RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 7964687 / CV EXPL 19-34544
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
de naamloze vennootschap
Evides N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. F.J. van Velsen te Haarlem,
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Aannemersbedrijf Wallaard Noordeloos B.V.,
gevestigd te Noordeloos,
gedaagde,
gemachtigde: mr. R.G. Degenaar te Gorinchem.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘Evides’ en ‘Wallaard’.
2. De vaststaande feiten
De kantonrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten.
2.1
Wallaard is door de gemeente Westvoorne ingeschakeld om een sleuf te maken voor het aanbrengen van een nieuwe riolering ten behoeve van nieuw te bouwen woningen. Eerder in 2018 heeft Evides haar drinkwatervoorziening ter plaatse vernieuwd voor hetzelfde nieuwbouwproject en daarvoor is door de aannemer van Evides een sleuf van één meter diep en vijftig centimeter breed gegraven.
2.2
In een brief van 8 augustus 2018 van de gemeente Westvoorne aan Evides staat - voor zover van belang - het volgende vermeld:
“(…) U krijgt toestemming voor het verwijderen van een bestaande waterleiding, en het aanleggen van een nieuwe waterleiding ter hoogte van Hoogvlietlaan in Rockanje (…)
De voorwaarden zijn bij dit besluit gevoegd (…)”.
2.3
De voorwaarden waar in voornoemde brief van 8 augustus 2018 wordt verwezen, houden - onder meer - het volgende in:
“(…) Afwikkeling werkzaamheden
- de vergunninghouder en team Wegen & Riolering zullen het tracé schouwen na het gereedkomen van het werk, of bij een omvangrijk werk in etappes; (…)”.
2.4
Voorafgaand aan de door Wallaard te verrichten werkzaamheden heeft Wallaard op 14 november 2018 een zogenaamde KLIC-melding gedaan. Daarop heeft Evides bij brief van 14 november 2018 aan Wallaard gebiedsinformatie geleverd. Een onderdeel van de door Evides aan Wallaard verstrekte informatie waren de “Richtlijnen bij werkzaamheden in de nabijheid van waterleidingen van Evides” (hierna: de Evides-richtlijnen). De Evides-richtlijnen houden - voor zover van belang - het volgende in:
“Het werken in de nabijheid van waterleidingen kan gepaard gaan met grote risico’s. Als gevolg van hiervan kan de drinkwaterlevering en drinkwaterkwaliteit en dus de volksgezondheid in gevaar komen. Het is daarom noodzakelijk rekening te houden met de onderstaande richtlijnen bij het uitvoeren van de werkzaamheden.
1. Bij ieder werk dient zorgvuldig te worden nagegaan of de werkzaamheden gevolgen kunnen hebben voor de stabiliteit van de in de nabijheid gelegen waterleiding(en). Bij enige twijfel is vroegtijdig overleg met een vertegenwoordiger van Evides noodzakelijk. Dit overleg, minimaal één maand vóór de start van de werkzaamheden, is noodzakelijk om de nodige voorzorgsmaatregelen te kunnen inplannen. In de volgende gevallen is altijd overleg nodig met Evides over de uitvoeringswijze en de te nemen voorzorgsmaatregelen:
- bij vrijhanging of kruising van waterleidingen, onder andere in verband met de ondersteuning, niveauverschillen van het maaiveld bij ingravingen, bescherming van langsliggende leidingen/kabels en ter voorkoming van doorbuiging of zijdelingse uitwijking; (…)
- bij het vrijkomen of vrijgraven van een gelede leiding (AC, beton, GVK, PVC, GIJ; PE); (…)
- het graven in langsrichting van een leiding (zie ook punten 7, 8 en 9); (…)
7. Bij het graven langs de leiding over de lengte van meer dan 1,5 meter evenwijdig aan de leiding dient de leiding te worden beschermd tegen (horizontale) verschuiving. Een gevolg van verschuiving is dat de leiding uit de (mof)verbindingen schiet. Beschermende maatregelen dienen in overleg met Evides te worden genomen. Grondverzakkingen dienen te allen tijde te worden voorkomen.
8. Bij het graven in nabijheid van bochten dienen altijd voorzorgsmaatregelen te worden genomen tegen verplaatsing c.q. losschuiven van bochtstukken. De gronddruk achter eventueel aanwezige stempelpalen mag niet worden verminderd. Let op: veel leidingen zijn niet trekvast uitgevoerd. (…)”.
2.5
De “Richtlijn zorgvuldig grondroeren van initiatief- tot gebruiksfase” (hierna: de CROW 500-richtlijn) houdt - voor zover van belang - het volgende in:
“(…) Extra maatregelen
Tijdens het grondroeren kan het nodig zijn om extra voorzorgs- en/of veiligheidsmaatregelen te nemen om schade aan kabels en leidingen te voorkomen. Hierover is dan vooraf contact geweest met de netbeheerder. Deze maatregelen zijn in de werkinstructie omschreven. Als extra maatregelen kan gedacht worden aan onder andere:
- het beschermen van onderdelen die bij de uitvoering van het werk zijn vrijgegraven tegen alle vormen van beschadiging; (…)
- het ondersteunen of ophangen van kabels of leidingen en het (gedeeltelijk) wegvallen van steundruk in bochten wanneer deze ondergraven moeten worden; (…)”.
2.6
Op 27 november 2018 heeft Wallaard de door hem te verrichten werkzaamheden uitgevoerd, waarbij op de locatie Rockanje, Kolpapad t.h.v. nr. [huisnummer] (hierna: de schadelocatie) schade is toegebracht aan een waterleiding die in eigendom aan Evides toebehoort.
2.7
Bij brief van 28 november 2018 is Wallaard, namens Evides, door RenB Infraschade aansprakelijk gesteld voor de door Evides geleden schade.
2.8
Bij brief van 8 april 2019 heeft RenB Infraschade, namens Evides, een schadeopstelling ten bedrage van € 5.897,23 aan Wallaard gezonden.
2.9
Bij e-mail van 13 juni 2019 bericht Wallaard RenB Infraschade - voor zover van belang - als volgt:
“(…) Wij wijzen u aansprakelijkheid af en wel om de volgende moverende redenen:
1. De ligging van de door ons aan te brengen riolering, in opdracht van de gemeente Westvoorne, was bij u bekend. (…) Aangezien de ligging van de riolering gemeente bij u bekend was en het daarmee voor u duidelijk was dat uw waterleiding en de riolering van de gemeente in dezelfde sleuf zouden komen te liggen, was het evident dat u op basis van uw competenties had moeten besluiten om, in het kader van schadebeperkingsplicht, trekvast koppelingen toe te passen. Dit is echter niet gebeurd en dat is u verwijtbaar.
2. De door u aangevulde sleuf is niet goed verdicht (mate van verdichting is niet door u aangetoond) waardoor het zandpakket is afgeschoven en de leiding in xyz-richting is verplaatst en uit de mof is gesprongen.
3. Er heeft geen schouw van het tracé plaatsgevonden na uitvoering door het Team Riolering en Wegen van de gemeente Westvoorne zoals in de aanlegvergunning van de gemeente Westvoorne is aangegeven. (…)”.
3. Het geschil
3.1
Evides heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Wallaard te veroordelen aan haar te betalen € 5.197,23 aan hoofdsom, te vermeerderen met € 57,81 aan verschenen rente berekend tot 17 juni 2019, de wettelijke rente vanaf 17 juni 2019 en € 700,- aan kosten voor de vaststelling van schade, aansprakelijkheid en verhaal, een en ander met veroordeling van Wallaard in de proceskosten.
3.2
Aan haar vordering heeft Evides - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag gelegd dat Wallaard door schade toe te brengen aan de waterleiding van Evides in strijd met de in het maatschappelijk verkeer betamende zorgvuldigheid heeft gehandeld, hetgeen onrechtmatig is. Wallaard moet daarom de schade van Evides vergoeden. Die schade bedraagt € 5.197,23 aan herstelkosten voor de waterleiding. Daarnaast moet Wallaard € 700,- aan kosten voor de vaststelling van schade, aansprakelijkheid en verhaal aan Evides vergoeden.
3.3
Het verweer van Wallaard strekt tot afwijzing van de vordering van Evides. Daartoe heeft Wallaard - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd.
Evides heeft in haar dagvaarding in strijd met artikel 21 Rv. gesteld dat Wallaard niet inhoudelijk op de vordering van Evides heeft gereageerd. Daarnaast heeft Evides in strijd met datzelfde artikel het door haar gevorderde bedrag niet onderbouwd. De dagvaarding moet dan ook nietig worden verklaard.
Voor zover Evides in haar vordering ontvankelijk is, geldt het volgende. Ongeveer twee maanden voordat Wallaard haar werkzaamheden verrichtte, heeft Evides ter plaatse de waterleiding gelegd. De wijze waarop Evides die waterleiding heeft gelegd, is ondeugdelijk geweest. Het zandpakket waarin/waarop de waterleiding is gelegd, is namelijk onvoldoende verdicht waardoor - ondanks het feit dat Wallaard de waterleiding op zorgvuldige wijze heeft ontgraven - het zandpakket is gaan schuiven. De waterleiding is daardoor gaan doorhangen en vervolgens is de waterleiding uit de niet-trekvaste mof geschoten. Wallaard heeft dan ook niet onrechtmatig gehandeld. Wallaard hoefde immers niet bekend te zijn met de aanlegfout van Evides en was daar ook niet mee bekend. De door Evides geleden schade was voor Wallaard niet voorzienbaar en is Wallaard evenmin toe te rekenen. Bovendien ontbreekt een causaal verband tussen het handelen van Wallaard en de door Evides geleden schade. Tot slot heeft Evides de gemeente Westvoorne niet voor een schouw van de door haar verrichte werkzaamheden uitgenodigd, hetgeen in strijd is met de door de gemeente Westvoorne aan Evides opgelegde voorwaarden met betrekking tot het aanleggen van de waterleiding.
4. De beoordeling
4.1
Op grond van artikel 21 Rv zijn partijen verplicht om de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.
4.2
Uit de door partijen overgelegde stukken blijkt dat Wallaard voor het eerst bij e-mail van 13 juni 2019, zoals vermeld onder rechtsoverweging 2.9, inhoudelijk op de vordering van Evides heeft gereageerd. Evides heeft onweersproken gesteld dat de dagvaarding op dat moment al aan de deurwaarder was verzonden en enkele dagen na de ontvangst van de e-mail van 13 juni 2019 ook aan Wallaard is betekend. Onder die omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat Evides artikel 21 Rv. niet heeft geschonden door geen melding te maken van het inhoudelijke verweer van Wallaard in haar e-mail van 13 juni 2019.
4.3
Ook het verweer dat Evides in haar dagvaarding haar stellingen niet of nauwelijks heeft onderbouwd, dat zij onderliggende stukken niet heeft overgelegd en dat zij het door haar gevorderde schadebedrag niet heeft onderbouwd, leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van Evides. De door Evides uitgebrachte dagvaarding voldoet aan de daaraan te stellen eisen, aangezien het voor Wallaard duidelijk was wat de vordering van Evides inhield en wat daar door Evides aan ten grondslag werd gelegd.
4.4
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de verweren van Wallaard met betrekking tot de ontvankelijkheid van Evides in haar vordering worden verworpen.
4.5
Tussen partijen is in geschil de vraag of Wallaard aansprakelijk is voor de door Evides geleden schade aan haar waterleiding op de schadelocatie.
4.6
Vooropgesteld wordt dat bij graafwerkzaamheden het gevaar bestaat dat schade ontstaat aan in de grond gelegen kabels en leidingen. Daardoor kan soms aanzienlijke gevolgschade ontstaan. Zorgplichten om deze schade te voorkomen rusten volgens vaste rechtspraak op degene onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden worden verricht - de grondroerder - en op de netbeheerder.
4.7
Uitgangspunt bij de beoordeling zijn in de eerste plaats de verplichtingen, zoals die zijn neergelegd in de Wet informatie-uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten en netwerken (hierna: de WIBON) en het daarop gebaseerde Besluit Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (hierna: het BIBON). Uit deze regelgeving volgt voor de grondroerder de verplichting om zorgvuldig te graven, waarbij drie aspecten van zorgvuldigheid specifiek worden benoemd, te weten (a) het doen van een melding voorafgaand aan de graafwerkzaamheden, (b) het onderzoeken van de ligging van de netten op de graaflocatie en (c) het ervoor zorgen dat de verkregen informatie over de ligging van het net ter plaatse van het werk aanwezig is.
4.8
Bij de vaststelling van aansprakelijkheid van graafschade aan kabels en leidingen gaat het om een afweging, waarbij onder meer moet worden bezien in hoeverre de door de grondroerder en door de netbeheerder te nemen voorzorgsmaatregelen voor hen bezwaren opleveren, mede bezien in hun onderlinge verhouding, en waarbij deze eventuele bezwaren moeten worden afgezet tegen de mogelijke gevolgen van het beschadigen van kabels of leidingen. Daarbij zijn alle omstandigheden van belang. Blijkens het arrest van de Hoge Raad van 25 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:772 komt bij de invulling van de zorgplicht groot gewicht toe aan de Richtlijn Zorgvuldig Graafproces (CROW250). De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan de nieuwere CROW 500-richtlijn minder gewicht toe te kennen dan aan de CROW250, zodat de kantonrechter bij de invulling van de zorgplicht aan zal sluiten bij de CROW 500-richtlijn, die beschrijft hoe het graafproces zorgvuldig kan worden uitgevoerd, zodanig dat de kans op schade aan kabels en leidingen tot een minimum wordt beperkt.
4.9
Tussen partijen staat vast dat de schade aan de waterleiding van Evides is ontstaan doordat de waterleiding is gaan doorhangen en daardoor uit zijn mof schoot. Daarnaast staat vast dat Wallaard voorafgaand aan haar graafwerkzaamheden een zogenaamde KLIC-melding heeft verricht, dat Evides daarop gebiedsinformatie aan Wallaard heeft verstrekt en dat Wallaard ter plaatse de waterleiding van Evides heeft ontgraven.
4.10
Uit de CROW 500-richtlijn en de Evides-richtlijnen volgt naar het oordeel van de kantonrechter dat Wallaard in het onderhavige geval vooraf contact op had moeten nemen met Evides. Wallaard wist immers van de aanwezigheid van de waterleiding af en heeft, blijkens de door Evides overgelegde foto’s, langs die waterleiding gegraven. Bovendien heeft Wallaard de waterleiding van Evides ontgraven. Op grond van de CROW 500-richtlijn had Wallaard dan ook contact moeten opnemen om extra voorzorgs- en/of veiligheidsmaatregelen te treffen om de ontgraven waterleiding te beschermen tegen alle vormen van beschadiging. Ook de Evides-richtlijnen, waarvan Wallaard de ontvangst niet heeft betwist, hadden Wallaard aanleiding moeten geven om Evides voorafgaand aan haar werkzaamheden te contacteren. De Evides-richtlijnen schrijven in een geval als het onderhavige, waarbij sprake is van het vrijgraven van een PVC-leiding en het graven in de langsrichting van die leiding, immers voor dat altijd overleg met Evides nodig is over de uitvoeringswijze en de te nemen voorzorgsmaatregelen. De Evides-richtlijnen vermelden zelfs specifiek dat de leiding “bij het graven langs de leiding over de lengte van meer dan 1,5 meter evenwijdig aan de leiding dient […] te worden beschermd tegen (horizontale) verschuiving. Een gevolg van verschuiving is dat de leiding uit de (mof)verbindingen schiet. Beschermende maatregelen dienen in overleg met Evides te worden genomen” en dat veel leidingen niet trekvast zijn uitgevoerd.
4.11
Wallaard betoogt dat het zandpakket waarin door Evides de leiding was gelegd onvoldoende was verdicht waardoor het is gaan schuiven en de waterleiding is gaan doorhangen en uit de mof is geschoten en dat dit een aanlegfout was waarmee Wallaard niet bekend was en ook niet bekend hoefde te zijn. De schade was daarmee niet voorzienbaar en is daarmee niet aan haar toe te rekenen, aldus Wallaard.
Nog daargelaten de feitelijke betwisting van het voorgaande door Evides, was Wallaard gehouden om voorafgaand aan haar graafwerkzaamheden vooroverleg te voeren met Evides en te onderzoeken hoe goed of slecht de ondergrond was en vervolgens de eventueel noodzakelijke (extra) voorzorgsmaatregelen te treffen, zoals het aanbrengen van een zijwaartse bekisting. Dit heeft Wallaard echter nagelaten. Van eigen schuld aan de zijde van Evides is onder deze omstandigheden derhalve evenmin sprake.
4.12
Ook het verweer dat Evides de gemeente Westvoorne niet voor een schouw van het tracé heeft uitgenodigd, wordt verworpen. Daartoe wordt overwogen dat uit de onder rechtsoverweging 2.3 vermelde voorwaarde niet volgt dat Evides de gemeente Westvoorne had moeten uitnodigen voor een schouw, maar enkel dat de gemeente Westvoorne het tracé zal schouwen na het gereedkomen van het werk.
4.13
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Wallaard ter zake van de onderhavige graafwerkzaamheden de op haar als grondroerder rustende zorgplicht jegens Evides heeft geschonden, waarmee zij jegens Evides onrechtmatig heeft gehandeld en daarom aansprakelijk is voor de door Evides geleden schade, bestaande uit de herstelkosten van de waterleiding van Evides.
4.14
Aangezien Wallaard de door Evides bij haar conclusie van repliek in het geding gebrachte schadeopstelling niet heeft betwist, leidt het voorgaande tot de conclusie dat de door Evides gevorderde herstelkosten ten bedrage van € 5.197,23 worden toegewezen.
4.15
Wallaard heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde wettelijke rente, zodat die - als op de wet gegrond - wordt toegewezen.
4.16
Wallaard heeft het door Evides gevorderde bedrag van € 700,- aan kosten ter vaststelling van schade, aansprakelijkheid en verhaal niet gemotiveerd betwist, zodat dit gedeelte van de vordering van Evides ook toewijsbaar is.
4.17
Wallaard wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die tot aan deze uitspraak worden begroot op € 572,40 aan verschotten (bestaande uit € 486,00 aan griffierecht en € 86,40 aan explootkosten) en € 600,- aan salaris voor de gemachtigde van Evides (bestaande uit 2 punten à € 300,-).
4.18
Hetgeen verder nog door partijen is aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel en kan daarom onbesproken blijven.
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt Wallaard om aan Evides tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 5.955,04, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 5.197,23 vanaf 17 juni 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt Wallaard in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Evides begroot op € 572,40 aan verschotten en € 600,- aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.I. Mentink en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
38671