1 [eiser 1]
2. [eiser 2]
beiden wonende te [plaatsnaam] ,
eisers,
gemachtigden: mr. J. G. Verhaart en mr. E. Rutjes, advocaten te Rotterdam.
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Rotterdamse Verhuur Makelaars B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam,
2. [gedaagde 2],
wonende te Papendrecht,
3. [gedaagde 3],
wonende te [plaatsnaam] ,
gedaagden,
gemachtigde: mr. D. L. A. Voskuilen, advocaat te Rotterdam,
Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiser ] ” (waarbij de enkelvoudige vorm zal worden gebruikt), “RVM”, “ [gedaagde 2] ” en “ [gedaagde 3] ”.
2 De vaststaande feiten
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de in zoverre niet weersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen het volgende vast.
2.1
RVM, opgericht op 9 november 2015, is een makelaarskantoor dat zich bezighoudt met bemiddeling bij de verhuur van woonruimte. Bestuurder en enig aandeelhouder van RVM is Rhodos Island B.V en bestuurder en enig aandeelhouder van deze vennootschap is [gedaagde 2] .
2.2
[gedaagde 2] was, tot haar ontbinding op 1 maart 2016, bestuurder en enig aandeelhouder van Ansas Vastgoed B.V. Ansas vastgoed was samen met E.J.S. Vastgoed B.V. bestuurder van MVM Wonen B.V. (verder MVM). Bestuurder en enig aandeelhouder van E.J.S. Vastgoed is [gedaagde 3] . MVM is op 1 februari 2016 ontbonden en op 5 april 2016 is geregistreerd dat het ontbonden MVM is opgehouden te bestaan met ingang van 1 februari 2016 omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn.
2.3
[eiser ] heeft een woning gehuurd en hij heeft aan MVM op 10 juli 2014 een bemiddelingsvergoeding betaald van € 1.452,--.
Op 8 juli 2016 heeft de kantonrechter te Rotterdam (zaaknummer 4785583) MVM veroordeeld tot het betalen aan [eiser ] van de bemiddelingsvergoeding, rente en kosten, omdat deze vergoeding onverschuldigd werd betaald.
Het vonnis is gebaseerd op het bepaalde in de artikelen 7:417 lid 4 jo 7:427 BW, het verbod om dubbele bemiddelingskosten in rekening te brengen. Vanaf 12 februari 2016 heeft de kantonrechter te Rotterdam meerdere vonnissen gewezen waarin, vaak met een verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 16 oktober 2015, (ECLI:NL:HR:2015:3099, NJ 2016,108), MVM (en ook andere bemiddelaars) is (zijn) veroordeeld tot terugbetaling van een bemiddelingsvergoeding.
2.4
[eiser ] heeft het onverschuldigd betaalde bedrag niet terug ontvangen.
3 Het geschil
3.1
[eiser ] vordert, samengevat:
Primair:
i. voor recht te verklaren dat [gedaagde 3] en [gedaagde 2] als bestuurders van MVM persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk zijn jegens [eiser ] op grond van een onrechtmatige daad, omdat hen een persoonlijk en ernstig verwijt kan worden gemaakt terzake:
a) het namens MVM aangaan van verbintenissen, terwijl zij wisten dan wel behoorden te begrijpen dat MVM niet aan haar verplichtingen uit hoofde van de bemiddelingsvergoeding en/of de bij het vonnis toegewezen vordering kon voldoen en geen verhaal zou bieden jegens [eiser ] en/of
b) het toelaten en/of bewerkstelligen van het niet nakomen van verplichtingen door MVM, terwijl [gedaagde 3] en [gedaagde 2] wisten of behoorden te begrijpen dat MVM de bemiddelingsvergoeding en/of de bij vonnis toegewezen vordering niet zou nakomen en ook geen verhaal zou kunnen bieden jegens Van er Vliet en/of
[gedaagde 3] en [gedaagde 2] op grond van het voorgaande hoofdelijk te veroordelen tot de betaling van de in het vonnis toegewezen vordering en de kosten in verband met de onderhavige procedure, althans
Subsidiair:
Voor recht te verklaren dat [gedaagde 3] en/of [gedaagde 2] als de personen met de (volledige of overheersende) zeggenschap over MVM en RVM misbruik hebben gemaakt van het identiteitsverschil tussen deze twee rechtspersonen, hetgeen dient te worden gekwalificeerd als onrechtmatige daad door [gedaagde 3] en/of [gedaagde 2] jegens [eiser ] en/of
[gedaagde 3] , [gedaagde 2] en /of RVM op grond van het voorgaande hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de in het vonnis toegewezen vordering en de kosten in verband met de onderhavige procedure;
Voorts vordert [eiser ] zowel primair als subsidiair rente en buitengerechtelijke- en proceskosten.
Ter onderbouwing van de vorderingen stelt hij na ontvangst van het vonnis van de kantonrechter vergeefs te hebben gepoogd het toegewezen bedrag te executeren. Na onderzoek is gebleken dat MVM is ontbonden en dat de activiteiten van MVM zijn voortgezet door RVM. Aldaar werden zij te woord gestaan door [gedaagde 3] . Uit de website van RVM blijkt dat deze website nagenoeg gelijk is aan de website van MVM, behoudens de naam en het logo. Het webadres is gelijk aan dat van MVM. De telefoonnummers van MVM en RVM zijn gelijk. De algemene voorwaarden van RVM verwijzen naar de MVM voorwaarden. De LinkedIn pagina van RVM verwijst naar een twitter account van MVM. [gedaagde 2] is bestuurder van RVM en was, samen met [gedaagde 3] , bestuurder van MVM. RVM reageert niet op betalingsverzoeken. MVM is ontbonden met het oog op de procedure waarin [eiser ] de bemiddelingskosten terugvorderde. Dit blijkt uit het feit dat de vennootschap werd ontbonden vlak voor het wijzen van het eerste vonnis tegen MVM. Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 8 december 2008 (Ontvanger-Roelofsen) zijn [gedaagde 3] en [gedaagde 2] persoonlijk aansprakelijk voor het niet voldoen aan het vonnis. Door mee te werken aan de turboliquidatie van MVM, terwijl zij wisten of behoorden te weten dat aantoonbare schulden daardoor niet meer betaald zouden kunnen worden hebben zij onrechtmatig gehandeld. Dit handelen kan hen als bestuurders worden aangerekend. Subsidiair is sprake van vereenzelviging tussen RVM en MVM dan wel het maken van misbruik van identiteitsverschil. Op grond van het Rainbow arrest (HR 13 oktober 2000, NJ 2000,698, ECLI:NL:HR:2000:AA7480) hebben [gedaagde 3] en [gedaagde 2] misbruik gemaakt van het identiteitsverschil tussen de twee vennootschappen om zo aan de betalingsverplichtingen van MVM te ontkomen.
3.2
RVM, [gedaagde 2] en [gedaagde 3] voeren verweer. MVM is ontbonden omdat de vennootschap al twee jaar verliezen leed. Door de uitspraak van de Hoge Raad viel haar verdienmodel weg, zodat er ook geen uitzicht bestond op het verbeteren van de resultaten. Met de verkoop van het telefoonnummer en de website voor € 1.800,-- zijn de crediteuren betaald. Faillissement was geen optie wegens het ontbreken van middelen. De ontbinding heeft niets te maken gehad met crediteurenbenadeling. De activiteiten van MVM werden na de Hoge Raad uitspraak onmogelijk en zijn dan ook niet overgedragen. Van een voortzetting is geen sprake. Er is een nieuw kantoor en slechts één van drie personeelsleden is overgenomen. De website en het telefoonnummer zijn gekocht om RVM makkelijker vindbaar te maken voor potentiële klanten. De website was nog niet aangepast omdat RVM op de kosten moet letten. De stellingen van [eiser ] berusten op onjuiste aannames.
Jegens [eiser ] is MVM niet tekortgeschoten. In 2014, toen werd gecontracteerd, was de wijze van bemiddelen en kosten berekenen volkomen legitiem. Het arrest van de Hoge Raad was een verrassing, waar in elk geval MVM en haar bestuurders geen rekening mee hebben gehouden. Het feit dat de uitspraak is gedaan na het stellen van prejudiciële vragen door de kantonrechter te Den Haag wijst er op dat zelfs professionals niet zeker wisten of de toenmalige praktijk geoorloofd was. Gelet op de Beklamel norm kan dan van verwijtbaar handelen van de bestuurders geen sprake zijn. Ook andere crediteuren konden niet worden betaald. MVM heeft voorrang gegeven aan de betaling van loon en huisvesting. Dat is een keuze die MVM vrij staat wanneer niet alle crediteuren betaald kunnen worden.
MVM kon niet aan het vonnis voldoen, omdat zij had opgehouden te bestaan. Er waren geen middelen meer. Het ontbindingsbesluit was niet onrechtmatig.
5 De beslissing
De kantonrechter:
verklaart voor recht dat [gedaagde 3] en [gedaagde 2] als bestuurders van MVM persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk zijn jegens [eiser ] op grond van een onrechtmatige daad, omdat hen een persoonlijk en ernstig verwijt kan worden gemaakt terzake:
het namens MVM aangaan van verbintenissen, terwijl zij wisten dan wel behoorden te begrijpen dat MVM niet aan haar verplichtingen uit hoofde van de bemiddelingsvergoeding en/of de bij het vonnis toegewezen vordering kon voldoen en geen verhaal zou bieden jegens [eiser ] en/of het toelaten en/of bewerkstelligen van het niet nakomen van verplichtingen door MVM, terwijl [gedaagde 3] en/ [gedaagde 2] wisten of behoorden te begrijpen dat MVM de bemiddelingsvergoeding en/of de bij vonnis toegewezen vordering niet zou nakomen en ook geen verhaal zou kunnen bieden jegens [eiser ] ;
veroordeelt [gedaagde 3] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, tot de betaling aan [eiser ] van de in het vonnis van de kantonrechter te Rotterdam op
8 juli 2016 (zaaknummer 478558328) toegewezen vordering van € 1.452,--;
veroordeelt [gedaagde 3] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, tot de betaling aan [eiser ] van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over
€ 1.452,-- vanaf 28 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde 3] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, tot de betaling aan [eiser ] van de in het vonnis van de kantonrechter te Rotterdam op
8 juli 2016 (zaaknummer 478558328) toegewezen proceskosten ad € 622,88 te verhogen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na 8 juli 2016 tot de dag der algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde 3] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, tot de betaling aan [eiser ] van de wettelijke rente over de betekeningskosten van €102,14 vanaf 17 februari 2017 tot aan de dag van voldoening;
veroordeelt [gedaagde 3] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, tot de betaling aan [eiser ] van de buitengerechtelijke kosten van € 263,54;
veroordeelt [gedaagde 3] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, tot de betaling aan [eiser ] van de kosten van het geding, tot op het moment van wijzen van dit vonnis vastgesteld op € 78,-- voor het griffierecht, op € 213,80 voor de exploten van dagvaarding en op € 300,-- voor het salaris van de gemachtigde van [eiser ] ;
wijst af het meer of anders gevorderde en verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. L.J. van Die en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
401