RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
zaak-/rolnummers: 4667440 / AR VERZ 15-67 en 4750204 / AR VERZ 16-13
beschikking van de kantonrechter van 10 februari 2016
de stichting Stichting Meriant,
gevestigd te Wolvega,
gemachtigde: mr. H.J. Funke,
[verweerster] ,
wonende te Heerenveen,
gemachtigde: mr. S. Wiersma.
Partijen zullen hierna Meriant en [verweerster] worden genoemd.
Procesverloop
1.1 Meriant heeft bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 december 2015, verzocht de tussen haar en [verweerster] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden, primair op grond van artikel 7:669 lid 3 sub e BW (verwijtbaar handelen of nalaten) en subsidiair op grond van artikel 7:669 lid 3 sub g BW (verstoorde arbeidsverhouding). Het ontbindingsverzoek is geregistreerd onder 4667440 / AR VERZ 15-67.
1.2 Het verweerschrift van [verweerster] is binnengekomen op 5 januari 2016. Hierin is primair geconcludeerd tot afwijzing van het ontbindingsverzoek en subsidiair, voor het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, tot toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding.
1.3 In het verweerschrift heeft mr. Wiersma voornoemd namens [verweerster] daarnaast verzocht:
a. Meriant te veroordelen tot het betalen van het vanaf 1 december 2015 tot de datum van de rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door Meriant aan [verweerster] verschuldigde loon (inclusief onregelmatigheidstoeslag), te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over het loon over de maand december 2015;
Meriant te veroordelen tot het betalen van een bedrag van € 393,06, zijnde het bedrag aan onregelmatigheidstoeslag (ORT) over de maand juli 2015, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over dit bedrag;
te bepalen dat in geval van ontbinding van de arbeidsovereenkomst de onder a. en b. bedoelde bedragen na de betekening van de te wijzen beschikking binnen twee weken door Meriant worden uitbetaald, bij gebreke waarvan Meriant over (het niet betaalde deel van) deze bedragen wettelijke rente is verschuldigd tot aan de dag van de algehele voldoening;
te bepalen:
- primair, in het geval de arbeidsovereenkomst niet wordt ontbonden: dat de opbouw van vakantieuren vanaf de datum dat [verweerster] is vrijgesteld van het verrichten van arbeid, namelijk vanaf september 2015, blijft doorgaan en dat zij deze vakantieuren met de in september 2015 nog niet opgenomen vakantieuren alsnog kan opnemen;
- subsidiair, in het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden: dat de niet genoten vakantieuren in het kader van de eindafrekening worden vergoed, tezamen met de tot de ontbindingsdatum opgebouwde vakantietoeslag en (naar rato) de eindejaarsuitkering.
Deze verzoeken zijn geregistreerd onder 4750204 / AR VERZ 16-13.
1.4 De mondelinge behandeling van het ontbindingsverzoek en de in 1.3 genoemde verzoeken heeft plaatsgevonden op 13 januari 2016. Daarbij zijn verschenen [A] (hierna verder te noemen: [A] ), P&O-adviseur van Meriant, bijgestaan door mr. Funke voornoemd, en [verweerster] , bijgestaan door mr. Wiersma. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt.
Motivering
De feiten
2.1 Bij de beoordeling van het ontbindingsverzoek van Meriant en de door
[verweerster] ingediende verzoeken gaat de kantonrechter uit van de volgende feiten.
2.2 Meriant is een organisatie die zorg en ondersteuning biedt aan ouderen. Deze zorg en ondersteuning wordt aangeboden op meerdere locaties in de regio Heerenveen-Wolvega, zoals de locaties Coornhert State en Anna Schotanus, beiden in Heerenveen.
2.3 [verweerster] is sedert 1 mei 1978 in dienst bij Meriant, laatstelijk (parttime) in de functie van Verzorgende, tegen een bruto salaris van € 1.398,40 per maand, exclusief toeslagen en emolumenten. Een van deze emolumenten betreft een maandelijkse ORT van
€ 393,06.
2.4 In de periode van begin maart 2014 tot eind april 2015, in welke periode
[verweerster] werkzaam was op de locatie Coornhert State, hebben zich een aantal incidenten voorgedaan waarbij [verweerster] betrokken was. Deze incidenten hebben er toe geleid dat Meriant [verweerster] op 9 juni 2015 de mogelijkheid heeft geboden om haar functioneren te verbeteren door middel van het volgen van een verbetertraject op een andere locatie, namelijk de locatie Anna Schotanus (afdeling De Deelen). Bij brief van
22 juni 2015 heeft [verweerster] ingestemd met het volgen van dit verbetertraject.
2.5 Tijdens een gesprek op 16 juli 2015 hebben [B] (hierna verder te noemen: [B] ), clusterhoofd van de afdeling De Deelen van Anna Schotanus, en [A] met [verweerster] nadere afspraken gemaakt over het verbetertraject.
In het van dit gesprek door [A] gemaakte verslag is, voor zover van belang, het volgende aangegeven:
" [A] (de kantonrechter leest: [A] ) heeft de voorliggende periode kort samengevat en heeft de gesignaleerde verbeterpunten aangegeven:
- het werken volgens de afspraken in het zorgleefplan
- zorgdragen voor een open cultuur en open communicatie
- zorgdragen voor een veilige en vertrouwde woon-werk omgeving
- open staan voor feedback van anderen
- kritisch kijken naar je eigen gedrag en handelen
[B] (de kantonrechter leest: [B] ) verwacht dat [verweerster] een open houding heeft, open staat voor feedback, vriendelijk is, een klantvriendelijke houding heeft en medewerkers en bewoners respectvol benaderd. Om het verbetertraject vorm te geven wordt van [verweerster] verwacht dat zij reflectieverslagen schrijft. Met het schrijven van een reflectieverslag reflecteer je jouw eigen houding en gedrag. De eerste weken zal [verweerster] boventallig ingepland staan. Als het werk het toelaat, mag [verweerster] ook gedurende haar dienst tijd besteden aan het schrijven van een reflectieverslag. Belangrijk is om ook te werken met SMART doelen. Op internet staat uitleg over reflectieverslagen en ook kan [verweerster] de zorgcoördinatoren en collega [C] om uitleg vragen. [verweerster] heeft de neiging om feedback te weerleggen. Bij het ontvangen van feedback, bijvoorbeeld een melding van een klacht, is het belangrijk dat je eerst luistert wat de ander te vertellen heeft. Je zegt dankjewel en laat het even bezinken. Je gaat kijken wat er gebeurt is en wat jouw aandeel in het verhaal is. Dit is een leerpunt voor [verweerster] . (….).
4 Afspraken
- Het verbetertraject van [verweerster] duurt tot maximaal 1 maart 2015.
- Periodiek zal [B] gesprekken met [verweerster] voeren om de voortgang van het verbetertraject te monitoren. Periodiek zal [A] aanschuiven.
- Als [verweerster] onvoldoende ontwikkeling laat zien gedurende het verbetertraject, zal afscheid van [verweerster] genomen worden.
- [verweerster] zal, totdat er nieuwe afspraken worden gemaakt, gedurende het verbetertraject dagdiensten werken.
- [verweerster] wordt goed ingewerkt. De eerste weken zal [verweerster] meelopen met de zorgcoördinatoren [D] (de Fearten) en [E] (de Pollen). [verweerster] staat de eerste weken 'overgepland'.
- De zorgcoördinatoren begeleiden [verweerster] , geven [verweerster] feedback en koppelen terug naar [B] .
- [verweerster] zal informatie vergaren over het opstellen van reflectieverslagen. [verweerster] kan ook de zorgcoördinatoren en [C] vragen voor ondersteuning.
- [verweerster] schrijft reflectieverslagen gedurende het verbetertraject. [verweerster] zal gemiddeld één reflectieverslag per week schrijven.
(….).
5. Vervolg
[verweerster] start op maandag 21 juli 2015 op de Deelen. (….)."
2.6
Op 21 juli 2015 is [verweerster] begonnen met het verbetertraject.
2.7
Tijdens een gesprek op 4 augustus 2015 heeft [B] aan [verweerster] nogmaals uitgelegd waarom zij het verbetertraject moet volgen, wat het verbetertraject inhoudt en wat van haar wordt verwacht.
2.8
In zijn brief van 4 augustus 2015 heeft mr. Wiersma aan [A] laten weten dat in zijn visie met [verweerster] helemaal nog niet is gesproken over het verbetertraject en wat dit traject inhoudt. Naar aanleiding hiervan heeft op 14 augustus 2015 in aanwezigheid van mr. Wiersma een gesprek plaatsgevonden tussen [verweerster] , [A] en [F] (hierna verder te noemen: [F] ), clusterhoofd op de locatie Coornhert State en uit dien hoofde de direct leidinggevende van [verweerster] op de locatie Coornhert State. Tijdens dit gesprek is zijdens Meriant nogmaals en uitvoerig aangegeven wat het verbetertraject inhoudt en op welke punten [verweerster] zich moet verbeteren.
2.9
Aan het eind van het gesprek op 14 augustus 2015 heeft [A] [verweerster] gevraagd of zij gebruik wil maken van de mogelijkheid om het dienstverband met Meriant met wederzijds goedvinden te beëindigen. In zijn brief van 20 augustus 2015 aan Meriant heeft mr. Wiersma een aantal voorwaarden opgesomd waarover in zijn visie overeenstemming bereikt moet worden, alvorens [verweerster] kan instemmen met een beëindiging van haar dienstverband. Meriant en [verweerster] hebben uiteindelijk echter geen akkoord bereikt over een beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden, zodat het dienstverband is blijven voortduren.
2.10
Meriant heeft de ORT over de maand juli 2015 in augustus 2015 betaald aan [verweerster] , tezamen met het over augustus 2015 verschuldigde loon.
2.11
Vanaf 16 september 2015 heeft [verweerster] geen reguliere werkzaamheden of werkzaamheden in het kader van het verbetertraject meer verricht voor Meriant.
2.12
Voor de periode van 16 tot 28 september 2015 heeft [verweerster] verlof opgenomen.
2.13
In haar e-mail van 28 september 2015, voor zover van belang, heeft [B] [verweerster] het volgende laten weten:
"Dinsdag 15 september heb jij een dagdienst gewerkt, de 1e dag na je vakantie. Op die dag heb je tegen [E] (….) aangegeven dat je ging stoppen met werken bij Meriant. Dit heb je aan meerdere collega's medegedeeld o.a. [G] , waarmee je die ochtend hebt gewerkt. Begin van die middag rond 13 uur heb je dit ook tegen mij gezegd. Je zei nml letterlijk dat je je afvroeg of het verbetertraject wel zin had omdat je toch stopte. Dat had je definitief besloten zo gaf je aan. Toen heb ik jouw voorgesteld dat je de rest van de week verlof kon opnemen in afwachting van de afhandeling. We hebben toen afgesproken dat je mij een week later zou bellen. Dat heb je ook gedaan, maandag 21 sept. hebben wij telefonisch contact gehad waarin je aangaf dat e.e.a. nog niet geheel duidelijk was in de afhandeling. Ook toen gaf je aan dat je in principe ging stoppen en ook toen heb ik jouw de keuze gelaten of je kwam werken of verlof. Je hebt toen gekozen voor nogmaals een week verlof omdat jij verwachtte dat het deze week rond zou zijn. We hebben ook maandag 21 sept mondeling afgesproken dat je mij zou bellen de 28e, wat je ook hebt gedaan en jij dan zou besluiten wat je ging doen. Stoppen of continuering verbetertraject. De beslissing of je wel of niet komt werken is aan jouw conform de afspraak die wij steeds mondeling hebben gemaakt. Als jij besluit te werken dan continueren wij het verbetertraject, zoals eerder afgesproken, Indien je anders besluit graag hierover in contact met (….) [A] en (….) [F] .
Ik hoor graag vandaag per e-mail van jouw wat je besluit is. Indien je nog bedenktijd nodig hebt is continuering van verlofopname mogelijk. Uiteraard is het aantal op te nemen verlofdagen afhankelijk van je verlofsaldo."
2.14
[verweerster] heeft niet gereageerd op deze e-mail, althans heeft zij Meriant niet laten weten welke keuze zij heeft gemaakt: continuering van het dienstverband (en dus continuering van het verbetertraject) of een beëindiging van de arbeidsrelatie. Evenmin is zij op en/of na 28 september 2015 op haar werkplek verschenen.
2.15
Nadien heeft mr. Funke namens Meriant aan mr. Wiersma vier brieven verzonden waarin hij mr. Wiersma heeft laten weten dat indien [verweerster] meewerkt aan het verbetertraject een beëindiging van de arbeidsovereenkomst (vooralsnog) achterwege kan blijven. In de laatste van deze brieven, de brief van 4 november 2015, voor zover van belang, heeft mr. Funke het volgende aangegeven:
"Op mijn vraag aan u in mijn brief van 21 oktober 2015 geeft u mijns inziens geen antwoord. In plaats van aan te geven of uw cliënte (weer) bereid is om mee te werken aan het door cliënte voorgestelde verbetertraject geeft u kort weergegeven aan dat een continuering van het dienstverband feitelijk onmogelijk is geworden. Cliënte betwist ten stelligste dat een continuering van het dienstverband onmogelijk is geworden. Het enige dat cliënte van uw cliënte verwacht is dat zij deelneemt aan een verbetertraject. Zoals u bekend heeft cliënte daar goede redenen voor. Nu uw cliënte blijkens uw brief van 23 oktober 2015 duidelijk aanstuurt op een beëindiging van de arbeidsovereenkomst en kennelijk niet wenst mee te werken aan een verbetertraject zal ik namens cliënte nu overgaan tot het opstellen van een verzoekschrift strekkende tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van uw cliënte. Nadrukkelijk wijs ik erop dat uw cliënte naar de mening van cliënte door haar opstelling thans in het geheel niet gerechtigd is tot een transitievergoeding. In artikel 7:673 lid 7 staat immers aangegeven dat geen recht bestaat op een transitievergoeding als het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Daarvan is in casu naar de mening van cliënte sprake nu uw cliënte weigert deel te nemen aan een verbetertraject en dit zelfs niet eens wenst te proberen. Gezien de verregaande consequenties die de opstelling van uw cliënte heeft, heeft cliënte mij verzocht aan u kenbaar te maken dat uw cliënte nog één week na dagtekening van deze brief in de gelegenheid zal worden gesteld om in te stemmen met een verbetertraject. Mocht uw cliënte binnen deze termijn niet alsnog instemmen met een verbetertraject dan zal ik overgaan tot indiening van het hiervoor bedoelde verzoekschrift."
2.16
Door of namens [verweerster] is niet gereageerd op de brief van
4 november 2015 en op de drie aan deze brief voorafgaande brieven. Evenmin heeft zij naar aanleiding van (één of meerdere van) deze brieven het volgen van het verbetertraject hervat. In verband hiermee heeft Meriant met ingang van december 2015 geen loon meer betaald aan [verweerster] .
2.17
[F] , de direct leidinggevende van [verweerster] in Coornhert State, heeft Meriant per 1 januari 2016 verlaten.
Het standpunt van Meriant
3.1.1
Meriant heeft ter onderbouwing van haar ontbindingsverzoek het volgende aangevoerd. [verweerster] heeft zich schuldig gemaakt aan werkweigering. Zij heeft namelijk geweigerd om het verbetertraject verder te volgen. Werkweigering is verwijtbaar handelen of nalaten in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub e BW.
De werkweigering van [verweerster] heeft bovendien geleid tot een verstoorde arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub g BW. Van Meriant kan daarom in redelijkheid niet worden verlangd de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te laten voortduren. Meriant is geen transitievergoeding verschuldigd aan [verweerster] , omdat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten (artikel 7:673 lid 7 sub c BW) van [verweerster] , namelijk werkweigering. Meriant is evenmin een billijke vergoeding verschuldigd, omdat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten (artikel 7:671b lid 8 sub c BW) van Meriant, aldus Meriant.
3.1.2
Wat betreft de verzoeken van [verweerster] stelt Meriant zich op het standpunt dat zij vanaf december 2015 aan [verweerster] geen salaris, ORT of andere emolumenten (meer) verschuldigd is. Vanaf december 2015 heeft zij immers niet meer gewerkt, terwijl zij vanaf december 2015 niet was vrijgesteld van het verrichten van arbeid en vanaf december 2015 geen sprake (meer) was van betaald verlof. Nu vanaf december 2015 geen loon verschuldigd was, heeft [verweerster] vanaf december 2015 ook geen verlof opgebouwd. De loonvordering en de vordering ter zake van vakantiedagen moeten derhalve worden afgewezen. De vordering ten aanzien van de ORT over juli 2015 moet ook worden afgewezen, omdat deze ORT reeds is betaald in augustus 2015.
Het standpunt van [verweerster]
3.2.1
stelt zich op het standpunt dat het ontbindingsverzoek afgewezen moet worden. Van werkweigering is geen sprake. Weliswaar was en is niet (geheel) duidelijk waarom Meriant heeft gekozen voor een verbetertraject en wat Meriant in het kader van dit traject van [verweerster] verwachtte, maar van een weigering dit traject (verder) te volgen was en is geen sprake. Van een verstoorde arbeidsverhouding is evenmin sprake. Echter, ook als hiervan wel sprake zou zijn geweest, dan betrof het de arbeidsverhouding met [F] en nu die per 1 januari 2016 (de organisatie van) Meriant heeft verlaten, staat niets meer een herplaatsing van [verweerster] in de oude functie (in Coornhert State) in de weg. Mocht echter aanleiding bestaan om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, dan is Meriant een transitievergoeding en een billijke vergoeding verschuldigd, omdat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Meriant. Meriant heeft [verweerster] namelijk niet duidelijk gemaakt waarom zij een verbetertraject moest volgen en wat van haar in dat traject van haar verlangd werd. In zoverre heeft Meriant [verweerster] aan haar lot over gelaten en zich derhalve niet als een goed werkgever gedragen.
3.2.2
Wat betreft de door haar ingediende verzoeken heeft [verweerster] ter zitting erkend dat Meriant de ORT over de maand juli 2015 aan haar in augustus 2015 heeft betaald.
Ten aanzien van ontbindingsverzoek
4.1
Aan het ontbindingsverzoek ligt niet ten grondslag (gesteld) disfunctioneren van
[verweerster] , maar werkweigering, namelijk haar weigering om het verbetertraject, met het volgen waarvan [verweerster] heeft ingestemd, (verder) te volgen. De kantonrechter stelt voorop dat werkweigering kan worden geschaard onder verwijtbaar handelen of nalaten in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub e BW. Door [verweerster] is dit uitgangspunt als zodanig ook niet bestreden.
Aan de orde is of [verweerster] zich schuldig heeft gemaakt aan werkweigering. De kantonrechter beantwoordt die vraag bevestigend. Dienaangaande wordt het volgende overwogen.
4.2
Vanaf omstreeks augustus 2015 hebben partijen de mogelijkheden onderzocht om te komen tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, zodat [verweerster] niet langer het verbetertraject hoefde te volgen. Dit heeft echter niet tot resultaat geleid, zodat de arbeidsovereenkomst is blijven voortduren. Dit betekent dat op [verweerster] steeds de verplichting rustte om arbeid te verrichten, regulier werk of werk in het kader van het verbetertraject. [verweerster] heeft weliswaar gesteld dat zij in september 2015 door [B] is vrijgesteld van het verrichten van arbeid, maar [verweerster] heeft deze stelling, die door Meriant gemotiveerd is weersproken, verder niet onderbouwd. Bovendien staat deze stelling haaks op de e-mail van [B] van 28 september 2015. In deze e-mail heeft [B] weliswaar aangegeven dat
[verweerster] thuis mocht blijven, maar dan op basis van door haar opgenomen verlof, voor zover nog voldoende verlofsaldo bestaat. In voormelde e-mail heeft [B] [verweerster] verzocht een keuze te maken: het verbreken van de arbeidsrelatie met Meriant, zodat het verbetertraject niet meer gevolgd hoeft te worden, of het continueren van het dienstverband, met continuering van het verbetertraject. Naar aanleiding van deze e-mail heeft [verweerster] Meriant niet laten weten dat en zo ja, welke keuze zij heeft gemaakt. Naar aanleiding van deze e-mail heeft [verweerster] niets van zich laten horen. Evenmin is zij haar werk verschenen, niet op de locatie Anna Schotanus voor het volgen van het verbetertraject en ook niet op de locatie Coornhert State. In de nadien aan mr. Wiersma gerichte brieven heeft mr. Funke vooromschreven keuze steeds herhaald en er bij
[verweerster] , via haar gemachtigde mr. Wiersma, nadrukkelijk en in niet mis te verstane bewoordingen op aan gedrongen een keuze te maken. Daarbij is gewezen op de consequenties die verbonden zijn aan het niet volgen van het verbetertraject terwijl wel sprake is van een dienstverband. Op geen enkele van deze aanmaningen om het verbetertraject (weer) te volgen, dan wel om te kiezen voor een beëindiging van de arbeidsrelatie, is door of namens [verweerster] een reactie gegeven. Uiteindelijk heeft zij vanaf december 2015 geen arbeid verricht (volgen verbetertraject), terwijl zij hiertoe wel gehouden was (geen verlofsaldo (meer)/ geen vrijstelling arbeidsverplichting) vanwege het voortdurende dienstverband. Vanaf december 2015 heeft [verweerster] zich dus schuldig gemaakt aan werkweigering. Gelet hierop kan van Meriant in redelijkheid niet langer gevergd worden het dienstverband voort te laten duren. Hierbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat, zoals hiervoor is overwogen, Meriant er bij [verweerster] meermalen op heeft aangedrongen aan het werk te gaan, om het verbetertraject te hervatten. De kantonrechter wijst nogmaals op de e-mail van [B] aan [verweerster] en de vier brieven die mr. Funke heeft verzonden aan mr. Wiersma, de gemachtigde van
[verweerster] , die aan duidelijkheid niets te wensen overlaten.
4.3
[verweerster] heeft gesteld dat niet zo zeer sprake is geweest van werkweigering, een weigering om het verbetertraject (verder) te volgen, maar dat zij wel steeds de nodige vraagtekens heeft geplaatst bij het nut en de noodzaak van het verbetertraject. In dit verband heeft zij gesteld dat Meriant haar nooit duidelijk heeft gemaakt waarom zij een verbetertraject moet volgen en wat Meriant van haar in het kader van dit traject verwachtte. De kantonrechter verwerpt dit betoog. Aan [verweerster] was voldoende duidelijk gemaakt waarom zij moest deelnemen aan een verbetertraject en wat van haar verwacht werd. De verslagen van de op 16 juli 2015 en 14 augustus 2015 gevoerde gesprekken laten in dat opzicht niets aan duidelijkheid over.
4.4
Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst zal ontbinden op de door Meriant primair genoemde ontbindingsgrond. De subsidiaire ontbindingsgrond kan daarom onbesproken blijven. Meriant heeft gemotiveerd gesteld dat de werkweigering van [verweerster] als ernstig verwijtbaar handelen jegens Meriant moet worden gekwalificeerd. [verweerster] heeft dit onvoldoende gemotiveerd weersproken. Nu de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van [verweerster] zal de kantonrechter onder toepassing van artikel 7:671b lid 8 sub b BW de arbeidsovereenkomst op een zo kort mogelijke termijn ontbinden.
4.5
Nu de beëindiging van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster] , is Meriant aan haar geen transitievergoeding verschuldigd (artikel 7:673 lid 7 sub c BW). Meriant is evenmin een billijke vergoeding verschuldigd, omdat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Meriant (artikel 7:671b lid 8 sub c BW). [verweerster] heeft weliswaar gesteld dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Meriant, maar zij heeft deze stelling, die door Meriant gemotiveerd is weersproken, onvoldoende gemotiveerd onderbouwd.
4.6
Nu Meriant geen vergoeding hoeft te betalen aan [verweerster] , behoeft aan Meriant geen termijn te worden gegund om het ontbindingsverzoek in te trekken.
4.7
[verweerster] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kantonrechter stelt de proceskosten aan de zijde van Meriant vast op
€ 400,00 aan salaris gemachtigde.
Ten aanzien van de verzoeken van [verweerster]
4.8
De vordering om Meriant te veroordelen tot het betalen van het vanaf
1 december 2015 verschuldigde loon gaat er van uit dat [verweerster] vanaf 1 december 2015 arbeid heeft verricht voor Meriant. Zulks is echter niet het geval. De kantonrechter wijst op rechtsoverweging 4.2. Gelet op artikel 7:627 BW ("geen arbeid, geen loon") is Meriant vanaf 1 december 2015 geen loon verschuldigd aan [verweerster] . Hierbij heeft te gelden dat door [verweerster] niet gemotiveerd is gesteld dat zij vanaf 1 december 2015 'thuis zat' op basis van verlof (met behoud van loon) of ziekte. Een ziekmelding ontbreekt immers.
4.9
Meriant heeft gesteld dat de ORT over juli 2015 aan [verweerster] is betaald in augustus 2015. [verweerster] heeft dit erkend. De vordering ten aanzien van de ORT over juli 2015 zal derhalve worden afgewezen.
4.10
De vordering ten aanzien van vakantieuren (vordering d.) gaat er van uit dat [verweerster] nog beschikt over een positief verlofsaldo omdat zij vanaf september 2015 door [B] was vrijgesteld van het verrichten van arbeid, zodat - zo begrijpt de kantonrechter de vordering - het vanaf september 2015 opgenomen verlof als niet opgenomen heeft te gelden. Deze aanname is verder niet onderbouwd en wordt ook overigens niet gestaafd door de feiten. In dit verband wijst de kantonrechter nogmaals op de e-mail van [B] van 28 september 2015. Deze e-mail geeft geen blijk van een door [B] gegeven vrijstelling van de arbeidsplicht. Uit de e-mail blijkt dat
[verweerster] vanaf (omstreeks) 16 september 2015 verlof heeft mogen opnemen, voor zover het verlofsaldo dit toelaat.
Verder heeft te gelden dat, zoals hiervoor is overwogen, [verweerster] vanaf december 2015 geen verlof heeft opgebouwd. Meriant heeft hieraan de conclusie verbonden dat geen sprake (meer) is van een positief verlofsaldo dat bij de eindafrekening te gelde gemaakt moet worden (vergoeding niet genoten verlof). [verweerster] heeft zulks onvoldoende gemotiveerd weersproken.
4.11
[verweerster] heeft tenslotte nog gevorderd dat Meriant in het kader van de eindafrekening tot de ontbindingsdatum opgebouwd vakantietoeslag en (naar rato) de eindejaarsuitkering uitbetaalt. [verweerster] heeft deze vordering niet verder onderbouwd. Meriant heeft ten verwere ook gesteld dat zij niets meer verschuldigd is aan [verweerster] . Meriant heeft dit echter niet gestaafd met objectieve gegevens, zoals zij wel heeft gedaan ten aanzien van de vordering van [verweerster] met betrekking tot de ORT over juli 2015. De kantonrechter zal de vordering op dit punt afwijzen, maar gaat er vanuit dat, mocht [verweerster] nog (gedeeltelijk) recht hebben op vakantietoeslag en (naar rato) een eindejaarsuitkering, Meriant deze aanspraken van [verweerster] honoreert in het kader van de eindafrekening.
4.12
[verweerster] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kantonrechter stelt de proceskosten aan de zijde van Meriant vast op
€ 200,00 aan salaris gemachtigde. Hierbij neemt de kantontrechter in aanmerking dat de (tegen) verzoeken van [verweerster] weliswaar een zelfstandig karakter dragen, maar dat deze vorderingen wel verband houden met het ontbindingsverzoek van Meriant.
Beslissing
De kantonrechter:
ten aanzien van het ontbindingsverzoek van Meriant (4667440 / AR VERZ 15-67):
5.1
ontbindt de arbeidsovereenkomst per heden;
5.2
veroordeelt [verweerster] in de proceskosten, aan de zijde van Meriant vastgesteld op € 400,00;
5.3
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
ten aanzien van de verzoeken van [verweerster] (4750204 / AR VERZ 16-13):
5.4
wijst de verzoeken af;
5.5
veroordeelt [verweerster] in de proceskosten, aan de zijde van Meriant vastgesteld op € 200,00.
Aldus gegeven te Leeuwarden en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2016 door
mr. A. van der Meer, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.