Duraij vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;
- betaling van € 1.151,87 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 januari 2017;
- betaling van een bedrag van € 100,00 ter zake gevolgschade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 januari 2017;
- betaling van de buitengerechtelijke incassokosten met een hoogte van € 375,00;
- met veroordeling van Woonbedrijf in de proceskosten en nakosten vermeerderd met de wettelijke rente over de gehele proceskosten.
Duraij legt daaraan, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag. Het beslag is onrechtmatig gelegd. Er is geen rekening gehouden met een beslagvrije voet terwijl dit wel had gemoeten. Woonbedrijf, althans de deurwaarder, heeft op grond van art. 475g lid 1 Rv de wettelijke verplichting om bij de schuldenaar te informeren naar de bronnen van inkomsten en had zo nodig een beslagvrije voet moeten vaststellen. Daarnaast heeft de deurwaarder nagelaten om via de weg van art. 475g lid 4 Rv te informeren naar de bronnen van inkomsten bij de daartoe aangewezen instanties. Door geen rekening te houden met een beslagvrije voet waardoor het volledige banksaldo, waaronder het inkomen, door het beslag is getroffen, beschikte Duraij niet over de middelen om de vaste lasten en eten en drinken te betalen voor [rechthebbende] . Er kon geen leefgeld worden uitgekeerd, zodat er broodnood ontstond. Ook zijn er nieuwe schulden, waaronder een huurschuld, ontstaan.
Om de minimale bestaanskosten te kunnen voldoen geldt bij loonbeslag een beslagvrije voet. Bij bankbeslag is deze niet direct van toepassing wanneer het inkomen op de bankrekening is gestort. Volgens vaste jurisprudentie is er sprake van misbruik van bevoegdheid wanneer het inkomen door het bankbeslag wordt getroffen, geen andere middelen van bestaan zijn en bij de uitwinning van het beslag geen rekening wordt gehouden met de beslagvrije voet. In dit kader wordt ook verwezen naar het rapport van de Nationale Ombudsman van 25 januari 2017.
Woonbedrijf was ten tijde van de beslaglegging op de hoogte van het bewind. Op 2 en 12 januari 2017 is de deurwaarder op de hoogte gesteld van de financiële situatie van [rechthebbende] en van het feit dat er sprake was van een financiële noodsituatie.
Door het verstekvonnis op deze manier te executeren en derdenbeslag te leggen zonder te informeren naar de en rekening te houden met de beslagvrije voet is sprake van misbruik van executiebevoegdheid c.q. misbruik van recht aan de zijde van Woonbedrijf. Omdat er sprake is van een onrechtmatig gelegd beslag, zijn de bankkosten met een hoogte van
€ 100,00 aan te merken als gevolgschade.