Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:1464

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-02-2020
Datum publicatie
20-02-2020
Zaaknummer
10/996761-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte rechtspersoon, door het RDW erkend installateur voor tachografen, heeft gedurende enige tijd valse registerkaarten in de administratie opgenomen en daarmee de administratie vervalst. Rekening houdend met een geringe overschrijding van de redelijke termijn conform de eis van de officier van justitie oplegging van een geldboete van € 19.000,-. Vonnis in de strafzaak tegen de medeverdachte/installateur ECLI:NL:RBROT:2020:1463 .

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/996761-17

Datum uitspraak: 20 februari 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:


de besloten vennootschap

[naam verdachte rechtspersoon] ,

gevestigd te [vestigingsadres] , [vestigingsplaats] ,

ter terechtzitting vertegenwoordigd door [naam] ,
die volgens eigen opgave directeur van de vennootschap is en uit dien hoofde gemachtigd is om de vennootschap in deze te vertegenwoordigen,

raadsvrouw mr. A.A.M. Dijkman, advocaat te Haarlem.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 6 februari 2020.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. van der Zwan heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    oplegging van een geldboete van € 19.000,-.

4 Beoordeling

4.1.

De feiten

In de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 januari 2018 is de medeverdachte [naam medeverdachte] (de medeverdachte) werkzaam geweest als chef werkplaats bij [naam verdachte rechtspersoon] (verdachte) aan de [vestigingsadres] in [vestigingsplaats] . De werkzaamheden van de medeverdachte bestonden onder meer uit het inbouwen en keuren van tachografen. Bij besluit van 4 oktober 2012 heeft de RijksDienst voor het Wegverkeer (hierna: RDW) de verdachte een erkenning als installateur verleend op grond waarvan de verdachte bevoegd is tachografen te keuren. Bij het keuren van tachografen wordt gebruik gemaakt van een werkplaatskaart; een persoonsgebonden aan de installateur verstrekte kaart voorzien van een pincode. Aan de medeverdachte is een werkplaatskaart met nummer [nummer] verstrekt.

Naar aanleiding van verschillende incidenten heeft op 22 juli 2017 in het bedrijfspand aan de [vestigingsadres] in [vestigingsplaats] een handhavingsactie plaatsgehad. Bij deze actie is vastgesteld dat in vijf vrachtwagens waarvan het kenteken op naam van de verdachte is gesteld, gemanipuleerde tachograafinstallaties aanwezig waren.

Op 31 januari 2018 heeft een doorzoeking plaatsgehad in het bedrijfspand aan de [vestigingsadres] in [vestigingsplaats] . In de administratie werd een viertal registerkaarten aangetroffen behorende bij vier van de hiervoor bedoelde vrachtwagens waarvan de tachograafinstallatie was gemanipuleerd.

4.2

Standpunt officier van justitie

De medeverdachte heeft als installateur na keuring cq. ijking registerkaarten opgemaakt en op die registerkaarten vermeld dat in de tachografen geen manipulaties zijn aangetroffen. Dit terwijl de desbetreffende gemanipuleerde tachografen op een eerder moment door de medeverdachte zelf waren ingebouwd. Vier door de medeverdachte valselijk opgemaakte registerkaarten zijn in de administratie van de verdachte opgenomen. Het ten laste gelegde is dan ook wettig en overtuigend bewezen.

4.3

Standpunt verdediging

Wettig en overtuigend bewijs waaruit volgt op welk moment de aangetroffen manipulaties zijn aangebracht ontbreekt. Derhalve kan niet vastgesteld worden dat de medeverdachte op het moment van ijking van de tachografen had moeten bemerken dat deze waren gemanipuleerd en op de registerkaarten had moeten vermelden dat sprake was van afwijkingen. Dit moet leiden tot vrijspraak van het ten laste gelegde.

4.4

Beoordeling


Vast staat dat op 22 juli 2017 onder meer in de vrachtwagens voorzien van de kentekennummers [kentekennummer 1] , [kentekennummer 2] , [kentekennummer 3] en [kentekennummer 4] gemanipuleerde tachograafinstallaties zijn aangetroffen. Vast staat ook dat de medeverdachte in maart 2017, respectievelijk mei 2017 voormelde tachograafinstallaties heeft geijkt.


De vragen die voorliggen zijn of de manipulaties al voor de ijking waren aangebracht en of de medeverdachte (aldus) ter gelegenheid van de ijking afwijkingen aan de tachograafinstallaties had moeten vaststellen en op de registerkaart had moeten vermelden.

Uit de verklaring van de medeverdachte, zoals afgelegd bij de handhavingsactie op 22 juli 2017 blijkt – kort gezegd – dat hij de aangetroffen manipulaties aan de tachograafinstallaties in de desbetreffende vrachtwagens heeft aangebracht. Uit het dossier volgt voorts dat de medeverdachte op 16 maart 2017, 10 mei 2017, 24 mei 2017 en 26 mei 2017, de desbetreffende tachograafinstallaties heeft geijkt. De getuige [naam getuige] , bedrijfsinspecteur bij de RDW heeft verklaard dat de verdachte op 22 juli 2017 heeft gezegd dat hij een registratiekaart valselijk heeft opgemaakt. Deze verklaring vindt steun in de waarneming van een RDW-medewerker die bij de handhavingsactie op 22 juli 2017 heeft geconstateerd dat gezien de mate van vervuiling van een tweetal aangetroffen pulsgevers deze reeds voor het moment van ijking ingebouwd waren. Daar komt bij dat de vrachtwagens waarin de gemanipuleerde tachograafinstallaties zijn aangetroffen op het moment van ijking al geruime tijd op de weg reden en dat de door de medeverdachte bij deze vrachtwagens uitgevoerde kalibratie telkens is uitgevoerd in het kader van een tweejaarlijkse kalibratie.

Gelet op voorgaande feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank bewezen dat de manipulaties voorafgaand aan de momenten van het opmaken van de registerkaarten zijn aangebracht door de medeverdachte. Eén en ander brengt met zich dat de in de tenlastelegging genoemde, in de administratie aangetroffen registerkaarten door de medeverdachte valselijk zijn opgemaakt door hierop te vermelden dat bij de onderzochte tachograafinstallaties geen afwijkingen en/of manipulaties zijn aangetroffen, wat de medeverdachte ten aanzien van één registerkaart ook tegenover een RDW-medewerker heeft bekend. Door deze valselijk opgemaakte registerkaarten in de (bedrijfs)administratie te verwerken heeft de verdachte haar (bedrijfs)administratie vervalst. Het ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.

4.5

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

zij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 januari 2018 te [plaats delict 1]

haar (bedrijfs)administratie – zijnde die bedrijfsadministratie een (samenstel van) geschriften, bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - heeft vervalst ,

hebbende dat vervalsen van die (bedrijfs)administratie hierin bestaan dat verdachte in die (bedrijfs)administratie opzettelijk na te noemen (kopieën van) valse registerkaarten, te weten:

- een registerkaart (met ijkdatum 24 mei 2017) behorende bij het voertuig met kenteken [kentekennummer 1] en

- een registerkaart (met ijkdatum 26 mei 2017) behorende bij het voertuig met kenteken [kentekennummer 4] en

- een registerkaart (met ijkdatum 16 maart 2017) behorende bij het voertuig met kenteken [kentekennummer 3]

en

- een registerkaart (met ijkdatum 10 mei 2017) behorende bij het voertuig met kenteken [kentekennummer 2] ,

heeft verwerkt, bestaande de valsheid hierin dat (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid, op die (kopieën van) registerkaarten was vemeld dat in de zich in genoemde voertuigen bevindende tachograafinstallaties geen afwijkingen zijn aangetroffen,

zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

Valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de draagkracht van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte, erkenninghouder voor het installeren van tachografen, heeft gedurende enige tijd valse registerkaarten in haar administratie opgenomen. Registerkaarten zijn bestemd tot bewijs van het feit dat de installateur aan de tachograaf in het desbetreffende voertuig geen afwijkingen cq. manipulaties heeft aangetroffen. Door valse registerkaarten in de administratie te verwerken heeft de verdachte de administratie vervalst.

Met deze handelwijze heeft de verdachte het vertrouwen dat derden in registerkaarten en de desbetreffende goedgekeurde tachograafinstallaties moeten kunnen stellen aangetast.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf acht geslagen op de straffen die gewoonlijk in vergelijkbare zaken worden opgelegd en de LOVS-oriëntatiepunten. Afhankelijk van de aard en omvang van de gepleegde valsheid in geschrift door een rechtspersoon wordt voor dat feit gewoonlijk een forse geldboete opgelegd. Gelet op dit uitgangspunt en de langere periode waarin de verdachte zich aan het ten laste gelegde schuldig heeft gemaakt, komt oplegging van een geldboete passend voor.

Bij het bepalen van de de hoogte van de geldboete is in strafmatigende zin meegewogen dat de verdachte, blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 november 2019, niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Ook is meegewogen dat sinds de doorzoeking op 31 januari 2018 de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen de verdachte pas op 6 februari 2020 is aangevangen. Er is dan ook sprake van geringe overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM.

Alles afwegend acht de rechtbank, conform de eis van de officier van justitie, oplegging van een geldboete van € 19.000,- passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 23 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 19.000,00 (negentienduizend euro).

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.L.M. Boek, voorzitter,

en mrs. C.E. Bos en S.E.C. Debets, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. van Empelen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 februari 2020.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 januari 2018 te [plaats delict 1] en/of [plaats delict 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal

haar (bedrijfs)administratie – zijnde die bedrijfsadministratie een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen -
(telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen,

hebbende dat valselijk opmaken en/of vervalsen van die (bedrijfs)administratie (telkens) hierin bestaan dat verdachte en/of haar mededader(s) in die (bedrijfs)administratie opzettelijk een of meer na te noemen (kopieën van) valse/vervalste registerkaart(en), te weten:

- een registerkaart (met ijkdatum 24 mei 2017) van/behorende bij het voertuig met kenteken [kentekennummer 1] (DOC-033 en DOC-057) (par. 8.1 relaaspv) en/of

- een registerkaart (met ijkdatum 26 mei 2017) van/behorende bij het voertuig met kenteken [kentekennummer 4] (DOC-034 en DOC-049) (par. 8.2 relaaspv) en/of

- een registerkaart (met ijkdatum 16 maart 2017) van/behorende bij het voertuig met kenteken [kentekennummer 3] (DOC-128 en DOC-128-01 en DOC-128-02) (par. 8.3 relaaspv)

en/of

- een registerkaart (met ijkdatum 10 mei 2017) van/behorende bij het voertuig met kenteken [kentekennummer 2] (DOC-129) (par. 8.4 relaaspv),

althans een of meer geschrift(en), verwerkt en/of doen verwerken, bestaande de valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) hierin dat (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid, op/in die (kopieën van) registerkaarten was vemeld en/of laten vermelden en/of doen vermelden dat in/aan de zich in genoemd(e) voertuig(en) bevindende tachograafinstallatie(s) geen afwijkingen zijn aangetroffen,

zulks met het oogmerk om dat/die geschrift)en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken.