2 De tenlastelegging
De verdenking tegen verdachte komt er zakelijk weergegeven, op neer dat:
primair: het aan zijn schuld is te wijten dat [slachtoffer] is overleden.
subsidiair: hij als schipper van een vaartuig niet alle voorzorgsmaatregelen heeft genomen die door goed zeemanschap waren geboden en dat daardoor [slachtoffer] is overleden.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op of omstreeks 22 juni 2017 te Enschede, althans in de gemeente Enschede, als schipper van een vaartuig, te weten het motorschip “BOHt” , daarmee in de Binnenhaven te Enschede
zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gevaren, hierin bestaande dat verdachte,
ter hoogte van een zich boven het water van die Binnenhaven bevindende (houten) vlonder
en/of terwijl [slachtoffer] zich op het (voor)dek, althans niet op één van de daarvoor aanwezige zitplaatsen van dat motorschip “BOHt” bevond, niet of in onvoldoende mate heeft gelet op een hekgolf van dat schip en/of niet of onvoldoende rekening heeft gehouden met de van invloed zijnde waterbewegingen op dat motorschip en/of op zodanige wijze met dat motorschip tegen en/of onder die zich boven dat water van die Binnenhaven bevindende (houten) vlonder is/heeft gevaren, dat voormelde [slachtoffer] tussen dat motorschip en die vlonder bekneld is geraakt, door welke gedragingen het mede aan zijn, verdachte schuld te wijten is, dat een ander (voormelde [slachtoffer] ) werd gedood;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen
leiden:
hij op of omstreeks 22 juni 2017 te Enschede, althans in de gemeente Enschede, als schipper van een vaartuig, te weten het motorschip “BOHt” , daarmee in de Binnenhaven te Enschede, zijnde een voor het openbaar verkeer met schepen openstaand water heeft gevaren en
in strijd met het gestelde in artikel 1.04 van het Binnenvaartpolitiereglement, - ook bij ontbreken van uitdrukkelijke voorschriften in dit reglement-, niet alle voorzorgsmaatregelen heeft genomen die door de algemene plicht tot waakzaamheid en door goede zeemanschap werden gevorderd, teneinde met name te voorkomen dat het leven van personen in gevaar wordt gebracht, door
- terwijl [slachtoffer] zich op het (voor)dek, althans niet op één van de daarvoor
aanwezige zitplaatsen van dat motorschip “BOHt” bevond,
- niet of in onvoldoende mate te letten op een hekgolf van dat schip en/of
- niet of onvoldoende rekening te houden met de van invloed zijnde waterbewegingen op dat
motorschip en/of
- op zodanige wijze met dat motorschip tegen en/of onder die zich boven het water van die
Binnenhaven bevindende (houten) vlonder te varen, dat die [slachtoffer] tussen dat
schip en die vlonder bekneld is geraakt en/of
door welke gedragingen voormelde [slachtoffer] werd gedood.
10 De beslissing
- verklaart niet bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
subsidiair:
de overtreding: overtreding van artikel 1.04 aanhef onder a van het Binnenvaartpolitiereglement;
- verklaart verdachte strafbaar voor het subsidiair bewezenverklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 1.000,- (duizend euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis;
- bepaalt dat deze geldboete in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte:
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde] van een bedrag van € 5.485,25- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2017;
- veroordeelt verdachte daarnaast in de proceskosten van € 100,44 door de benadeelde partij gemaakt alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde] voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst de gevorderde schadevergoedingsmaatregel af.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. S. Taalman, voorzitter, mr. M.B. Werkhoven en mr. R.M. van Vuure, rechters,
in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op
11 februari 2020.
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
1.
De verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 28 maart 2020, voor zover inhoudende:
Op 22 juni 2017 moesten wij aan het werk en het kanaal schoonmaken. Dat was in de hoek bij de houten vlonder. In overleg met [medeverdachte] hebben wij besloten dat ik met een aantal jongens van de school het [school] in de middag afval uit het water zou gaan halen met de boot. Die bewuste dag was de eerste keer dat ik de boot bestuurde. Ik ben vervolgens met de boot die kant op gevaren en wij zijn bij die vlonder terecht gekomen. In dit geval zaten er twee jongens op de boeg. Dat gebeurde wel vaker. Ik heb daar ook geen kwaad in gezien. Met een rustig gangetje zijn we die kant op gevaren. Één van de jongens zat er naast mij in het hok. Ik heb de boot in zijn vrij gezet, de boot voor langszij de vlonder gebracht. De boot is toen onder de vlonder gekomen. Hij zat er niet helemaal onder, maar voor een gedeelte. Eén van de jongens kwam hierdoor tussen de boot en de vlonder. Dat was [slachtoffer] . Hij is in het water gevallen. Wij hebben hem uit het water gehaald en daarna klaagde hij over pijn. Ik ben teruggegaan naar de haven. Wij hebben de ambulance gebeld. De volgende dag hoorde ik dat [slachtoffer] overleden was.
2.
Een geschrift, bevattende medische informatie betreffende [slachtoffer] van 23 juni 2017, opgemaakt door de arts drs. J. Dekker, forensisch arts KNMG (pagina 40 van de doorgenummerde bijlagen), inhoudende:
Cliënt: [slachtoffer]
Datum schouw: 23-06-17
Overlijdensdatum: 23-06-17
Bijzonderheden: deze ochtend van boot gevallen en tegen een houten structuur gekomen. Geen aanwijzingen voor fracturen. Niet natuurlijk overlijden door verbloeding uit leverscheuren.
3.
Een geschrift, bevattende medische informatie betreffende [slachtoffer] van 23 juni 2017, opgemaakt door de arts drs. J. Dekker, forensisch arts KNMG (pagina 49 en 50 van de doorgenummerde bijlagen), inhoudende:
Beantwoording van de vragen.
In hoeverre is het letsel qua aard en ernst te verklaren uit de geschetste toedracht?
Een leverscheur komt weinig voor en wordt meestal veroorzaakt door geweld van buitenaf, bijvoorbeeld door een val, een verkeersongeval of een trap of stomp in de leverstreek. De geschetste toedracht van een beknelling tussen boot en steiger kan zeer wel een traumatische leverscheur veroorzaken.
Is het mogelijk dat er reeds een leverscheur aanwezig was bij [slachtoffer] voordat hij bekneld raakte?
Een leverscheur komt weinig voor (enkele honderden per jaar in Nederland naar schatting) en als het voorkomt betreft het meestal een traumatische leverscheur. Als er anamnestisch geen aanwijzingen voor een buiktrauma in de recente voorgeschiedenis voorkomen lijkt het
onwaarschijnlijk dat er reeds een traumatische leverscheur aanwezig is geweest. Een spontane leverscheur is zeldzaam en als het voorkomt dan is dat meestal op basis van gezwellen in de lever, aandoeningen gerelateerd aan zwangerschap of stollingsstoornissen. Een leverscheur zonder duidelijke onderliggende oorzaak is extreem zeldzaam. Bij een blanco voorgeschiedenis bij een jongeman van de leeftijd van [slachtoffer] is het onwaarschijnlijk dat er voor de beknelling reeds een leverscheur aanwezig zou zijn geweest. Bovendien zouden met name tumoren in de lever tijdens de operaties redelijkerwijs moeten zijn opgevallen. Een aandoening met stollingsstoornissen zou redelijkerwijs reeds bekend zijn geweest op 15-jarige leeftijd. Het bestaan van een spontane leverscheur acht ik daarom zeer onwaarschijnlijk.
Is het mogelijk dat een reeds bestaande leverscheur geen symptomen heeft gegeven?
Over het algemeen zal een leverscheur symptomen geven van buikpijn en/of pijn in de borstkas en/of pijn in de rechter schouder en/of bewustzijnsverlies door bloedverlies. Het is onwaarschijnlijk dat bij deze jongeman een symptoomloze (traumatische) leverscheur tevoren reeds aanwezig was. Uit het antwoord op de vorige vraag moge blijken dat de kans op het aanwezig zijn van een symptoomloze spontane leverscheur erg onwaarschijnlijk is.
4.
Het proces-verbaal van bevindingen nummer PL2600-2017048494-2 (pagina 146 tot en met 161 van de doorgenummerde bijlagen), inhoudende als relaas van de verbalisanten:
Wij verbalisanten hebben een nader onderzoek ingesteld naar een scheepvaartincident dat plaats had gevonden op 22 juni 2017 op het vaarwater van de Binnenhaven te Enschede, in de gemeente Enschede. De plaats van het incident was gelegen in een haven. Ter plaatse bevond zich boven het wateroppervlak een tegen de oever gebouwd terras of vlonder.
Het betrof hier een haven in gebruik bij zowel beroepsmatige als recreatievaart. Ter plaatse golden, behoudens de algemene wetgeving met betrekking tot het scheepvaartverkeer, geen bijzondere verkeersmaatregelen.
Vaartuigonderzoek
Vaartuig genaamd BOHt
motorschip, tevens klein schip
lengte 7.00 meter
breedte 2.50 meter
De BOHt was een motorschip als bedoeld in artikel 1.01 onder 2° van het Binnenvaartpolitiereglement en tevens een klein schip als bedoeld in artikel 1.01
onder 4° van het Binnenvaartpolitiereglement.
Met de BOHt werd op het Twentekanaal gedurende enige tijd volle kracht gevaren.
De motor draaide op de maximale stand 1800 toeren. De snelheid bedroeg 12.8
kilometer per uur. De veroorzaakte hekgolf achter het schip had een hoogte van maximaal 15 centimeter. Vervolgens werd het schip afgestopt. Dit gebeurde door de gashandel in de achteruit te zetten, waardoor de voortstuwingsschroef in tegenovergestelde ging draaien.
Het schip lag afgestopt binnen twee scheepslengtes. Nabij de steiger in de havenkom van de Binnenhaven te Enschede werden diverse af- en aanmeerproeven gedaan met verschillende snelheden. Elke keer was het schip goed te manoeuvreren en reageerde het schip zonder problemen op de gegeven roercommando’s. Tevens reageerde de voortstuwingsmotor correct op de instellingen van de gashandel. Bij het achteruitslaan om af te stoppen kwam het achterschip licht omhoog, waardoor het voorschip in de zelfde mate omlaag zakte. Door de schroefwerking, in de achteruitstand naar links draaiend, week het achterschip tijdens het achteruitvaren licht naar bakboord. Uit de resultaten van het ingestelde onderzoek en de gehouden proefvaart met de BOHt kon geen aanwijsbare oorzaak of daarmee samenhangende toedracht worden vastgesteld.
5.
Het proces-verbaal van verhoor getuige (pagina 51 tot en met 53 van de doorgenummerde bijlagen), inhoudende als verklaring van getuige [getuige] :
Ik ben een leerling van het [school] . [slachtoffer] zat in klas 4. We doen op verschillende plekken werkervaring op bij bedrijven. Een van deze plekken was de werf in Enschede. Dit is de plek waar het ongeluk gebeurd is. Daar hebben ze ook een boot. Daar
heb ik al vaak opgezeten. Dan varen we gewoon een beetje rond. De dag van het ongeluk, afgelopen donderdag, moesten we voor het eerst schoonmaken. Die dag van het ongeluk zeiden [klassenassistent] en [medeverdachte] tegen ons dat er een klusje te doen was op de boot, we moesten rommel uit het kanaal halen met een schepnetje. Er was die dag ook een man die de boot bestuurde. Ik heb hem die dag voor het eerst de boot zien besturen. Hij zegt ons nooit wat wij moeten doen, hij spreekt ons ook nooit aan als wij iets niet goed doen. Ook die dag dat hij de boot bestuurde op het moment van het ongeluk zei hij niks tegen ons Hij heeft ons geen opdrachten of iets dergelijks gegeven. Die donderdag ging ik na de pauze met [slachtoffer] , [naam] en de bestuurder van de boot de boot in. Ik ging voorop op de punt van de boot zitten samen met [slachtoffer] . Ik zat met mijn benen binnenboort, [slachtoffer] had zijn benen buitenboord. [slachtoffer] zat rechtsvoor en ik zat links voor. Hier heeft de bestuurder van de boot ons niet op aangesproken. Nadat wij op de boot gingen zitten is de boot richting een houten vlonder gevaren die vlak bij een snackbar ligt. De bestuurder kwam op volle snelheid aanvaren in de richting van de vlonder. Toen we vlak bij de vlonder waren heeft de bestuurder de motor uitgezet. We dreven wat richting de vlonder. De snelheid was op dat moment ongeveer stapvoets. Vlak voor de vlonder ging de boot stilliggen. [slachtoffer] zat nog steeds op de punt van de boot met zijn benen buiten boord. De bestuurder van de boot heeft niks tegen ons gezegd. Hij heeft niet gezegd dat wij daar op dat moment iets moesten doen. Ik zag dat de zijkant van de vlonder tegen [slachtoffer] zijn borst of buik aandrukte. Ik zag dat [slachtoffer] ongeveer 5 of 10 seconden vast zat tegen de zijkant van deze vlonder. In die tijd hebben wij de boot proberen terug te duwen. Ik zag alleen dat de rand van de vlonder tegen zijn borst of buik aandrukte voor ongeveer 5 of 10 seconden. [slachtoffer] was nog steeds op de punt van de boot. Nadat wij de boot hebben teruggeduwd en [slachtoffer] niet meer vast zat, viel [slachtoffer] in het water. We hebben hem toen snel uit het water getrokken en in de boot. Wij hebben geen instructies gekregen hoe wij in de boot moesten zitte