Eisers vorderen, na wijziging van eis, dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat NAM en/of de Staat jegens de eisers, althans jegens een door de rechtbank te bepalen aantal eisers onrechtmatig handelt en heeft gehandeld op grond
van artikel 6:177 lid 1 sub b BW en/of artikel 6:162 BW;
II. voor recht verklaart dat aantasting van het woongenot door NAM en/of de Staat als gevolg van de aardbevingen door gaswinning van NAM van de eisers in dit geding,
althans van een aantal door de rechtbank te bepalen eisers in dit geding moet worden
aangemerkt als aantasting in de persoon op andere wijze in de zin van artikel 6:106 lid 1
sub b BW;
III. voor recht verklaart dat de aardbevingen als gevolg van de gaswinning van NAM een inbreuk vormen ex artikel 6:162 BW op het persoonlijkheidsrecht, namelijk het recht op een ongestoord woongenot, van eisers, althans van een aantal door de rechtbank te bepalen eisers;
IV. voor recht verklaart dat de inbreuk door NAM en/of de Staat op het
persoonlijkheidsrecht van eisers, althans van een door de rechtbank te bepalen aantal
eisers, namelijk het recht op een ongestoord woongenot, kan worden aangemerkt als
aantasting in de persoon op andere wijze in de zin van artikel 6:106 lid 1 sub b BW;
V. voor recht verklaart dat NAM en de Staat hoofdelijk aansprakelijk zijn, althans dat NAM of de Staat aansprakelijk is voor de door de eisers, althans een door de rechtbank te
bepalen aantal eisers geleden en/of nog te lijden immateriële schade ex artikel 6:106 BW en
NAM en/of de Staat hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van die schade aan eisers, althans aan een door de rechtbank te bepalen aantal eisers, nader op te maken bij staat, en te vereffenen volgens de wet, althans tot een door de rechtbank in goede justitie vast te
stellen bedrag aan schadevergoeding;
VI. voor recht verklaart dat eisers, althans een door de rechtbank nader te bepalen aantal eisers, vermogensschade lijden in de zin van het gemis van het onstoffelijk voordeel, te weten het ongestoorde woongenot, als gevolg van de aardbevingen door gaswinning van NAM;
VII. voor recht verklaart dat NAM en de Staat hoofdelijk aansprakelijk zijn, althans dat NAM of de Staat aansprakelijk is voor de door de eisers, althans een door de rechtbank te
bepalen aantal eisers, geleden en/of nog te lijden vermogensschade bestaande uit de gemis
van het onstoffelijk voordeel, te weten het ongestoorde woongenot, en NAM en/of de
Staat hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van die schade aan eisers, althans aan een
door de rechtbank te bepalen aantal eisers, nader op te maken bij staat, en te vereffenen
volgens de wet, althans tot een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag
aan schadevergoeding;
VIII. NAM en/of de Staat hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de door eisers gemaakte buitengerechtelijke kosten, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen gedeelte daarvan;
IX. NAM en/of de Staat hoofdelijk veroordeelt in de kosten van deze procedure.