In voornoemd tussenvonnis is dr. J.M. Rooijackers [hierna: de deskundige] benoemd tot deskundige. Het rapport is medeondertekend door dr.ir. R. Houba, arbeidshygiënist. De deskundige heeft in zijn rapport - voor zover thans van belang - de volgende antwoorden gegeven.
Vraag:
Hoe groot schat u in het algemeen de kans in dat blootstelling aan lasrook tijdens het werk longemfyseem kan veroorzaken?
Antwoord deskundige:
“(….) Hoewel sluitend bewijs ontbreekt bestaat meer recent voldoende consensus over de aanwezigheid van een causaal verband tussen blootstelling aan lasrook en het optreden van COPD. (…) Aangenomen wordt dat lasrook bij een beroepsmatige blootstelling van < 1 mg/m3 TGG geen emfyseem kan veroorzaken. Bij een beroepsmatige blootstelling van > 1 mg/m3 TGG is dit wel mogelijk, maar kan in het algemeen de kans op emfyseem niet betrouwbaar worden uitgedrukt in een percentage, zelfs niet binnen een bepaalde bandbreedte.
Vraag:
Hoe groot acht u de respectievelijke kans dat het longemfyseem bij [eiser] door de volgende facturen (eventueel in combinatie) kan zijn veroorzaakt:
a. de blootstelling aan lasrook op het werk;
b. het vroegere roken;
c. de eventuele genetische aanleg voor longklachten;
d. de vroegere benauwdheidsklachten voordat hij bij [gedaagde] in dienst trad;
e. het houden van duiven door [eiser] ;
f. een onbekende andere oorzaak.(….)
Antwoord deskundige:
De diagnose COPD met ernstig emfyseem kan worden gesteld. Na de beoordeling van de blootstelling aan lasrook en andere risicofactoren is een causaal verband met beroepsmatige blootstelling aan lasrook plausibel en wordt het waarschijnlijk geacht dat blootstelling aan lasrook bij [eiser] emfyseem heeft veroorzaakt. Arbitrair bedraagt de kans ten minste 50%.
Blootstelling aan lasrook komt als belangrijkste factor naar voren, waarbij genetische aanleg meer moet worden beschouwd als voorwaarde om emfyseem te kunnen ontwikkelen. Van alle andere risicofactoren speelt alleen een onbekende andere oorzaak een rol, maar de kans dat deze factor het emfyseem bij [eiser] heeft veroorzaakt moet aanzienlijk lager worden ingeschat (….).. De kans op COPD door een onbekende oorzaak komt op basis van de literatuur uit op 10%. (….).