De prejudiciële vragen die partijen hebben voorgesteld
Partijen hebben de kantonrechter uitdrukkelijk verzocht om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad voor te leggen. Blijkens de brief van de advocaten van Airbnb d.d. 1 oktober 2020 hebben partijen de kantonrechter in overweging gegeven de volgende prejudiciële vragen aan de Hoge Raad voor te leggen:
Artikel 7:417 lid 4 BW:
I. Is artikel 7:417 lid 4 BW van toepassing op de korte termijn verhuur van vakantieaccommodaties, zoals die worden aangeboden op een online platform als dat van Airbnb;
Bemiddeling:
II. Is er in het geval van een online platform als dat van Airbnb sprake van het type bemiddeling waarop artikel 7:417 lid 4 ziet?
III. Als de beantwoording van de vorige vraag afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, welke omstandigheden zijn dan van belang om te bepalen of er bij een online platform als dat van Airbnb sprake is van een tweezijdige bemiddeling in de zin van artikel 7:417 lid 4 jo. 7:425 BW?
Implicaties artikel 7:417 lid 4 BW:
IV. Voor zover artikel 7:417 lid 4 BW van toepassing is op Airbnb en Airbnb daarmee in strijd handelt, is dan vernietiging vereist alvorens een vordering tot terugbetaling van de bemiddelingskosten ontstaat?
V. Voor zover vernietiging vereist zou zijn, wat dient dan precies te worden vernietigd en op welk moment vangt de verjaringstermijn ex artikel 3:52 lid 1 sub d BW dan aan?
VI. Voor zover artikel 7:417 lid 4 BW van toepassing is op Airbnb en Airbnb daarmee in strijd handelt, leidt die toepassing dan tot een verplichting van de gebruiker om op grond van bijvoorbeeld artikel 6:210 lid 2 BW de waarde te vergoeden van de reeds verrichte prestatie door Airbnb die niet ongedaan gemaakt kan worden?
Europees recht:
VII. Voor zover artikel 7:417 lid 4 BW van toepassing is op Airbnb en Airbnb daarmee in strijd handelt, is toepassing van het betreffende artikel in dit concrete geval dan verenigbaar met het Europees recht?