Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2019:4379

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
25-11-2019
Datum publicatie
28-11-2019
Zaaknummer
ak_19 _ 1982
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verlenging schorsing van besluit van 5 september 2019. Geen gebruik van verleende omgevingsvergunning tot zes weken na besluit op bezwaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 19/1982

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster,

gemachtigde:mr. M.A. Jansen te Heerenveen,

en

het college van burgemeester en wethouders van Kampen, verweerder.

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de gemeente Kampen.

Procesverloop

Bij besluit van 5 september 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder aan de gemeente Kampen een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van 77 essen aan de [adres] .

Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Bij uitspraak van 31 oktober 2019 heeft de voorzieningenrechter als ordemaatregel het besluit van 5 september 2019 geschorst tot de uitspraak van de voorzieningenrechter.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 november 2019. Verzoekster is verschenen.

Verweerder en belanghebbende hebben zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] en [naam 2] . Verder waren namens verweerder [naam 3] en [naam 4] aanwezig.

Ter zitting heeft de voorzieningenrechter het primaire besluit geschorst tot 12 november 2019, teneinde verzoekster in de gelegenheid te stellen aanvullende bezwaargronden in te dienen.

Bij brief van 8 november 2019 heeft verweerder een nadere motivering van het advies van de beoordelaar [naam 5] , adviseur afdeling Ruimtelijke realisatie, onder de titel “Beoordeling aanvraag omgevingsvergunning voor kap essen [adres] “”aan de rechtbank toegezonden.

Bij brief van 14 november 2019 heeft de gemachtigde van verzoekster het verzoek een voorlopige voorziening te treffen nader onderbouwd.

Bij tussenuitspraak van 18 november 2019 heeft de voorzieningenrechter het primaire besluit geschorst tot dinsdag 26 november 2019.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

2. De gemachtigde van verzoekster heeft aangevoerd dat dat in ieder geval voor een deel van de te kappen bomen geen noodzaak bestaat deze te kappen maar wellicht ook voor een zeer groot deel van die bomen die noodzaak niet bestaat.

De beoordelaar van verweerder [naam 5] heeft geconcludeerd dat hij tot een positief advies op het verzoek van de gemeente Kampen is gekomen gelet op:

-de slechte staat van de gehele rij Essen langs de [adres] (slechts drie bomen hebben geen verschijnselen van de essentaksterfte);

-het feit dat terugsnoeien hier geen optie meer is;

-de snelle achteruitgang van de vitaliteit (inspectie 2018 en 2019);

-de standplaats aan een doorgaande weg en het gegeven dat de gemeente Kampen

4. De voorzieningenrechter weegt de belangen van verzoekster die pleiten vóór het treffen van een voorlopige voorziening en de belangen van verweerder(en de gemeente Kampen) die pleiten tegen het treffen daarvan, als volgt.

5. Verweerder heeft de aanvraag van de gemeente Kampen beoordeeld op de natuurwaarde, de landschappelijke waarde, de waarde voor stads- en dorpsschoon, de beeldbepalende waarde, de cultuurhistorische waarde en de waarde voor de leefbaarheid.

6. In de verleende vergunning heeft verweerder aangegeven dat op grond van de landschappelijke waarde, de waarde voor stads- en dorpsschoon en de beeldbepalende waarde, de vergunning geweigerd zou kunnen worden. Echter de essentaksterfte maakt het kappen van de hele rij essen helaas noodzakelijk.

7. De voorzieningenrechter stelt verder vast dat verweerder haar besluitvorming enkel heeft gebaseerd op de bevindingen van haar beoordelaar [naam 5] , voornoemd. Niet in geschil is dat genoemde [naam 5] , niet specifiek. als bomendeskundige beschouwd kan worden. Namens verzoekster is gesteld dat in ieder geval voor een deel van de te kappen bomen geen noodzaak bestaat deze te kappen, terwijl, zoals hiervoor aangegeven, verweerder heeft aangegeven dat er mogelijke weigeringsgronden aanwezig waren. Dit betekent dat bij de voorzieningenrechter vanwege het ontbreken van een deskundigenrapportage twijfel bestaat of verweerder de waarde van de te kappen bomen op juiste wijze heeft meegewogen in de belangenafweging.

8. Uit het vorengaande volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat niet uitgesloten is dat het bestreden besluit in bezwaar wegens motiveringsgebreken vernietigd zal worden. In aanmerking genomen dat de uitvoering van een omgevingsvergunning voor kappen een feitelijk gevolg teweegbrengt, dat in een latere fase van het geding door verweerder niet meer kan worden hersteld en dat niet op voorhand vaststaat dat de te kappen bomen allemaal in een zodanige slechte staat zijn dat kappen de enige optie is, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de schorsing van het primaire besluit te verlengen.

In aansluiting hierop wijst de voorzieningenrechter er ter voorlichting van partijen op dat het motiveringsgebrek mogelijk kan worden hersteld door alsnog een deugdelijke rapportage betreffende de staat van de 77 bomen in te brengen waarop verzoekster kan reageren. Dat zou vervolgens aanleiding kunnen zijn om de voorzieningenrechter te vragen de schorsing op grond van artikel 8:87 van de Awb op te heffen.

9. De voorzieningenrechter ziet aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten te veroordelen, die verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs heeft moeten maken.

Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht kent de voorzieningenrechter ter zake van verleende rechtsbijstand 1 punt toe voor de indiening van de aanvullende gronden voor het treffen van een voorlopige voorziening, waarbij een wegingsfactor van 1 wordt gehanteerd.

Beslissing:

De voorzieningenrechter:

-verlengt de schorsing van het besluit van verweerder van 5 september 2019 en bepaalt dat de gemeente Kampen tot zes weken na het besluit op bezwaar geen gebruik mag maken van de verleende omgevingsvergunning;

-bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 174,--- aan verzoekster vergoedt;

-veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 512,--- ter zake van verleende rechtsbijstand.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.F. Bijloo, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van C. Kuiper, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.