Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2018:3537

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
31-08-2018
Datum publicatie
03-09-2018
Zaaknummer
C/19/123812 / FA RK 18-1506
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ouders procederen opnieuw over de vraag wanneer de kinderen bij welke ouder zijn.

Vader begint de procedure, stellende dat hij de wens van zijn zoon wil respecteren.

Moeder vraagt zich af of haar zoon dit wel echt wil en maakt zich zorgen over de vraag waarom hij dat zou willen.

De rechter richt zich tot de zoon en probeert aan de zoon uit te leggen waarom het verzoek om bij vader te gaan wonen en daar naar school te gaan wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2018/66.30
RFR 2019/12
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rekestnummer: C/19/123812 / FA RK 18-1506

beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 31 augustus 2018

inzake

X,

wonende te …,

hierna ook te noemen de vader,

advocaat mr. S.C. Janssens-van Drooge, kantoorhoudende te Zwolle,

tegen

Y,

wonende te …,

hierna ook te noemen de moeder,

advocaat mr. W.J.P. Suringar, kantoorhoudende te Assen,

1 Procesverloop

Bij verzoekschrift, binnen gekomen op 6 augustus 2018, verzocht vader om het hoofdverblijf van (kind A) na de zomervakantie 2018 bij vader te bepalen, vervangende toestemming te geven voor inschrijving van (kind A) op een middelbare school in (woonplaats vader) met ingang van het schooljaar 2018/2019 en voor zover nodig een bijzondere curator te benoemen om de belangen van (kind A) te behartigen en een advies uit te brengen.

Bij verweerschrift van 20 augustus 2018 verzocht moeder om het verzoek van vader aan te houden en pas na een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) een beslissing te nemen op het verzoek.

Op 21 augustus 2018 is (kind A) gehoord door de kinderrechter.

Bij fax van 22 augustus 2018 liet vader weten het verzoek te willen aanvullen met een verzoek tot wijziging van de contactregeling tussen vader en (kind B).

Het verzoek is behandeld ter zitting van 23 augustus 2018.

Daarbij waren beide ouders aanwezig met hun advocaten.

Namens de Raad was mw. S. van der Laan aanwezig.

2 Feiten

2.1.

De ouders zijn getrouwd geweest. De echtscheidingsbeschikking is op 10 mei 2012 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

De ouders zijn de ouders van (kind A), geboren ….2004 en (kind B) geboren op …. 2007. Sinds hun ouders uit elkaar zijn hebben de jongens hun hoofdverblijf bij hun moeder.

2.2.

Tussen de ouders zijn verschillende procedures gevoerd.

De laatste beschikking in een procedure tussen de ouders is van 5 april 2017.

Die procedure werd door moeder begonnen, waarbij zij vroeg een eerdere beschikking van 19 maart 2014 te wijzigen. Vader kwam met tegenverzoeken.

In april 2017 is door de rechtbank een gedetailleerde regeling voor vakanties en feestdagen getroffen. Ook is beslist dat de jongens één weekend per veertien dagen van zaterdag 18:00 uur tot dinsdagochtend schooltijd bij de man zijn. Ze worden dan op maandag door vader vanuit (woonplaats vader) naar school in Assen gebracht, gaan uit school naar hun grootouders waar hun vader dan ook is, overnachten bij hun grootouders en gaan van daaruit op dinsdag naar school.

2.3.

Vader is per september 2015 verhuisd naar (woonplaats vader).

2.4.

In die beschikking van 5 april 2017 is het standpunt van de Raad als volgt vermeld:

"De Raad heeft ter zitting naar voren gebracht dat zeer zorgelijk is dat partijen al ruim zes jaar met elkaar strijden. Het is de omgekeerde wereld dat hulpverlening voor (kind A) en (kind B) ingezet wordt, zodat zij leren beter om te gaan met strijdende ouders, in plaats van dat ouders leren om beter met elkaar om te gaan.

Hoewel partijen beiden stellen dat zij in het belang van hun kinderen handelen, concludeert de Raad dat het tegendeel waar is. De belangen van (kind A) en (kind B) worden door partijen ernstig ondermijnd. Het handelen van partijen richt (kind A) en (kind B) zelfs ten gronde.

De Raad is van mening dat partijen hun verantwoordelijkheid ten opzichte van (kind A) en (kind B) dienen te nemen, over hun eigen schaduw heen dienen te stappen, hun communicatie dienen te verbeteren en zelf afspraken moeten maken over de contactregeling en de verdeling van de vakanties. Nu gebleken is dat partijen daarin op dit moment niet slagen, acht de Raad het evenals Jeugdbescherming Noord, het meest aangewezen dat de rechtbank in deze (in detail) een knoop gaat doorhakken. Indien de contactregeling en de verdeling van de vakanties en de feestdagen in detail vastligt, hoeven partijen hierover niet meer in conflict te raken en kunnen zij zich in het belang van (kind A) en (kind B) (en met hulp van de gezinsvoogd) richten op het verbeteren van hun onderlinge communicatie en samenwerking."

2.5.

De rechtbank verwoordde het als volgt:

"De rechtbank constateert op basis van de inhoud van de stukken en hetgeen ter zitting is behandeld dat, ondanks de ondertoezichtstelling, de onderlinge verstandhouding tussen partijen onveranderd slecht is en de communicatie tussen hen nog altijd moeizaam verloopt. De in het kader van de ondertoezichtstelling gestarte hulpverleningstrajecten hebben er tot op heden niet toe geleid dat partijen in staat zijn overeenstemming te bereiken over een contactregeling en een verdeling van de vakanties en feestdagen.

De rechtbank is gebleken dat er sprake is van een patroon waarin beide partijen op een zeker moment zich niet meer bereidwillig naar elkaar opstellen, op dat moment de hakken in het zand zetten en in een impasse geraken. Partijen verwijten elkaar over en weer rigiditeit en een gebrek aan medewerking. Duidelijk is dat het niet tot stand komen van een conactregeling […] leidt tot onrust en telkens nieuwe conflicten, hetgeen zijn weerslag heeft op (kind A) en (kind B). De rechtbank acht het thans het meest in het belang van (kind A) en (kind B) dat op zo kort mogelijke termijn definitieve duidelijkheid over de contactregeling […] bestaat, zodat partijen daarover niet meer hoeven te strijden. Om rust te creëren, en mogelijk een basis te scheppen voor verbetering van de verstandhouding, zal de rechtbank […] de navolgende regeling treffen. "

en:

"Tenslotte is de rechtbank met Jeugdbescherming Noord en de Raad van oordeel dat partijen op dit moment niet handelen in het belang van (kind A) en (kind B). (kind A) en (kind B) lijden zeer onder de situatie."

2.6.

In een brief voorzien van "(woonplaats vader), 30 april 2017" met als aanhef "Beste mama en papa" en volgens de tekst van de brief geholpen door papa wordt medegedeeld dat de jongens de regeling die de rechter heeft bepaald willen veranderen "omdat dit niet aansluit bij onze wensen". De laatste zin luidt "(kind B) en ik willen graag weten of dit zo geregeld kan worden. We hopen dat jullie dit snel kunnen bespreken, zodat er ook voor ons duidelijkheid komt."

2.7.

In een mail van 9 december 2017 legt (kind A) aan zijn ouders voor dat hij de contactregeling wil aanpassen. Hij wil dan op vrijdagavond naar zijn vader en maandag uit school naar zijn moeder.

2.8.

Op 25 mei 2018 mailt (kind A) aan zijn ouders "Zoals jullie weten zou ik graag bij papa willen gaan wonen. Mijn motivatie is: dat ik graag wil weten hoe het is om bij papa te wonen. Daarnaast merk ik dat mama en ik regelmatig botsen qua karakter.

Verder wil ik graag werken aan de vader-zoon relatie."

Daarna wordt uitgewerkt hoe dat praktisch zou moeten qua reizen, sporten, kerk en broertje.

De brief eindigt met "Ik weet nog niet precies hoe we dit kunnen regelen. Als jullie dit weten, zou dat fijn zijn. Ik hoop dat we er ondanks het moeilijke onderwerp samen goed uit kunnen komen."

2.9.

In een beschikking van 5 februari 2014 heeft de kinderrechter de jongens onder toezicht gesteld. Die ondertoezichtstelling is een paar keer verlengd en in 2018 afgesloten. De doelen van die ondertoezichtstelling waren niet behaald.

3 Motivering

3.1.

Vader heeft verzoeken ingediend, die hij op vergelijkbare wijze motiveert.

De jongens hebben een wens en die wens wil vader respecteren.

Als het om de nu tienjarige (kind B) gaat, dan verwijst vader daarbij naar de brief van 30 april 2017, aangehaald onder 2.6.

Ter zitting is door de rechtbank medegedeeld dat de rechtbank het verzoek over (kind B) niet inhoudelijk zal behandelen. Het geeft geen pas en is strijdig met een goede procesorde om moeder (en Raad en rechtbank) te overvallen door een dag voor de mondelinge behandeling dat verzoek in te dienen. Het is moeilijk voorstelbaar dat deze manier van procederen en met elkaar omgaan in het belang van de kinderen van deze ouders is.

3.2.

Vader heeft benadrukt dat (kind A) zich gehoord moet kunnen voelen. Dat is de rechter helemaal met vader eens. De rechter zal dan ook niet zozeer aan de ouders, maar aan (kind A) zelf proberen uit te leggen waarom de rechter het niet zo zal regelen dat hij nu bij zijn vader gaat wonen.

(kind A), jij en ik hebben elkaar gesproken. Aan mij heb je toen uitgelegd dat je bij vader wilt gaan wonen omdat je het gevoel hebt dat je iets mist. Wat je mist, dat weet je niet, maar je denkt dat het zou helpen om bij je vader te gaan wonen.

Je vrienden zitten bij je op school in Assen en op die school heb je het ook naar de zin. Met je moeder en je broertje ga je in Groningen naar de kerk. Zelf ga je ook naar de kring van de kerk en daar heb je veel steun aan. Daar wil je naar toe blijven gaan en daarom heb je al bedacht hoe je dat vanuit (woonplaats vader) zou kunnen doen. Je gaat al een tijdje naar een kindercoach waar je een goed contact mee hebt. Die kindercoach zit in Assen. Je hebt zelf in je brief aan je ouders al gemeld dat je (kind B) zoveel mogelijk wilt blijven zien. Je snapt ook heel goed dat het voor (kind B) ook een hele verandering wordt als jij bij je vader gaat wonen.

Je hebt ook uitgelegd dat je ouders volgens jou al acht jaar niet meer met elkaar praten en dat ze het nergens over eens kunnen worden. Het is nu bijvoorbeeld wel duidelijk op welke dag en hoe laat je vader je op komt halen, maar nu is er iedere keer gedoe over bij wie je dan eet. Dat regelen je ouders niet onderling, maar ze willen wel allebei dat je met hun eet. Dat los je nu op door op die avonden twee keer te eten. Ook verder denk jij al vooruit. Je vader is in (woonplaats vader) gaan wonen. Die afstand maakt het extra ingewikkeld. Je voorziet nu al een probleem doordat (woonplaats vader) in een andere vakantieregio ligt dan Assen. Je vader heeft een stiefdochter die naar school gaat en binnenkort gaat dat wringen met jullie vakanties. Dat probleem wordt alleen maar groter als jij en (kind B) in verschillende vakantieregio's zouden wonen. Dat heb je zelf niet gezegd, maar ik heb de indruk dat je dat ook zelf wel ziet.

Je vader heeft dit verzoek ingediend. Hij heeft dat met je besproken en jij hebt toen gezegd dat het wel mocht.

Als je ouders mij vertellen wat er moet gebeuren en waarom, dan gaat het over de vraag wat jij ècht wil en waarom je dat wilt. Daar focussen ze allebei op. Ik heb ze ter zitting uitgelegd dat ze daarmee de kern missen. Wat jij wilt en waarom je dat wilt is belangrijk. Dat moeten je ouders zeker meewegen. Maar daarna moeten ze zelf hun verantwoordelijkheid nemen. Dan moeten zij als ouders zich buigen over de vraag of wat jij wilt nu wel zo'n goed idee is. Daarna moeten zij, alles meewegende, een beslissing nemen.

Dat zijn je ouders duidelijk niet gewend en jij verwacht het al niet meer van je ouders.

Dat begrijp ik van jouw kant wel. Ouders, in de zin van twee volwassenen die samen optreden in jouw belang, die heb jij al een hele tijd niet. Je hebt een vader en een moeder, die het nergens over eens lijken te worden, over alles conflicten weten te krijgen en jij zit daar tussenin. Jij probeert problemen te voorkomen, conflicten te sussen en bij dat alles vooral niemand het gevoel te geven dat je partij kiest. Daarbij kom je aan je eigen belangen en eigen ontwikkeling pas als laatste toe en als het nodig is maak je dat ondergeschikt.

(kind A), jij en je broertje zijn niet verantwoordelijk voor de problemen tussen je ouders. Jullie hebben er geen schuld aan en jullie zouden er geen last van moeten hebben.

Over de vraag wanneer je voor hoe lang bij welke ouder bent zijn je ouders het nooit eens geweest. Dat voelen jij en je broertje en jullie hebben al heel lang het gevoel dat voor jullie niet duidelijk is hoe het nou moet. De rechtbank heeft geprobeerd aan die situatie een einde te maken en heeft in april 2017 ook heel duidelijk opgeschreven dat er een einde moet komen aan alle gedoe. Voor jullie moet er rust in de tent komen, dit is de regeling en hou op daar onrust over te veroorzaken, zou je die beschikking kunnen samenvatten. Die boodschap is uitvoerig opgeschreven en wat de Raad te melden had is ook zonder er doekjes om te winden opgeschreven. Dat doet een rechter niet voor de lol. Dat doet een rechter in een poging om bij je ouders het kwartje te doen vallen. Dat is niet gelukt. Binnen weken na die beschikking begon het al weer overnieuw. Dat werken aan verbetering van communicatie, waar de rechtbank en de Raad op aandringen, daar blijkt weinig van.

Een verhuizing van jou naar je vader lost de problemen tussen je ouders ook niet op. Dat geeft alleen maar weer een nieuwe situatie, waarin er weer een hele reeks nieuwe onderwerpen ontstaan om het niet over eens te worden. Dat is ook niet op te lossen door alleen van je moeder te verlangen dat ze weer met je vader gaat praten. Als iets niet werkt en tot problemen leidt, dan heeft het geen zin om het steeds weer op dezelfde manier te gaan proberen. Allebei je ouders moeten dingen anders gaan doen, als dat niet gebeurt, dan wordt het niks. Allebei je ouders zullen voor mogelijk moeten houden dat ze misschien dingen niet op de juiste/handigste manier doen en dat ze dingen anders moeten doen. Dat geldt ook voor je vader. Ik heb je ouders op zitting gezien en gehoord en de manier waarop je vader over en tegen je moeder spreekt is niet productief en niet constructief. Je vader wil met je moeder overleggen, maar straalt uit dat de uitkomst van dat overleg al vast staat. Hij is ook heel behendig om dingen zo te verwoorden dat er een waardeoordeel in klinkt dat voor je moeder kwetsend is. Ik zal daar één voorbeeld van geven. Volgens je vader mis jij het leven in een gezin. Daarmee zegt hij, althans dat lijkt er erg op, dat je nu niet in een gezin woont. De tijd dat een moeder met haar kinderen niet als een volwaardig gezin werd gezien is geweest.

Jij hebt het gevoel dat je iets mist. Jij mist ook iets.

Maar ik verwacht niet dat jij door een verhuizing naar je vader gaat ontdekken wat jij mist en dat je dat daar dan ook gaat vinden, in de zin dat je probleem is opgelost.

Jij moet aan je eigen ontwikkeling gaan werken, vanuit je eigen omgeving, met de mensen waar jij je nu goed bij voelt. Je gaat in Assen naar school en hebt daar je vrienden. Je hebt de leeftijd om je langzaam losser te maken van je ouders en je eigen dingen te gaan doen, waarbij je vrienden steeds belangrijker worden. Je gaat in Groningen naar de kerk en hebt veel steun aan de mensen die je daar kent en daar ontmoet. De coach waar je veel steun aan hebt, die zit in Assen. Je broertje woont bij je moeder in (woonplaats moeder). Je moeder woont in (woonplaats moeder).

Als je hulp nodig hebt, dan kan die ook in (woonplaats moeder) worden geboden. Dat gebeurt al. Als het nodig is dat je met je school wat meer wordt geholpen, dan kan dat ook in (woonplaats moeder).

Jij bent bereid om alles wat verder voor je belangrijk is achter te laten in (woonplaats moeder) en bij je vader te gaan wonen, om daar naar een onbekende - nog niet uitgezochte - school te gaan, nieuwe vrienden te moeten maken en van daaruit te proberen je contacten met je kring in Groningen te onderhouden. Als ik de situatie overzie, dan is wat jij wilt doen niet in jouw belang en ook niet in het belang van je broertje.

Daar ga ik ook niet eerst de Raad voor de kinderbescherming onderzoek naar laten doen.

Een bijzondere curator ga ik ook niet benoemen. Jij kunt bij je coach je ei kwijt en andere hulp die je in Assen zou willen hebben kan ook zonder curator worden geregeld. Die bijzondere curator lijken je ouders voor een belangrijk deel te zien als iemand die nogmaals moet gaan onderzoeken wat jij wilt. Maar dan maken ze weer de fout zich blind te staren op wat jij wilt, zonder te bedenken dat ze zelf als je ouders moeten beoordelen wat in jouw belang is.

Normaal gaan beschikkingen er alleen op woensdag uit. Dat zou betekenen dat jij pas woensdag 5 september hoort waar je gaat/blijft wonen en waar je naar school gaat. Maandag 2 september begint in Assen je school weer. Om te zorgen dat je weet waar je dan aan toe bent, zullen we deze beschikking vandaag aan de advocaten van je ouders faxen. Jij krijgt zelf een exemplaar over de post.

Beslissing

De rechtbank:

- wijst de verzoeken af.

Deze beschikking is gegeven te Assen door mr T.M.L. Veen, lid van de kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op vrijdag 31 augustus 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat. worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden

fn: ***