te weten een of meer aangezichtfractu(u)r(en) (o.a.

gebroken jukbeen(deren)) en/of een gedisloceerde fractuur zygoma links,

heeft toegebracht door deze meermalen, althans eenmaal met kracht tegen diens

hoofd en/of in diens gelaat te schoppen/trappen en/of in zijn gelaat te

stompen/slaan;

8.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2014 tot en met 28 februari

2015 te Bergen op Zoom, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, [naam 3] heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers

heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

* die [naam 3] opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd dat hij moest

betalen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* een mes gepakt en/of getoond aan die [naam 3] en/of (vervolgens)

de hand van die [naam 3] op een plank gelegd en/of (vervolgens)

gedreigd om de/een vinger van die [naam 3] eraf te snijden en/of

* die [naam 3] opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd - zakelijk

weergegeven - dat die [naam 3] [naam 1] heeft/hebben geholpen

te vluchten en/of dat die [naam 3] al die centen die verdachte en/of

zijn mededader(s) kwijt is aan die verliezer [naam 1] terug gaat/moet

betalen en/of dat die [naam 3] gewoon gaat betalen of anders beschoten

wordt althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [naam 3] foto's van diens kinderen laten zien en/of

die [naam 3] (daarbij) (vervolgens) opzettelijk dreigend

gevraagd/medegedeeld of hij wilde dat de oren van zijn kinderen werden

afgesneden althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [naam 3] medegedeeld dat er een paar jongens van de club ( [naam 58]

in het bedrijf van die [naam 3] zouden komen ter controle

en/of

* die [naam 3] opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd:

"je moet gewoon 10.500 euro betalen" en/of "ja dan moet je heel snel voor

zorgen anders krijg je wel ellende. Dat geef ik je gewoon zo door [naam 3] dat

is heel lullig dat ik het zo moet doorgeven maar het is niet anders maat"

en/of "ik heb het nog netjes proberen op te lossen maar ze waren met jou

hele andere dingen van plan" en/of "daarvoor vinden ze wel eens iemand

langs de weg snap je keeltje eraf en zo, dat is die wereld maat" en/of "ik

zal hem zelf langs sturen dan mag je het hem zelf uitleggen dan kunde het

beter met mij afregelen" en/of "nee er moet gewoon flink betaald worden.

Beetjes beetjes helpen niet" en/of "maat luister ik stuur hem zelf maar

langs. Ga je lekker met hem zelf. Goed moet je gewoon lekker tegen hem

zeggen dat ze maar twee handjes hebben" en/of "reageer op ons want je hoeft

je eigen niet weg te douwen, dat heeft helemaal geen zin" en/of "jij had

niks met diefstal te maken want anders had je nou dood geweest he. Dood he"

en/of "anders was je nou een doodskist he. Dood he" en/of "ik ga je nou wat

uitleggen. Ik sta hier niet voor een doodskist. Iedereen die van mij steelt

maak ik dood, heel simpel. En je weet helemaal niet wie ik ben" en/of "een

week lang hebben ze jou te pakken. Ik krijg nog 10.000 euro van jou, die

kleine van jou geen probleem" en/of "moet je zorgen dat er geld komt

jongen. Je hebt hokken zat, je hebt dingen zat" en/of "geef mij die

bus.....ruggen waard" en/of "ik laat jou met rust. Jij regelt die bus. Jij

regelt dat kenteken op die auto en ik ben er klaar mee. Heel simpel",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie vorderen aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 10 jaar, met aftrek van het voorarrest. Daarbij zijn zij uitgegaan van een bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten. Daarnaast hebben zij verzocht om opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.

6.2

Het standpunt van de verdediging

Mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring en strafoplegging komen, is verzocht rekening te houden met de volgende omstandigheden.

Gedurende langere periode heeft verdachte in een zeer zwaar regime in voorlopige hechtenis doorgebracht, ook nog nadat de rechtbank had bevolen verdachte in een lichter regime te plaatsen. Het openbaar ministerie heeft er alles aan gedaan om verdachte neer te zetten als een monster. De aanhouding van verdachte heeft op zeer grove wijze plaatsgevonden waardoor het zoontje van verdachte ernstig getraumatiseerd is geraakt. Huiszoekingen zijn gedaan bij familieleden van verdachte naar aanleiding van onjuist gebleken verklaringen van getuigen. Constant is in de media, mede naar aanleiding van uitlatingen van de zijde van het openbaar ministerie, breed uitgemeten wat voor een slecht persoon verdachte zou zijn.

Personen die zich hebben voorgedaan als slachtoffer van verdachte, staan zelf bij de politie bekend als personen met een criminele achtergrond. De officieren van justitie hebben getracht een beeld te schetsen van iemand die geld verdient door mensen af te persen. Uit het dossier blijkt daar niets van, daaruit blijkt slechts dat verdachte conflicten heeft over geld met mensen die zelf geweld op geen enkele wijze schuwen.

Sinds verdachte weer thuis is, gaat het een stuk beter met zijn gezin. Zo presteert zijn zoontje ook veel beter op school. Daarbij heeft hij zijn vader duidelijk nodig.

Verzocht is ten slotte om, mocht de rechtbank tot een straf komen die langer is dan het voorarrest, de schorsing van de voorlopige hechtenis door te laten lopen voor onbepaalde tijd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna 10 jaar schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Daarbij is sprake geweest van een enorm hoog bedrag, ruim 1,3 miljoen euro. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift, aan afpersing van [naam 2] en [naam 3] , aan (zware) mishandeling en aan bedreiging.

Het witwassen van geld heeft een ontwrichtende werking op de integriteit van het financieel en economisch verkeer en op de openbare orde. Daarnaast is witwassen een ondermijnend feit dat de maatschappij veel schade toebrengt. Met zijn handelen heeft verdachte gedurende veel jaren meegewerkt aan het aan het zicht van justitie onttrekken van opbrengsten uit misdrijven. Ook wordt door witwassen het plegen van strafbare feiten gefaciliteerd en wordt het plegen van strafbare feiten lonend

Niet alleen aan het gewoontewitwassen tilt de rechtbank zwaar, maar ook aan de door verdachte gepleegde afpersingen, mishandelingen en bedreiging.

Gedurende een periode van ongeveer anderhalf jaar heeft verdachte zijn slachtoffer [naam 2] een grote hoeveelheid geld en een personenauto afhandig gemaakt. Daarbij heeft hij grof geweld gebruikt. [naam 2] werd met een stok geslagen, geschopt en geslagen en opgesloten in een hok. Ook werd gezegd dat zijn vrouw door een aantal mannen van de motorclub zodanig misbruikt en verkracht zou worden dat er niets meer van over zou zijn indien [naam 2] niet zou betalen.

In een periode van ongeveer een half jaar hebben verdachte en zijn mededader door fors geweld en bedreiging ook een ander slachtoffer, [naam 3] , gedwongen tot afgifte van geld, een boot met trailer en 2 voertuigen. Daarbij werd onder meer gedreigd de oren van de kinderen van die [naam 3] af te snijden. [naam 3] heeft zwaar lichamelijk letsel opgelopen waar hij nu, 4 jaar later, nog steeds hinder van ondervindt.

Uit het dossier komt een sfeer naar voren die gekenmerkt wordt door angst. Een flink aantal getuigen heeft niet durven verklaren. In het kader van het onderzoek Zalm heeft de rechtbank al overwogen dat de angst waaronder [naam 2] heeft geleefd, afdruipt van de door hem afgelegde verklaringen. Ditzelfde geldt voor [naam 3] . Diverse malen zijn zij door verdachte geïntimideerd en bedreigd, waarna zij over zijn gegaan tot het afgeven van grote geldbedragen, dure auto’s, een boot en een trailer.

Dat verdachte verbaal zeer explosief kan reageren, is de rechtbank ook gebleken uit ter zitting afgespeelde geluidsfragmenten waarop verdachte is te horen. De rechtbank hoorde een tsunami van woorden met grof taalgebruik waarbij geschreeuwd en gescholden werd en waar de wederpartij zeker niet tussen kon komen. Dit was de manier waarop verdachte zijn pogingen om geld te incasseren, kracht bijzette. Verdachte heeft ter zitting zelf ook erkend dat hij vreselijk boos kan worden, daarbij grof in zijn woorden is en hevig kan schelden. Voor zakenpartners moet dit erg angstig zijn. Dat getuigen en slachtoffers in dit dossier zelf ook in aanraking zijn geweest met justitie maakt dat niet anders.

Dat het niet alleen bij woorden is gebleven blijkt ook wel uit de bewezenverklaring van de mishandelingen. Verdachte schroomde niet om grof geweld te gebruiken.

Welke straf is passend?

Dat sprake is van zeer ernstige feiten blijkt ook uit de strafmaxima die de wetgever heeft gesteld. Op gewoontewitwassen staat een maximum straf van 8 jaar, valsheid in geschrift: 6 jaar, afpersing: 9 jaar, zware mishandeling: 8 jaar.

Voor fraudedelicten, waaronder ook gewoontewitwassen valt, met een benadelingsbedrag van meer dan € 1.000.000,= wordt op grond van de zogenoemde oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden gehanteerd als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

In het nadeel van verdachte weegt de rechtbank mee de lange periode van witwassen en de wijze waarop verdachte die witwashandelingen heeft gepleegd. Daarbij werden derden onder druk gezet zodat verdachte de mogelijkheid tot witwassen had. Ook zijn daarbij valse facturen opgemaakt en gebruikt.

Alleen al voor het gewoontewitwassen op deze schaal en gedurende een zeer lange periode en de valsheid in geschrift is een gevangenisstraf van 3 jaar passend.

Met betrekking tot de gepleegde afpersingen, mishandelingen en bedreiging is de rechtbank van oordeel dat voor die feiten een gevangenisstraf van 4 jaar passend is. Daarbij heeft de rechtbank rekening gehouden met straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Dit zou aanleiding geven om uit te gaan van een totale gevangenisstraf van 7 jaar, maar de rechtbank ziet wel aanleiding om die straf enigszins te matigen.

Verdachte is zelf slachtoffer geweest van een schietpartij waarbij hij in de hals is geraakt.

Daarnaast heeft hij gedurende een zeer lange periode in een zwaar detentieregime in voorlopige hechtenis moeten verblijven. Verdachte was in dat regime geplaatst vanwege vermeende beïnvloeding van getuigen en een poging om een voormalig zaaksofficier van justitie iets aan te doen. Uit onderzoek naar dat laatste is niets naar voren gekomen. De rechtbank is van oordeel dat eerder een einde gemaakt had kunnen en moeten worden aan het zware detentieregime.

Geen rekening houdt de rechtbank met alle aandacht die de media aan deze zaak heeft besteed. Verdachte heeft immers ook zelf bewust de media opgezocht.

Concluderend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar - met aftrek van het voorarrest - past bij de ernst van de feiten en de omstandigheden zoals hiervoor aangehaald.

De rechtbank ziet hierin ook aanleiding om de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [naam 3] vordert een schadevergoeding van € 273.579,83 voor de feiten 6 tot en met 8, waarvan € 10.000,= voor immateriële schade. De rechtbank zal deze vordering per schadepost bespreken.

Audi € 39.500,=

Hoewel in de vordering wordt gesproken over een Audi RS6, blijkt uit de toelichting dat het gaat om de Audi A6 die [naam 3] heeft afgestaan. Anders dan de verdediging heeft bepleit, is de door [naam 3] betaalde aanschafprijs niet relevant voor bepaling van het schadebedrag. Het gaat immers om de waarde van de auto ten tijde van het afstaan. Dat [naam 3] in het kader van zijn echtscheiding heeft gesteld dat hij de Audi heeft verkocht voor € 20.000,= acht de rechtbank evenmin van belang, aangezien die stelling onjuist is, gelet op de bewezenverklaring van de afpersing van deze auto. De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat de auto destijds in ieder geval een waarde had van € 35.000,=, gelet op dit door [medeverdachte] in het gesprek met [naam 3] genoemde bedrag. Tot dat bedrag is vordering voldoende aannemelijk gemaakt.

Speedboot en trailer € 73.000,=

Ten tijde van de afpersing stonden de speedboot en de trailer op naam van de moeder van [naam 3] . Gelet hierop is onvoldoende duidelijk in hoeverre [naam 3] door de afpersing van deze goederen schade heeft geleden. Dit vergt nader onderzoek, wat een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. De vordering zal daarom op dit onderdeel niet-ontvankelijk worden verklaard.

Opel Vivaro € 4.132,23

Uit het dossier blijkt dat de Opel Vivaro op naam stond van [naam 59] . Gelet hierop is onvoldoende duidelijk in hoeverre [naam 3] door de gedwongen afgifte van deze auto schade heeft geleden. Dit vergt nader onderzoek, wat een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. De vordering zal daarom op dit onderdeel niet-ontvankelijk worden verklaard.

Geldbedrag € 9.500,=

Dit afgeperste geldbedrag komt geheel voor toewijzing in aanmerking.

Opknappen Mercedes € 63.576,55

De rechtbank ziet in wat de verdediging heeft aangevoerd geen aanleiding om eraan te twijfelen dat [naam 3] de geclaimde materiaalkosten ten behoeve van de Mercedes heeft gemaakt. Ook het aantal van 622 arbeidsuren is voldoende aannemelijk. Dit geldt echter niet voor de kosten per arbeidsuur. De rechtbank schat die kosten op € 30,- per uur. Toegewezen wordt € 32.476,55 aan materiaalkosten plus 622 x € 30,= = € 18.660,= aan arbeidsuren, in totaal € 51.136,55.

Ziektekosten € 198,16

Verblijf ziekenhuis € 28,=

Reiskosten € 240,70

Verlofuren € 149,82

Deze vier schadeposten komen geheel voor toewijzing in aanmerking.

Boete CJIB € 30,=

Dit betreft een verkeersboete voor een feit dat is gepleegd met de Audi nadat [naam 3] deze heeft afgestaan. Verdachte is dan ook aansprakelijk voor deze schade, zodat deze schadepost wordt toegewezen.

Incassokosten € 424,30

Uit de vordering en de toelichting daarop blijkt onvoldoende of deze schadepost een rechtstreeks gevolg is van de bewezen verklaarde feiten, zodat deze niet voor toewijzing in aanmerking komt.

Gederfde winst € 72.800,07

De rechtbank acht het op zich aannemelijk dat de mishandeling van [naam 3] , waardoor hij enige tijd niet heeft kunnen werken, en de tijd die is gestoken in het opknappen van de Mercedes nadelige financiële gevolgen hebben gehad voor zijn bedrijf. De onderbouwing van (de omvang van) deze schadepost is echter dermate summier dat de rechtbank de schade niet kan vaststellen of schatten zonder nader onderzoek. Dat zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De vordering zal daarom op dit onderdeel niet-ontvankelijk worden verklaard.

Immateriële schade € 10.000,=

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [naam 3] aannemelijk gemaakt dat hij door het toegebrachte letsel, waaronder ook blijvend letsel (een loopneus en een gevoelloze linker bovenkaak) in combinatie met de angst voor verdachte en de medeverdachte ook immateriële schade heeft geleden. Die schade acht de rechtbank tot een bedrag van € 4.000,= voldoende aannemelijk.

Samengevat is de rechtbank van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 100.283,23 voldoende aannemelijk is gemaakt en een rechtstreeks gevolg is van de bewezen verklaarde feiten, waarvan € 96.283,23 ter zake van materiële schade en € 4.000,= ter zake van immateriële schade, en dat verdachte aansprakelijk is voor die schade. De rechtbank zal de vordering dan ook tot dat bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 februari 2015, het einde van de ten laste gelegde periode.

De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van het overige deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarom voor dat deel niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Hij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Nu [naam 3] bij het indienen van de vordering is bijgestaan door een advocaat, zal de rechtbank verdachte tevens veroordelen in de daarvoor gemaakte kosten van € 437,50.

Omdat sprake is van meer daders wordt de toegekende vordering hoofdelijk opgelegd.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 47, 55, 57, 63, 225, 285, 302, 312, 317, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Voorvragen

- verklaart de dagvaarding geldig;

- verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte;

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van feit 1 primair en subsidiair en van feit 2;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 3: een gewoonte maken van witwassen

feit 4: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 5: afpersing, meermalen gepleegd, in eendaadse samenloop met mishandeling, meermalen gepleegd;

feit 6: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd,

feit 7 primair: medeplegen van: zware mishandeling;

feit 8: medeplegen van: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven

gericht, meermalen gepleegd,

waarbij de feiten 6, 7 primair en 8 zijn begaan in eendaadse samenloop;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 3] van € 100.283,23, waarvan € 96.283,23 ter zake van materiële schade en € 4.000,= ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 28 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht; (BP.22)

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op € 437,50 ter zake van rechtsbijstand;

- bepaalt dat voor zover deze bedragen door de mededader zijn betaald, verdachte niet gehouden is deze bedragen aan de benadeelde partij te betalen; (BP.20)

Schadevergoedingsmaatregel

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam 3] (feiten 6 tot en met 8), € 100.283,23 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 28 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 365 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd; (BP.04A)

Voorlopige hechtenis

- heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kouwenhoven, voorzitter, mr. Peters en mr. Breeman, rechters, in tegenwoordigheid van Van den Goorbergh, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 oktober 2018.

Bijlage: de tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 10 maart 2012 te Halsteren, gemeente Bergen op Zoom,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk brand heeft gesticht op/aan/in een woning gelegen aan de

[straatnaam 1] aldaar, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van)

zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk:

- een gat in de/een (voor)deur van die woning geboord/gemaakt en/of

- ( vervolgens) een slang door dat ontstane gat gestoken en/of in die woning

gebracht en/of

- ( vervolgens) middels die slang benzine en/of gasolie, in elk geval een

brandbare vloeistof in die woning laten lopen en/of gebracht en/of

- ( vervolgens) een brandversneller en/of een brandbare vloeistof in het

ontstane gat en/of aan/op/tegen die deur gespoten/aangebracht en/of met die

brandversneller en/of die brandbare vloeistof een spoor vanaf die deur

gemaakt en/of

- ( vervolgens) die brandversneller en/of die brandbare vloeistof aangestoken,

in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met de/een deur

en/of de brandversneller althans een brandbare vloeistof aangebracht

op/aan/vanaf die deur van die woning, althans met (een) brandbare stof(fen),

ten gevolge waarvan die woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in

elk geval brand is ontstaan,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en/of de inboedel van die woning

en/of (een) omliggende woningen(en) en/of bossages, in elk geval gemeen gevaar

voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel

voor de bewoners van die woning, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor

zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

[naam 5] op of omstreeks 10 maart 2012 te Halsteren, gemeente Bergen

op Zoom, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans die [naam 5]

, opzettelijk brand heeft/hebben gesticht op/aan/in een woning gelegen

aan de [straatnaam 1] aldaar, immers heeft/hebben die [naam 5] en/of (een

of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk:

- een gat in de/een (voor)deur van die woning geboord/gemaakt en/of

- ( vervolgens) een slang door dat ontstane gat gestoken en/of in die woning

gebracht en/of

- ( vervolgens) middels die slang benzine en/of gasolie, in elk geval een

brandbare vloeistof in die woning laten lopen en/of gebracht en/of

- ( vervolgens) een brandversneller en/of een brandbare vloeistof in het

ontstane gat en/of aan/op/tegen die deur gespoten/aangebracht en/of met die

brandversneller en/of die brandbare vloeistof een spoor vanaf die deur

gemaakt en/of

- ( vervolgens) die brandversneller en/of die brandbare vloeistof aangestoken,

in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met de/een deur

en/of de brandversneller althans een brandbare vloeistof aangebracht

op/aan/vanaf die deur van die woning, althans met (een) brandbare stof(fen),

ten gevolge waarvan die woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in

elk geval brand is ontstaan,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en/of de inboedel van die woning

en/of (een) omliggende woningen(en) en/of bossages, in elk geval gemeen gevaar

voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel

voor de bewoners van die woning, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor

zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was,

welk feit hij, verdachte in of omstreeks de periode van 8 maart 2012 tot en

met 10 maart 2012, althans 10 februari 2012 tot en met 10 maart 2012 te Bergen

op Zoom en/of te Halsteren, gemeente Bergen op Zoom, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander, althans hij, verdachte, opzettelijk

heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of door het verschaffen van

gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, door opzettelijk tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen die [naam 5] geld te

bieden en/of geven en/of die [naam 5] in te lichten over (de locatie en de

bereikbaarheid van) het in de brand te steken object en/of de bewoner(s) van

het in brand te steken object en/of de datum/dag te bepalen waarop de

brandstichting gepleegd zou moeten worden;

(ONDERZOEK BOTTEL)

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 3 maart 2012 te Halsteren, gemeente Bergen op Zoom,

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een

handgranaat, althans een explosief onder/nabij een (personen)auto

(Mercedes-Benz kenteken [kenteken 45] ) te gooien en/of tot ontploffing te brengen,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor die auto en/of de aldaar aanwezige

woning(en) / bebouwing(en) (waaronder de woning en/of de carport aan de

[straatnaam 2] ), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar

en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners van die woning

(aan de [straatnaam 2] ), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar

lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

(ONDERZOEK BOTTEL)

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 5 juli 2016 te

Bergen op Zoom en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt, althans zich

schuldig heeft/hebben gemaakt aan (schuld)witwassen

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s), toen en daar

(telkens) (krachtens die gewoonte) meermalen

(telkens) (van) een of meer voorwerp(en) en/of een of meer geldbedrag(en), te

weten (van) (onder meer)

- een geldbedrag van 140.000 euro (lening van [naam 30] ) en/of

- een geldbedrag van 150.000 euro (lening van [naam 31]

en/of

- een geldbedrag van 125.000 euro (lening van [naam 34]

) en/of

- een geldbedrag van 200.000 euro (lening van [naam 1]

- een geldbedrag van 200.000 euro (lening van [naam 28] en dochters) en/of

- een geldbedrag van in totaal 107.500 (leningen [naam 36] ) en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 1] en/of een geldbedrag van

11.500 euro en/of

- een personenauto BMW kenteken [kenteken 3] en/of een geldbedrag van

23.000 euro en/of

- een personenauto Opel kenteken [kenteken 4] en/of een geldbedrag van

4.000 euro en/of

- een personenauto Porsche kenteken [kenteken 5] en/of een geldbedrag van

13.000 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 15] en/of een geldbedrag van

22.500 euro en/of

- een personenauto Chrysler kenteken [kenteken 16] en/of een geldbedrag van

16.500 euro en/of

- een personenauto Porsche kenteken [kenteken 17] en/of een geldbedrag van

27.250 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 18] en/of een geldbedrag van

41.000 euro en/of

- een bestelauto Opel Combo kenteken [kenteken 19] en/of een geldbedrag van

1750 euro en/of

- een bedrijfsauto Mitsubishi kenteken [kenteken 20] en/of een geldbedrag van

19.000 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 21] en/of een geldbedrag van

49.000 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 22] en/of een geldbedrag van

39.000 euro en/of

- een personenauto Bentley kenteken [kenteken 23] en/of een geldbedrag van

50.000 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 24] en/of een geldbedrag van

50.000 euro en/of

- een personenauto Porsche Panamera kenteken [kenteken 25] en/of een geldbedrag

van 82.500 euro en/of

- een personenauto Volkswagen Golf kenteken [kenteken 6] en/of een geldbedrag van

6.000 euro en/of

- een personenauto Volkswagen Golf kenteken [kenteken 7] en/of een geldbedrag van

22.500 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 8] en/of een geldbedrag van

2.250 euro en/of

- een personenauto Lancia kenteken [kenteken 9] en/of een geldbedrag van

2.250 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 10] en/of een geldbedrag van

7.500 euro en/of

- een personenauto BMW kenteken [kenteken 11] en/of een geldbedrag van

5.000 euro en/of

- een personenauto Ssangyong kenteken [kenteken 12] en/of een geldbedrag van

9.500 euro en/of

- een personenauto Audi A8 kenteken [kenteken 14] en/of een geldbedrag van

15.000 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 26] en/of een geldbedrag van

4.500 euro en/of

- een personenauto Volkswagen kenteken [kenteken 27] en/of een geldbedrag van

3.200 euro en/of

- een personenauto Peugeot kenteken [kenteken 28] en/of een geldbedrag van

5.600 euro en/of

- een personenauto Audi A6 kenteken [kenteken 29] en/of een geldbedrag van

800 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 22] en/of een geldbedrag van

2.000 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 13] en/of een geldbedrag van

8.000 euro en/of

- een personenauto Rexton kenteken [kenteken 12] en/of een geldbedrag van

5.000 euro en/of

- een personenauto Audi A8 kenteken [kenteken 14] en/of een geldbedrag van

6.000 euro en/of

- een personenauto BMWkenteken [kenteken 11] en/of een geldbedrag van

2.250 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 24] en/of een geldbedrag van

14.944 euro en/of

- een geldbedrag van 45.000 euro afgedragen door [naam 2] en/of [naam 7]

en/of

- een geldbedrag van 43.034,40 euro via/d.m.v. [naam 29] en/of

- een personenauto Volkswagen Golf kenteken [kenteken 30] en/of een geldbedrag van

8.000 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 22] en/of een geldbedrag van

31.000 euro en/of

- een auto Volkswagen Golf chassisnummer [chassisnummer 1] en/of een geldbedrag

van 7.140 euro en/of

- een personenauto Citroen kenteken [kenteken 31] en/of een geldbedrag van

7.000 euro en/of

- een personenauto Peugeot kenteken [kenteken 32] en/of een geldbedrag van

10.500 euro en/of

- een personenauto BMW kenteken [kenteken 33] en/of een geldbedrag van

9.600 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 34] en/of een geldbedrag van

2.700 euro en/of

- een personenauto BMW kenteken [kenteken 35] en/of een geldbedrag van

2.000 euro en/of

- een personenauto Renault kenteken [kenteken 36] en/of een geldbedrag van

2.400 euro en/of

- een personenauto BMW kenteken [kenteken 37] en/of een geldbedrag van

3.000 euro en/of

- een personenauto Bentley kenteken [kenteken 38] en/of een geldbedrag van

3.000 euro en/of

- een personenauto Opel Vectra kenteken [kenteken 39] en/of een geldbedrag van

1.400 euro en/of

- een personenauto Mercedes kenteken [kenteken 40] en/of een geldbedrag van

31.500 euro en/of

- een personenauto Opel Astra kenteken [kenteken 41] en/of een geldbedrag van

1.500 euro en/of

- een personenauto Mini Cooper kenteken [kenteken 44] en/of een geldbedrag van

500 euro en/of

- een personenauto Opel Astra kenteken [kenteken 43] en/of een geldbedrag van

4.000 euro

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding

en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld

wie de rechthebbende op voornoemde voorwerpen en/of geldbedrag(en) was en/of

voorhanden had en/of

en/of

verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van

dat/die (genoemde) voorwerp(en) en geldbedrag(en) gebruik gemaakt, terwijl hij

en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden

dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren

uit enig misdrijf

(ONDERZOEK APOLLO)

art 420ter Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 30 oktober 2009 tot en met 5 december 2011

te Bergen op Zoom en/of Hoogerheide, gemeente Woensdrecht en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, een of meer nota('s) (blijkens de opdruk afkomstig van [naam 14]

- zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs

van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers

heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd met

de waarheid op die nota('s) vermeld/weergegeven

dat [naam 14] een of meer auto's, te weten:

- een Opel Combo kenteken [kenteken 19] en/of

- een Mitsubishi kenteken [kenteken 20] en/of

- een Mercedes kenteken [kenteken 21] en/of

- een Mercedes kenteken [kenteken 22] en/of

- een Bentley kenteken [kenteken 23] en/of

- een Mercedes kenteken [kenteken 24] en/of

- een Porsche Panamera kenteken [kenteken 25]

heeft/hebben verkocht en/of geleverd aan [naam 44] en/of

[naam 43] en/of [naam 44] en/of [naam 43]

en/of

dat [naam 44] en/of [naam 43] en/of [naam 44]

en/of [naam 43] en/of [naam 43]

een/of meer contante betalingen / betalingen per kas heeft gedaan

aan [naam 14] en/of aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s) ten

behoeve van de aankoop van een of meer auto's, te weten:

- een Opel Combo kenteken [kenteken 19]

- een Mitsubishi kenteken [kenteken 20] en/of

- een Mercedes kenteken [kenteken 21] en/of

- een Mercedes kenteken [kenteken 22] en/of

- een Bentley kenteken [kenteken 23] en/of

- een Mercedes kenteken [kenteken 24] en/of

- een Porsche Panamera kenteken [kenteken 25]

zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te

gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

(ONDERZOEK APOLLO)

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2013

tot en met 20 maart 2015, althans 1 augustus 2013 tot en met 20 maart 2015 te

Bergen op Zoom en/of elders in Nederland en/of te Poppel en/of Ravels en/of

elders in Belgie, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam 2] heeft

gedwongen tot de afgifte van

- 62.000 euro, althans 47.000 euro, in elk geval enig geldbedrag (in verband

met de mislukte aankoop van een auto (Mercedes) in Denemarken/Duitsland)

en/of

- een of meer maandelijkse betalingen van (telkens) 3000 euro (als zijnde

salaris/loon voor verdachte) en/of 10.000 euro (ivm een aandelen-

overdracht/verkoop in [naam 7] en/of

- een personenauto Mercedes met kenteken [kenteken 1] (eigendom van de vader

van die [naam 2] ) en/of (een deel van) de verkoopopbrengst van die auto

en/of

- een geldbedrag in relatie tot de verkoop en/of overname van een oldtimer

Cadillac (DeVille 1956) en/of

- een of meer (andere) (grote) geldbedrag(en)

in elk geval van een of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan

[naam 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [naam 2] in zijn verdachte's woning (in de badkamer) heeft/hebben

gedwongen om (gedurende langere tijd, te weten 1 tot 1,5 uur) op zijn knieën

te zitten en/of (vervolgens) die [naam 2] (daarbij) (meermalen)

heeft/hebben geslagen/gestompt (met als gevolg o.a. een scheve/gebroken

neus) en/of (vervolgens) de neus van die [naam 2] heeft/hebben recht

gezet/getrokken en/of

- die [naam 2] met een stok heeft/hebben geslagen en/of

- die [naam 2] bij zijn keel heeft/hebben vast gepakt en/of

- die [naam 2] meermalen heeft/hebben geschopt/getrapt en/of

gestompt/geslagen (in de woning en/of in een hok/schuur bij de woning

van hem, verdachte) en/of

- een tang op en/of nabij het oor van die [naam 2] heeft/hebben gezet en/of

die [naam 2] gedreigd heeft/hebben om zijn oor af te knippen en/of

- die [naam 2] meermalen (op dreigende wijze) bij diens woning heeft/hebben

opgezocht en/of

- rond middernacht op de rolluiken van de woning van die [naam 2]

heeft/hebben gebonkt en/of

- al handenwrijvend en/of schreeuwend/tierend en/of scheldend bij de woning

van die [naam 2] heeft/hebben gestaan en hem heeft/hebben gesommeerd om de

deur te openen en/of die [naam 2] (daarbij) (vervolgens) opzettelijk

dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd - zakelijk weergegeven - dat

hij verdachte de deur zou intrappen (als die [naam 2] niet open zou doen)

en/of dat hij die [naam 2] kapot zou maken, althans woorden van gelijke

dreigende aard of strekking en/of

- die [naam 2] met een krikpijp/stang, althans een hard voorwerp tegen diens

lichaam heeft/hebben geslagen en/of

- die [naam 2] meermalen, althans eenmaal gedurende enige tijd in de/een

schuur/hok bij zijn, verdachte's, woning heeft/hebben opgesloten,

althans gedwongen heeft/hebben om in een schuur/hok bij zijn verdachte's

woning te verblijven en/of

- die [naam 2] opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben toege-

voegd - zakelijk weergegeven - dat hij verdachte diens gezin/familie kapot

zou maken en/of dat die [naam 2] en zijn gezin/familie geen leven meer

zouden hebben en/of dat als die [naam 2] een (belastende) verklaring zou

afleggen (jegens hem, verdachte) die [naam 2] en zijn gezin geen recht van

bestaan meer zouden hebben en/of dat als die [naam 2] niet zou betalen hij,

verdachte, de vrouw van die [naam 2] door haar knieën zou schieten en/of

haar kaal zou laten scheren en/of een man of vier, vijf van de club (zijnde

de [naam 58] ") zou binnenzetten en/of (vervolgens) de vrouw van die

[naam 2] zolang zou misbruiken/verkrachten tot er niets meer van over zou

zijn en/of dat als hij, verdachte door [naam 2] vast zou komen zitten "ze"

(de [naam 58] die [naam 2] iedere maand een pak slaag zouden geven

en/of iedere maand 10.000 euro bij die [naam 2] zouden komen ophalen,

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

EN/OF

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2013

tot en met 20 maart 2015, althans 1 augustus 2013 tot en met 20 maart 2015 te

Bergen op Zoom en/of elders in Nederland en/of in Belgie tesamen en in

vereniging met (een) ander(en) althans alleen,

opzettelijk mishandelend [naam 2]

- in zijn verdachte's woning (in de badkamer)

(meermalen) heeft geslagen/gestompt (met als gevolg o.a. een scheve/gebroken

neus) en/of (vervolgens) de neus van die [naam 2] recht

heeft gezet/getrokken en/of

- met een stok heeft geslagen en/of

- bij zijn keel heeft vast gepakt en/of

- in die periode meermalen heeft geschopt/getrapt en/of gestompt/geslagen

(onder andere in de woning en/of in een hok/schuur bij de woning van hem,

verdachte),

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

(ONDERZOEK ZALM)

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september

2014 tot en met 28 februari 2015 te Bergen op Zoom en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [naam 3] heeft gedwongen

tot de afgifte van:

-een of meer geldbedrag(en) en/of

-een (speed)boot (model Wake Setter, registratienummer [registratienummer] ) en/of een

(bijbehorende) trailer en/of

-een personenauto merk Audi (kenteken [kenteken 2] ) en/of

-een (bestel)auto (Opel Vivaro) en/of

-een of meer auto onderdelen tbv een te repareren Mercedes SL

in elk geval van een of meer goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan

[naam 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

tot het aangaan van een schuld (van 80.000 a 90.000 euro, althans enige

tienduizenden euro's) (in relatie tot de reparatie van een Mercedes SL)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

* die [naam 3] naar de woning van [medeverdachte] heeft/hebben gelokt

en/of er bij die [naam 3] op aan heeft/hebben gedrongen om naar de

woning van [medeverdachte] (naar een auto) te komen (kijken) en/of

* die [naam 3] in de woning van [medeverdachte] met een

stok/(honkbal)knuppel, althans een hard voorwerp heeft/hebben

geslagen en/of (daarbij) (vervolgens) die [naam 3] opzettelijk

dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd dat hij moest betalen, althans

woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [naam 3] met die, althans een (afgebroken) stok/(honkbal)knuppel

tegen/in diens lichaam heeft/hebben geprikt en/of gestoken en/of

* die [naam 3] gedwongen heeft/hebben om op zijn knieën te gaan

zitten en/of

* die [naam 3] tegen diens hoofd en/of overige lichaam heeft/hebben

geschopt/getrapt en/of

* die [naam 3] tegen diens hoofd en/of in diens gelaat heeft/hebben

geslagen/gestompt en/of een mes heeft/hebben gepakt en/of getoond aan die

[naam 3] en/of (vervolgens) de hand van die [naam 3] op een plank

heeft/hebben gelegd en/of (vervolgens) heeft/hebben gedreigd om de/een

vinger van die [naam 3] eraf te snijden en/of

* (vervolgens) die [naam 3] heeft/hebben gedwongen om op een bank te

gaan zitten en/of die [naam 3] (vervolgens) met een mes tegen diens

gezicht heeft/hebben geslagen en/of die [naam 3] (daarbij) (vervolgens)

opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd dat hij moest

betalen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [naam 3] heeft/hebben gedwongen om een briefje over te schrijven

met daarin opdrachten over een te repareren auto en/of geld dat betaald

moest worden en/of

* die [naam 3] opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben

toegevoegd - zakelijk weergegeven - dat die [naam 3] [naam 1]

heeft/hebben geholpen te vluchten en/of dat die [naam 3] al die centen

die verdachte en/of zijn mededader(s) kwijt zijn aan die verliezer [naam 1]

terug gaat/moet betalen en/of dat die [naam 3] gewoon gaat

betalen of anders beschoten wordt, althans woorden van gelijke dreigende

aard of strekking en/of

* die [naam 3] foto's van diens kinderen heeft/hebben laten zien en/of

die [naam 3] (daarbij) (vervolgens) opzettelijk dreigend heeft/hebben

gevraagd/medegedeeld of hij wilde dat de oren van zijn kinderen werden

afgesneden, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [naam 3] heeft medegedeeld dat er een paar jongens van de "club"

( [naam 58] ) in het bedrijf van die [naam 3] zouden komen ter

controle en/of

* die [naam 3] opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd:

"je moet gewoon 10.500 euro betalen" en/of "ja dan moet je heel snel voor

zorgen anders krijg je wel ellende. Dat geef ik je gewoon zo door [naam 3] dat

is heel lullig dat ik het zo moet doorgeven maar het is niet anders maat"

en/of "ik heb het nog netjes proberen op te lossen maar ze waren met jou

hele andere dingen van plan" en/of "daarvoor vinden ze wel eens iemand

langs de weg snap je keeltje eraf en zo, dat is die wereld maat" en/of "ik

zal hem zelf langs sturen dan mag je het hem zelf uitleggen dan kunde het

beter met mij afregelen" en/of "nee er moet gewoon flink betaald worden.

Beetjes beetjes helpen niet" en/of "maat luister ik stuur hem zelf maar

langs. Ga je lekker met hem zelf. Goed moet je gewoon lekker tegen hem

zeggen dat ze maar twee handjes hebben" en/of "reageer op ons want je hoeft

je eigen niet weg te douwen, dat heeft helemaal geen zin" en/of "jij had

niks met diefstal te maken want anders had je nou dood geweest he. Dood he"

en/of "anders was je nou een doodskist he. Dood he" en/of "ik ga je nou wat

uitleggen. Ik sta hier niet voor een doodskist. Iedereen die van mij steelt

maak ik dood, heel simpel. En je weet helemaal niet wie ik ben" en/of "een

week lang hebben ze jou te pakken. Ik krijg nog 10.000 euro van jou, die

kleine van jou geen probleem" en/of "moet je zorgen dat er geld komt

jongen. Je hebt hokken zat, je hebt dingen zat" en/of "geef mij die

bus, ruggen waard" en/of ik laat jou met rust. Jij regelt die bus. Jij

regelt dat kenteken op die auto en ik ben er klaar mee. Heel simpel",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

(ONDERZOEK JONKOPING)

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op of omstreeks 24 september 2014 te Bergen op Zoom, althans in of

omstreeks de periode van 24 september 2014 tot en met 26 september 2014, in

elk geval in de maand september 2014, te Bergen op Zoom, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [naam 3]

opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar

lichamelijk letsel, te weten een of meer aangezichtfractu(u)r(en) (o.a.

gebroken jukbeen(deren)) en/of een gedisgeloceerde fractuur zygoma links,

heeft toegebracht door deze meermalen, althans eenmaal met kracht tegen diens

hoofd en/of in diens gelaat te schoppen/trappen en/of in zijn gelaat te

stompen/slaan;

art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 7 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 september 2014, althans in of omstreeks de periode van

24 september 2014 tot en met 26 september 2014, in elk geval in de maand

september 2014, te Bergen op Zoom, althans in Nederland, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het

door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [naam 3]

opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk

letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen met een stok/(honkbal)knuppel

op die [naam 3] heeft/hebben in geslagen, althans die [naam 3]

meermalen (met kracht) met een stok/(honkbal)knuppel heeft/hebben geslagen

en/of die [naam 3] meermalen (met kracht) (met geschoeide voet) tegen

diens hoofd en/of in diens gelaat en/of tegens diens overige lichaam

heeft/hebben getrapt/geschopt en/of die [naam 3] meermalen in diens

gelaat heeft/hebben gestompt/geslagen, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 7 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 september 2014 te Bergen op Zoom, althans in of

omstreeks de periode van 24 september 2014 tot en met 26 september 2014, in

elk geval in de maand september 2014, te Bergen op Zoom, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [naam 3] heeft

mishandeld door deze meermalen met een stok/(honkbal)knuppel te slaan

en/of meermalen, althans eenmaal met kracht tegen diens hoofd en/of in diens

gelaat te schoppen/trappen en/of in/tegen diens gelaat te stompen/slaan,

tengevolge waarvan die [naam 3] letsel en/of pijn heeft bekomen;

(ONDERZOEK JONKOPING)

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

8.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2014 tot en met 28 februari

2015 te Bergen op Zoom, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, [naam 3] heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers

heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

* die [naam 3] opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd dat hij moest

betalen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* een mes gepakt en/of getoond aan die [naam 3] en/of (vervolgens)

de hand van die [naam 3] op een plank gelegd en/of (vervolgens)

gedreigd om de/een vinger van die [naam 3] eraf te snijden en/of

* die [naam 3] opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd - zakelijk

weergegeven - dat die [naam 3] [naam 1] heeft/hebben geholpen

te vluchten en/of dat die [naam 3] al die centen die verdachte en/of

zijn mededader(s) kwijt zijn aan die verliezer [naam 1] terug gaat/moet

betalen en/of dat die [naam 3] gewoon gaat betalen of anders beschoten

wordt, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [naam 3] foto's van diens kinderen laten zien en/of

die [naam 3] (daarbij) (vervolgens) opzettelijk dreigend

gevraagd/medegedeeld of hij wilde dat de oren van zijn kinderen werden

afgesneden, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

* die [naam 3] medegedeeld dat er een paar jongens van de club ( [naam 58]

) in het bedrijf van die [naam 3] zouden komen ter controle

en/of

* die [naam 3] opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd:

"je moet gewoon 10.500 euro betalen" en/of "ja dan moet je heel snel voor

zorgen anders krijg je wel ellende. Dat geef ik je gewoon zo door [naam 3] dat

is heel lullig dat ik het zo moet doorgeven maar het is niet anders maat"

en/of "ik heb het nog netjes proberen op te lossen maar ze waren met jou

hele andere dingen van plan" en/of "daarvoor vinden ze wel eens iemand

langs de weg snap je keeltje eraf en zo, dat is die wereld maat" en/of "ik

zal hem zelf langs sturen dan mag je het hem zelf uitleggen dan kunde het

beter met mij afregelen" en/of "nee er moet gewoon flink betaald worden.

Beetjes beetjes helpen niet" en/of "maat luister ik stuur hem zelf maar

langs. Ga je lekker met hem zelf. Goed moet je gewoon lekker tegen hem

zeggen dat ze maar twee handjes hebben" en/of "reageer op ons want je hoeft

je eigen niet weg te douwen, dat heeft helemaal geen zin" en/of "jij had

niks met diefstal te maken want anders had je nou dood geweest he. Dood he"

en/of "anders was je nou een doodskist he. Dood he" en/of "ik ga je nou wat

uitleggen. Ik sta hier niet voor een doodskist. Iedereen die van mij steelt

maak ik dood, heel simpel. En je weet helemaal niet wie ik ben" en/of "een

week lang hebben ze jou te pakken. Ik krijg nog 10.000 euro van jou, die

kleine van jou geen probleem" en/of "moet je zorgen dat er geld komt

jongen. Je hebt hokken zat, je hebt dingen zat" en/of "geef mij die

bus.....ruggen waard" en/of "ik laat jou met rust. Jij regelt die bus. Jij

regelt dat kenteken op die auto en ik ben er klaar mee. Heel simpel",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking

(ONDERZOEK JONKOPING)

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer 7115222, onderzoek ZWCR Apollo/205A13009 van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 6512 (hierna te noemen: eindproces-verbaal 1)
of een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer 183, onderzoek 20GOA15018 Zalm van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 1176 (hierna te noemen: eindproces-verbaal 2)
of een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZBRAB16012 Jonkoping van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 1569 (hierna te noemen: eindproces-verbaal 3)
of een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZBRAB16008 Bottel van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren (hierna te noemen: eindproces-verbaal 4)
Het geschrift, inhoudende een vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout d.d. 4 januari 2017.

2 Het geschrift, inhoudende een verhoor van [naam 2] door de Federale Gerechtelijke politie Provincie Antwerpen, pagina 408 van eindproces-verbaal 2.

3 Het proces-verbaal van verhoor van [naam 2] , pagina 427 van eindproces-verbaal 2.

4 Het proces-verbaal van verhoor van [naam 2] door de rechter-commissaris d.d. 31 maart 2017.

5 Het geschrift, inhoudende een verhoor van [naam 2] door de Federale Gerechtelijke politie Provincie Antwerpen, pagina 371 van eindproces-verbaal 2.

6 Het geschrift, inhoudende een verhoor van [naam 2] door de Federale Gerechtelijke politie Provincie Antwerpen, pagina 379 van eindproces-verbaal 2.

7 Het geschrift, inhoudende een verhoor van [naam 2] door de Federale Gerechtelijke politie Provincie Antwerpen, pagina 408 van eindproces-verbaal 2.

8 Het geschrift, inhoudende een verhoor van [naam 2] door de Federale Gerechtelijke politie Provincie Antwerpen, pagina 406 van eindproces-verbaal 2.

9 Het geschrift, inhoudende een verhoor van [naam 2] door de Federale Gerechtelijke politie Provincie Antwerpen, pagina 394 van eindproces-verbaal 2.

10 Het proces-verbaal van verhoor van [naam 2] door de rechter-commissaris d.d. 31 maart 2017.

11 Het geschrift, inhoudende een verhoor van [naam 2] door de Federale Gerechtelijke politie Provincie Antwerpen, pagina 410 van eindproces-verbaal 2.

12 Het geschrift, inhoudende een verhoor van [naam 2] door de Federale Gerechtelijke politie Provincie Antwerpen, pagina 412 van eindproces-verbaal 2.

13 Het geschrift, inhoudende een verhoor van [naam 2] door de Federale Gerechtelijke politie Provincie Antwerpen, pagina 398 van eindproces-verbaal 2.

14 Het geschrift, inhoudende een verhoor van [naam 2] door de Federale Gerechtelijke politie Provincie Antwerpen, pagina 371 van eindproces-verbaal 2.

15 Het geschrift, inhoudende een verkoopovereenkomst, pagina 318 van eindproces-verbaal 2.

16 De verklaring van verdachte ter zitting van 23 augustus 2018.

17 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 11] , pagina 431 van proces-verbaal 2.

18 Het geschrift, inhoudende een verhoor van [naam 2] door de Federale Gerechtelijke politie Provincie Antwerpen, pagina 371 van eindproces-verbaal 2.

19 De geschriften, inhoudende bankafschriften, pagina’s 1094-1103 van eindproces-verbaal 2.

20 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4650 van eindproces-verbaal 1.

21 Het proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris van [naam 2] d.d. 31 maart 2017.

22 Het geschrift, inhoudende een verhoor van [naam 2] door de Federale Gerechtelijke politie Provincie Antwerpen, pagina 395 van eindproces-verbaal 2.

23 Het proces-verbaal van verhoor van [naam 12] , pagina 457 van eindproces-verbaal 2.

24 Het proces-verbaal van verhoor van [naam 13] , pagina 440 van eindproces-verbaal 2.

25 Het geschrift, inhoudende een inkoopverklaring, pagina 451 van eindproces-verbaal 2.

26 Het geschrift, inhoudende een verkoopnota, pagina 452 van eindproces-verbaal 2.

27 Het geschrift, inhoudende een verhoor van [naam 2] door de Federale Gerechtelijke politie Provincie Antwerpen, pagina 409 van eindproces-verbaal 2.

28 Het proces-verbaal van verhoor van [naam 2] , pagina 428 van eindproces-verbaal 2.

29 De geschriften, inhoudende afbeeldingen en eigenschappen van afbeeldingen, pagina’s 1077-1082 van eindproces-verbaal 2.

30 Het geschrift, inhoudende een verhoor van [naam 2] door de Federale Gerechtelijke politie Provincie Antwerpen, pagina 408 van eindproces-verbaal 2.

31 Het proces-verbaal van verhoor van [naam 2] , pagina 472 van eindproces-verbaal 2.

32 Het proces-verbaal van verhoor van [naam 13] , pagina 441 van eindproces-verbaal 2.

33 Het proces-verbaal van verhoor van [naam 16] , pagina 592 van eindproces-verbaal 2.

34 Het geschrift, inhoudende een verhoor van [naam 18] door de Federale Gerechtelijke politie Provincie Antwerpen, pagina 480 van eindproces-verbaal 2.

35 Het proces-verbaal van verhoor van [naam 17] , pagina 633 van eindproces-verbaal 2.

36 Het geschrift, inhoudende een verhoor van [naam 2] door de Federale Gerechtelijke politie Provincie Antwerpen, pagina 371 van eindproces-verbaal 2.

37 Het geschrift, inhoudende een bankafschrift, pagina 1097 van eindproces-verbaal 2.

38 De geschriften, inhoudende emailcorrespondentie, pagina’s 851-855.

39 Het geschrift, inhoudende een opdrachtbevestiging, pagina 859 van eindproces-verbaal 2.

40 Het geschrift, inhoudende een politiemutatie, pagina 350 van eindproces-verbaal 2.

41 Het proces-verbaal van verhoor van [naam 16] , pagina 591 van eindproces-verbaal 2.

42 De verklaring van verdachte ter zitting van 23 augustus 2018.

43 Het proces-verbaal van bevindingen, verhoor [naam 3] , pagina 181 van eindproces-verbaal 3.

44 De geschriften, inhoudende twee foto-afbeeldingen, pagina’s 185-186 van eindproces-verbaal 3.

45 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 126 van voornoemd eindproces-verbaal 3.

46 Het proces-verbaal van verhoor [naam 3] , pagina 230 van eindproces-verbaal 3.

47 Het geschrift, inhoudende een handgeschreven briefje, pagina 336 van eindproces-verbaal 3.

48 Het proces-verbaal van verhoor van [naam 3] door de rechter-commissaris d.d. 13 maart 2017.

49 De geschriften, inhoudende bestellingen en facturen, pagina’s 345-378 van eindproces-verbaal 3.

50 De verklaring van verdachte [Verdachte] ter zitting van 23 augustus 2018.

51 Het geschrift, inhoudende een tapgesprek, pagina 294 van eindproces-verbaal 3.

52 Het proces-verbaal van verhoor [naam 3] , pagina 236 van eindproces-verbaal 3.

53 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 213 van eindproces-verbaal 3.

54 Het geschift, inhoudende medische informatie betreffende [naam 3] , pagina 274 van eindproces-verbaal 3.

55 Het proces-verbaal van bevindingen van telefoongesprek met [naam 22] , pagina 1049 van eindproces-verbaal 3.

56 Het proces-verbaal van bevindingen van telefoongesprek met [naam 22] , pagina 1049 van eindproces-verbaal 3.

57 Het proces-verbaal van verhoor [naam 24] , pagina 946 van eindproces-verbaal 3.

58 Het proces-verbaal van verhoor [naam 3] , pagina 237 van eindproces-verbaal 3 en de daarbij gevoegde details van transacties, pagina’s 238-239.

59 Het geschrift, inhoudende een banktransactie, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van de zitting van 29 augustus 2018.

60 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 113 van eindproces-verbaal 3.

61 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 116 van eindproces-verbaal 3.

62 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 119 van eindproces-verbaal 3.

63 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 121 van eindproces-verbaal 3.

64 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 122 van eindproces-verbaal 3.

65 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 245 van eindproces-verbaal 3.

66 Het proces-verbaal van bevindingen, bijlage, pagina 252 van eindproces-verbaal 3.

67 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 246 van eindproces-verbaal 3.

68 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 245 van eindproces-verbaal 3.

69 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 246 van eindproces-verbaal 3.

70 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 246 van eindproces-verbaal 3.

71 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 334 van eindproces-verbaal 1.

72 Het geschrift, inhoudende een leningsovereenkomst, pagina 81 van eindproces-verbaal 1.

73 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1891 van eindproces-verbaal 1.

74 De verklaring van verdachte ter zitting van 24 augustus 2018.

75 Het geschrift, inhoudende een geldleningsovereenkomst, pagina 2090 van eindproces-verbaal 1.

76 Het geschrift, inhoudende een kwitantie, pagina 2092 van eindproces-verbaal 1.

77 Het proces-verbaal van verhoor [naam 32] , pagina 2152 van eindproces-verbaal 1.

78 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 2076 van eindproces-verbaal 1.

79 De verklaring van verdachte ter zitting van 24 augustus 2018.

80 Het proces-verbaal van verhoor [naam 32] , pagina 2154 van eindproces-verbaal 1.

81 Het geschrift, inhoudende een geldleningsovereenkomst, pagina 2019 van eindproces-verbaal 1.

82 Het geschrift, inhoudende een leningsovereenkomst, pagina 87 van eindproces-verbaal 1.

83 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 2487 van eindproces-verbaal 1.

84 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 2489 van eindproces-verbaal 1.

85 Het proces-verbaal van verhoor [naam 1] pagina 2648 van eindproces-verbaal 1.

86 Het proces-verbaal van verhoor [naam 1] , pagina 2654 van eindproces-verbaal 1.

87 De verklaring van verdachte ter zitting van 24 augustus 2018.

88 Het geschrift, inhoudende een verklaring van verdachte, pagina 68 van eindproces-verbaal 4.

89 Verklaring van verdachte ter zitting op 23 augustus 2018.

90 Het geschrift, inhoudende een geldleningsovereenkomst, pagina 88 van eindproces-verbaal 1.

91 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 2741 van eindproces-verbaal 1.

92 Het geschrift, inhoudende een verlenging leningsovereenkomst, pagina 2771 van eindproces-verbaal 1.

93 Het geschrift, inhoudende een proces-verbaal van verhoor [naam 28] door de Franse politie, aanvullende stukken.

94 De verklaring van verdachte ter zitting van 24 augustus 2018.

95 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 2950 van eindproces-verbaal 1.

96 Het geschrift, inhoudende een geldleningsovereenkomst, pagina 3016 van eindproces-verbaal 1.

97 Het geschrift, inhoudende een geldleningsovereenkomst, pagina 3017 van eindproces-verbaal 1.

98 Het geschrift, inhoudende een geldleningsovereenkomst, pagina 3015 van eindproces-verbaal 1.

99 Het geschrift, inhoudende een geldleningsovereenkomst, pagina 3057 van eindproces-verbaal 1.

100 Het geschrift, inhoudende een geldleningsovereenkomst, pagina 3058 van eindproces-verbaal 1.

101 Het geschrift, inhoudende een geldleningsovereenkomst, pagina 3059 van eindproces-verbaal 1.

102 De verklaring van verdachte ter zitting van 24 augustus 2018.

103 Het geschrift, inhoudende een verhoor van [naam 2] door de Federale Gerechtelijke politie Provincie Antwerpen, pagina 395 van eindproces-verbaal 2.

104 Het geschrift, inhoudende een factuur, pagina 3991 van eindproces-verbaal 1.

105 Het proces-verbaal van verhoor van [naam 12] , pagina 4010 van eindproces-verbaal 1.

106 Het geschrift, inhoudende een inkoopverklaring, pagina 3966 van eindproces-verbaal 3.

107 Het proces-verbaal van bevindingen historische gegevens voertuigen, aanvullende stukken.

108 De verklaring van verdachte ter zitting van 24 augustus 2018.

109 Het geschrift, inhoudende een verklaring van verdachte, pagina 68 van eindproces-verbaal 4.

110 Het geschrift, inhoudende een factuur, pagina 4030 van eindproces-verbaal 1.

111 De verklaring van verdachte ter zitting van 24 augustus 2018.

112 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4236 van eindproces-verbaal 1.

113 Het geschrift, inhoudende een factuur, pagina 3772 van eindproces-verbaal 1.

114 Het geschrift, inhoudende een factuur, pagina 3774 van eindproces-verbaal 1.

115 Het geschrift, inhoudende een factuur, pagina 3775 van eindproces-verbaal 1.

116 Het geschrift, inhoudende een factuur, pagina 3776 van eindproces-verbaal 1.

117 Het geschrift, inhoudende een factuur, pagina 3777 van eindproces-verbaal 1.

118 Het geschrift, inhoudende een factuur, pagina 3778 van eindproces-verbaal 1.

119 Het proces-verbaal van verhoor van [naam 44] , pagina’s 3766-3770 van eindproces-verbaal 1.

120 Het proces-verbaal van verhoor van [naam 44] door de rechter-commissaris d.d. 30 mei 2017.

121 Het geschrift, inhoudende een factuur betreffende verhuur, pagina 4309 van eindproces-verbaal 1.

122 De geschriften, inhoudende facturen betreffende verhuur, pagina’s 4306 en 4309 van eindproces-verbaal 1.

123 Het proces-verbaal van verhoor [naam 49] , pagina 4303 van eindproces-verbaal 1.

124 Het proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris van [naam 49] d.d. 6 juli 2017.

125 Het geschrift, inhoudende een factuur, pagina 3976 van eindproces-verbaal 1.

126 Het geschrift, inhoudende grootboekmutatiekaarten, pagina 3743-3745 van eindproces-verbaal 1.

127 Het proces-verbaal van verhoor [naam 1] , pagina 3954 van eindproces-verbaal 1.

128 De verklaring van verdachte ter zitting van 24 augustus 2018.

129 Het geschrift, inhoudende een verklaring van verdachte, pagina 68 van eindproces-verbaal 4.

130 Het geschrift, inhoudende een verhoor van [naam 2] door de Federale Gerechtelijke politie Provincie Antwerpen, pagina 371 van eindproces-verbaal 2.

131 De geschriften, inhoudende bankafschriften, pagina’s 1094-1103 van eindproces-verbaal 2.

132 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4650 van eindproces-verbaal 1.

133 Het proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris van [naam 2] d.d. 31 maart 2017.

134 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 201 van eindproces-verbaal 1.

135 Het geschrift, inhoudende “gegevens informatiesjabloon”, pagina 2861 van eindproces-verbaal 1.

136 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 2853 en 2861 van eindproces-verbaal 1.

137 Het proces-verbaal bevindingen inkomen via [naam 29] , pagina 5251 van eindproces-verbaal 1.

138 Het proces-verbaal bevindingen inkomen via [naam 29] , pagina 5254 van eindproces-verbaal 1.

139 Het proces-verbaal bevindingen stortingsbewijzen, pagina 5478 van eindproces-verbaal 1.

140 Het proces-verbaal bevindingen, pagina 5518 van eindproces-verbaal 1.

141 Het proces-verbaal bevindingen, pagina 5521 van eindproces-verbaal 1.

142 Het proces-verbaal van verhoor [naam 8] , pagina 5551 van eindproces-verbaal 1.

143 Het proces-verbaal van verhoor [naam 55] , pagina 5564 van eindproces-verbaal 1.

144 Het geschrift, inhoudende een factuur, pagina 6295 van eindproces-verbaal 1.

145 Het geschrift, inhoudende een inkoopverklaring, pagina 6296 van eindproces-verbaal 1.

146 Het geschrift, inhoudende een factuur, pagina 6297 van eindproces-verbaal 1.

147 Het geschrift, inhoudende een factuur, pagina 6298 van eindproces-verbaal 1.

148 Het geschrift, inhoudende een huurovereenkomst, pagina 6283 van eindproces-verbaal 1.

149 De geschriften, inhoudende facturen betreffende verhuur, pagina’s 6299-6305 van eindproces-verbaal 1.

150 Het geschrift, inhoudende een huurovereenkomst, pagina 6284 van eindproces-verbaal 1.

151 De geschriften, inhoudende facturen betreffende verhuur, pagina’s 6306-6311.

152 Het geschrift, inhoudende een huurovereenkomst, pagina 6285 van eindproces-verbaal 1.

153 De geschriften, inhoudende facturen betreffende verhuur, pagina’s 6312-6313.

154 Het geschrift, inhoudende een huurovereenkomst, pagina 6286 van eindproces-verbaal 1.

155 De geschriften, inhoudende facturen betreffende verhuur, pagina’s 6314-6315.

156 Het geschrift, inhoudende een huurovereenkomst, pagina 6287 van eindproces-verbaal 1.

157 De geschriften, inhoudende facturen betreffende verhuur, pagina’s 6316-6318.

158 Het geschrift, inhoudende een huurovereenkomst, pagina 6288 van eindproces-verbaal 1.

159 De geschriften, inhoudende facturen betreffende verhuur, pagina’s 6319-6321.

160 Het geschrift, inhoudende een huurovereenkomst, pagina 6289 van eindproces-verbaal 1.

161 Het geschrift, inhoudende een factuur betreffende verhuur, pagina 6322 van eindproces-verbaal 1.

162 Het geschrift, inhoudende een huurovereenkomst, pagina 6290 van eindproces-verbaal 1.

163 De geschriften, inhoudende facturen betreffende verhuur, pagina’s 6323-6324.

164 Het geschrift, inhoudende een huurovereenkomst, pagina 6291 van eindproces-verbaal 1.

165 De geschriften, inhoudende facturen betreffende verhuur, pagina’s 6325-6333.

166 Het geschrift, inhoudende een huurovereenkomst, pagina 6292 van eindproces-verbaal 1.

167 De geschriften, inhoudende facturen betreffende verhuur, pagina’s 6334-6336.

168 Het geschrift, inhoudende een huurovereenkomst, pagina 6293 van eindproces-verbaal 1.

169 Het geschrift, inhoudende een factuur betreffende verhuur, pagina 6337 van eindproces-verbaal 1.

170 Het geschrift, inhoudende een huurovereenkomst, pagina 6294.van eindproces-verbaal 1.

171 De geschriften, inhoudende facturen betreffende verhuur, pagina’s 6338-6343.

172 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 56] , pagina 6272 van eindproces-verbaal 1.

173 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 6281 van eindproces-verbaal 1.