Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:1463

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-02-2020
Datum publicatie
20-02-2020
Zaaknummer
10/996753-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte, als installateur werkzaam bij een door het RDW erkend installateur voor tachografen, heeft tachograafinstallaties en/of pulsgevers gemanipuleerd en in vrachtwagens ingebouwd waardoor niet de juiste rust- en rijtijden geregistreerd konden worden. Artikel 161sexies Sr is niet van toepassing nu vereiste mate van gevaarzetting niet is komen vast te staan. Tachograafinstallaties en pulsgevers zijn aan te merken als geautomatiseerd werk in de zin van de artikel 350c en 350d Sr. Vaststelling dat de verdachte de verweten gedragingen heeft begaan en dat zijn spontane verklaring hierover tijdens een handhavingsactie kan meewerken aan het bewijs. Ook heeft de verdachte materiaal geschikt voor het manipuleren van tachograafinstallaties voorhanden gehad en heeft hij als installateur valse registerkaarten opgemaakt en voorhanden gehad. De criminele opbrengsten uit dit strafbaar handelen heeft de verdachte witgewassen. De verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten en er is rekening gehouden met een geringe overschrijding van de redelijke termijn. Conform de eis van de officier van justitie oplegging van een taakstraf voor de duur van 228 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van twee jaar. Vonnis in de strafzaak tegen de medeverdachte rechtspersoon/erkenninghouder ECLI:NL:RBROT:2020:1464.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/996753-17

Datum uitspraak: 20 februari 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,
raadsman mr. M.S. Kikkert, advocaat te Haarlem.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 6 februari 2020.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. van der Zwan heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde;

  • -

    oplegging van een taakstraf voor de duur van 228 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van 2 jaar;

  • -

    verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geldbedrag.

4 Beoordeling

4.1.

De feiten

In de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 januari 2018 is de verdachte werkzaam geweest als chef werkplaats bij [naam medeverdachte rechtspersoon] aan de [vestigingsadres] in [vestigingsplaats] . De werkzaamheden van de verdachte bestonden onder meer uit het inbouwen en keuren van tachografen. Bij besluit van 4 oktober 2012 heeft de RDW [naam medeverdachte rechtspersoon] (hierna: de medeverdachte) een erkenning als installateur verleend op grond waarvan zij bevoegd is tachografen te keuren. Bij het keuren van tachografen wordt gebruik gemaakt van een werkplaatskaart; een persoonsgebonden aan de installateur verstrekte kaart voorzien van een pincode. Aan de verdachte is een werkplaatskaart met nummer [nummer] verstrekt.

De verdachte was onder meer belast met het keuren cq. ijken van tachografen. Vóór het ijken van de tachograaf doet de installateur een manipulatiecheck. Na de ijking wordt een registerkaart opgemaakt waarin onder meer wordt vermeld of er wel of geen manipulaties zijn aangetroffen. Op het moment dat een tachograaf wordt geijkt, dient de werkplaatskaart in de tachograaf aanwezig te zijn. Na de ijking wordt de verzegeling aangebracht en wordt de ijking online bij de RDW afgemeld. Tot slot wordt door de installateur een installatieplaatsje aangebracht. Uit de aanwezigheid van het installatieplaatje kunnen derden opmaken dat de tachograaf niet gemanipuleerd is.

Naar aanleiding van verschillende incidenten heeft op 22 juli 2017 in het bedrijfspand aan de [vestigingsadres] in [vestigingsplaats] een handhavingsactie plaatsgehad. Bij deze actie is vastgesteld dat in vijf vrachtwagens waarvan het kenteken op naam van de medeverdachte is gesteld, gemanipuleerde tachograafinstallaties aanwezig waren. Ook in een vrachtwagen waarvan het kenteken op naam van [naam bedrijf 1] in [plaats] is gesteld, werd op aanwijzing van de verdachte een gemanipuleerde tachograafinstallatie aangetroffen. Daarnaast werden vier losse pulsgevers aangetroffen, die eveneens gemanipuleerd bleken te zijn. De verdachte heeft op die dag de inspecteurs en politieambtenaren toegang verleend tot het bedrijfspand, met hen gesproken en vragen beantwoord. Van de handhavingsactie is een verslag gemaakt, waarin uitspraken van de verdachte zijn opgenomen.

Op 31 januari 2018 heeft een doorzoeking plaatsgehad in het bedrijfspand aan de [vestigingsadres] in [vestigingsplaats] , in de woning van de verdachte en in diens auto. In het bedrijfspand werden onder meer bewegingssensoren, tachografen, printplaatsjes en devices aangetroffen, die door aanwezige opsporingsambtenaren werden herkend als materialen geschikt voor het manipuleren van pulsgevers en tachografen. In de administratie werd een viertal registerkaarten aangetroffen behorende bij vier van de hiervoor bedoelde vrachtwagens waarvan de tachograafinstallatie was gemanipuleerd. In de auto van de verdachte werd een postpakket afkomstig uit Polen en gericht aan [naam verdachte] te [woonplaats verdachte] aangetroffen. In het pakket zaten twee tachografen.

4.2

Standpunt officier van justitie

De verdachte heeft de bij de medeverdachte en bij [naam bedrijf 1] aangetroffen gemanipuleerde tachografen en pulsgevers ingebouwd. De tachograafinstallatie is aan te merken als een geautomatiseerd werk als bedoeld in artikel 161sexies van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Een losse pulsgever is te beschouwen als een werk voor telecommunicatie. Manipulatie van de tachograaf of pulsgever heeft als doel dat de rij- en rusttijden niet juist worden geregistreerd, zodat de chauffeur ongezien langer achtereen kan rijden. Het is een feit van algemene bekendheid dat vermoeidheid de kans op ongevallen vergroot. Ook worden de veiligheidssystemen van de vrachtwagen gemanipuleerd. Als gevolg van het handelen van de verdachte is aldus gevaar voor verkeersongevallen, ofwel gevaar voor goederen en levensgevaar voor anderen ontstaan, zodat het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is.

Het onder 2 ten laste gelegde is eveneens wettig en overtuigend bewezen nu de verdachte als installateur na keuring cq. ijking registerkaarten heeft opgemaakt en op die registerkaarten heeft vermeld dat in de desbetreffende tachografen geen manipulaties zijn aangetroffen, terwijl de gemanipuleerde tachograafinstallaties op een eerder moment door de verdachte zijn ingebouwd. Het viertal aangetroffen registerkaarten is dan ook valselijk opgemaakt en in de administratie van [naam medeverdachte rechtspersoon] opgenomen.

Het onder 3 ten laste gelegde is eveneens wettig en overtuigend bewezen. Door de verdachte is € 39.733,- aan betalingen ontvangen en is tot € 93.200,- aan contante stortingen gedaan op privérekeningen van de verdachte en op de zakelijke rekening van zijn bedrijf [naam bedrijf 2] waarvan de verdachte de gemachtigde is. Deze gelden zijn inmiddels uitgegeven en bovendien aan het zicht van de fiscus onttrokken, zodat sprake is van verhullingshandelingen ten aanzien van bedoelde bedragen. Daarnaast heeft de verdachte contante uitgaven gedaan voor een totaalbedrag van € 4.462,30. Van deze bedragen van € 93.200,-, € 39.733 en € 4.462,30 is geen legale herkomst bekend, terwijl het dossier aanwijzingen bevat waaruit volgt dat de verdachte ook voor derden tegen betaling gemanipuleerde apparatuur heeft ingebouwd. Er is sprake van een vermoeden van witwassen en het is dan aan de verdachte om hier een concerete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand volslagen onwaarschijnlijke verklaring tegenover te stellen. De verdachte heeft dit nagelaten, zodat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring voor de herkomst van het geld heeft te gelden.

4.3

Standpunt verdediging

De raadsman concludeert tot vrijspraak van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde en heeft daartoe – voor zover thans van belang – de volgende verweren aangevoerd.

De verklaring van de verdachte van 22 juli 2017 en de (waarnemingen van de) door verdachte op die dag verrichte handelingen moeten van het bewijs worden uitgesloten. Gelet op alle feiten en omstandigheden in de aanloop naar en op 22 juli 2017 was reeds voorafgaand aan de handhavingsactie jegens de verdachte sprake van een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit, te weten manipulatie van tachografen. Gezien deze verdenking had de verdachte op 22 juli 2017 van meet af aan de cautie gegeven moeten worden, zodat hij gebruik had kunnen maken van het zwijgrecht. De autoriteiten hebben dit nagelaten, zodat sprake is van een verzuim als bedoeld in artikel 359a Sv, wat moet leiden tot bewijsuitsluiting. Van een spontane verklaring of bekentenis van de verdachte zoals gerelateerd is geen sprake. Bij gebrek aan bewijs in de vorm van een verklaring van de verdachte en/of de door hem verrichte handelingen is er geen bewijs dat hij het ten laste gelegde heeft begaan.

De tachograaf is geen geautomatiseerd werk als bedoeld in artikel 161sexies, 350c of 350d Sr. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat onder een geautomatiseerd werk wordt verstaan een inrichting bestemd om langs electronische weg gegevens op te slaan, te verwerken en over te dragen. Een tachograaf registreert slechts gegevens zoals de rij- en rusttijden en slaat deze gegevens op. Van enig verwerken of overdragen van gegevens is geen sprake. Verder is geen sprake van een werk voor telecommunicatie.

Van gevaarzetting als bedoeld in artikel 161sexies Sr als gevolg van de gemanipuleerde tachografen is geen sprake. Het moet gaan om een concreet en voorzienbaar gevolg van het handelen van de verdachte, zodanig dat dit gevolg naar objectieve maatstaven in redelijkheid aan de verdachte kan worden toegerekend. Een gemanipuleerde tachograaf registreert enkel gegevens en het is slechts de latere gebruiker van de tachograaf en diens handelen die eventueel enig gevaar kunnen inroepen. Een causaal verband tussen het manipuleren van tachografen en gevaar ontbreekt dan ook. Bovendien wijst de eerder aan [naam medeverdachte rechtspersoon] opgelegde bestuurlijke boete en in het bijzonder de hoogte daarvan niet op enige samenhang tussen de aangebrachte manipulaties en levensgevaar.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde ontbreekt wettig en overtuigend bewijs waaruit volgt op welk moment de aangetroffen manipulaties zijn aangebracht, zodat niet vastgesteld kan worden dat de verdachte op het moment van ijking van de tachografen had moeten bemerken dat deze waren gemanipuleerd en op de registerkaarten had moeten vermelden dat sprake was van afwijkingen. Uit de verklaringen van de getuigen van de RDW die bij de handhavingsactie van 22 juli 2017 aanwezig waren volgt ook dat het moment waarop de pulsgevers zijn gemanipuleerd niet met zekerheid vastgesteld kan worden. Derhalve kan ook niet worden vastgesteld dat de registerkaarten valselijk zijn opgemaakt, zodat de verdachte op dit punt moet worden vrijgesproken. Voor zover de rechtbank van oordeel is dat de registerkaarten vals zijn, maakt het enkele passief in de bedrijfsadministratie opnemen van bedoelde registerkaarten niet dat sprake is van het gebruiken van valse geschriften, zodat ook op dit punt vrijspraak dient te volgen.

Alleen het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde kan als grondmisdrijf voor witwassen worden beschouwd. Bij vrijspraak van die feiten, dient ook vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde te volgen. Daar komt bij dat enig verband tussen de in kaart gebrachte geldstromen en het manipuleren van tachografen ontbreekt. Zo er al sprake zou zijn van het manipuleren van tachografen door de verdachte, moeten de inkomsten die hij daarmee heeft gegenereerd worden aangemerkt als opbrengsten onmiddellijk uit eigen misdrijf verkregen. In dat geval is de zelfpleger-exceptie van toepassing en is voor bewezenverklaring van het ten laste gelegde witwassen vereist dat de handelingen van de verdachte ook gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de gelden. Van dit laatste is geen sprake; de gelden zijn juist vol in het zicht op de eigen bankrekening geplaatst.

4.4

Beoordeling


Feit 1

Algemeen

Onder feit 1 is, kort gezegd, ten laste gelegd manipulatie van tachografen en pulsgevers, wat primair gemeen gevaar voor personen of goederen of de levering van diensten zou hebben opgeleverd als bedoeld in artikel 161sexies Sr en subsidiair stoornis zou hebben veroorzaakt in de werking van een geautomatiseerd werk als bedoeld in artikel 350c Sr. Daarnaast is subsidiair cumulatief ten laste gelegd het voorhanden hebben van apparatuur als printplaatjes en “kastjes” waarmee de werking van een geautomatiseerd werk kan worden bemoeilijkt of verhinderd als bedoeld in artikel 350d Sr. Meer subsidiair is overtreding van de Warenwet ten laste gelegd.

Vast staat dat op 22 juli 2017 in de vrachtwagens voorzien van kentekennummers [kentekennummer 1] , [kentekennummer 2] , [kentekennummer 3] , [kentekennummer 4] , [kentekennummer 5] en [kentekennummer 6] gemanipuleerde tachograafinstallaties zijn aangetroffen. Vast staat eveneens dat in de bedrijfsruimte vier losse, gemanipuleerde pulsgevers zijn aangetroffen. Daarnaast zijn in het kantoor in de bedrijfsruimte, bij de verdachte thuis en in zijn auto printplaatjes, tachografen en bewegingssensors aangetoffen.

Feit 1 Primair

Artikel 161sexies Sr is een gevaarzettingsdelict. Bij gevaarzettingsdelicten wordt strafbaar gesteld een handeling die een rechtsbelang bedreigt. Daarbij kan in theorie sprake zijn van een abstracte of concrete gevaarzetting. De officier van justitie gaat uit van een abstracte gevaarzetting. Evenwel zal gelet op de wetsgeschiedenis van artikel 161sexies Sr van concrete gevaarzetting sprake moeten zijn (vergelijk de conclusie van de AG Silvis bij HR 21 december 2010, ECLI:NL:HR:2010: BN8840 en de daar aangehaalde memorie van toelichting). Niet bewezen is dat door het manipuleren van de tachograafinstallaties concreet gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of voor de dienstverlening te duchten is geweest. De enkele stelling dat met gemanipuleerde tachograafinstallaties langer kan worden gereden dan wettelijk is toegestaan en dat de veiligheidssystemen door manipulatie in storing kunnen raken, is daarvoor onvoldoende. Niet gesteld of gebleken is immers dat met de aangetroffen gemanipuleerde tachograafinstallaties daadwerkelijk de rij- en rusttijden zijn overschreden en/of hiermee een reële kans op een storing van de veiligheidssystemen bestond. Dat geldt eens te meer voor pulsgevers die niet in een tachograafinstallatie zijn ingebouwd. De verdachte wordt vrijgesproken van het onder 1 primair ten laste gelegde.

Feit 1 subsidiair

Uit de wetsgeschiedenis en jurisprudentie volgt dat onder een geautomatiseerd werk als bedoeld in de artikelen 350c en 350d Sr wordt verstaan een inrichting bestemd om langs electronische weg gegevens op te slaan, te verwerken en over te dragen.

Uit het dossier volgt dat de tachograaf onderdeel is van een installatie. De installatie bestaat onder meer uit een pulsgever (bewegingssensor) die, zodra de vrachtwagen gaat bewegen, een rijsignaal doorgeeft aan de tachograaf, waarna gegevens op de schijf of de bestuurderskaart worden opgeslagen. Gelet op deze beschrijving is de tachograafinstallatie, de pulsgever inbegrepen, aan te merken als een inrichting bestemd om (rij-)bewegingen te registreren en te verwerken (tot een rijsignaal), welke signalen aan de tachograaf worden overgedragen. De conclusie is dat een tachograafinstallatie is aan te merken als een geautomatiseerd werk in de zin van voormelde artikelen.

Vervolgens rijst de vraag of de losse pulsgevers als geautomatiseerd werk zijn aan te merken. In zijn arrest van 17 december 2019, ECLI:NL:HR:1973 heeft de Hoge Raad overwogen: “Een inrichting kan alleen als ‘geautomatiseerd werk’ worden aangemerkt indien zij geschikt is om drie functies te vervullen, te weten opslag, verwerking en overdracht van gegevens. Dat begrip ‘geautomatiseerd werk’ is echter niet beperkt tot apparaten die zelfstandig aan deze drievoudige eis voldoen. Daaronder vallen ook netwerken bestaande uit computers en/of telecommunicatievoorzieningen, evenals delen van zulke geautomatiseerde werken”. Gelet op het laatst aangehaalde zinsdeel oordeelt de rechtbank dat een onderdeel van een geautomatiseerd werk, ook als dat niet is aangesloten op of verbonden met andere onderdelen waarmee het dient samen te werken om de drie genoemde functies te vervullen, ook een geautomatiseerd werk in de zin van de wet is.

De ten laste gelegde manipulaties aan de tachograafinstallaties zijn (wel) aan te merken als het veroorzaken van een stoornis in de werking van die werken, waardoor de opslag, verwerking of overdracht van gegevens werd bemoeilijkt. Deze handelingen zijn strafbaar gesteld bij het artikel 350c Sr zoals van toepassing tijdens de subsidiair ten laste gelegde periode. De op 31 januari 2018 in het bedrijfspand van [naam medeverdachte rechtspersoon] en in de woning van verdachte aangetroffen bewegingssensoren, tachografen, printplaatsjes en devices zijn aan te merken als apparatuur die in hoofdzaak is geschikt gemaakt of ontworpen voor het opzettelijk veroorzaken van een dergelijke stoornis, hetgeen strafbaar is gesteld in artikel 350d Sr.

De volgende vraag is of kan worden bewezen dat de verdachte de manipulaties heeft uitgevoerd en de bedoelde apparatuur voorhanden heeft gehad.

Bij de handhavingsactie van 22 juli 2017 heeft de verdachte onder meer verklaard dat hij bij de voertuigen met de kentekens [kentekennummer 5] , [kentekennummer 1] , [kentekennummer 2] , [kentekennummer 3] en [kentekennummer 4] van [naam medeverdachte rechtspersoon] en bij een voertuig van [naam bedrijf 1] in [plaats] (naar later bleek, met kenteken [kentekennummer 6] ) gemanipuleerde tachograafinstallaties heeft ingebouwd. Vervolgens heeft hij onder toeziend oog van de opsporingsambtenaren de tachograafinstallaties van de voertuigen van [naam medeverdachte rechtspersoon] uitgebouwd. Voor zover de raadsman heeft betoogd dat deze verklaring van de verdachte en de (waarnemingen van de) door verdachte op die dag verrichte handelingen, niet kunnen meewerken aan het bewijs, wordt dit verweer verworpen. Hoewel de rechtbank met de raadsman van oordeel is dat er alle aanleiding bestond om de verdachte op 22 juli 2017 materieel als verdachte van enig strafbaar feit aan te merken, behoeft de omstandigheid dat hij die dag niet op zijn rechten als verdachte is gewezen, in dit geval niet tot bewijsuitsluiting te leiden. Uit het rapport van bevindingen van de handhavingsactie van 22 juli 2017 volgt dat de verdachte die dag spontaan zijn volledige medewerking heeft toegezegd en uit eigen beweging heeft verklaard dat hij de aangetroffen manipulaties heeft aangebracht en deze ook graag zelf ter plaatse zou uitbouwen, zodat de vrachtwagens daags na de handhavingsactie weer de weg op zouden kunnen. Onder deze omstandigheden kan het uitblijven van een cautie niet als vormverzuim worden beschouwd, zodat bewijsuitsluiting niet aan de orde is (vergelijk HR 8 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:389). De verklaring van de verdachte en de overige gerelateerde waarnemingen van de handelingen van de verdachte op 22 juli 2017, voor zover voor het bewijs gebruikt, zijn niet op onrechtmatige wijze verkregen en zullen meewerken aan het bewijs. De rechtbank acht mede op grond hiervan het onder 1 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. De verklaringen die de verdachte in gesprek met een opsporingsambtenaar heeft afgelegd zijn niet als spontaan aan te merken en blijven buiten beschouwing, nu is verzuimd de cautie te geven.

Feit 2

Kort gezegd is ten laste gelegd het valselijk opmaken en gebruiken dan wel voorhanden hebben van een viertal registratiekaarten. Op de registratiekaarten wordt de ijking van een tachograaf in een vrachtauto gemeld. De valsheid zou er in bestaan dat in strijd met de waarheid op de registratiekaarten is vermeld dat geen afwijking in de desbetreffende tachograaf is vast gesteld.

Het ten aanzien van feit 2 gevoerde verweer dat niet vastgesteld kan worden op welk moment de aangetroffen manipulaties van de tachografen zijn aangebracht, zodat evenmin vastgesteld kan worden dat de verdachte ter gelegenheid van de ijking van de tachograafinstallaties had moeten bemerken dat deze waren gemanipuleerd en op de registerkaarten had moeten vermelden dat sprake was van afwijkingen, slaagt niet. Zoals hiervoor is overwogen, acht de rechtbank bewezen dat de verdachte de manipulaties aan de tachograafinstallaties in de vier vrachtwagens met kenteken [kentekennummer 1] , [kentekennummer 4] , [kentekennummer 3] en [kentekennummer 2] heeft aangebracht. Uit het dossier volgt voorts dat de verdachte op 16 maart 2017, 10 mei 2017, 24 mei 2017 en 26 mei 2017, de in deze voertuigen aangebrachte tachograafinstallaties heeft geijkt. Anders dan de verdediging heeft aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte de gemanipuleerde tachograafinstallaties in de genoemde vrachtwagens vóór de desbetreffende ijkdata heeft ingebouwd. In de voorgeschiedenis van meerdere schorsingen van de medeverdachte als erkenninghouder in 2015 en latere incidenten waaruit onregelmatigheden naar voren zijn gekomen, ziet de rechtbank een sterke aanwijzing dat de verdachte al geruime tijd en ook voor de desbetreffende ijkdata bezig is geweest met het aanbrengen van manipulaties aan tachograafinstallaties. Ook uit onderzoek naar whats-app- en bankgegevens uit de periode 2014 tot en met 2017 met betrekking tot de verdachte volgt dat hij kennelijk al langer gemanipuleerde tachograafinstallaties inbouwde. Daarnaast heeft een RDW-medewerker bij de handhavingsactie op 22 juli 2017 geconstateerd dat gezien de mate van vervuiling van een tweetal aangetroffen pulsgevers deze reeds voor het moment van ijking ingebouwd waren. Daar komt bij dat de desbetreffende vrachtwagens op het moment van ijking al geruime tijd op de weg reden en dat de door de verdachte bij deze vier vrachtwagens uitgevoerde kalibratie telkens is uitgevoerd in het kader van een tweejaarlijkse kalibratie.

Gelet op voorgaande feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank het buitengewoon onaannemelijk dat in alle vier de vrachtwagens van de medeverdachte in de korte periode na de uitvoering van de tweejaarlijkse kalibratie tot de handhavingsactie op 22 juli 2017 de gemanipuleerde tachograafinstallaties zouden zijn aangebracht. Aanwijzingen dat de verdachte of een ander in deze korte periode deze gemanipuleerde tachograafinstallaties zou hebben ingebouwd, zijn bovendien niet gebleken. Het voorgaande brengt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de manipulaties voorafgaand aan de momenten van het opmaken van de registerkaarten (in de periode 1 juli 2015 tot en met 26 mei 2017) zijn aangebracht en wel door de verdachte. Eén en ander maakt dat de verdachte de vier aangetroffen registerkaarten valselijk heeft opgemaakt en in de bovenbedoelde bedrijfsruimte in de administratie heeft opgenomen en daarmee voorhanden heeft gehad. Gelet hierop is het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3

Vast staat dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het aanbrengen van manipulaties aan tachograafinstallaties. Aannemelijk is geworden dat de verdachte met deze werkzaamheden contante geldbedragen heeft verkregen onder meer door zijn diensten aan derden aan te bieden. Hiermee is sprake is van een brondelict voor witwassen.

In dit verband volgt uit het proces-verbaal van verdenking van witwassen dat in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 januari 2018 op de (privé-)bankrekeningen van de verdachte en de zakelijke rekening op naam van de eenmanszaak [naam bedrijf 2] , waarvan de verdachte gemachtigde is, contante stortingen zijn gedaan voor een bedrag van in totaal € 93.200,-. Daarnaast zijn in deze periode op deze bankrekeningen in totaal (afgerond) € 70.545,- aan buitenlandse betalingen gedaan in verband met de aankoop van electronica die gebruikt kan worden voor de manipulatie van tachograafinstallaties. Tegenover deze uitgaven van in totaal € 70.545,- staat slechts aan legale inkomsten de in deze periode op de bankrekeningen ontvangen factuurinkomsten van in totaal € 39.733,-. Er resteert dus een bedrag van € 30.812,- aan buitenlandse betalingen die met de inkomsten uit de contante stortingen zijn gedaan en waarvoor geen (legale) herkomst bekend is geworden. Daarnaast heeft de verdachte in genoemde periode contante geldbedragen uitgegeven aan onder meer sieraden voor in totaal € 4.462,30. Ook voor deze geldbedragen is geen (legale) herkomst bekend geworden.

Gezien het voorgaande bestaat er een gerechtvaardigd vermoeden dat de buitenlandse betalingen van in totaal € 30.812,- en de contante uitgaven van in totaal € 4.462,30, van misdrijf afkomstig zijn. Het is dan aan de verdachte om hier een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand volslagen onwaarschijnlijke verklaring tegenover te stellen. De verdachte heeft dit nagelaten, zodat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring voor de herkomst van het geld heeft te gelden.

Door het bedrag van € 30.812,- te benutten voor buitenlandse betalingen en het bedrag van
€ 4.462,30 uit te geven aan onder meer sieraden, heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van deze geldbedragen. De verdachte heeft de bedragen niet alleen voorhanden gehad, maar ook gebruikt, zodat de zelfpleger-exceptie niet opgaat. Het onder 3 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen in navolgende zin.

4.5

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

Subsidiair:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2015 tot en met 22 juli 2017 31 januari 2018 te [plaats delict 1] en [plaats delict 2] , (telkens) opzettelijk bij geautomatiseerde werken, te weten:

-de tachograafinstallatie(s) ingebouwd bij zes

vrachtwagens, te weten met kenteken(s) [kentekennummer 1] en [kentekennummer 2] en [kentekennummer 3] en [kentekennummer 4] en [kentekennummer 5] en [kentekennummer 6] , en vier, pulsgevers

stoornis in de werking van die werken heeft veroorzaakt ,

immers, heeft verdachte (telkens)

- in de tachograafinstallaties van die zes vrachtwagens en in die pulsgevers gemanipuleerde printplaatjes gemonteerd en/of aangebracht in de pulsgevers en

- ( in vijf van die vrachtwagens) met die gemanipuleerde printplaatjes communicerende en/of (via een kabel) verbonden kastjes, aangebracht/ingebouwd/gemonteerd en

- ( in die zes vrachtwagens) die printplaatjes en/of gemanipuleerde tachografen en/of kastjes en/of apparatuur (op/in het motormanagement van die vrachtwagens en/of de tachograaf) aangesloten/geactiveerd/in werking gesteld,

ten gevolge waarvan (telkens):

- het signaal van de pulsgever naar de tachograaf kon worden onderbroken en/of beïnvloed en

- metingen met/van (output van die) tachografen konden worden beïnvloed en/of

gemanipuleerd en

- met (genoemde) vrachtwagens kon worden gereden terwijl de

tachograaf rust registreerde/weergaf dat het motorrijtuig stil

stond,

waardoor wederrechtelijk verhindering of bemoeilijking van de opslag, verwerking of

overdracht van gegevens is ontstaan;

en

hij op 31 januari 2018 te [plaats delict 1] ,

(telkens) apparatuur die geconstrueerd of bestemd was voor het manipuleren van tachografen, te weten gemanipuleerde printplaatjes en/of apparatuur , (telkens) zijnde een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is voor het opzettelijk veroorzaken van een stoornis in de werking van een geautomatiseerd werk,

voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld

in artikel 350c Wetboek van Strafrecht werd gepleegd,

immers was die apparatuur er toe bestemd dat:

- het signaal van de pulsgever naar het controleapparaat werd/kon worden onderbroken

en

- metingen met tachografen konden worden beïnvloed en/of gemanipuleerd en

- met (genoemde) motorrijtuigen kon worden gereden terwijl het controleapparaat

weergaf dat het motorrijtuig stil stond /in rust was en

- bestuurders langer dan de wettelijk toegestane rijtijd deelnemen aan het

wegverkeer zonder dat dat werd geregistreerd,

waardoor de opslag, verwerking of overdracht van gegevens wederrechtelijk wordt bemoeilijkt en/of verhinderd;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2014 1 juli 2015 tot en met 31 januari 2018 te [plaats delict 1] ,

registerkaarten, te weten:

- een registerkaart (met ijkdatum 24 mei 2017) behorende bij het voertuig met

kenteken [kentekennummer 1] en

- een registerkaart (met ijkdatum 26 mei 2017) behorende bij het voertuig met

kenteken [kentekennummer 4] en

- een registerkaart (met ijkdatum 16 maart 2017) behorende bij het voertuig met

kenteken [kentekennummer 3]

en

- een registerkaart (met ijkdatum 10 mei 2017) behorende bij het voertuig met

kenteken [kentekennummer 2] ,

(telkens) zijnde een geschrift, bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - (telkens) valselijk heeft opgemaakt ,

immers heeft hij, verdachte, op deze registerkaarten telkens valselijk en in strijd met de waarheid vermeld dat aan de zich in genoemde voertuigen bevindende tachograafinstallaties geen afwijkingen zijn aangetroffen, en (aldus) op deze registerkaarten doen voorkomen dat aan de in het desbetreffende voertuig aangebrachte/in bedrijf gestelde tachograafinstallaties geen afwijkingen en/of manipulatieszijn aangetroffen ,

en nabij de tekst ‘Handtekening installateur’ zijn, verdachtes, handtekening, op die registerkaarten aangebracht, zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

en

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2014 1 juli 2015 tot en met 31 januari 2018 te [plaats delict 1] ,

voorhanden heeft gehad registerkaarten, te weten:

- een registerkaart (met ijkdatum 24 mei 2017) behorende bij het voertuig met

kenteken [kentekennummer 1] en

- een registerkaart (met ijkdatum 26 mei 2017) behorende bij het voertuig met

kenteken [kentekennummer 4] en

- een registerkaart (met ijkdatum 16 maart 2017) behorende bij het voertuig met

kenteken [kentekennummer 3]

en

- een registerkaart (met ijkdatum 10 mei 2017) behorende bij het voertuig met

kenteken [kentekennummer 2] ,

(telkens) zijnde een geschrift, bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst,

bestaande dat voorhanden hebben hierin dat hij, verdachte, toen daar opzettelijk die registerkaarten in de administratie van [naam medeverdachte rechtspersoon] heeft opgenomen

en bestaande die valsheid hierin dat op die registerkaarten opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid was vermeld dat in de zich in genoemde voertuigen bevindende tachograafinstallaties geen afwijkingen zijn aangetroffen;

3.

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 januari 2018 te [plaats delict 1] en/of [plaats delict 3] ,

b) (telkens) een of meerdere geldbedragen van in totaal 30.812 euro en 4.462,30 euro voorhanden heeft gehad en heeft omgezet, terwijl hij wist dat bovenomschreven geldbedragen - onmiddellijk of middellijk -

afkomstig waren uit enig misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1 subsidiair

Het opzettelijk veroorzaken van een stoornis in de werking van enig geautomatiseerd werk, terwijl daardoor wederrechtelijk verhindering of bemoeilijking van de opslag, verwerking of overdracht van gegevens is ontstaan, meermalen gepleegd;


en

Met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 350c van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf, voorhanden hebben.

2 de voortgezette handelingen van

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

en

Opzettelijk voorhanden hebben van een vals of vervalst geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

3.

Witwassen, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straffen

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in

aanmerking genomen.

De verdachte, werkzaam bij een door de RDW erkende installeur van tachograafinstallaties, heeft gedurende langere tijd gemanipuleerde tachograafinstallaties in vrachtwagens ingebouwd. Ook heeft hij bij officiële keuringen van tachograafinstallaties aangegeven dat geen sprake was van manipulaties, terwijl hij deze eerder zelf had aangebracht. De verdachte heeft valse registerkaarten opgemaakt die hij in de administratie van het bedrijf heeft opgenomen en hij heeft materiaal, geschikt om tachograafinstallaties te manipuleren, voorhanden gehad. De opbrengsten verkregen met dit strafbaar handelen heeft de verdachte witgewassen.

Met zijn handelwijze heeft de verdachte de werking van tachograafinstallaties verstoord, waardoor rust- en rijtijden konden worden gemanipuleerd wat kan bijdragen aan gevaarlijke situaties in het verkeer. Het vertrouwen dat derden in goedgekeurde tachograafinstallaties en registerkaarten moeten kunnen stellen is eveneens aangetast. De criminele opbrengsten van zijn handelen heeft de verdachte in het legale betalingsverkeer gebracht.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf acht geslagen op de straffen die gewoonlijk in vergelijkbare zaken worden opgelegd en de LOVS-oriëntatiepunten. Afhankelijk van de aard en omvang van de gepleegde valsheid in geschrift wordt voor dat feit gewoonlijk een taakstaf of een forse geldboete opgelegd. Voor witwassen/fraude met een benadelingsbedrag van ruim € 34.000,- geldt als oriëntatiepunt twee tot vijf maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Voor het -kort gezegd- manipuleren van de tachograafinstallaties lijkt eveneens oplegging van een taakstraf of een forse geldboete passend. Gelet op voormelde uitgangspunten en de langere periode waarin de verdachte zich aan het ten laste gelegde schuldig heeft gemaakt, komt in beginsel oplegging van een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf passend voor.

Bij het bepalen van de strafsoort en strafduur is in strafmatigende zin meegewogen dat de verdachte, blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 november 2019, niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De rechtbank heeft ook acht geslagen op de omstandigheid dat de verdachte naar eigen zeggen niet langer als installateur van tachograafinstallaties werkzaam is. Tot slot is meegewogen dat sinds de doorzoekingen op 31 januari 2018 de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen de verdachte pas op

6 februari 2020 is aangevangen. Er is dan ook sprake van geringe overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM.

Alles afwegend acht de rechtbank, conform de eis van de officier van justitie, oplegging van een taakstraf voor de duur van 228 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met twee jaar proeftijd en de hieronder te bespreken verbeurdverklaring, passend en geboden.

8 In beslag genomen voorwerpen

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het in beslag genomen geldbedrag van € 9.490,- verbeurd te verklaren.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de gevorderde oplegging van een werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf fors zijn en voldoende tegemoetkomen aan het strafdoel. Gelet hierop is de gevorderde verbeurdverklaring als bijkomende straf niet opportuun meer.

Beoordeling

Het in beslag genomen (contante) geldbedrag van € 9.490,- zal worden verbeurd verklaard. Het voorwerp is onder de verdachte in beslag genomen en, bij afwezigheid van legale inkomsten die de herkomst van het bedrag kunnen verklaren of een onderbouwde verklaring van de verdachte over de herkomst van het bedrag, geheel of grotendeels door middel van strafbare feiten verkregen. Gelet hierop zal de verbeurdverklaring worden uitgesproken.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 22c, 22d, 33, 33a, 56, 57, 225, 350c, 350d en 420bis van het Wetboek van Strafrecht zoals deze luidden ten tijde van het ten laste gelegde.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 228 (tweehonderdachtentwintig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 114 dagen;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor feit 1 subsidiair:

contant geld: € 9.490,-.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.L.M. Boek, voorzitter,

en mrs. C.E. Bos en S.E.C. Debets, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. van Empelen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 februari 2020.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2015 tot en met 31

januari 2018 te [plaats delict 3] en/of [plaats delict 1] en/of [plaats delict 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk één of meer

geautomatiseerde werk(en) en/of enig werk voor telecommunicatie, te weten:

- de tachograafinstallatie(s) en/of pulsgevers van/ingebouwd in/behorende bij zes, althans een of meer vrachtwagens, te weten met kenteken(s) [kentekennummer 1] en/of [kentekennummer 2] en/of [kentekennummer 3] en/of [kentekennummer 4] en/of [kentekennummer 5] en/of [kentekennummer 6] , althans een of meer motorrijtuigen en/of

- vier, althans een of meer tachograafinstallatie(s) en/of een of meer pulsgevers (die niet in een motorrijtuig waren ingebouwd),

heeft beschadigd of onbruikbaar gemaakt en/of stoornis in de gang of in de werking van die/dat werk(en) heeft veroorzaakt en/of een ten opzichte van die werken genomen veiligheidsmaatregelen heeft verijdeld,

immers, heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

- in de tachograafinstallaties en/of pulsgevers van/in die zes vrachtwagens en/of in die (losse) tachograafinstallaties en/of pulsgevers (een) (gemanipuleerde/manipulerende) printplaatje(s) gemonteerd en/of aangebracht in de pulsgevers en/of

- ( in vijf van die vrachtwagens) met die (gemanipuleerde/manipulerende) printplaatje(s) communicerende en/of(via een kabel) verbonden kastjes, althans apparatuur (in/aan/onder het dashboard en/of elders in de cabine) aangebracht/ingebouwd/gemonteerd en/of

- ( in die zes vrachtwagens) die/dat printplaatje(s) en/of (gemanipuleerde) tachograf(a)(en) en/of kastje(s) en/of apparatuur (op/in het motormanagement van die vrachtwagens en/of de tachograaf/het controleapparaat) aangesloten/geactiveerd/in werking gesteld, (zie doc-010)

althans (telkens) in die vrachtwagens/motorrijtuigen gemanipuleerde tachografen en/of

gemanipuleerde pulsgevers ingebouwd,

ten gevolge waarvan (telkens):

- het signaal van de pulsgever naar de tachograaf/het controleapparaat kon worden

onderbroken en/of beïnvloed en/of

- metingen met/van (output van die) tachografen konden worden beïnvloed en/of

gemanipuleerd en/of

- met (genoemde) vrachtwagens/motorrijtuigen kon worden gereden terwijl de

tachograaf/het controleapparaat rust registreerde/weergaf dat het motorrijtuig stil

stond,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of voor de verlening van diensten te

duchten is geweest en/of terwijl daarvan levensgevaar voor een ander of anderen te duchten is geweest;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2015 tot en met 31

januari 2018 te [plaats delict 3] en/of [plaats delict 1] en/of [plaats delict 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk één of meer geautomatiseerde werk(en) en/of enig werk voor telecommunicatie, te weten:

-de tachograafinstallatie(s) en/of pulsgevers van/ingebouwd in/behorende bij zes,

althans een of meer vrachtwagens, te weten met kenteken(s) [kentekennummer 1] en/of [kentekennummer 2] en/of [kentekennummer 3] en/of [kentekennummer 4] en/of [kentekennummer 5] en/of [kentekennummer 6] , althans een of

meer motorrijtuigen en/of

- vier, althans een of meer tachograafinstallatie(s) en/of een of meer pulsgevers (die

niet in een motorrijtuig waren ingebouwd),

heeft beschadigd of onbruikbaar gemaakt en/of stoornis in de gang of in de werking van

die/dat werk(en) heeft veroorzaakt en/of een ten opzichte van die werken genomen

veiligheidsmaatregelen heeft verijdeld,

immers, heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

- in de tachograafinstallaties en/of pulsgevers van/in die zes vrachtwagens en/of in die

(losse) tachograafinstallaties en/of pulsgevers (een) (gemanipuleerde/manipulerende) printplaatje(s) gemonteerd en/of aangebracht in de pulsgevers en/of

- ( in vijf van die vrachtwagens) met die (gemanipuleerde/manipulerende) printplaatje(s) communicerende en/of(via een kabel) verbonden kastjes, althans apparatuur (in/aan/onder het dashboard en/of elders in de cabine) aangebracht/ingebouwd/gemonteerd en/of

- ( in die zes vrachtwagens) die/dat printplaatje(s) en/of (gemanipuleerde) tachograf(a)(en) en/of kastje(s) en/of apparatuur (op/in het motormanagement van die vrachtwagens en/of de tachograaf/het controleapparaat) aangesloten/geactiveerd/in werking gesteld, (zie doc-010),

althans (telkens) in die vrachtwagens/motorrijtuigen gemanipuleerde tachografen en/of

gemanipuleerde pulsgevers ingebouwd,

ten gevolge waarvan (telkens):

- het signaal van de pulsgever naar de tachograaf/het controleapparaat kon worden

onderbroken en/of beïnvloed en/of

- metingen met/van (output van die) tachografen konden worden beïnvloed en/of

gemanipuleerd en/of

- met (genoemde) vrachtwagens/motorrijtuigen kon worden gereden terwijl de

tachograaf/het controleapparaat rust registreerde/weergaf dat het motorrijtuig stil

stond,

waardoor wederrechtelijk verhindering of bemoeilijking van de opslag, verwerking of

overdracht van gegevens is ontstaan;

en/of

hij op of omstreeks 31 januari 2018 te [plaats delict 3] en/of [plaats delict 1] en/of [plaats delict 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen,

(telkens) apparatuur/apparaten die geconstrueerd of bestemd zijn voor het manipuleren van tachografen, te weten (gemanipuleerde/manipulerende) printplaatjes en/of ‘kastjes’/apparatuur (conform de beschrijving in DOC-010), (telkens) zijnde een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is voor het opzettelijk veroorzaken van een stoornis in de gang en/of in de werking van een geautomatiseerd werk,

voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld

in artikel 350c Wetboek van Strafrecht werd gepleegd,

immers was die apparatuur er toe bestemd dat:

- het signaal van de pulsgever naar het controleapparaat werd/kon worden onderbroken

en/of

- metingen met tachografen konden worden beïnvloed en/of gemanipuleerd en/of

- met (genoemde) motorrijtuigen kon worden gereden terwijl het controleapparaat

weergaf dat het motorrijtuig stil stond / in rust was en/of

- bestuurder(s) langer dan de wettelijk toegestane rijtijd deelnemen aan het

wegverkeer zonder dat dat werd geregistreerd,

waardoor de opslag, verwerking of overdracht van gegevens wederrechtelijk wordt bemoeilijkt en/of verhinderd;

Meer subsidiair, voor zover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden,

hij op één of meer tijdstip(pen) In of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 januari 2018 te [plaats delict 3] en/of [plaats delict 1] en/of [plaats delict 2] ,

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, (telkens) apparatuur/apparaten die geconstrueerd of bestemd zijn voor het manipuleren van tachografen, te weten (gemanipuleerde/manipulerende) printplaatjes en/of ‘kastjes’/apparatuur (conform de beschrijving in DOC-010)

in de handel heeft gebracht en/of in bedrijf gesteld, door deze in te bouwen

in het/de motorrijtuig(en) met kenteken(s) [kentekennummer 1] en/of [kentekennummer 2] en/of [kentekennummer 3]

en/of [kentekennummer 4] en/of [kentekennummer 5] en/of [kentekennummer 6] en/of een of meer andere motorrijtuigen,

welke waren een gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid van de mens of de
veiligheid van zaken,

immers had dat inbouwen van die apparatuur tot gevolg dat:

- het signaal van de pulsgever naar het controleapparaat werd/kon worden onderbroken

en/of

- metingen met tachografen konden worden beïnvloed en/of gemanipuleerd en/of

- met (genoemde) motorrijtuigen kon worden gereden terwijl het controleapparaat

weergaf dat het motorrijtuig stil stond / in rust was en/of

- bestuurder(s) langer dan de wettelijk toegestane rijtijd deelnemen aan het

wegverkeer zonder dat dat werd geregistreerd;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 januari 2018 te [plaats delict 1] en/of [plaats delict 3] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, een of meerdere registerkaart(en), te weten:

- een registerkaart (met ijkdatum 24 mei 2017) van/behorende bij het voertuig met

kenteken [kentekennummer 1] (DOC-033 en DOC-057) (par. 8.1 relaaspv) en/of

- een registerkaart (met ijkdatum 26 mei 2017) van/behorende bij het voertuig met

kenteken [kentekennummer 4] (DOC-034 en DOC-049) (par. 8.2 relaaspv) en/of

- een registerkaart (met ijkdatum 16 maart 2017) van/behorende bij het voertuig met

kenteken [kentekennummer 3] (DOC-128 en DOC-128-01 en DOC-128-02) (par. 8.3 relaaspv)

en/of

- een registerkaart (met ijkdatum 10 mei 2017) van/behorende bij het voertuig met

kenteken [kentekennummer 2] (DOC-129) (par. 8.4 relaaspv),

(telkens) zijnde (een) (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) op deze registerkaart(en) telkens valselijk en in strijd met de waarheid vermeld en/of laten vermelden en/of doen vermelden dat in/aan de zich in genoemd(e) voertuig(en) bevindende tachograafinstallatie(s) geen afwijkingen zijn aangetroffen, en/of (aldus) op deze registerkaart(en) doen voorkomen dat in/op/aan de in het desbetreffende voertuig aangebrachte/in bedrijf gestelde tachograafinstallatie(s) geen afwijking(en) en/of manipulatie(s) is/zijn aangetroffen en/of aangebracht,

en/of nabij de tekst ‘Handtekening installateur’ zijn, verdachtes, handtekening, op die registerkaart(en) aangebracht, zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 januari 2018 te [plaats delict 1] en/of [plaats delict 3] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, gebruik heeft gemaakt van en/of heeft afgeleverd

en/of voorhanden heeft gehad een of meerdere registerkaart(en), te weten:

- een registerkaart (met ijkdatum 24 mei 2017) van/behorende bij het voertuig met kenteken [kentekennummer 1] (DOC-033 en DOC-057) (par. 8.1 relaaspv) en/of

- een registerkaart (met ijkdatum 26 mei 2017) van/behorende bij het voertuig met kenteken [kentekennummer 4] (DOC-034 en DOC-049) (par. 8.2 relaaspv) en/of

- een registerkaart (met ijkdatum 16 maart 2017) van/behorende bij het voertuig met kenteken [kentekennummer 3] (DOC-128 en DOC-128-01 en DOC-128-02) (par. 8.3 relaaspv)

en/of

- een registerkaart (met ijkdatum 10 mei 2017) van/behorende bij het voertuig met kenteken [kentekennummer 2] (DOC-129) (par. 8.4 relaaspv),

(telkens) zijnde (een) (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken en/of afleveren en/of voorhanden hebben hierin dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen daar opzettelijk die registerkaart(en) in de administratie van [naam medeverdachte rechtspersoon] opgenomen althans geplaatst in een ordner

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat in/op die registerkaart(en) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid was vermeld dat in/aan de zich in genoemd(e) voertuig(en) bevindende tachograafinstallatie(s) geen afwijkingen zijn aangetroffen;

3.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 januari 2018 te [plaats delict 1] en/of [plaats delict 3] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

a. a) (telkens) van één of meerdere geldbedrag(en) van in totaal 93.200 euro en/of 39.733 euro

en/of 4.462,30 euro, althans (telkens) een of meer (groot/grote) geldbedrag(en) en/of een of meer goederen, althans een of meer voorwerpen, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding, de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op genoemde voorwerpen was/waren, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie genoemde voorwerpen voorhanden heeft/hebben gehad, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest (en) vermoeden dat bovenomschreven voorwerp (en) - onmiddellijk of middellijk —

afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

en/of

b) (telkens) een of meerdere geldbedrag(en) van in totaal 93.200 euro en/of 39.733 euro

en/of 4.462,30 euro, althans een (grote) geldbedrag(en) en/of een of meer goederen, althans een of meer voorwerpen, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet, althans van een of meerdere voorwerp(en), te weten vorengenoemd(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven goed(eren) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk -

afkomstig was/waren uit enig misdrijf.